09-02-10

Patrick Nuyttens en Jan Dhaene geven Kortrijkse OCMW-fakkel door

jan&patrick ocmw

Binnen twee jaar en enkele maanden zijn het alweer gemeenteraadsverkiezingen. Halverwege de zittingsperiode gebeuren er nogal wat wissels bij het politiek personeel. Zo ook bij het OCMW van Kortrijk. Niet minder dan vijf mandatarissen verlaten het bestuur; op een na worden zij allen vervangen door vrouwen. De OCMW-raadsleden van de Progressieve fractie (sp.a-Groen!) Patrick Nuyttens en Jan Dhaene geven, zoals afgesproken, de OCMW-fakkel door aan Hilde Overbergh en Els Maertens. Tijd voor een gesprek met beide mannen van hun woord.

Op het moment dat Patrick en Jan aantraden in de 'raad voor maatschappelijk welzijn' (OCMW-raad), hielden sommigen hun hart vast. Hoe zou dat aflopen? Patrick, een rode partijsoldaat met een stamboom, en Jan, een groen-rode netwerker met een verleden? Ze hebben het er wonderwel vanaf gebracht. Ze hebben de taken verstandig verdeeld, hebben elkaar leren waarderen en zijn zelfs vrienden geworden.

OCMW-voorzitter Francesca Verhenne (CD&V) omschreef in haar afscheidswoord treffend de uiteenlopende inbreng van beide kameraden. In Jan Dhaene vond zij een beleidsman, die zijn brede politieke ervaring 'loyaal en constructief' ten dienste stelde van het OCMW, met veel aandacht voor duurzaamheid en milieuvriendelijkheid. De bewindsvrouw werd even persoonlijk toen zij Jan 'een echt gezelschapsmens' noemde. Bij Patrick ging ze zelfs nog een stap verder. "Je was een bijzonder sterke, sportieve en ... geliefde tochtgenoot" liet ze zich ontvallen. Zij bekende heel veel van Patrick te hebben geleerd - hij zat ook langer in de raad dan zij tot nu toe - en ze had hem leren kennen als iemand die heel dicht staat bij zij die het moeilijk hebben in onze samenleving.

Dat was ook de bewuste taakverdeling: Jan de politieke kant van het OCMW, Patrick de sociale aspecten. En blijkbaar hebben zij elkaar daarin succesvol verstaan.

Pedicure

Jullie waren raadslid bij het OCMW. Neem me niet kwalijk als ik vaststel dat het grote publiek soms niet goed weet waarvoor die letters staan en wat die instelling - een soort tweelingbroertje van het stadsbestuur - uitricht.

Patrick: Ja, dat klopt jammer genoeg wel. De mensen beseffen nog veel te weinig dat het OCMW meer doet dan geld uitdelen om te overleven. De opdrachten die het OCMW, vooral dan helemaal uitgebouwde OCMW's zoals dat van een centrumstad als Kortrijk, op zich neemt zijn bijna niet op te sommen. Je kan inderdaad bij het OCMW terecht als je financieel aan de grond zit, maar je kan er ook aan werk geraken, aan zinvolle activiteiten, aan mogelijkheden om bij te leren, aan kinderopvang, en heel belangrijk aan bejaardenzorg, van rusthuizen tot maaltijden aan huis gebracht...

Jan: Nog te veel mensen denken dat het OCMW niets meer is dan de COO (commissie van openbare onderstand) van vroeger. Het is sinds de wet van 8 juli 1976 van kracht is geworden, nu OCMW en dat staat voor 'openbaar centrum voor maatschappelijk werk'. Dat is veel meer dan financiële hulp. Het OCMW is niet meer uitsluitend bestemd voor de allerarmsten. Iedereen kan ernaar toe. Neem nu de verschillende lokale dienstencentra die het OCMW van Kortrijk openhoudt. Je krijgt er als 55-plusser allerhande activiteiten en diensten aangeboden. Ja Marc, ook jij mag er al naartoe om je voeten te laten verzorgen in de pedicure.

Zeg kameraden, ik ben nog niet gepensioneerd zulle!

Patrick: Er blijft in elk geval een te hoge drempel voor veel mensen om het OCMW binnen te stappen. Ik heb keer op keer mensen ervan moeten overtuigen dat ze bij het OCMW niet meer een stempel van schooier kregen. Soms ging ik met hen zelfs mee om ze de weg te tonen naar al die hedendaagse diensten.

Jan: Het OCMW geeft natuurlijk ook nog leefloon aan mensen die zonder middelen van bestaan zijn, maar in tegenstelling met vroeger doet het OCMW er nu ook alles aan om die leefloontrekkers opnieuw in te schakelen in de samenleving. Dat gaat van vormende activiteiten tot regelrecht werk.

Patrick: Precies dat was een van mijn stokpaardjes in het 'bijzonder comité van de sociale dienst' waarin ik zetelde. Ik heb er altijd op aangedrongen om de clienten de kans te bieden om zich uit hun penibele situatie op te werken. Maar eerlijk: er blijft uiteraard altijd een categorie steuntrekkers die men nooit zal kunnen activeren: verslaafden bijvoorbeeld, of mensen met zware psychiatrische problemen, zwaar zieken. Het is ook niet simpel om bijvoorbeeld mensen van hun verslaving af te helpen; je kunt ze niet verplichten te ontwennen: zonder motivatie lukt dat nooit. Financieel straffen acht ik eveneens uit den boze. Als je verslaafden uitsluit van alle financiële steun, dwing je ze in feite in de bedelarij of zelfs de criminaliteit en waar staan we dan?

Jullie geven nu allebei jullie mandaat van OCMW-raadslid over aan jullie opvolgers. Maar geef eens een schets van jullie politieke loopbaan, kwestie van dat voor het publiek wat duidelijker te maken.

Patrick: Ik ben een echte OCMW-man. Hoewel ik redelijk wat eigen stemmen aanbreng in de gemeenteraadsverkiezingen - in 2006 behaalde ik meer dan 600 voorkeurstemmen - heb ik nooit in de gemeenteraad gezeteld. Ik had ook die ambitie niet. Ik durf zelfs toe te geven dat als ik erin geslaagd was een zitje te veroveren in de gemeenteraad, ik dat zou hebben afgestaan in ruil voor het OCMW! Ik kwam voor het eerst in de OCMW-raad in 1997; dat was in uitvoering van een akkoord dat de socialistische partij had gemaakt met de Volksunie; na twee jaar zou Jacques Dornez mij de volgende vier jaar laten zetelen. Ik heb er dus 13 jaar opzitten.

Jan: Mijn ancienniteit in de OCMW-raad is 3 jaar. Voordien zat ik 8 jaar in de gemeenteraad, weliswaar voor Agalev, van 1988 tot 1996. Van 2002 tot 2006 was ik lid van het Europees Parlement - eerst voor Agalev en dan voor de socialisten. Ik maakte die overstap omdat ik het niet ernstig vond dat de groenen de uitnodiging van toenmalig SP-voorzitter Steve Stevaert om samen op te trekken, hooghartig afwezen.

Bekaf

Vraagt dat veel inzet, zo een OCMW-mandaat?

Patrick: Wel, in Antwerpen beschouwt men een OCMW-mandaat als een halftijdse job. Alle verhoudingen in acht genomen, wil dat toch iets zeggen. Het OCMW vergt meer vergaderuren en werk dan de gemeenteraad. Zelf had ik dus de maandelijkse vergadering van de OCMW-raad. Daarnaast was ik vooral actief in het sociale werk zoals in het bijzonder comité van de sociale dienst: om de twee weken een hele namiddag vergaderen over de steundossiers. Ik kan u garanderen dat je daar bekaf buitenkomt; die confrontatie met al die miserie en tegenslagen is soms slopend.

En bovendien werkte ik ook mee aan het LAC, het lokaal adviescomité, maandelijks nog een voormiddag vergaderen. Dat comité plaatst budgetmeters bij gezinnen die schulden hebben voor elektriciteit, gas en water. Ik heb de tijd nog meegemaakt van de budgetmeters van 6 ampère. Als moeder moest strijken, moest de TV uit of de stroom viel uit. Het is nu gelukkig 10 ampère. Met gas blijven er meer problemen. De kosten lopen nog altijd te hoog op als ze komen afsluiten of weer komen aansluiten na ontluchting. Die budgetmeters voor gas werken met een kaart die de mensen moeten opladen. In de zomer doen ze dat niet en dan zitten ze in de winter in de kou...

Jan: Ik legde mij meer toe op de politieke activiteiten. Ook ik ging maandelijks naar die vergadering van de OCMW-raad. Daarnaast zat ik in het Vast Bureau, zeg maar het dagelijks bestuur van het OCMW. Daar werd bepaald welke dossiers door mochten gaan naar de raad; daar kon je nog dossiers bijsturen en verfijnen.

Nog politieker was mijn zitje in het Overlegcomité tussen het OCMW en het stadsbestuur. Het ging er soms stevig aan toe in dat comité als het stadsbestuur bijvoorbeeld plannen maakte om hard te gaan besparen om de werkingsmiddelen van het OCMW. Anderzijds was dat ook de plaats om gedegen afspraken te maken over een sociale taakverdeling. Het heeft immers geen zin dat de sociale diensten van het OCMW en de stad elkaar gaan concurreren of dubbel werk gaan doen. Voor het overige was ik ook nog bestuurder van de vormingsinstelling Mentor en van het kinder- en jeugdopvoedingstehuis Ons Tehuis in Ieper (een intercommunale waaraan ook het OCMW van Kortrijk lid is).

Kun je op die posten eigenlijk nuttig werk doen? Ook vanuit de oppositie?

Patrick: De OCMW-raad is de gemeenteraad niet. Elkeen verdedigt er wel zijn standpunten maar er wordt meer gestreefd naar een consensus. Je kunt de werking van de gemeenteraad eigenlijk beschouwen als de werking van een algemene vergadering. De OCMW-raad werkt meer als een raad van bestuur. Even heeft men gedacht dat dit zou veranderen op het moment dat de vergaderingen van de OCMW-raad openbaar werden (sinds de laatste verkiezingen). Maar de sfeer is niet veel veranderd.

Er is trouwens weinig pers aanwezig, die de meningsverschillen zou kunnen uitvergroten voor het publiek. Waarmee ik niet wil gezegd hebben dat er op die raden geen nieuws te rapen valt. Misschien moet de pers zich daarover eens bezinnen. Ik zeg er onmiddellijk bij dat de vergaderingen van het sociale comité, waar over de individuele steunaanvragen wordt beslist, vanzelfsprekend niet openbaar zijn.

Jan: In de vergaderingen van het vast comité wordt nooit gestemd. Het zijn trouwens 'slechts' voorbereidende vergaderingen. Maar die voorbereiding met vertegenwoordigers van verschillende partijen en van zowel meerderheid als oppositie biedt grote voordelen. De dossiers worden er grondig uitgeklaard vooraleer zij naar de raad gaan. Als er dan op de OCMW-raad nog over wordt gedebatteerd, gaat dat over de echte meningsverschillen en niet over misverstanden of details zoals soms wel eens gebeurt in de gemeenteraad.

Ik heb altijd geprobeerd de dossiers in groene richting te duwen, de nadruk leggend op duurzaamheid. Bijvoorbeeld heeft het OCMW uiteindelijk beslist zonnepanelen te leggen op zijn nieuwe rusthuis Biezenheem in Bissegem. Een ander voorbeeld is het dossier Fonds ter Reductie van de Globale Energiekost. Dat federaal fonds stelt kredieten ter beschikking van de lokale besturen die er energiemaatregelen mee kunnen financieren bij particulieren. Het is de bedoeling dat wie daarvan een lening bekomt, die lening kan afbetalen met de winst gemaakt op de energiefacturen. In Kortrijk werkt het OCMW daaraan mee. Ik heb erop aangedrongen dat het OCMW alleen leningen zou toestaan aan gezinnen die het echt nodig hebben; andere steden en gemeenten werken soms met een veel bredere doelgroep zodat de gezinnen die het echt nodig hebben vaak veel langer moeten wachten.

Opsouperen

Wat veel mensen zich afvragen: heeft het wel zin dat er naast gemeenteraad en stadsbestuur nog een apart bestuur bestaat voor al wat met welzijn en sociaal beleid te maken heeft?

Patrick: Ik vind nog altijd van wel. Zou er anders wel zoveel aandacht gaan naar welzijn en sociaal beleid? Ik vind dat een van de belangrijkste, zo niet de allerbelangrijkste opdracht van het lokale bestuur: ervoor zorgen dat niemand achterblijft in miserie en ervoor zorgen dat allen voldoende kansen krijgen op een boeiend - zeg maar 'rijk' - leven van hun geboorte tot hun overlijden. Ik vrees dat als het stadsbestuur het alleen voor het zeggen had over het sociale beleid in Kortrijk, er al veel zou gesneuveld zijn van wat het OCMW thans doet. Het is zo gemakkelijk te besparen op sociale uitgaven; als men een klein stukje neemt van een grote massa, heeft men meer over dan bij een groot stuk van een beperktere uitgavenpost.

Maar aangezien het stadsbestuur het laatste woord heeft, wordt er toch onverantwoord hard gespaard op de OCMW-uitgaven. Ondanks de crisis, die meer mensen in de armoede drukt, en ondanks de aanzwellende veroudering van onze bevolking, bevriest de stad al jaren zijn werkingstoelage aan het OCMW. De noden zullen niet veel meer mogen toenemen of wij stevenen af op een financiële ramp in het OCMW. Jan en ik hebben ons tegen die evolutie ferm verzet in de OCMW-raad. Wij hebben met lede ogen gezien hoe het OCMW zijn opgespaarde reserves heeft moeten opsouperen. Maar er kon van stadskant zelfs geen indexatie van de werkingstoelage vanaf.

Jan: Nog een geluk dat het OCMW van Kortrijk over een aantal bezittingen beschikt die het kan te gelde maken, landbouwgrond en bossen tot ver buiten Kortrijk, erfenissen uit het verre verleden. Door de verkoop van het domein Blauwhoeve in Waregem kon het OCMW weer een jaar langer de niet-indexatie van de stadstoelage opvangen. Maar dat is slechts respijt voor even. En kon men met die opbrengst zich niet beter hebben voorbereid op de vergrijzing die er aankomt?

Patrick: Ja, en intussen hebben wij er constant op aangedrongen dat de prijzen in de rustoorden stabiel zouden blijven, want dat is bij besparingen dan ook weer een van de gemakkelijkste reacties: de inkomsten verhogen door de bejaarden meer te laten betalen. Overigens herinnert de voorzitster zich nog maar al te goed mijn strijd voor de afschaffing van de onderhoudsplicht van de kinderen voor opgenomen bejaarden.

Jan: En wat we daarbij zeker niet mogen vergeten is de thuiszorg, al die initiatieven die de bejaarden de mogelijkheid bieden langer zelfstandig te leven. We gaan in feite nooit genoeg rusthuizen kunnen inrichten in de komende decennia. Daarom zou er veel meer en creatiever thuiszorg moeten worden ontwikkeld. Maar tja, dat kost ook geld en als men blind aan het besparen slaat...

Leerschool

OCMW-raadsleden worden niet rechtstreeks verkozen. Is dat geen nadeel? Is dat wel democratisch?

Jan: Het is niet omdat wij niet rechtstreeks zijn verkozen dat wij ons minder vertegenwoordiger van de mensen voelen. Er zijn voorbeelden van rechtstreekse verkiezing van de OCMW-raad naast de gemeenteraad, in Voeren en Komen-Waasten bijvoorbeeld of in de Rand Brussel. Het risico bestaat dan dat er een andere meerderheid is in het OCMW dan in de gemeenteraad; ze kunnen mekaar dan wederzijds verlammen.

Patrick: Toch liever geen rechtstreekse verkiezing. Het wordt dan gegarandeerd weer een populariteitstest en het zijn niet noodzakelijk de populairste mensen, de BK's (bekende Kortrijkzanen) die het meest voeling en inlevingsvermogen hebben met de welzijnsproblematiek in onze stad. Wat dan zeker wegvalt, is de opbouwende werksfeer van consensus die er nu heerst in de OCMW-raad.

Jan: Onrechtstreeks zijn het toch de kiezers die bepalen hoeveel vertegenwoordigers elke partij krijgt in de OCMW-raad. Het zijn immers de verkozen gemeenteraadsleden die de OCMW-raad benoemen. Dat heeft ook zijn voordelen. De partijen kunnen hun specialisten afvaardigen. Het OCMW is ook een perfecte leeschool voor beginnende politici. Je leert er omgaan met dossiers. Je krijgt er de moeilijke kant van de stad te zien.

En heeft de partij, in ons geval de Progressieve fractie van sp.a en Groen! samen, wel iets aan dergelijke discrete vertegenwoordigers?

Patrick: Je kunt als OCMW-raadslid eigenlijk wel veel doen voor de mensen. En misschien levert dat stemmen op. Hoewel ik vind dat je niet te koop mag lopen met wat je hebt gedaan. Mij heb je in elk geval niet zien leuren met affiches bij alle mensen waarvoor ik mij persoonlijk heb ingespannen. Wat je vooreerst kunt en moet doen als OCMW-mandataris, is uitleggen aan de mensen waarvoor ze bij het OCMW terechtkunnen. Je mag wel niet alles geloven wat men je komt vertellen; veelal gaat het om mensen in noodsituaties en die halen alles uit de kast om te overleven - wat ik heel goed begrijp trouwens. Voorts moest men bij mij niet komen aankloppen voor onwettelijke zaken; ik keek daar streng op toe. Bij mij konden ze alle informatie krijgen over hun rechten en mogelijkheden, maar iemand voortrekken: dat deed ik nimmer.

Dat betekent niet dat ik niet actief mee zocht naar enige oplossing. Als de behoeftige in kwestie bijvoorbeeld niet in aanmerking kwam voor het leefloon, waren er misschien toch wel mogelijkheden om aanvullende steun te bekomen, of een vergoeding voor medische kosten, of een extra week aanvullende steun rond nieuwjaar - een soort 53e week als het ware. Wat ik ook altijd deed was de mensen overtuigen naar de 'intake' van het OCMW te gaan met de belofte dat ik de dag nadien hun dossier zou gaan inkijken bij de sociale dienst. Daardoor wisten ze dat hun dossier niet in de vergetelheid zou belanden - dat is trouwens iets waarover niemand te klagen heeft bij het OCMW van Kortrijk.

Jan: Van electoraal voordeel gesproken: alle personeelsdossiers van het OCMW passeren voorbij de voorzitter. Voor de partij die de voorzitter kan leveren, moet dat een aanzienlijke stemmenmachine opleveren, veel meer dan wat de schepenen kunnen.

Wachters

Wat is jullie bijzonder bijgebleven van wat je in die jaren (Patrick 13, Jan 3 jaar) hebt beleefd?

Patrick: Wat mij het meest is bijgebleven is toch wel tragische overlijden van de sociale assistente Nele Verleene, vermoord door de vriendin van haar partner in 2004. De verslagenheid was groot in de sociale sector van Kortrijk.

Een andere blijvende herinnering is meer tragikomisch. De inkomhal van het OCMW was getooid met een geïntegreerd kunstwerk: 'De vijf wachters'. Ik deed dienst in het sociaal comité toen wij een mistevreden cliënt de kans gaven persoonlijk zijn verhaal te komen doen. Hij kon ons niet overtuigen. Razend was 't ie. Hij greep een van de vijf wachters en keilde het beeld door het venster. Ik moet er altijd nog aan denken als ik in de hal kom en de lege plek zie waar die beelden stonden. Op een andere keer hebben wij de hulpdiensten moeten opbellen omdat een cliënt zo zat was dat het niet meer verantwoord was hem de straat op te sturen...

Jan: Een hoogtepunt voor mij was het bezoek van minister Marie Arena, toen federaal minister van Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie, aan Kortrijk in het voorjaar van 2009. Wij hebben haar alle hoeken van de stad laten zien ... per fiets! Zeer veel belangstelling toonde zij voor het Vetex-project, voor de werking van de Unie der Zorgelozen in de Scala in de Pluimstraat enzovoort. Het bezoek heeft ook wat opgeleverd voor de stad, een taalgrensoverschrijdend project van samenwerking tussen OCMW's en CPAS'en. Vlaams Belangraadslid Jean-Marc Van Belle noemde dat bezoek van de Waalse socialiste 'een schandaal' - hoe kortzichtig kan een mens zijn?

Is jullie aftocht uit de OCMW-raad het einde van jullie politieke inzet in Kortrijk?

Jan: Mijn ontslag was volgens afspraak. Ik ben oprecht blij dat ik van de partij in Kortrijk de kans heb gekregen om drie jaar te bewijzen dat ik in onze stad nog iets kan doen. Na mijn groen verleden voel ik mij toch het meest op mijn plaats bij de roden.  Ik ga mij voorts ten volle inzetten in de gemeentepolitiek en de verkiezingen. Hopelijk komt er nu eens eindelijk een gezamenlijke lijst met de sp.a, Groen! en andere progressieven. Wij hebben bewezen goed te kunnen samenwerken in onze gezamenlijke fractie in de gemeenteraad. Wij hebben alles te winnen bij een krachtenbundeling, aan beide kanten. Overigens als de groene koptrekkers Bart Caron, met zijn verleden, en Philippe Avijn, met zijn syndikale achterban bij het ABVV (BBTK) niet voor samenwerking zullen zijn, wie dan wel?

Patrick: Ik zal de partij heel mijn leven dankbaar blijven voor de voorbije dertien jaar intense politieke belevenissen. Ik ga de sp.a dan ook blijven ondersteunen, maar dan wel als militant: ik vraag geen plaats meer op enige lijst; het is nu aan de jongeren. Ik moet toegeven dat ik wel een beetje ontgoocheld ben dat er niemand meer van Heule te vinden is onder de socialistische mandatarissen. Ja, inderdaad, Bert Herrewyn is naar de prochie van zijn jeugd teruggekeerd maar nog niet zo lang. Ik stel wel wat hoop op hem. En in de wijk van de Meensepoort, een van de meest proletarische hoeken van de stad, zie ik met plezier een jonge militant als Axel Weydts (website) erin vliegen.

Om af te sluiten: een goede raad voor jullie opvolgers?

Patrick: Mijn deur staat altijd open als ze vragen hebben. Anderzijds zal ik ze ook nog wel een keer nodig hebben. De mensen die bij mij te rade kwamen over OCMW-kwesties gaan niet van vandaag op morgen daarmee ophouden. Maar Hilde Overbergh en Els Maertens gaan het wel zelf moeten doen, al zal dat ongetwijfeld een inloopperiode vergen.

Jan: Hilde en Els zijn bij mij eveneens te allen tijde welkom. Hoe meer hoe liever zou ik zelfs durven stellen. Ik hoop dat zij erin vliegen en hun mandaat actief invullen.

Jan en Patrick

08:09 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

Commentaren

Jan Dhaene deed hier vorig jaar uitspraken die nooit konden laten vermoeden welke politieke bokkesprong hij nog geen jaar later zou maken. Als hoogtepunt van zijn mandaat als OCMW-raadslid pakt ie uit met het bezoek aan stad Kortrijk van de Waalse socialistische minister Marie Aréna, met een sneer naar de nationalisten die dat bezoek een schande vonden.

Ook zegt hij dat hij naar de sp.a was overgestapt - wat hij nu een vergissing noemt - omdat de groenen niet ingingen op de oproep van Stevaert om een rood-groene partij te maken.

Het torenhaantje doet zijn naam alle eer aan.

Gepost door: Polo | 12-01-11

Toen hij de overstap maakte van Agalev naar Sp-A verdween de lange paardenstaart om wat minder alternatief over te komen. Zal hij nu skinhead worden?

Ik had ooit, toen hij nog Europees parlementslid was, het ongenoegen dicht bij hem te zitten op de trein. Wat een lawaaimakende blaaskaak.

Ik ben links noch rechts en stem niet eens (meer), figuren als Dhaene zijn amusant en walgelijk tezelfdertijd. Ik hoop dat de nagestreefde mandaten aan zijn neus voorbijgaan.

Gepost door: Jo | 12-01-11

De commentaren zijn gesloten.