31-01-10

Gedichtendag in Kortrijk: sneeuw op 't haargespertel van Gezelle

guido 2010

Met enige vertraging een bijdrage aan gedichtendag 2010 in Kortrijk, een schets van een winterdag zoals wij er 'vandejare' al veel hebben meegemaakt. De schets is van Guido Gezelle, van 1872 tot 1899 bisschoppelijk verbannen uit Brugge en onderpastoor van de Kortrijkse OLVrouweparochie. Aan de stoere parochiekerk staat ook, sinds Pasen 1903, zijn borstbeeld. Het was op gedichtendag 2010 opgeleukt met een toupetje sneeuw; er zit zelfs sneeuw in 't haargespertel van zijn rechteroor.

Het is niet meer de oorspronkelijke buste. Tot 1989 was het een ander beeld dat het bescheiden plantsoen daar sierde. Een bronzen afgietsel van een marmeren borstbeeld, naar levend - hoewel erg ongedurig - model, gekapt door de Prijs-van-Rome-winnaar Jules Lagae. De dag na de overwinning van Greg Lemond in de Tour de France, een maandagmorgen in juli 1989 - tweehonderd jaar na de Franse Revolutie waar Guido Gezelle zo tegen was! - constateerde de Kortrijkse dichter Geert Verbeke, gealarmeerd door vroege marktgangers, dat de buste was verdwenen. Ze is nooit teruggevonden!

Er werd dan maar een bronzen afgietsel gemaakt van een andere marmeren buste van de beroemde onderpastoor, ook van Jules Lagae. Het oorspronkelijke marmeren beeld zou wel nog in het bezit zijn van de Kortrijkse Academie, maar het was om een of andere reden niet meer bruikbaar. De beeldhouwer had in 1902 al veel moeilijkheden ondervonden om marmer van gepaste kwaliteit te vinden. De kwaliteit van het brons van het vervangbeeld is trouwens ook niet om naar huis te schrijven. De dichter heeft op zijn neus al een psoriasisplek.

Het gedicht komt uit de bundel Tijdkrans, 1891.

Vol naalden vliegt de lucht

Vol naalden vliegt de lucht,
vol priemend ijsgekertel,
dat glinstert in de zon,
en, met den asemtocht
gezwolgen, kilt en kerft
de kele en ‘t haargespertel,
dat in de neuze temt
den toevoer van de locht.

‘t Is bijtend koud. Een spree
van witheid, ongemeten,
‘t zij waar ge uwe oogen vlucht,
ligt overal gespreid;
‘t is snee' tot in uw huis,
‘t komt snee' door al de spleten;
‘t is snee', ‘t is immer snee',
en al sneeuwwittigheid.

De wind komt, wild en boos,
gesnoeid uit alle gaten;
geen ruste en wilt hij, eer
hij eenmaal weten zal
dat ‘t volk verdwenen is,
en hem wilt meester laten...
't Is bijster, bijtend koud,
en 't wintert overal.

20:47 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.