23-11-09

Wanneer publieke discusie over de grootstedelijke ambities van Kortrijk?

vervolg

11:24 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-11-09

Kortrijks stadsbestuur scheldt AZ Groeninge 60.000 euro watertaks kwijt voor 2009

AZ Groeninge eerste faseOp het einde van het jaar 2009 wil het stadsbestuur van Kortrijk nog vlug de watertaks - gemeentelijke saneringsbijdrage op de waterfactuur - wijzigen voor grootverbruikers, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2009. In totaal gaat het om een mindere jaarinkomst van zowat 255.000 euro (op basis van de verbruikscijfers van 2008). Van de 29 instellingen en firma's die meer dan 6.000 m³ drinkwater per jaar verbruiken, zijn veruit de grootste verbruikers het industriële wasbedrijf Malysse NV en het gefuseerd Algemeen Ziekenhuis Groeninge. De vier aparte ziekenhuiscampussen doen met de nieuwe regeling zowat 60.000 euro per jaar profijt. De twee grootste verbruikers krijgen meer dan de helft van het voordeel van alle begunstigden samen. Een andere opvallende begunstigde is de brouwerij Bockor, waarvoor het 10.000 euro per jaar scheelt. Misschien worden de pintjes wel goedkoper. Voor de gezinnen verandert er niets aan de in 2008 fors opgetrokken gemeentelijke taks op de waterfactuur. Ook voor het komende jaar blijft die watertaks even hoog. En vandeweek besliste het stadsbestuur (CD&V-OpenVLD) om de gemeentelijke personenbelasting en onroerende voorheffing voor volgend jaar eveneens op hun hoge peil (7,9% en 1.750 opcentiemen) te behouden.

Vermindering voor grootverbruikers

Een gezin in Kortrijk betaalt in 2009 op iedere m³ kraantjeswater 1,222 euro extra, die naar de stad gaan. Dat is dus een vermomde belasting, op een basisbehoefte bovendien. Die belasting (in het administratietaaltje genaamd: de 'bijdrage voor opvang en transport' of BOT) is op 1 mei 2008 opgedreven tot het hoogst toegestane bedrag. In 2008 bedroeg het BOT-tarief 1,1851 euro per m³.

Bedrijven en instellingen waren tot heden onderworpen aan hetzelfde tarief. Daar wil het stadsbestuur nu verandering in brengen. Bedrijven en instellingen die meer dan 6000 m³ leidingwater per jaar verbruiken, zullen voor het gedeelte boven de 6000 m³ nog slechts de helft van die stadsbelasting moeten betalen (0,6111 euro per m³ in 2009). Het stadsbestuur, CD&V-OpenVLD, wil die belastingsvermindering voor grootverbruikers zelfs met terugwerkende kracht laten ingaan vanaf 1 januari 2009.

Die beslissing - die nog moet worden voorgelegd aan de gemeenteraad - is om te beginnen in strijd met de logica dat de vervuiler betaalt voor zijn volle aandeel in de vervuiling. Maar gezien de voorgeschiedenis van die BOT-taks had men veeleer mogen verwachten dat het de bijdrage van de gezinnen was die werd verminderd!

Het lage tarief van weleer

Tot 1 mei 2008 hanteerde Kortrijk voor de gezinnen het laagste BOT-tarief van heel West-Vlaanderen, 0,6 euro per m³. Dat lage tarief gold sinds 1 januari 2006. Het was te danken aan het hardnekkige verzet van de socialisten die tot 2007 in de meerderheid en het stadsbestuur zaten. Van CD&V-kant is er voortdurend geprobeerd om die vermomde belasting op te trekken tot een veel hoger bedrag.

Pas vanaf 2005 verplichte de Vlaamse overheid steden en gemeenten hun drinkwatertaksen te koppelen aan de waterfactuur. In Kortrijk was er tot dan een eigen stedelijke belasting op het stadsrioolnet. Die belasting, gekoppeld aan het kadastraal inkomen, bracht tot 2004 jaarlijks 4,3 miljoen euro op. Toen besliste de Raad van State dat die koppeling onwettig was. Vanaf dan werd het een forfaitaire belasting. Zie mijn stuk van 13 december 2005. Op aandringen van de sp.a bleef die belasting beperkt tot 1,5 miljoen euro. Dat was een fameuze belastingsvermindering. Toen al drong men er bij CD&V op aan om die belasting op het vroegere peil te houden.

En zoals gezegd werd die riooltaks vanaf 2005 vervangen door die bijdrage op de waterfactuur. Zie mijn stuk van 6 januari 2006. Ook bij die gelegenheid wou men van CD&V-zijde, schepen Alain Cnudde, het tarief zo optrekken dat men weer die 4,3 miljoen euro per jaar kon ophalen bij de gezinnen. De sp.a heeft zich daar hard tegen verzet. In 2006 bracht die bijdrage 1,4 miljoen euro op; in 2007 1,665 miljoen euro. Overigens werd de minontvangst voor de stad grotendeels goedgemaakt door de invoering van een stadstaks op het verspreiden van reclamefolders (een taks waaraan de KMO's ontsnappen!).

De dure taks sinds 1 mei 2008

Op de gemeenteraad van 14 april 2008 slaagde de CD&V dan uiteindelijk toch in haar jarenlange betrachting. Met tal van argumenten die er niet toe deden, liet men de meerderheid een verhoging van de stadstaks op de waterfactuur goedkeuren tot het maximum dat de Vlaamse overheid toeliet. Met ingang van 1 mei 2008. Hoewel in 2008 dus nog voor een derde van het jaar de oude, zeer lage tarieven golden, bracht de taks in dat jaar toch direct al 2,4 miljoen euro op.

Over de tumultueuze invoering van dat hoogste watertakstarief schreef ik toen een stuk. Je zult merken dat ik er op dat moment van uit ging dat de grootverbruikers korting gingen krijgen. Dat was ons in de gemeenteraad zo verkeerdelijk meegedeeld door het stadsbestuur. In feite was het tarief voor alle verbruikers hetzelfde. Dat wil het stadsbestuur dus nu 'rechtzetten'.

De begunstigden

Er zijn in Kortrijk een kleine veertig bedrijven en instellingen die meer dan 6000 m³ leidingwater per jaar verbruiken en na gebruik door de riool jagen. Let wel, bedrijven en instellingen die zelf water uit de bodem oppompen - water dat eigenlijk van iedereen is! - en dat na gebruik lozen, moeten ook taks betalen, zowel de stedelijke BOT als de Vlaamse saneringsbijdrage.

Spontaan zou je denken dat het vooral textielbedrijven zijn die veel water verbuiken. Maar de realiteit is anders. Grootste afvalwaterlozer in 2008 was de industriële wasserij Malysse NV (133.970 m³ - zie ook mijn eerder stuk over de lovenswaardige milieu-inspanningen van de firma). Tweede grootste grootverbruiker was het algemeen ziekenhuis Groeninge (de vier campussen bijeengeteld) met 122.439 m³. Beide grootverbruikers consumeren meer dan een derde van alle grootverbruikers samen (644.000 m³). Door de nieuwe regeling moet Malysse 79.000 euro minder betalen voor zijn waterfactuur en de gefuseerde ziekenhuizen samen 60.000 euro minder. De totale geste aan alle grootverbruikers samen zal zowat 255.000 euro bedragen.

Andere grootverbruikers zijn het textielbedrijf Stock & Courtens (43.763 m³, voor de helft zelf opgepompt) en de brouwerij Bockor (een factuur van de Vlaamse Milieumaatschappij gebaseerd op een lozing van 22.342 m³). Bockor is een bijzonder geval omdat het bedrijf een deel van het drinkwater omzet in bier (nogal wiedes!), dat pas in de riolering terechtkomt nadat het door zovelen is gedronken. Het verbruik van Bockor (31.000 m³) is dus groter dan de lozing door het bedrijf zelf. Het voordeel dat Bockor maakt door de geplande vermindering van de stadstaks op de waterfactuur is: 10.000 euro. Ik vrees dat dit niet genoeg zal zijn om de pintjes goedkoper te maken...

Overigens bestaat een groot deel van de grootverbruikers uit stedelijke instellingen zoals het OCMW en de zwembaden.

De niet-begunstigden

Die gunstiger taxatie op de waterfactuur van de grootverbruikers komt bovenop de al gunstiger kostprijs van hun leidingwater. Gezinnen en al wie minder dan 6000 m³ kraantjeswater afneemt, betalen 1,58 euro per m³. Wie meer afneemt betaalt voor die extra m³ slechts 1,36 euro per m³. En genoemde firma's Malysse en Bockor krijgen een speciale soort water geleverd voor hun fabricage: grijswater. Dat grijswater kost maar 0,65 euro per m³.

De vermindering van de watertaks voor de grootverbruikers wordt dus niet gekoppeld aan een vermindering van die taks voor de gezinnen. Het stadsbestuur besliste overigens vorige week ook om evenmin de aanvullende personenbelasting (7,9%, een van de hoogste tarieven van Vlaanderen) en de opcentiemen op de onroerende voorheffing (1.750 opcentiemen) te verminderen. Nochtans zit Kortrijk absoluut niet in financiële problemen. Eerder liet gewezen burgemeester Stefaan De Clerck zich ontvallen dat de bevolking op belastingvermindering zal moeten wachten tot 2011, het jaar voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen.

17:05 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-11-09

't Is soms rap verdiend in Kortrijk!

Leieboot 11

Zouden er veel stadsambtenaren zijn die netto zoveel per maand verdienen (3200 euro)? Een genodigde op een workshop over de ontwikkeling van de Leieoevers - door de verbredingswerken kaal geslagen - kreeg zo een bedrag als 'zitpenning' voor 1 dag (enkele uren aanwezigheid). Overigens was die workshop georganiseerd in de grootste discretie en is het niet geheel duidelijk in welk beleidskader hij past. Buiten de elf streng geselecteerde deelnemers waren er niet veel op de hoogte van dat initiatief in Kortrijk, zelfs geen enkel gemeenteraadslid buiten die ene schepen en misschien zijn collega's in de CD&V-OpenVLD-bewindsploeg op het stadhuis.

Omdat het verslag van dat onderonsje in een achterkamer van het Ondernemerscentrum toch wel een interessant licht werpt op bepaalde ideeën over de verdere stadsontwikkeling, wijd ik er een apart stuk aan.

Honorarium

Stad Kortrijk is een stipte betaler. Op 22 oktober jl. was er een workshop. Op 29 oktober viel er een factuur in de brievenbus van het stadhuis van een van de deelnemers die een honorarium wilde. En nog geen week later, op 4 november, besliste het stadsbestuur om het gevraagde zonder verpinken uit te betalen.

Punt 22 van de officiële notulen van de vergadering van het stadsbestuur (CD&V-OpenVLD) op 4 november 2009 is even beknopt als verstommend: "Het college beslist: Aan AWG architecten cbva uit Antwerpen en dit tot deelname van de heer architect Bob [sic] Van Reeth aan de worhshop [resic] van 22 oktober 2009, een honorarium uit te betalen van € 2.542,50 (exclusief BTW) en de verplaatsingskosten voor 200km aan € 0,35 per km.". Reken daar even de BTW bij (21%), 534 euro, plus 70 euro verplatsingskosten en het totale bedrag van de factuur bedragt 3146,50 euro.

De workshop in kwestie was een vergadering van 1 dag (22 oktober 2009 - 't kan ook een halve dag zijn geweest), resulterend in een verslag van 1 DinA4 recto/verso.

Leie-oevers

Volgens de titel van de nota aan het stadsbestuur ging het over de 'Leieboorden in Kortrijk'. Dat is de gebruikelijke naam van de oevers van de Oude Leie die onder de Broeltorens passeert. Bij nader toezien ging het evenwel over de verbrede, rechtgetrokken - en kaal geslagen - oevers van de 'nieuwe Leie': "de ontwikkeling van nieuwe sites naar aanleiding van de Leiewerken".

De workshop blijkt volgens het verslag, dat ik als gemeenteraadslid heb opgevraagd, een initiatief te zijn van schepen voor Stadsontwikkeling Wout Maddens (OpenVLD). Hij bracht een select gezelschap bijeen: zoals gezegd gewezen Vlaams bouwmeester bOb Van Reeth, architect Bart Biermans van HUB-architecten, architect en veel gevraagd jurylid Bernard Wittevrongel, professor aan het Institut supérieur d'Architecture Saint-Luc de Wallonie - Doornik, stadsingenieur Frans Van Den Bossche, directeur Stadsplanning en -ontwikkeling Filip Canfyn, Peter Tanghe van dezelfde directie, verantwoordelijke voor onder meer de uitwerking van het ruimtelijk structuurplan Kortrijk-Weide, voormelde schepen Wout Maddens en zijn kabinetschef Pol Hiergens, en de stedenbouwkundige bollebozen van de intercommunale Leiedal Griet Lannoo, Wilfried Vandeghinste en Maarten Gheysen. Stadsurbaniste An Verstraeten en Leiedaldirecteur Karel Debaere waren ook geïnviteerd maar konden niet komen.

Op een volgende bijeenkomst, in februari 2010, neemt het werkgroepje wellicht de boot om de Leie-oevers ter plekke te gaan bekijken.

Merkwaardig

Die 'workshop is in meer dan een opzicht merkwaardig. inhoudelijk neemt het kransje stedenbouwkundigen - de top op Kortrijks niveau - een bocht ten opzichte van het huidige beleid. Men blijkt zich te verwijderen van de opties die de stempel dragen van gewezen burgemeester Stefaan De Clerck. Maar daarover meer in een volgend stuk.

Merkwaardig is ook de selectie van de deelnemers. Er ontbreken enkele voor de hand liggende namen. Ook merkwaardig is de bijna complotachtige discretie waarin die workshop werd gehouden. En natuurlijk springt het 'topniveau' van het honorarium van bOb Van Reeth in het oog.

Gage

Het is niet duidelijk of die hoge gage op voorhand was afgesproken. Voor bOb Van Reeth is Kortrijk geen onbekend terrein. Zo ontwierp hij het prachtige maar heel exclusieve flatgebouwencomplex 'Leieboorden' met inbegrip van een nieuw stadsplein, het Guldenbergplantsoen. Zie mijn eerder stuk daarover. In zijn plaats zou een architect de deelname aan een dergelijke workshop beschouwen als prospectie, als een deur naar mogelijke opdrachten.

Maar misschien knelt hier wel het schoentje. de workshop eindigde met uitzicht op eventuele opdrachten - als de rest van het stadsbestuur even wil akkoord gaan - voor de intercommunale Leiedal en HUB-architecten. Maar niets voor de top-referentie uit Antwerpen. "Als 't zo zit, schrijf ik een factuur uit!" zou een spontane reactie kunnen zijn geweest. Als het inderdaad zo zit, getuigt het niet erg van een zakelijke ingesteldheid van het stadsbestuur om die overdreven factuur zomaar te betalen.

Overigens wordt de naam van de gewezen Vlaamse bouwmeester in het verslag van de workshop geen enkele keer vermeld, in tegenstelling met die van collega's die een uiteenzetting hadden voorbereid.

Het presentiegeld van Van Reeth wordt betaald uit de begrotingspost nr. 93020/122.01 'erelonen en vergoedingen voor expertise'. Die begrotingspost bedraagt voor heel het jaar 4200 euro. Na de betaling van AWG schiet daar niet veel meer van over voor andere expertises.

Discretie

In het lijstje van de deelnemers is het opmerkelijk welke namen ontbreken. Waarom is de huidige Vlaamse Bouwmeester, Marcel Smets (site) niet uitgenodigd. Ook voor hem in Kortrijk geen onbekend terrein: hij fungeerde samen met Justitieminister Stefaan De Clerck in de jury van de architectuurwedstrijd voor een bibLLLiotheek van de toekomst in Kortrijk (zie mijn eerder stuk). Wie ook ontbrak, was vedette-architect Stéphane Beel, ontwerper van de Tacktoren en auteur van een masterplan voor Kortrijk-Weide in opdracht van genoemde De Clerck. En waarom is het Stadsontwikkelingsbedrijf SOK - nog steeds onder het voorzitterschap van Stefaan De Clerck -  buiten die workshop gehouden? Als het van de gewezen burgemeester afhangt, is het namelijk het SOK dat de acht hectare van Kortrijk-Weide, gelegen op een Leieoever, zou moeten ontwikkelen. Het ziet ernaar uit dat heel het netwerk van Stefaan De Clerck geweerd is.

Is er sprake van een complot? En staat heel het stadsbestuur en heel de meerderheid daar wel achter? Het is in elk geval opvallend hoe discreet die workshop is georganiseerd. Met dat klein gezelschap kon men perfect vergaderen in het oude of nieuwe stadhuis, maar men verkoos uit te wijken naar het Ondernemerscentrum aan de overkant van de Leiestraat (site). Tot de organisatie van die workshop is niet besloten door het stadsbestuur; daarover was dan ook niets op voorhand te vinden in de notulen van het schepencollege en dus ontsnapte het initiatief compleet aan de democratische controle van de gemeenteraadsleden. Zij wisten werkelijk van niets. 

Leieboot 2

00:08 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (8) |  Facebook |

16-11-09

Ook in Kortrijk blijven gas en elektriciteit te duur

gasel2

De gemiddelde gas- en elektriciteitsrekening van de Kortrijkse gezinnen kon 100 euro per jaar goedkoper zijn geweest. Het stadsbestuur beschouwt het beheer van de leidingen - een opdracht van de steden en gemeenten - immers als een bron van gemakkelijke inkomsten in plaats van als een dienstverlening aan de bewoners. In de gemeenteraad van november werd een beslissing genomen die dat beleid van dure stroom en gas voortzet. De oppositie stemde tegen.

Ontvlechting

Kortrijk is aangesloten, als belangrijkste aandeelhouder na Electrabel-Suez, bij Gaselwest. Gaselwest groepeert het gemeentelijke beheer van de leidingen van gas en elektriciteit van de aangesloten gemeenten. Ongeveer de helft van West-Vlaanderen is bij Gaselwest dat ook in een stuk van Oost-Vlaanderen en zelfs in enkele gemeenten van Henegouwen werkzaam is. Gaselwest is een gemengde intercommunale; dat wil zeggen dat er ook privé-kapitaal in zit, namelijk van Electrabel-Suez. Electrabel-Suez is evenwel zelf een producent en leverancier van elektriciteit en gas.

Enkele jaren geleden is er op Europees bevel begonnen aan de 'ontvlechting' tussen de levering van energie en het beheer van de leidingen. Tot dan had Electrabel het feitelijke monopolie van die leveringen. En aangezien Electrabel ook hoofdaandeelhouder was in tal van leidingen-intercommunales (chic woord: distributienetbeheerders) kon het op die leidingen alle concurrentie weren. Niet voor niets beta(a)l(d)en de Belgen meer voor hun stroom en gas dan in andere landen.

In het Vlaamse Gewest is het Steve Stevaert geweest die de vrijmaking van de energiemarkt op gang heeft gebracht. Er is een scheiding gekomen tussen het beheer van de leidingen en de levering van energie. Tot dan was het bij de gemengde intercommunales een werkmaatschappij van Electrabel die in feite de leidingen beheerde en onderhield. De gemengde intercommunales zoals Gaselwest waren niets meer dan lege organisaties. Sindsdien hebben die intercommunales - met overname van het grootste deel van het Electrabelpersoneel dat die taak vervulde! - een eigen werkmaatschappij moeten oprichten: Eandis. Tal van maatregelen zijn door de Vlaamse overheid opgelegd aan Gaselwest en co om mogelijke concurrenten van Electrabel zonder discriminatie toe te laten op hetzelfde leidingennet. Sindsdien kunnen de gezinnen hun leverancier kiezen.

Inkomstenbronnen

In die gemengde intercommunales hebben de steden en gemeenten hun aandeel in het kapitaal moeten optrekken van 50 naar 70%. Electrabel heeft aan de gemeenten aandelen moeten verkopen tot het nog slechts 30% overhield. De gemeenten hebben Electrabel daarvoor vergoed met opgespaarde winstdeelnames in Gaselwest. De steden en gemeenten beschouwen immers van oudsher die intercommunales als inkomstenbronnen. Dat is een van de redenen waarom gas en elektriciteit in ons land zo duur zijn. Een deel van de energiefactuur die u elke maand betaalt, bestaat uit doorgerekende kosten van het leidingenbeheer, de prijs van Gaselwest dus. Het andere deel van uw factuur gaat naar de energieleverancier die u hebt gekozen (Electrabel, Nuon, Essent, Luminus, Ecopower en andere).

Beseft u wel dat er slechts één net van gas- en stroomleidingen aanwezig is in onze streken. De intercommunales hebben dus een feitelijk monopolie. Zonder controle zouden ze hun prijzen kunnen bepalen zoals ze dat zelf willen. Daarom heeft de hogere overheid een waakhond aangesteld, de CREG (Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas). De intercommunales zoals Gaselwest moeten aan de CREG hun prijzen ter goedkeuring voorleggen. Zij moeten bewijzen dat die prijzen redelijk zijn.

Juridische raid

Jaren aan een stuk vond de CREG de ingediende prijzen fel overdreven. Dat heeft geleid tot tientallen peperdure processen aangespannen door de intercommunales. De gemeentelijke vertegenwoordigers in de raden van bestuur van die intercommunales hebben die processen veelal gesteund. Het ging immers zogezegd over de grootte van de deelnames van de gemeenten in de winsten. Daarbij verloren die vertegenwoordigers van de gemeenten uit het oog dat Electrabel evengoed mee deelde in die winsten. En bovendien gaat het om winsten gemaakt ten koste van de verbruikers, de gezinnen.

Uiteindelijk heeft de CREG die processen verloren. Er steeg een groot gejuich op bij de steden- en gemeenten-aandeelhouders van Gaselwest en co. De prijzen konden eindelijk worden opgetrokken. De resultaten voor de gezinnen zijn gekend: In 2008 betaalde een gemiddeld gezin al 80 euro meer en in 2009 is daar nog eens 20 euro bij gekomen. Eigenlijk ging het dus om een juridische raid van de gemeentebesturen tegen hun eigen bevolking!

Als extra gemeentebelasting zou 100 euro per jaar voor elk gezin een aanzienlijke belastingsverhoging betekenen. Nu betalen die gezinnen dat ook zonder dat ze het beseffen, in hun elektriciteits- en gasfactuur. In dit geval is het voor de stad eveneens een heel dure belastingsverhoging aangezien de stad van die 100 euro slechts een kleine fractie binnenkrijgt.

Winstbewijzen

Nu stond op de vorige gemeenteraadszitting (9 november 2009) een statutenwijziging van Gaselwest op de agenda. Bij nader toezien ging het om een voorstel om Gaselwest de toestemming te geven 'winstbewijzen' uit te geven: aandelen zonder stemrecht. De intercommunale zegt vers kapitaal nodig te hebben om nieuwe investeringen te doen (slimme meters bijvoorbeeld).

In de gemeenteraad heb ik betoogd dat daarvoor geen winstbewijzen nodig zijn. In de prijzen die Gaselwest hanteert, is er zeker rekening mee gehouden dat men middelen moet verzamelen om te investeren en te vernieuwen. Bovendien kan men ook lenen als men wil investeren. Dan hoeft men alleen de leningslasten door te rekenen in de factuur aan de verbruiker. 

Het inzamelen van eigen kapitaal door winstbewijzen te verkopen is ook een middel om aan investeringsmiddelen te geraken, maar het is een heel duur middel, duurder dan lenen bijvoorbeeld. De klemtoon ligt immers op het vergoeden van de aandeelhouders in plaats van op het beperken van de kosten van de onderneming. En zelfs al gaat 70% van de verdeelbare winst naar de gemeenten (30% blijft nog altijd naar Electrabel-Suez gaan), dan nog is dat een heel dure inkomstenbron voor wie het uiteindelijk moet betalen: de gezinnen, afnemers van stroom en gas.

Controlebelang

Ik zie in die nieuwe winstbewijzen ook een middel om de aanwezigheid van Electrabel-Suez in de gemengde distributienetbeheerder Gaselwest te bestendigen. Normaal moet Electrabel tegen 2018 uit al die gemengde beheerders van stroom- en gasleidingen verdwenen zijn. Dat is de laatste stap in de ontvlechting van leveranciers en distributienetbeheerders die door Europa wordt geëist. Het zijn de gemeenten die Electrabel daarvoor gaan moeten uitkopen. Nu al zeggen bepaalde woordvoerders van de gemeenten dat zij het geld niet zullen hebben om die zware investering te doen.

Volgens schepen Guy Leleu (CD&V), vertegenwoordiger van stad Kortrijk in Gaselwest, is er afgesproken dat Electrabel geen van die winstbewijzen zal kopen; ze zouden alle naar de steden en gemeenten gaan. Die afspraak is evenwel nergens te vinden in de aanpassing van de statuten. Die statuten geven Electrabel ten volle het recht om tot 30% van die winstbewijzen op te kopen. Als Electrabel dat doet, gaan de gemeenten nog meer geld tegen 2018 moeten zien bijeen te schrapen om Electrabel uit te kopen.

Ook is het eigenaardig dat er nu plots winstbewijzen worden gecreëerd; dat zijn eigenlijk aandelen zonder stemrecht. Als Electrabel dan toch niet wil meedoen, waarom heeft men er dan niet gewoon nieuwe aandelen van gemaakt? Het zou de gemeenten goed uitkomen als zij de overname van het Electrabelkapitaal in Gaselwest stap voor stap zouden kunnen doen. Meer nog: als het tot een verhouding komt van 75 tegen 25% (in plaats van 70/30 zoals nu), dan verliest Electrabel zijn controlebelang en zouden de gemeenten veel vrijer hun energiebeleid kunnen aanpakken. Met die winstbewijzen als tussenstap is die machtsovername op de lange baan geschoven.

Toch heeft de meerderheid van CD&V en OpenVLD die aanpassing van de statuten van Gaselwest goedgekeurd. Dat is niet in het voordeel van de Kortrijkse gezinnen.

13:50 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

07-11-09

Historische magazijnen aan de vaart Kortrijk-Bossuit worden exclusieve woningen

schaeken 1

In de Kortrijkse Groeningekaai wordt een half verknoeide en bijna ingestorte binnenhavenloods van 140 jaar oud gered en in zijn oorspronkelijke glorie hersteld. Een private investeerder laat de magazijnen opdelen in acht exclusieve woningen, uitkijkend op de Vaart Kortrijk-Bossuit. De historisch verantwoorde restauratie gebeurt volgens strikte regels opgelegd door de stedenbouwkundige administratie van stad Kortrijk en wordt nauw opgevolgd door de afdeling Onroerend Erfgoed van het Vlaamse ministerie RWO. De officiële bescherming van bouwkundig erfgoed wordt door de eigenaars meestal ervaren als een zware last. Dit geval bewijst dat precies de erfgoedwaarde het pand waardevoller maakt. Als het niet beschermd was, had het waarschijnlijk al lang plaats gemaakt voor een flatgebouw van twaalf in een dozijn. Dank zij de bescherming kunnen er nu unieke en sfeervolle woningen komen.

Chaufagist Wim Ampe (specialist vloerverwarming) van Vichte heeft van het Kortrijkse stadsbestuur een vergunning gekregen om de oude magazijnen Groeningekaai 14+ te verbouwen tot 8 woningen. Aan de verbouwvergunning zijn evenwel heel uitgebreide voorwaarden verbonden. Het pand is immers beschermd als monument, hoewel de erfgoedwaarde zwaar is aangetast door eerdere onoordeelkundige ingrepen.

Dijkendelvers

Het pand, een lang magazijn, dateert uit de eerste jaren nadat de vaart Kortrijk-Bossuit was gegraven. De uitgraving van die nieuwe waterweg was halverweg de negentiende eeuw een soort sociale-economieproject. Op het einde van de jaren 1840 was onze streek in een zwarte crisis gedompeld - de textielbazen hadden het vertikt tijdig over te schakelen op mechanisering -; tot de helft van de actieve bevoling leefde van openbare steun. Een programma van investeringen in nieuwe waterwegen kon tijdelijk honderden 'dijkendelvers' aan het werk helpen.

Een kanaal dat de Bovenschelde met de Leie verbond, betekende een inkorting met 130 km voor de aanvoer van steenkool, Doornikse steen en kalk; de boten moesten de omweg niet meer maken over Gent. Toch werd er nog jaren gebakeleid over de wenselijkheid en het beste traject voor een kanaal Schelde-Leie. Het moeilijkste probleem was dat er tussen beide waterlopen een heuvelrug lag, die alleen te overwinnen was met heel wat sluizen en andere kunstwerken (o.m. een watertunnel, de 'sousterrain' van de Keiberg in Moen, in de jaren 70 afgegraven).

Uiteindelijk werd gekozen voor een tracé tussen Bossuit aan de Schelde en textielcentrum Kortrijk aan de Leie. De graafwerken gingen van start in 1857 en werden voltooid in 1861. Het oorspronkelijke kanaal was met zijn 16,5 km enkele honderden meter langer dan nu (15,4 km). Door een rechttrekking van de Leie werd er een stukje van afgeknipt en mee gedempt met de Leiekronkel die thans het Koning Albertpark vormt.

De graafwerken werden helemaal manueel uitgevoerd, door 1.100 arbeiders met pioche, spade, schop en kruiwagen. De arbeidsomstandigheden moeten erbarmelijk zijn geweest; verschillende gravers verloren het leven, onder meer bij grote verzakkingen. Zie ook mijn eerder stuk.

Schaeken

Toch is het project winstgevend geweest voor het consortium van banken en aannemers dat het uitvoerde. Een van de bazen van dat consortium was Pieter Schaeken, afkomstig van Oostende, en een van de grootste aannemers van spoorwegenaanleg van het land. Hij was zo slim dat hij zijn familie de hele vaartoever op Kortrijks grondgebied achter de Stasegemsestraat en tot aan de Gentsesteenweg liet opkopen nog voor zijn graafploegen zo ver waren geraakt. Zodra er water stond in de nieuw gegraven vaart ter hoogte van zijn familie-eigendommen, waren die gronden op korte tijd zoveel meer waard. Het domein werd te gelde gemaakt door het stelselmatig te verkavelen. De straat die de percelen ontsloot kreeg van het stadsbestuur de naam 'Schaekenstraat'.

Groeningekaai 17

Diezelfde Pieter Schaeken bouwde in het vooruitzicht van een industriële ontwikkeling op de oevers van de nieuwe vaarweg een complex van binnenhavenopslagplaatsen in de Groeningekaai. Een paar jaar na de voltooiing van het kanaal bouwde hij in 1863 een dwars op de Groeningekaai ingeplant magazijn (thans Groeningekaai nr. 17) in ... Doornikse kalksteen. Precies voor de aanvoer van dergelijk kostbaar bouwmateriaal was de vaart Kortrijk-Bossuit gegraven!

Dat langgestrekte gebouw werd in 1870 weggestopt achter een tweede magazijn dat aan de Groeningekaai zelf werd gebouwd. Maar je kan het bewonderen vanuit het gat in de straatwand van de Vaartstraat (nr. 130). Het heeft de allure van een middeleeuwse, bijna romaanse kloostergang met zijn "opeenvolgende parallelle beuken met puntgevel met topstuk, doorboord door grote rondbogige poortopeningen deels later verbouwd tot vensters". Zo staat het beschreven in de officiële Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed. Het interieur wordt gekenmerkt door "een uitzonderlijke dakconstructie bestaande uit standvinken die de trekbalken ondersteunen waarboven de gordingenkap met steeksschoren ligt". Het gebouw is beschermd als monument en heeft intussen een zinvolle herbestemming gevonden door de vestiging van een decoratiebedrijf (Odilon Creations).

schaeken 2

Groeningekaai 14

In 1870 bouwde Pieter Schaeken een tweede stapelplaats, deze keer op de Groeningekaai (nr. 14) zelf en voorzien van een hefbrug (palang) om rechtstreeks schepen te kunnen lossen en laden vanuit het magazijn over de Groeningekaai. Die stalen hefbrug is enkele jaren geleden gedemonteerd, maar in de gevel zijn boven elk laadluik nog de katrollen te zien.

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed heeft woorden te kort om het merkwaardige - "zeer beeldbepalende" - pand te beschrijven: " Langgestrekt bakstenen volume onder zadeldak bekleed met zwarte en rode Vlaamse pannen. Gevelritmering door de dakvensters met puntgevels die de lijstgevel doorbreken. Rondbogige laadluiken met erboven lichtgleuf en behouden katrol. Aflijnende lisenen rustend op bakstenen consooltje in de vorm van een omgekeerde ziggurat. Aflijnende geprofileerde bakstenen lijst. Hoeken gemarkeerd door pilasters. Begane grond in oorsprong geritmeerd door rondbogige muuropeningen".

schaeken 4

Jammer genoeg is het gebouw erg verminkt. De officiële bescherming dateert pas van 2005 (door Vlaams minister Paul Van Grembergen, Spirit) en daarvoor was er weinig waardering voor de erfgoedwaarde van de oude - zwart van het roet - magazijnen. Zonder rekening te houden met de oorspronkelijke rondbogige toegangspoorten werden  niet minder dan 21 garagepoorten in de gevel gewrongen onder knullig geplaceerde betonnen balken. Waar de magazijnen slechts waren ingedeeld in drie stapelplaatsen, zijn er om de garages af te bakenen willekeurig tussenwanden geplaatst. De verbouwingen waren zo amateuristisch dat het gebouw op instorten stond. Om dat te voorkomen werd een zware metalen stutconstructie tegen de gevel geplaatst. Kortom, het trok op niets meer.

De redding

Maar onverwacht komt dan toch de redding van dit interessante stuk industrieel patrimonium. Voormelde investeerder ziet er brood in om de magazijnen een nieuwe bestemming te geven en de gevels bovendien in hun oorspronkelijke glorie te herstellen. De klunzige garageboxen verdwijnen en maken plaats voor acht woningen, een onder elke dakkapel met herstel van de autenthieke rondbogige poortopeningen en ramen. De drie historische interne scheidingsmuren blijven behouden; de garagewanden in triplex en karton verdwijnen, en voor de opsplitsing in woningen komen nieuwe dwarse scheidingsmuren in de stijl van het gebouw. De bestaande mansardes in het dak worden behouden en hersteld. Bijkomende dakopeningen zijn niet toegelaten aan de kadekant; in de achtergevel mogen wel veluxramen (dakvlakramen) worden aangebracht. Zelfs de katrollen in de topgevels moeten behouden blijven.

schaeken 5

De woningen krijgen maximaal drie bouwlagen. Ook het oorspronkelijke gebouw had een zolderverdieping, en die ruimte onder het hoge dak kan blijkbaar nog in twee gedeeld worden. De hele verbouwing moet gebeuren onder toezicht van de administratie Bouwkundig Erfgoed. Om de herstelde eenheid van het pand te garanderen, moeten de toekomstige eigenaars van de woningen bij aankoop een overeenkomst ondertekenen. Door de ontwikkelaar moet daarvoor een 'zakelijk statuut' en een 'huishoudelijk reglement' uitwerken om het uniforme karakter van het totaalproject te vrijwaren. Een van de regels is dat er een jaarlijkse vergadering van de eigenaars wordt bijeengeroepen om het beheer en het gezamenlijke onderhoud van de acht woningen te organiseren.

Intussen kan men al een idee krijgen van hoe het wordt. Aan de kant van de Vaartstraat zijn op basis van een eerdere bouwvergunning al twee van de acht woningen in restauratie. De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed is vol lof over de gevel aan de Vaartstraat maar beschrijft die nog in zijn niet-gerestaureerde toestand: "fraai uitgewerkte puntgevel met blinde halfronde vensters en centrale rondboognis. Op de begane grond werden de halfronde vensters later toegemetst cf. verschillende kleur baksteen. Later toegevoegde garage onder latei. Deels vrijstaande achtergevel tussen de twee parallelle beuken (cf. plan) getypeerd door de boven de kroonlijst doorgetrokken puntgevel met topstuk, gekenmerkt door de rondboognissen en -vensters. Aflijnende pilasters met eenvoudig kapiteel. Centrale steekbogige poortdoorgang die de beide magazijnen verbindt".

schaeken 6

Ondertussen is de gevel onder de eerste twee puntgevels al hersteld. De toegemetste ramen zijn weer opengemaakt. De garagepoorten zijn verwijderd en de oorspronkelijke poortopeningen zijn herbouwd. En het roet is van de gevel gewassen. Het resultaat is prachtig. Beide woningen dienen dan ook als voorbeeld voor de andere zes.

Door het herstel van de erfgoedwaarde van dit industrieel-archeologisch patrimonium krijgen de acht woningen extra cachet. En bovendien is de ligging aan de waterkant mooi meegenomen. De buurt kan een dergelijke opkikker best gebruiken.

 

schaeken 3

12:44 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

06-11-09

Een avond lang Palestijns cultuurgeweld in Kortrijk

09:56 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-11-09

Het Kortrijks stadsbestuur laat AGB Buda twee bakstenen verleggen

noksteen 1

Het stadsbestuur van Kortrijk heeft vorige week (28 oktober 2009) wellicht de geheimzinnigste beslissing van zijn hele bestuursperiode genomen: punt 124, zijnde 'Plaatsen van een bankje op de Budatoren'. Dat 'bankje' blijkt te bestaan uit twee bakstenen, waarvan een in twee gekapt, met mortel bevestigd op de roofing van de dak-erker van de Tacktoren. Het is bedoeld als een kunstwerk van de all-round-self-made artieste Valentine Kempynck. De kunstenares heeft daarvoor zelf, begeleid door de technicus van het autonoom gemeentebedrijf Buda, de gewezen brouwerijtoren beklommen. Ze is daarmee niet aan haar proefstuk toe; op diverse plaatsen heeft zij de noksteen opnieuw uitgevonden. Het werkje is in zijn minuscuulheid vanop de begane grond onzichtbaar, maar het moet een eerbetoon zijn aan Limelight- en Budapionier Willy Malysse. Een 'bankje' voor de cultuuractivist die heel zijn leven met bankjes en banken overhoop heeft gelegen. Het staat niet vast of het agb Buda met deze investering de noodzaak van zijn bestaan heeft bevestigd.

Nokstenen

Valentine Kempynck is vorige vrijdag begonnen aan een kunstproject dat haar op tal van daken in de agglomeratie Kortrijk-Rijsel-Doornik moet brengen. Op landelijke woningen zie je in onze 'metropool' - elders niet? - traditioneel primitieve nokstenen. Op het nokuiteinde dat het meest te lijden heeft van wind en regen, plaats(t)en de bewoners vaak een verzwaring, om te voorkomen dat die uiterste nokpan zou wegwaaien. Soms is die verzwaring een beeldje of een sierelement. Maar meestal is het niet meer dan een paar op elkaar gemetste bakstenen. En daarop viel Kempyncks artiestenoog.

Eigenlijk is Valentine Kempynck vormgeefster en kostuumontwerpster voor theater, maar ze begeeft zich ook op het pad van de beeldende kusten. Haar nokstenenproject valt onder die noemer. Bij mensen die het willen, gaat zij persoonlijk nokstenen metsen. Van twee bakstenen uit de gevel kapt zij er een in tweeën. Die twee halve dragen de hele en vormen op die manier een 'bankje'. De kunstenares noemt haar nokstenen dan ook bankjes. Met de opdrachtgevers bouwt zij rond die bankjes een heel verhaal: ze zouden een plek geven aan overleden familieleden en vrienden om uit te rusten. Zij staat erop dat de huisbewoners haar ladder vasthouden terwijl zij metst.

BANKJE-2

Metropooldaken

En geregeld houdt Valentine Kempynck over die bankjes een lezing. Lees bijvoorbeeld wat zij vertelde op 5 maart 2009 in Dordrecht. In november volgend jaar komt zij met een dergelijk overzicht naar het grensoverschrijdende kunstenfestival NEXT. Dan zal zij verslag doen van alle bankjes die zij in Kortrijk-Rijsel-Doornik op de metropooldaken heeft achtergelaten. Haar plannen doet zij intussen al uit de doeken op het met Europese fondsen gefinancierde tweedaagse seminarie over "de rol van kunst en cultuur in interregionale samenwerkingsprojecten en programma's". Die studietweedaagse is op 27 en 28 november e.k. in de Budascoop en is een activiteit van het kunstenfestival NEXT 2009. Kempynck geeft een toelichting over haar bankjesproject bij het dessert van de werklunch op zaterdag 28 november.

Maar de kunstenares wou graag aan de deelnemers een concreet voorbeeld laten zien van een bankje. Na overleg met de staf van het agb Buda en cultuurschepen Christine Depuydt opteerde men voor de plaatsing van die een en twee halve bakstenen op de uitstekende erker op het dak van de Budatoren (ex-Tacktoren). Omdat zij er altijd een emotionele lading wil aan geven, wordt het bankje gewijd aan de overleden Buda- en Limelightpionier Willy Malysse. Fa, zijn weduwe, ging daarmee akkoord.

Dossier

Of de tocht van het plan door de Kortrijkse instellingen deel uitmaakte van het project, weet ik niet, maar die was indrukwekkend. Het gemeentebedrijf Buda produceerde een nota met als probleemomschrijving: "het betreft: twee halve bakstenen als steun voor èèn liggende baksteen erboven, vastgemaakt aan elkaar en aan de roofing zodat ze onmogelijk nog kunnen bewegen". Geruststellend voegt de nota daaraan toe: "veiligheid en stabiliteit van het platform is al gecheckt". En ten overvloede: "Het is de bedoeling dat het bankje permanent aanwezig blijft, maar het is zo minimaal dat het o.i. essentieel niets wijzigt aan het gebouw".

Aan directeur Filip Canfyn, van Stadsplanning en Ontwikkeling, werd voor alle zekerheid toch maar een officiële bevestiging gevraagd dat het plaatsen van dat bankje niet onderworpen was aan stedenbouwkundige vergunning. De directeur kon dat bevestigen. Derhalve kon het dossier naar het college van burgemeester en schepenen om een toestemming te bekomen. En op 28 oktober zei dat hoge college - in afwezigheid van betrokken schepen Depuydt - : OK. Op 30 oktober zat mevrouw Kempynck al met een Buda-technicus op het dak van de Tacktoren, evenwel niet eerder dan dat voor haar en de technicus een verzekering tegen de risico's van hoogtewerk was afgesloten. Kortrijk is een kunstwerk rijker!

Bankje

Alweer een realisatie van het autonome stadsbedrijf! Agb Buda is de uitbater van de verschillende kunst- en cultuurgebouwen van de stad op het eiland Buda. Het facilitair bedrijf mag niet worden verward met het Kunstencentrum Buda, dat zorgt voor de evenementen in die gebouwen en elders. Het agb werd opgericht in 2007 en presenteerde pas in de voorbije maand september zijn jaarverslagen en -rekeningen.

Dat gaf de gelegenheid aan Bart Caron, gemeenteraadslid van de progressieve fractie (sp.a, Groen! en slp) om als lid van de raad van bestuur van agb Buda eventjes zijn hart te luchten. Hij getuigde vlakaf dat het bedrijf vierkant draait: "Wat heeft het gerealiseerd in twee jaar? Niets, niente, rien, nothing". Volgens Caron geraken de problemen met de Budapanden maar niet opgelost: "insijpelend water, problemen met sleutels, onefficiënte verwarming, gebrek aan toezicht met diefstal en vandalisme tot gevolg, gebrek aan netheid, slechte service aan het publiek en de gebruikers, gebrekkige lokalenverhuur, totaal geen prospectie naar interessante partners en gebruikers, geen netwerking... Vraag het aan de gebruikers: het is ronduit een drama".

Merkwaardig genoeg boekte agb Buda in de voorbije twee jaar riante overschotten, 132.000 in 2007 en 45.000 in 2008. Volgens Caron simpelweg de vrucht van niets te doen. Caron vergeleek agb Buda in de gemeenteraad met 'de trein der traagheid' van Johan Daisne, een boek over het niemandsland tussen leven en dood: "Agb Buda is dood maar beseft het nog niet".

Alvast ook voor het autonoom gemeentebedrijf zelf een bankje bestellen?

tacktoren bankje

 

 

18:27 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

01-11-09

De jurisprudentie van de parkeersancties in Kortrijk (3): "Parko is te bureaucratisch"

parkeren 1

Wie in Kortrijk een parkeerbon oploopt, kan daartegen bezwaar aantekenen bij het stadsbestuur. Daarna is nog beroep mogelijk bij de rechtbank van eerste aanleg in Brugge. Het gaat telkens om het vaste tarief van 15 euro. Maar aangezien een dergelijke 'naheffing' de emoties hoog doet oplaaien, vallen er maandelijks diverse bezwaarschriften in de brievenbus van het stadhuis. Kortrijklinksbekeken publiceert de uitspraken van het stadsbestuur. Foutparkeerders kunnen uit die 'jurisprudentie' wellicht enigszins opmaken of een bezwaar enige kans maakt.

Op zijn zitting van 21 oktober 2009 gaf het stadsbestuur zich twee keer gewonnen. Normaliter zijn ze nochtans heel erg streng. Het advies van het stadsparkeerbedrijf Parko wordt nagenoeg altijd gevolgd. Eerder werden hier uitspraken gepubliceerd op 13 oktober 2009 en op 5 oktober 2009. Overigens is het een beetje vreemd dat het stadsbestuur zelf in zijn 'vonnissen' nooit verwijst naar eerder ingenomen standpunten. Ooit moet dat leiden tot tegenspraak met zichzelf...

Parko is te bureaucratisch

Een bewoner van het President Rooseveltplein haalde gelijk - hij heeft  wel heel lang moeten wachten op de verlossende uitspraak van het stadsbestuur. Een eerste brief van 24 februari 2009 werd door het stadsbestuur niet 'herkend' als bezwaarschrift. Omdat de parkeerder op 27 april 2009 nog geen antwoord had gekregen, stuurde hij dan maar een aangetekende brief, die de stadsadministratie wel inschreef als bezwaarschrift. Stadhuismanieren! Uiteindelijk deed het stadsbestuur uitspraak over zijn zaak op 21 oktober jl.

De reclamant woont sinds 2007 op voormeld adres in het hartje van de stad. Hij en zijn vrouw hebben samen 1 wagen, waarvoor ze 1 bewonerskaart ontvingen. In november 2008 verving hij zijn oude wagen door een bedrijfswagen, met een andere nummerplaat. Plichtsgetrouw belde hij op 10 november naar het stadsparkeerbedrijf Parko om zijn bewonerskaart aan te passen. Antwoord: "ha neen, dat gaat vandaag niet. Het is hier een brugdag en dan doen wij alleen maar permanentie". 's Anderendaags was het 11 november en was Parko helemaal gesloten.

Op 12 november probeerde onze parkeerder het nogmaals. Hij had geluk: ze waren bereid zijn wijziging in te voeren. Maar, die wijziging zou maar van kracht worden op de dag nadien, de 13de. Intussen moest het koppel maar parkeerticketjes kopen. Dat konden zij evenwel niet omdat zij beiden elders werkten (Gent en Brussel). Op woensdag 12 november stonden de parkeerwachters van Parko al om 10.24 uur aan de bedrijfswagen in kwestie om hem te verbaliseren.

Dat is toch al te bureaucratisch, stelt de parkeerder in zijn bezwaarschrift. Wie een bewonerskaart heeft en van nummerplaat verandert, is altijd een dag in overtreding. Dat is alleen te wijten aan de aftandse manier van werken van Parko. Het bedrijf moet toch kunnen beschikken over computers die veranderingen 'in real time' kunnen registreren. Het stadsbestuur heeft zijn bezwaar - "gelet op het verlengde weekend waarin de wijziging plaatsvond en na intern overleg" - gegrond verklaard. Die 15 euro mag hij houden.

Ik lag onder narcose

Ook een mevrouw die moest worden geopereerd, kreeg genade van het stadsbestuur. Zij had zich geparkeerd op de Houtmarkt, vlakbij de Sint-Niklaaskliniek (AZ Groeninge) en zij had wel degelijk een parkeerticket genomen. De behandeling in de kliniek draaide erop uit dat zij onder narcose werd gebracht voor een ingreep. Om 16.17 uur stelde een Parkowachter vast dat haar ticketje verstreken was. Gevolg: een naheffing van 15 euro.

Op haar bezwaarschrift reageerde het stadsbestuur met de melding dat haar dossier herbekeken kon worden als zij een attest van dringende opname kon binnenbrengen. Zij deed dat en het was in orde.

Met alle begrip voor wat die mevrouw meemaakte, maar dit is toch een beetje een rare uitspraak. Het stadsbestuur constateert instemmend "waarom het haar onmogelijk was om geld in de parkeermeter te plaatsen". Betekent dit dat het stadsbestuur ermee akkoord gaat dat kortparkeerplaatsen worden ingenomen door wagens waarvan de chauffeur telkens geld komt bijsteken? Is het niet meer vereist "de wagen in het verkeer te brengen"?

Pistoletkwartiertje geldt niet

De volgende uitspraak is merkwaardig omdat ze in strijd is met de recente beslissing van de raad van bestuur van Parko om een gedoogtijd van een kwartier in te voeren. In de vorige bestuursperiode kwamen de toenmalige VLD-raadsleden Dirk Bossuyt en Tony Deschamps daar meermaals voor op, voor hun "pistoletkwartiertje'. De repliek van toenmalig en huidig schepen van Verkeer Guy Leleu, CD&V, was telkens dat het Kortrijkse stadsbestuur opteerde voor een gedoogtijd van 10 minuten. De verlenging naar een kwartier is inmiddels nog niet te vinden op de website van Parko.

In elk geval gold dat pistoletkwartiertje nog niet voor die werkneemster van Xpo Kortrijk die op 27 maart 2009 haar bedrijfswagen eventjes parkeerde op de Grote Markt om pralines in te slaan. De Parkodames inspecteerden haar voorruit om 16.51 uur en precies elf minuten later, om 17.02 uur nog een keer. Er lag nog altijd geen parkeerticket en dus werd een naheffing uitgeschreven.

De werkneemster van Xpo verklaart in haar bezwaarschrift dat zij een parkeerticket was gaan halen. Daarop zegt Parko: de 'tolerantieperiode' - toen nog 10 minuten blijkbaar - was overschreden. Inderdaad, concludeert het stadsbestuur: betalen die 15 euro!

Ik werk voor de overheid

Werkzaamheden uitvoeren voor de overheid geeft je nog niet het recht de Kortrijkse parkeerregels te negeren. Dat ervaarde een werknemer van een Zwevegemse firma die topografische opmetingen uitvoerde in opdracht van het Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen.

Die geograaf had zijn bedrijfsvoertuig achtergelaten in de Beverlaai om daar opmetingen te doen. De Beverlaai is een blauwe zone om bewonersparkeren mogelijk te maken. Er kan gratis worden geparkeerd als men de moeite doet om zijn blauwe schijf uit te stallen. De Parkobedienden constateerden dat dit niet was gebeurd. In zijn repliek op het bezwaarschrift dat volgde op de naheffing, betoogt het stadsbestuur dat zij geen onderscheid kunnen maken tussen gebruikersgroepen.

Niet op tijd terug door al die infrastructuurwerken

Een bezoeker uit Affligem is helemaal niet te spreken over de strengheid van Parko en het stadsbestuur: "Er is in jullie stad geen menselijk begrip bij uitzonderlijke omstandigheden". De ongelukkige moest op 3 december 2008 in Kortrijk zijn voor een bezoek aan de AVA op de Veemarkt. Wellicht had hij kerstversiering nodig. Het is hem duur te staan gekomen.

De Affligemnaar kende Kortrijk niet. Hij reed verloren doordat "de verkeers- en parkeersituatie door allerlei grote bouwwerven totaal overhoop was gegooid: overal wegversperringen en omleidingen zodanig dat zelfs een autochtone bewoner zelf niet meer kon zeggen waar het noorden lan, met andere woorden niet precies kon uitleggen hoe de Veemarkt te bereiken was". Totaal de kluts kwijt, heeft de Affligemnaar zijn wagen dan maar achtergelaten op de Verzetskaai en heeft hij zijn expeditie te voet voortgezet. Hij betaalde voor een uur parkeertijd in de overtuiging dat dit voldoende zou zijn.

Maar ook te voet was het niet eenvoudig de Veemarkt te vinden "met daarenboven barslechte weersomstandigheden". Het resultaat was dat hij pas na meer dan een uur de Verzetskaai en zijn wagen terugvond. Zijn ticket was geldig tot 16.55 uur en de parkeerwachters passeerden om 17.23 uur en schreven een bon uit.

Het stadsbestuur laat zich niet vermurwen door het emotioneel opgestelde bezwaarschrift uit Affligem: "Als men niet weet hoe lang een bezoek zal duren, moet men maar een parkeerticket kopen voor een langere tijd. Nog beter is het om gebruik te maken van een ondergrondse parking, waar men pas achteraf de effectief verbruikte tijd betaalt. Parking Veemarkt bleef tijdens de doortochtwerken steeds bereikbaar". Die laatste opmerking getuigt niet van veel inlevingsvermogen. Zelfs voor Kortrijkzanen was het bij momenten een helse klus om van de ene kant van de stadskern naar de andere kant te rijden, laat staan voor iemand van het verre Affligem.

parkeren2

11:15 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |