10-10-09

De Broeltorens krijgen opknapbeurt en nieuwe bestemming

broeltorens1

De Broeltorens zijn het koekendozenprentje van Kortrijk en hebben al heel wat toeristen naar de stad gelokt idie hoopten een middeleeuws decor aan te treffen. Hun ontgoocheling is rap over als zij ontdekken hoeveel andere bezienswaardigheden er wel zijn. Gelukkig dat de tweelingtorens een stevige militaire allure hebben want de laatste renovatiewerken dateren van 1884. Met steun van het Vlaamse Gewest, dat 80% van de restauratiekosten betaalt, de torens een grondige opknapbeurt geven. De toren aan de Budakant wordt nadien extra tentoonstellingsruimte voor de Kortrijkse musea. De toren aan de stadskant wordt ingericht voor vergaderingen en recepties, met behoud en herstel van zijn 19de-eeuwse neo-gotische opsmuk. Het restauratieontwerp is van de hand van Architectuur- en Restauratiebureau Demeyere J & A, Kortrijk. Het oogst volop lof van de Vlaamse Erfgoeddiensten. De geraamde prijs bedraagt zowat 1,3 miljoen euro (waarvan ongeveer 750.000 euro gesubsidieerd).

Zonder Vrees

Van het middeleeuwse stadje Kortrijk resten alleen nog de Broeltorens en de OLVrouwekerk. Maar hoezeer die torens er ook uitzien als een tweeling: de ene is 250 jaar ouder dan de andere. De oudste is die aan de stadskant. Heel oud is 't ie, zelfs ouder dan de stad zelf. Hij werd zo rond het jaar 1150 opgetrokken ter bescherming van het sas dat het water moest ophouden in de grachten rond de grafelijke burcht. Zo een sas noemde men in Kortrijk een 'speye'; vandaar zijn naam 'Speyetoren'. Om een of andere reden sprak men ook van de 'Blauwen Torre'.

Zijn broer aan de overkant van de Leie werd dan weer de 'Grauwen Torre' genoemd. Hij werd gebouwd op zijn Kortrijks: met jaren vertraging. De toren moest in 1401 het sluitstuk worden van de pas gegraven nieuwe stadsgracht die een aftakking van de Leie was. Die nieuwe Leie liep tot de Eerste Wereldoorlog op het tracé waarop nu de Dam is aangelegd; pas dan is die nieuwe Leie doorgetrokken tot aan het Albertpark. Maar hertog Filips de Stoute verbood de Kortrijkzanen om hun stad al te zeer te versterken. Pas hertog Jan zonder Vrees gaf zijn toestemming om hem te voltooien (1411-1413).

De Grauwen Torre was eigenlijk ook de enige echte 'Broeltoren' - hij werd in het begin dan ook zo genoemd - want hij stond ter hoogte van den Broel, een waterzieke grond. In Kortrijk noemt men hem nu soms de Inghelburgtoren en dan denkt men dat men de middeleeuwers na te praten. Mis: die naam komt van paster-dichter Guido Gezelle, katholiek van ultramontaanse strekking, die in de toren veel gelijkenis zag met de Engelburg in Rome.

Gezworen arbeiders

Volgens Bert Dewilde (Gids voor Groot-Kortrijk, 1982) kan men aan de schietgaten zien dat beide torens een groot verschil in ouderdom hebben. De toren aan stadskant is gebouwd voordat buskruit werd gebruikt. In de toren aan Budakant daarentegen zijn de gaten speciaal verbreed voor de verdediging met primitief artilleriegeschut.

Als militaire bouwsels deden de torens niet zo heel veel dienst. In 1706 werden de twee mastodonten gebruikt als opslagplaats voor de munitie van de Hollandse en Engelse troepen die hier waren gelegerd in oorlog met Frankrijk. Zo lang er geen legerbenden passeerden, konden de torens ingezet worden voor andere functies. Allerlei (beroeps-)verenigingen (gilden) vergaderden er. Bijvoorbeeld de voetboogschutters in 1405 in de Speyetoren en heel veel later de biervoerders - de vele brouwertjes in Kortrijk droegen hun brouwsel niet zelf rond - en de 'arbeiders' op de eerste verdieping van de Inghelburgtoren in 1884.

De 'arbeidersgilde', ' de Gezworen Arbeiders', is in Kortrijk de langst bestaand gebleven corporatie uit het 'ancien regime' geweest. Zij verenigde de mankrachten waarop beroep werd gedaan om schepen op de Leie te lossen en te laden en andere zware vrachten in de stad te behandelen. Zij gingen 's morgens op de Leiebrug staan tot er opdrachten kwamen. Die opdrachten kwamen er door bemiddeling van hun 'deken', een man die in zijn waardigheid houder was van een medaille van 1567. Wie werk had, moest een deel van zijn loon afstaan aan de gildekas. Daarmee werden de werklozen betaald, op voorwaarde dat zij heel de dag ter beschikkind bleven, onder meer in hun lokaal in de Broeltoren aan Budakant. Met de 'Gezworen Arbeiders' ging het steil bergaf toen op het einde van de 19de eeuw op de Broelkaai de Bloemmolens Devos & Vandevenne eigen zakkendragers aanwierven voor het lossen van de graanschepen.

Romantiek

Merkwaardig is de aantrekkingskracht van beide torens op de culturele bedrijvigheid in Kortrijk. Reeds in 1761 was er in de toren aan stadskant een 'academie voor teken- en bouwkunde'; in 1884 werd er het 'Museum voor de Industriële en Decoratieve Kunsten' in ondergebracht. Het is van toen geleden (1873-1884) dat de Broeltorens nog grondig werden opgeknapt. In de periode van de romantiek - denk aan Conscience en co - was de belangstelling voor historische gebouwen opgelaaid. Veelal 'verbeterde' men het bestaande om het meer te laten beantwoorden aan een geïdealiseerde visie op het verleden. Zo ook met de Broeltorens.

Intussen zijn de torens zichtbaar aan het aftakelen. "De huidige bouwfysische staat vraagt op korte termijn de nodige ingrepen" schrijft de stadsdienst Facility. Vandaar dat het stadsbestuur na rijp beraad heeft beslist de renovatie aan te vatten. Daartoe maakte het Kortrijkse Architecten- en Renovatiebureau J&A Demeyere - ze resideren op de Dam in de schaduw van de torens! - een diepgaande voorstudie met doorgedreven archiefonderzoek. Die studie oogst alle lof van gewestelijk erfgoedambtenaar Miek Goossens. En die positieve reactie laat hopen op maximale subsidiëring van het Vlaamse Gewest en de provincie.

Precies die aanspraak op subsidies van hogerhand, maakt het nodig de werken in tweeën te splitsen. Eerst worden de werken aanbesteed waarvoor subsidies kunnen worden verkregen: dat is de restauratie zelf. Aansluitend neemt het stadsbestuur zich voor de werken uit te schrijven voor de herbestemming; voor die herbestemming kan de stad geen toelagen krijgen.

Restauratie

Het bouwhistorisch onderzoek (uitgevoerd door voornoemde architecten samen met bouwhistoricus Lode De Clercq) wees op het duidelijke onderscheid tussen de tweelingtorens. De toren aan Budakant (Broelkaai) heeft zijn middeleeuws en militair karakter grotendeels behouden op de kapconstructie na die in 1873 werd vervangen. De Speyetoren (Verzetskaai) werd in 1873-1884 opgesmukt met neogotische 'verbeteringen', zoals in het interieur verzorgd pseudohistorisch schilderwerk en een decorum met gepleisterde gewelven. Intussen hebben die toevoegsels uit de negentiende eeuw zelf een antiekwaarde gekregen. Op vraag van de afdeling Onroerend Erfgoed van het Vlaamse departement RWO gaat men dat decor opnieuw herstellen. In de toren aan de overkant van de Leie zal men daarentegen veeleer een archeologische restauratie uitvoeren om de bezoekers een idee te geven van hoe de verdedigingstoren in den beginne was.

De kostprijs van de restauratie van de noordelijke toren wordt op zowat 400.000 euro geraamd. Die van de zuidelijke toren op 600.000 euro omdat daar het herstel van het neogotische interieur erbij komt. Vandaag is immers bijna de helft van die aankleding verdwenen of vermolmd.

Dank zij de subsidies zal het stadsaandeel in de restauratiekosten beperkt blijven tot 250.000 euro. Voor de herbestemming moet evenwel alles uit de stadskas komen, raming: 230.000 euro.

Herbestemming

Als herbestemming mikt het stadsbestuur, op aangeven van de architecten en Onroerend Erfgoed Vlaanderen, op de secundaire bestemming die de toren vroeger ook hadden: ruimten voor kunst, cultuur en verenigingen. In de van interieur voorziene Speyetoren komt accomodatie voor vergaderingen, beperkte optredens en recepties. De noordelijke toren wordt wellicht opgenomen in het museumcircuit en wordt in elk geval vrijgehouden voor tentoonstellingen. Een beperking voor beide gebouwen is dat er geen tweede uitgang is; brandweervoorschriften laten in dat geval slechts 50 bezoekers ineens toe.

De grootste modernisering geldt voor de toren aan stadskant. Daar komt enig sanitair en een kitchenette, waardoor de toren 'ingewanden' krijgt. Omdat dit niet mogelijk was op de ingerichte verdiepingen, moet men daarvoor de laagste verdieping gebruiken. Maar dat vergt dan wel een ferme ingreep in de 19de-eeuwse verbouwing. De zij-ingang die toen is aangebracht, barricadeert de trap naar de benedenverdieping. Daarom opteert men ervoor de toen toegemetselde vooringang weer te openen en de oude trap te herstellen. De zij-ingang wordt op zijn beurt gebarricadeerd, maar dan met dik glas en met behoud van de deur als vensterluik.

De ingewanden van de Speyetoren krijgen een ingenieuze uitvoering. Het wordt een bol in inox met in de ene helft de toiletten en in de andere helft het keukentje. Als men later ooit van gedacht veranderd, kan die bol zonder veel problemen of schade verwijderd worden.

Ook voor verlichting en verwarming zoekt men de beste hedendaagse technieken. Er zal verwarmd worden met een warmtepomp per toren, die de warmte uit de voorbijstromende Leiewater zal halen. Als verlichting krijgt de noordelijke toren beweegelijke armaturen, die kunnen ingezet worden volgens de noden. In de zuidelijke toren komt de verlichting die nodig is om comfortabel te vergaderen.

broeltorenstekening

Pentekening uit Schayes, Histoire d'Architecture en Belgique, 1849-1853, afgebeeld op het ontwerpdossier van Architectuur- & Restauratiebureau Demeyere J & A bvba

13:03 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

Pardon,
ik ben duitstalig en mijn vlaams is niet so goed. Op de offizielle pagina van de stad Kortrijkt is geschrieven, dat de oude toren is von 1385, e niet uit de jaar 1150. Wat is richtig?

Gepost door: Helmut Ullrich | 15-11-13

De commentaren zijn gesloten.