11-05-10

Boerejaar in 2009 voor Stad Kortrijk ... op kosten van zijn bewoners

bieten

In 2009 behaalde het stadsbestuur van Kortrijk, CD&V en OpenVLD, een absoluut recordoverschot: 10,5 miljoen euro. Met de gemeentelijke lasten op de bevolking is eveneens een historisch record gebroken. Die lasten beantwoorden trouwens hoe langer hoe minder aan het principe dat de breedste schouders de zwaarste lasten dragen. Teleurstellend dan weer - een laagterecord - is de realiseringsgraad van de investeringen. Dat alles bleek bij de bespreking van de stadsrekeningen over 2009 in de gemeenteraad van 10 mei 2010. Daar heb ik volgend standpunt naar voren gebracht.

Records

Vorig jaar heb ik in de gemeenteraad voorspeld dat het stadsbestuur over 2009 een overschot (begrotingsresultaat) zou boeken tussen de 6 en de 10 miljoen euro. Het scheelde niet veel of ik werd uitgelachen. Toch is mijn voorspelling uitgekomen. Het begrotingsresultaat over 2009 bedraagt 10,5 miljoen euro.

2009 was voor Kortrijk op financieel gebied een echt boerejaar, waarin verschillende absolute records zijn gebroken. Vooreerst is er dat overschot van 10,5 miljoen euro. Dat is nog nooit behaald in onze stad.

Voorts bereikte ook de belastingsdruk op de gezinnen een ongekende hoogte. Er zijn in Kortrijk diverse belastingen en taksen maar de gezinnen maken vooral kennis met de drie grote: de onroerende voorheffing (1750 opcentiemen), de aanvullende personenbelasting (7,9%) en de stedelijke taks op de waterfactuur. De som van die drie, de belastingsdruk dus, bereikte in 2009 het nog nooit bereikte record van bijna 53 miljoen euro.

En een diepterecord wordt bereikt in de vastleggingsgraad van de investeringen: nooit eerder werd in de voorbije twintig jaar amper 56% van de begrote investeringen vastgelegd.

Overschot

Voorspellen dat het overschot op de rekening van 2009 veel meer zou zijn dan geraamd op de begroting was niet moeilijk. Het uitgangspunt van financiënschepen Alain Cnudde, CD&V, was simpelweg verkeerd. Hij presenteerde de begroting 2009 als een inflatiebegroting. De benodigde financies werden dus berekend op een raming die ermee rekening hield dat de prijzen en lonen fel zouden stijgen in 2009. Op dat moment was aan de felle stijging van prijzen en lonen al een half jaar een einde gekomen.

Het overschot kon nog beduidend meer zijn geweest als het stadsbestuur wat vlijtiger de eigen  kleinere gemeentebelastingen en retributies had geïnd. Er zijn in 2009 van uit het stadhuis bijvoorbeeld geen facturen verzonden voor de belasting op reclameborden, op niet-bebouwde gronden en op verwaarloosde gebouwen. En er is een grote achterstand bij de inning van de reclametaks.

Ik heb in de gemeenteraad herhaald wat ik al heb gezegd bij de bespreking van de begroting 2009 en de begroting 2010. Het is geen goed beleid van een stadsbestuur om zijn bevolking overdreven te belasten. Zeker in crisistijden zoals vandaag is het niet de opdracht van een stadsbestuur om onnodig financiële middelen te onttrekken aan de gezinnen en de lokale economie. Ik vraag vooral begrip voor de gezinnen die door de crisis in de werkloosheid zijn verzeild. Als zij hun belastingsbrief krijgen, is die berekend op hun hogere inkomsten uit arbeid van twee jaar geleden. Dat komt hard aan.

Belastingsdruk

De belastingsdruk is voor de Kortrijkzanen aanzienlijk gestegen in de voorbije jaren. Dat bewijst een vlugge vergelijking met zes jaar geleden (een gemeentelijke bestuursperiode duurt zes jaar). In 2003 was er een coalitie van CD&V en sp.a aan de macht. Volgens de begrotingsrekening 2003 droeg de bevolking gemeentelijke lasten voor een bedrag van 44,1 miljoen euro (de som van onroerende voorheffing, aanvullende personenbelasting en riooltaks).

In 2009 is dat 52,8 miljoen euro geworden (met dien verstande dat de riooltaks is vervangen door een stadstaks op de waterfactuur). Dat is een stijging met 20%. Een gezin droeg in 2003 gemiddeld 1470 euro per jaar af aan het stadsbestuur; in 2009 is dat opgelopen tot 1760 euro per jaar.

Waterfactuur

Pijnlijk voor de gezinnen is vooral de scherpe stijging van de waterfactuur. Tot 2001 haalde de stad jaarlijks een dikke 3 miljoen euro op met zijn belasting op 'op het rioolnet aangesloten gebouwen'. In 2002 is een poging ondernomen om de sterkste schouders de zwaarste lasten te laten dragen en werd de taks gekoppeld aan het kadastraal inkomen (KI). Toen bracht hij meer dan 4 miljoen euro op. Maar de Raad van State oordeelde dat die koppeling niet wettelijk was.

De koppeling aan het KI werd dus meteen afgeschaft en wat bleef was een verminderde forfaitaire taks. Van 2003 tot 2005 bleef de taks beperkt tot 1,5 miljoen euro, op aandringen van de socialisten. Vanaf 2006 is de taks vervangen door een gemeentelijke bijdrage op de waterfactuur, die ongeveer evenveel opbracht.

Maar na het aantreden van het huidige CD&V-OpenVLD-bestuur is die vermomde taks fel opgetrokken. In 2008 betaalden de gezinnen al 2,4 miljoen euro, in 2009 was dat meer dan 3,5 miljoen euro. Dat is meer dan een verdubbeling ten opzichte van de goede tijd! In 2010 zal de opbrengst misschien weer wat dalen, omdat het stadsbestuur nu aan grootverbruikers zoals AZ Groeninge korting geeft. Maar het zal toch beduidend meer zijn dan de 2,2 miljoen euro die in de begroting staat.

Die watertaks belast blindelings alle gezinnen zonder veel onderscheid te maken naar draagkracht of gezinsgrootte. Voor wie op een appartement woont zonder regenwater of voor gezinnen met veel kinderen is de factuur zoveel duurder.

Zwaarste lasten

In Kortrijk is het principe van de breedste schouders die de zwaarste lasten dragen hoe langer hoe minder van tel. Treffend in dit verband is het gering geworden verschil tussen de inkomsten uit de onroerende voorheffing en die uit de personenbelasting. De onroerende voorheffing belast een deel van het waarneembare vermogen van een gezin. Het is min of meer een progressieve belasting. Voor een grote villa betaal je meer dan voor een nederige rijwoning. De personenbelasting belast het aangegeven inkomen en niet iedereen kan al zijn kosten aftrekken.

In Kortrijk was het de goede gewoonte dat de onroerende voorheffing beduidend meer opbracht dan de aanvullende personenbelasting. Dat verschil is bijna verdwenen. Sinds 1995 steeg de onroerende voorheffing met 42%, de personenbelasting met 109%. Dat is een verschuiving van de belastingsdruk naar de loon- en steuntrekkende gezinnen en de gepensioneerden. En dat met een burgemeester en een schepen van Financiën die allebei vertegenwoordigers zijn van de christelijke arbeidersbeweging! Zelfs al zou die verschuiving van de belastingsdruk het gevolg zijn van een spontane ontwikkeling, dan nog ontslaat dat het stadsbestuur niet van de plicht die ontwikkeling te compenseren.

Zwakke investeringsgraad

Ten slotte viel mijn oog op de zeer zwakke vastleggingsgraad bij de investeringen. Van de 50 miljoen euro investeringen die waren opgenomen op de begroting 2009 zijn er amper 27,5 miljoen euro vastgelegd. Dat is een vastleggingsgraad van nog geen 56%, ook een absoluut record - laagterecord.

Van de begrotingspost 'wegenwerken in uitvoering' - zeg maar de strijd tegen de 100 vergeten werken - is van de 8 miljoen euro slechts 4,7 miljoen euro vastgelegd. Dat is bedroevend weinig. Vooral in de huidige crisistijd mocht het stadsbestuur wel een tandje hebben bijgestoken.

OCMW

De verwerking van de resultaten van 2009 in de begroting 2010 is grotendeels technisch. Ik ben blij dat het OCMW nu toch iets bijkrijgt, maar die eenmalige crisisbijdrage van 400.000 euro is toch maar schamel. De stadsbijdrage aan het OCMW is al sinds 2005 geplafonneerd op een grote 9 miljoen euro. In 2009 was dat een dik miljoen te weinig volgens de uitgaven van het OCMW. Dat verplicht het OCMW ertoe in te teren op zijn reserves. Die reserves smelten zienderogen weg ondanks de aankomende onvermijdelijke meeruitgaven als gevolg van de vergrijzing in de komende jaren.

Hoe anders is de houding van het stadsbestuur ten opzichte van de dotatie aan de Politiezone. In 2009 kreeg de politie 6% meer. En dit, ondanks het feit dat de rekeningen van de Politiezone aantonen dat de politie het ook wel met wat minder zou kunnen. De partnergemeenten maar vooral stad Kortrijk zijn ook daar een verborgen financiële reserve aan het opbouwen.

07:47 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

Commentaren

?? Citaat: de onroerende voorheffing (1750 opcentiemen), de aanvullende personenbelasting (7,9%) en de stedelijke taks op de waterfactuur.

Kortrijk, ook gekend als de stad die jonge gezinnen wil aantrekken :-))

Gepost door: Wout | 11-05-10

Een ontroerende voorheffing.

Gepost door: Adelbert, kunstenaar/nachtburgemeester | 14-05-10

De commentaren zijn gesloten.