05-12-09

Knack maakt van Kortrijk De Clerckdorp

Vismarkt

Knack vult zijn nummer 49 (van 2 tot 8 december 2009) aan met een extra katern van 24 bladzijden over "de toekomst van Kortrijk". Het lijkt een publicitaire inlassing voor de Groeningestad, tot je het begint te lezen. Alle portretten van beloftevolle jongeren moeten wijken voor een bladzijdenlange, geromantiseerde familiesaga van de clan De Clerck. Stefaan De Clerck liet ondanks dure eden zijn stad in de steek om weer minister te worden. Halverwege de bestuursperiode krijgt hij van Knack volop de kans om te verkondigen dat hij wel weer burgemeester wil worden als hij geen minister kan blijven. Knack wordt uitgegeven door Roularta, waarin de ruime familie De Clerck belangen en zeggenschap heeft. En Roularta heeft met stad Kortrijk een lucratief contract. Overigens is Knack er niet in geslaagd veel publiciteit te werven voor zijn katern over de toekomst van de clan De Clerck. Een van de schaarse 'annoncen' die de inlassing moeten financieren, is een hele bladzijde over de eindejaarssfeer in de stad, betaald door ... stad Kortrijk.

Architectenkleur

In het Kortrijkse moeten de Knack-lezers de cover missen waarop een door watersnood bedreigde kleine zeemeermin van Kopenhagen staat onder de covertitel: "Wachten op de dijkbreuk". De toekomst van de Wereld, zoals die ter sprake komt op de Klimaattop in Kopenhagen, is in de Leiestreek "De toekomst van Kortrijk" geworden, geïllustreerd met vijf ernstig in de lens kijkende jonge talenten en een gewezen parlementair medewerker van ... Stefaan De Clerck. Die vertrouweling van de gewezen burgemeester is inmiddels communicatieambtenaar van stad Kortrijk geworden. Persvoorlichter is ie onder meer. "De tijd is rijp om weer met onze stad uit te pakken" zegt hij op pagina 11 van de inlassing. Komt de gepubliceerde 'informatie' (?) van hem?

Die 'informatie' is vooral en prominent een verheerlijking van de familie De Clerck. "Decennialang al drukt de familie De Clerck haar stempel op Kortrijk. Ook vandaag is die rol nog niet uitgespeeld", zo begint de aanhef van het hoofdartikel, Die aanhef is gezet in een overmaats lettertype voor slechtzienden. Wat volgt, is een herschrijving van de geschiedenis. Modieus afgedrukt in witte tekst op een arty-farty prent van Stefaan De Clerck zelf, in een decor met de tint van melkchocolade (architectenkleur!). Al het goede in Kortrijk is dank zij de clan op de Damkaai. Al het slechte is ondanks hun niet-aflatende ijver. 

Zo wordt het uitsluitend aan voormalig minister Albert De Clerck, vader van Stefaan, toegeschreven dat Kortrijk in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw Kortrijk uitgroeide tot "een walhalla voor bedrijven en shoppers". Allee toe. Wijlen burgemeester Ivo Joris Lambrecht zal zich draaien in zijn graf, om nog te zwijgen van al die andere politici - niet alleen van CVP/CD&V-strekking maar ook van de liberale, groene, eertijds Volksunie- en altijd hardnekkige socialistische oppositie -, bedrijfsleiders, vakbondslui en andere vertegenwoordigers van het middenveld enzovoort. Berten De Clerck zou de stichter zijn geweest van de intercommunale Leiedal; dat is manifest onwaar - veeleer is Leiedal een creatie geweest van het ACW.

Tuftingboer

En de onzin gaat in stijgende lijn. Zo zou het Berten De Clerck - die in werkelijkheid meer als ambassadeur van Kortrijk naar Brussel was weggestuurd dan op hem een beroep werd gedaan in de streek zelf - zijn geweest die de intercommunale Leiedal de hand vasthield om "nieuwe industriezones in te planten". Neen, dat was genoemde Lambrecht, als we die prestatie dan toch aan één persoon moeten toeschrijven.

En, schrijft de kwaliteitsredactie van Knack over die industriezones: "Toonaangevende ondernemingen vestigden zich in de regio". Weeral mis: het ging bijna uitsluitend om lokale verhuizingen. Bestaande ondernemingen verlieten hun stek in de binnenstad, zij trokken naar de buiten waar zij ettelijke hectaren goedkope landbouwgrond konden innemen. Hele studies zijn gewijd aan het fenomeen van de 'endogene groei' van het Kortrijkse bedrijfsleven. De bestaande bedrijven ontwikkelen zich, houden stand en reconverteren zich zo nodig, wat de sterktevan de streek is, maar kapitaal van elders is zeer uitzonderlijk.

Om het simpel te houden, schrijft Knack de grote tewerkstellingsgraad in het Kortrijkse dan ook maar toe aan "vooral de groep Beaulieu van Roger 'Boer Clerck' De Clerck - verre familie - ". "Destijds was het aangenaam leven in de Far West". Tja, en wij die dachten dat veruit de grootste werkgever in die tijd staaldraadproducent Bekaert Zwevegem was. En dat de textiel, de sector met nog altijd de meeste banen, draaide rond honderden KMO's van diverse grootte en pluimage, die met de tuftingboer uit Wielsbeke geen uitstaans hadden.

Pijnlijk

Knack maakt het nog absurder. Er wordt vastgesteld dat de economie in de jaren tachtig begon te sputteren en dat Kortrijk begon achterop te hinken "vooral omdat nogal wat bedrijven naar Moeskroen uitweken als ze wilden uitbreiden". Ach, wat de werkgelegenheid betreft, is Kortrijk al die tijd een van de sterkste regio's van het land gebleven. Als Kortrijk al achterop begon te hinken, betrof het de shoppingfunctie van de binnenstad; belangrijk voor het imago van de stad maar macro-economisch beschouwd zijn er belangrijker factoren.

Maar over die vermeende achteruitgang van Kortrijk in de jaren tachtig schrijft Knack: "Ook Albert De Clerck kon het tij niet keren, al deed hij een paar verdienstelijke pogingen." Pijnlijk, heel pijnlijk: in 1980 was de oud-minister al zes jaar overleden (1914-1974). De saga krijgt hier zelfs spookachtige allures.

Innovatie, creatie en design

Zo gaat dat coververhaal verder. Als Kortrijk zich heeft herpakt, is dat uitsluitend te danken aan Stefaan De Clerck en "zijn drie magische sleutelbegrippen: innovatie, creatie en design". Van alle andere politici in de stad - waarbij abstractie wordt gemaakt van een toch wel intens politiek leven en debat - krijgen slechts enkelen het voorrecht om vermeld te worden met een of andere nietszeggende quote. En als de niet-DeClercken er worden bijgesleurd, is het altijd zonder uitzondering in verband met de Kortrijkse superman. Zo wordt Vincent Van Quickenborne - ook federaal minister en zelfs meer op de foto in de pers - opgevoerd als zijnde "slimme gedoodverfde uitdager" van Stefaan De Clerck; alsof de blauwe spring-in-het-veld De Clerck zou nodig hebben om zich een politieke identiteit aan te meten.

En VOKA-baas Jo Libeer, van Wevelgem nochtans en dus geen insider, mag de clan helemaal heilig verklaren. Er worden hem twee curieuze verklaringen in de mond gelegd. 1. "Kortrijk moet een herhaling vermijden van wat zich al eens heeft voorgedaan: dat de stad na De Clerck lang moet wachten op een nieuwe persoonlijkheid met een project" - huidig burgemeester/stemmenkampioen Lieven Lybeer zal dat graag lezen. En onder het subtiele tussentiteltje "Wissel op de toekomst": "Stefaan is erin geslaagd om zijn voornaam bekend te maken. De vraag is of ook de volgende generatie De Clerck daarin zal slagen". Alsof Kortrijk daarop zit te wachten...

Helemaal erover is ten slotte de dubbele bladzijde gewijd aan "de volgende generatie De Clerck", zijn vijf kinderen. Na wat pramen noteert de interviewer: "Burgemeester van Kortrijk worden, dat zou mooi zijn".

Familie

Het is algemeen geweten dat de De Clercks altijd een voetje voor hebben in de persuitgiften van Roularta. Verwonderlijk is dat niet. De Roeselaarse uitgeverij van de familie De Nolf, Roularta, ontstond indertijd doordat de aanverwante families Claeys (machinebouw Zedelgem) en De Clerck het noodlijdende katholieke weekblad 'De Roeselaarse Weekbode' van de ondergang redden met de massieve inbreng van kapitaal en relaties.

Maar het zou een onderschatting zijn van hun zakeninstinct als zij die inlassing zouden publiceren zonder er winst op te maken. De vraag is wie of welke instantie de publireportage van de De Clercks heeft bekostigd. Hopelijk is dat niet stad Kortrijk, want dan zouden wij hier te maken hebben met een onmiskenbare afleiding van publieke middelen.

Eind januari 2009 keurde het stadsbestuur een 'advertentieovereenkomst' goed met Roularta. Het is een contract ten belope van bijna zestigduizend euro, voor advertenties in De Streekkrant, De Zondag en Steps. Maar uit datzelfde contract worden ook advertenties betaald in andere Roularta-uitgiften, zoals Het Kortrijks Handelsblad. Van dat bedrag vind je slechts een kleine 18.000 euro op de begroting omdat de rest wordt betaald uit de eigen kas van diverse stedelijke instellingen (die niettemin toch ook op stadsfondsen draaien) zoals Parko, Sport Plus, Cultuurcentrum, vzw Toerisme enzovoort.

Roulartacontract

Dat Roulartacontract - zoals het gemeenzaam wordt genoemd op het stadhuis - kwam er na een formele prijsvraag bij de concurrenten Atlas en Passe-partout. Voor de gunning aan Roularta werd onder meer rekening gehouden met de 'extra redactionele aandacht' die de geadverteerde activiteiten van de stad en de stad zelf zouden krijgen in de Roularta-publicaties. Overigens bedong Roularta zelf voor haar 'gunsttarieven' "een return" van de stad. Wat die wederdienst inhoudt, ben ik nog niet te weten gekomen.

Aan het Roulartacontract  ging een eerdere overeenkomst in 2008 vooraf. Toen ging het om 35.747 euro voor 43 advertenties.

Maar die lucratieve contracten zijn slechts een deel van de nauwe samenwerking tussen de uitgeverij van de families De Nolf-Claeys-De Clerck en stad Kortrijk. Zo mocht in volle aanloop tot de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 Knack het Begijnhofpark ontsieren met een grote publiciteitsboog voor ook een inlassing, "Knack covert uw stad". Die terbeschikkingstelling van het openbaar domein was gratis omdat het werd beschouwd als een wederdienst voor de publicatie over de stad.

In diezelfde sperperiode liet de stad - dossierbeheerder voormelde communicatieambtenaar - een Knack Special drukken voor de vele evenementen die in het najaar 2006 de stad "op de kaart zetten" (sic). Die Knack Special werd gedrukt op 200.000 exemplaren: 150.000 voor de reguliere Knack-oplage en de rest voor losse verspreiding door de stad. Totale kostprijs: dertigduizend euro, waarvan de stad er zowat 20.000 kon recupereren van sponsors, die evenwel soms ook schatplichtig waren aan de stad zoals 'Kortrijk 1302'.

Minimum aan objectiviteit

Opmerkelijk is hoe weinig reclame te vinden in in de De Clerck Special in de jongste Knack. Op bladzijde 8 staat een publireportage over de vliegtuigmaatschappij ASL van Philippe Bodson, op pagina 15 een annonce van Peugeot verwijzend naar zijn lokale distributeurs, en voorts een paar interieurzaken (anderhalve bladzijde) en vier eettenten (bijeen op een bladzijde). Gelukkig (voor Roularta) komt ook stad Kortrijk zelf over de brug, met een advertentie van een hele bladzijde over de eindejaarsactiviteiten in Kortrijk onder de noemer 'Eiland van licht'.

Ik weet niet hoeveel de stad betaalt voor die advertentie in de publicitaire De Clerck-inlassing in Knack. Maar gezien de lucratieve samenwerking van Roularta met de stad, zou men toch van de uitgeverij een minimum aan objectiviteit en onpartijdigheid mogen eisen in wat zij over haar zakenpartner publiceert. Die deontologische terughoudendheid is hier flagrant met de voeten getreden. Draagt het stadsbestuur hierin enige verantwoordelijkheid?

20:11 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

Commentaren

Wie leest nu nog in de Knack? Vanaf het begin (60'er) was Knack onbetrouwbaar en drukte per essay meestal slechts de mening uit van èèn persoon.

Het magazine is totaal afhankelijk van de mammon.

Ik noemde het sinds zeer lang : voor de conciërge en voor de wachtzalen. Wat onaangenaam uitgedrukt is maar metaforisch juist.


Ik zou er dus nooit commentaar op geven!

Hebben politici die juiste moed?

Gepost door: Louis Lagae | 06-12-09

Tja, het is niet de eerste keer dat Knack over de schreef gaat. Ik zou zeggen: Links laten liggen die
troep!
MVG
Adelbert, kunstenaar/nachtburgemeester.

Gepost door: Adelbert, kunstenaar/nachtburgemeester | 07-12-09

Boekske Knack is al heel lang geleden een boekske geworden.

Gepost door: walter maes | 11-12-09

De commentaren zijn gesloten.