07-01-10

Overleies beroemdste trapgevel wordt opgepoetst

onderpastorie Overleie

De 'kerkfabriek' van de Kortrijkse parochie Sint-Elooi (Overleie dus) zal haar eigendom Overleiestraat 58A restaureren. De vroegere onderpastorie naast de kerk vormt samen met het pand ernaast - het gewezen klooster van de Broeders van Overleie - een schitterend  ensemble in Vlaamse neostijlen. De stad schiet de investering voor. Valt het niet te overwegen om ook de omliggende terreinen van de Sint-Elooiskerk eens op te waarderen (en open te stellen voor het publiek)?

Restauratie

Vorige zomer besloot de kerkraad van de kerkfabriek Sint-Elooi om haar eigendom Overleiestraat 58A te restaureren. Een gelukkige beslissing want zo wordt een van de mooiste Kortrijkse ensembles in neostijl gevrijwaard van verder verval.  Meer bepaald keurde de raad het bestek goed van ontwerper architectenbureau Demeyere J & A, Dam 13, Kortrijk. Dat bureau specialiseert zich meer en meer in historische restauraties; zij staan bijvoorbeeld ook achter de restauratie van de Broeltorens (zie mijn eerder stuk).

De bouwmeesters wezen de kerkraad op de aftakeling van het pand. De bak- en natuurstenen voor- en zijgevels moeten dringend worden gereinigd, waarna duidelijk zal worden wat er allemaal aan metselwerk moet worden hersteld met inbegrip van het voegwerk in het baksteenparement. Restauratie vragen ook verschillende elementen in Euvillesteen, arduin en smeedwerk. Het buitenschrijnwerk moet opnieuw gelakt worden en hier en daar vernieuwd. Alles bijeen een opdracht van zowat 70.000 euro (BTW in).

Na een prijsvraag wijst de kerkfabriek de opdracht toe aan BVBA Aquastra (het team van Lauwenaar Franklin Tack, gespecialiseerd in zachte gevelreiniging - geen aggressieve zandstraling). De gevelrestaurateur stak een prijs in van 64.686,59 euro. De kerkfabriek krijgt daarvoor een 'doorgeeflening' van het Kortrijkse stadsbestuur. Die manier van financieren profiteert van de grotere kredietwaardigheid van de stad, zodat gunstiger voorwaarden kunnen worden bekomen.

Neostijlen

Het pand Overleiestraat 58A is een halfvrijstaand woonhuis met drie opvallende trapgevels in Vlaamse renaissancestijl. Door zijn neostijl ziet het er ouder uit dan het is. Het is in 1932 gebouwd als pastorie, maar het is meestal bewoond geweest door (een van) de onderpastoor(s) - in de tijd dat de talrijke priesters elkaar nog voor de voeten liepen in de katholieke kerk. De pastoor resideerde in het herenhuis aan de overkant van de straat - nu Hoorcentrum Overleie.

Andere opvallende kenmerken van de erfgoedparel zijn de sierankers en het gebruik van 'Brugse traveeën'. De 'Brugse travee' is een manier van gevelopbouw waarbij boven elkaar staande vensters van verschillende verdiepingen zijn vervat in een inspringing onder een boog. Een travee is niets anders dan een verticale rij vensters (en eventueel een deur), een recht gesneden facade-onderdeel. De vermoedelijke ontwerper was J.J.Maes.

Broeders

Overleiestraat 58A vormt min of meer een geheel met het neogotisch pand ernaast, Overleiestraat 58. Dat pand heeft een majestueuze trapgevel met een echt neogotische en zelfs dubbele Brugse travee onder een spitsboognis - 'met ingeschreven driepas' zegt de Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed (link). Thans in gebruik als horecazaak is het aanzienlijk ouder dan de onderpastorie. Het is gebouwd in 1889 als klooster voor de broeders van Overleie die op het nabijgelegen Sint-Amandsplein een lagere school uitbaatten voor de kinderen van het werkvolk dat in Overleie ("la basse ville") was neergestreken in de negentiende eeuw.

Het sociale werk van de broeders in Overleie - thans verdwenen na overname en latere sluiting van hun school door het Sint-Amandscollege - had oeroude wortels. Reeds in de jaren 1300 was er op die plek een broederschap actief onder het patronaat van de toen heel populaire Sint-Elooi. Zij hadden er een gasthuis en een kapel. Overleie lag toen nog buiten de Kortrijkse stadsmuren en wellicht hadden de bestuurders liever dat armen, zwervers en zieken voor de stadspoorten werden opgevangen dan binnen de stad.

Schinkel Jan

Het bescheiden complex kwam na de Franse Revolutie in handen van de 'Burgerlijke Godshuizen', voorloper van het OCMW. Die verhuurden het aan de Broeders der Goede Werken, die vanaf 1890 de Broeders van OLVrouw van Oostakker werden genoemd. Het is op die gronden dat van 1882-1894 de eveneens neogotische Sint-Elooiskerk (ontwerper Leopold De Geyne, stadsarchitect) werd gebouwd, na afbraak van de eerdere gothische kapel. Dat gebeurde op gedeelde kosten van de staat en de stad. De Sint-Elooisparochie, de vierde van Kortrijk, werd pas opgericht in 1877, na jarenlang verzet van de Belgische regering die uiteindelijk de duimen moest leggen. Op 1 december 2009 was het juist 125 jaar geleden dat de kerk plechtig in gebruik werd genomen. Meer over de geschiedenis van de kerk vind je hier.

Het neo-ensemble vormt met de kerk een aaneengesloten gevelrij. Maar de achteruitliggende poort van de onderpastorie geeft toegang tot een soort 'kerk-erf' dat helemaal rond het gebouw ligt. Het eindigt aan de andere kant van de kerk en geeft uit op een muur met twee bogen waarin vroeger een pissijn was ingericht. Het zou een meerwaarde geven als men van dat 'kerk-erf' een publiek toegankelijk parkje zou maken. Pas dan zou men de indrukwekkende kerk in haar volle glorie kunnen bewonderen. En wie weet wat daar nog te ontdekken valt in die vergeten hoek. Als kind ben ik er ooit binnen geweest en onder een afdak zag ik daar de reuzenpop van Schinkel Jan liggen, een 'reus' die werd opgesteld bij de jaarlijkse Schinkelkermis op Overleie. Zou die daar nog liggen? 

21:20 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

kerk-erf ja hij kigt er nog , en het dcmw wil daar het erf weer openstellen

Gepost door: dhaene | 11-01-10

De commentaren zijn gesloten.