25-09-09

Komt het ooit goed met'Kortrijk Weide'?

wr5

Het openbaar onderzoek loopt ten einde over (de manier waarop) het milieu-effectenrapport, 'plan-MER', (moet opgesteld worden) met betrekking tot de grootse plannen van stad Kortrijk voor 'Kortrijk Weide'. Kortrijk Weide, dat zijn de uitgestrekte braakliggende gronden die zijn vrijgekomen bij de aanleg van de westelijke binnenring (van Den Appel tot de Meensesteenweg). De plannen van het stadsbestuur omvatten een nieuw politiehoofdkwartier, eventueel een nieuw gerechtsgebouw, een parkwijk met luxeflatgebouwen aan de Leie, een grote stadsparking, een circusterrein, een zinvolle herbestemming voor de spoorweg'entrepot' enzovoort.

Op de manier waarop studiebureau Arcadis het plan-MER wil opstellen, is weinig aan te merken. Misschien gaan ze wat te oppervlakkig voorbij aan de mogelijke luchtvervuiling: ze onderzoeken alleen het grove 'fijn stof' en niet het giftiger echt fijn stof of het ultratoxische ultrafijn stof. Wie wil kan nog een opmerking maken.

Die MER-oefening vertraagt de plannen met zeker een jaar. Maar als de stad al zijn dromen moet uitstellen, is dat niet daaraan te wijten. De grote belemmering voor de geplande stadsuitbreiding is de zware vervuiling van de gronden. In het lagere gedeelte is er door de vorige gebruikers jarenlang zoveel olie gemorst, dat er bijna een oliewinning kan begonnen worden. Het hogere gedeelte betreft grond die van 1885 tot 1914 is opgehoogd door de Belgische Spoorwegen om er een nieuw station te kunnen bouwen. Het is er nooit gekomen. De eerste vraag is wat de NMBS daar allemaal heeft gestort. De tweede vraag is of het vastgoedbedrijf van de Spoorwegen het nog de moeite vindt te verkopen aan de stad als de opkuiskosten hoger zijn dan de grondwaarde.

Weide

Kortrijk Weide is een gebied van een grote 13 ha tussen de Leie, de Beheerstraat, de Magdalenastraat en de spoorlijn naar Brugge. De westelijke binnenring (R36) loopt er dwars doorheen. De zone aan de westkant wordt beheerst door het gewezen douane-entrepot van de Spoorwegen (7 ha); aan de overkant van het recente stuk stadsring wordt de zone genoemd naar de nieuwe rechtbank die zich daar bevindt tussen bewoning en handelszaken (6 ha).

Volgens de officiële versie verwijst de naam 'Weide' naar de bleekweiden van de Kortrijkse lijnwaaddynastie Nolf. Men bleekte vers geweven linnen door het op zompige gras te leggen en het geregeld te overgieten met water uit smalle sloten die daarvoor speciaal waren gegraven. Door het droogproces onder invloed van de zon werd de ecru-kleurige stof bijna wit. Een andere methode was het weken in karnemelk, maar dat was in Kortrijk - met zijn geregelde hongersnoden - verboden.

Maar 'Weide' zou ook kunnen verwijzen naar een functie van het gebied die het bleken voorafging. In de middelleeuwen was daar, buiten de stadspoorten, een gemene weide waar de armen hun (klein)vee konden laten grazen. Vandaar dat het OCMW van Kortrijk, rechtsopvolger van diverse liefdadigheidsinstellingen van vroeger, er nog gronden heeft. De Meersstraat was een stuk van de 'drève des pauvres'.

Stedelijke ontwikkeling

Kortrijk Weide is sinds het vervangen van de natuurlijke bleekmethode door chemische procédés in de tweede helft van de negentiende eeuw, een onderbenut, vergeten stuk van Kortrijk geweest. Nochtans ligt het op nauwelijks een kilometer van de Grote Markt. Het stond dus in de sterren geschreven dat het ooit zou worden ingepalmd door stedelijke functies. Door de aanleg van de westelijke binnenring in 2003-2006 - in vervanging van de oude verpestende verkeersas Beheerstraat-Noordstraat - werden al die gronden ontsloten.

Bij een gewestplanwijziging in 1998 was het vroegere gebied 'voor openbaar nut, industrie en wonen' al omgetoverd in een 'gebied voor stedelijke ontwikkeling'. In 2003 liet Stefaan De Clerck, toen burgemeester, er zijn vriend Stéphane Beel, beroemd architect, een 'masterplan' uitwerken (2003). Daarin werden de grote lijnen voor de gewenste ontwikkeling geschetst. Beel wilde, niet onterecht, vooral zoveel mogelijk veschillende functies, van overheidsgebouwen tot woontorens (waarvan hij er graag eentje met de voeten in het Leiewater zag staan).

In opdracht van de stad was de intercommunale Leiedal eerder begonnen met de uitwerking van een BPA (bijzonder plan van aanleg). Maar door het Vlaamse decreet op de ruimtelijke ordening van 1999 (structuurplanning Vlaanderen) moesten er voortaan 'ruimtelijke uitvoeringsplannen' (RUP's) in plaats van BPA's worden gemaakt en kon men herbeginnen. Aan dat RUP kon niet eerder worden begonnen dan op het moment dat in Kortrijk en omgeving de structuurplanning vorm had gekregen (een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Kortrijk ter concretisering van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen en het provinciaal ruimtelijk structuurplan, en de afbakening van het regionaalstedelijk gebied Kortrijk). Vandaar dat het zo lang duurde.

Milieu-effectenrapportage

Het is voor de opmaak van het RUP Kortrijk Weide dat er nu een plan-MER moet worden opgesteld. Men moet namelijk de mogelijke weerslag op het leefmilieu berekenen van dat RUP. Als die weerslag te schadelijk is, moet ofwel het RUP worden aangepast of krijgt het geen kans op goedkeuring.

Er is op het stadhuis ferm gebakkeleid over de vraag of een dergelijk plan-MER nu wel nodig was of niet. Dat onderzoek is immers niet alleen een extra kost, maar het betekent ook een vertraging van zeker een jaar. Vanuit het kabinet van de burgemeester - toen De Clerck - is geprobeerd ervan af te geraken met een simpele MER-screening. Dat is een vluchtig onderzoek dat uitwijst dat de te verwachten milieu-effecten zo gering zijn dat er geen MER nodig is. Voor de realisatie van de parkings van het fusieziekenhuis AZ Groeninge was dat gelukt. Maar voor Kortrijk Weide heeft het niet gepakt.

Openbaar onderzoek

De opdracht een plan-MER op te stellen is door het stadsbestuur toegewezen aan Arcadis Belgium nv, Hasselt. Het studiebureau heeft eerst grondig nagedacht over hoe men het onderzoek zou aanpakken. Die aanpak is uitgeschreven in een document en het is dat document dat momenteel op het stadhuis ter inzage ligt voor het publiek. Wie het wil raadplegen kan dat tot 30 september (afspraak maken met Peter Tanghe, 056 27 84 50). Opmerkingen kunnen schriftelijk worden ingediend bij de Dienst MER, Koning Albert II-laan 20 bus 8, 1000 Brussel.

Op de manier waarop Arcadis het MER-onderzoek wil aanpakken is volgens mij weinig aan te merken. Het Limburgse studiebureau wil niet ten onrechte vooral de effecten nagaan van de te verwachten toename van het verkeer door de verschillende projecten in het gebied. Als ander sleutelaspect ziet Arcadis het ruimtegebruik: hoe bereikbaar wordt alles? Is er genoeg ruimte voor alles wat men daar wil realiseren? Zal het woongebied voldoende afgeschermd zijn van de storende elementen van de andere functies (politiehoofdkwartier, evenementenplein, grote parking enzovoort)?

Ook voor de woonkwaliteit is er verscherpte aandacht: wat met eventuele extra geluidsoverlast, en met extra luchtvervuiling? In de marge van het onderzoek kijkt men ook naar de natuur (moet het bestaande groen behouden worden? is er plaats voor natuurontwikkeling?) en naar het landschap (wat voor interessants zal men zien vanop Kortrijk Weide of als men van in de verte naar Kortrijk Weide kijkt?).

rui2

Lawaai

Wat het geluid betreft, wordt het spannend. In juli 2007 werd er op de terreinen waar het nieuwe hoofdkwartier van de politie moet komen een beperkt akoestisch onderzoek uitgevoerd. Daaruit bleek dat de zone onderhevig was aan lawaai van zowel de spoorlijn naar Brugge als van het toenemende verkeer op de westelijke ring.

Tussen 10 en 14 uur (geen spitsuren!) produceerde de westelijke binnenring tot 100 meter ver geluid tussen 43 en 51 decibel (dB(A). De voorbijdenderende treinen maakten 39 tot 40 dB(A). De Vlaamse milieukwaliteitsnorm is 50 dB(A). Daar moet dus niet al te veel lawaai meer bijkomen, vooral niet voor het geplande luxe-woonpark aan de Leie, dat geprangd zal liggen tussen de bruggen van de spoorweg en van de westelijke binnenring.

Grondvervuiling

Voorts zullen de gevolgen van de voorgenomen projecten op de bodem worden onderzocht. Maar de ontwikkeling van Kortrijk Weide staat of valt met de sanering van de bestaande zware grondvervuiling in het gebied. En dat is een andere kwestie. Er zijn momenteel verschillende bodemonderzoeken aan de gang, onder meer in het kader van de mogelijke verkoop van de gronden van de NMBS aan stad Kortrijk. Het staat nu al vast dat er in het gebied tal van verontreinigde zones liggen: de grond waar tot enkele jaren geleden een tankstation Heite lag (rotonde Blekersstraat), de grond ernaast, de terreinen van de vroegere brandstoffenhandel Dupont-Dewulf, een perceel van de vroegere rolstoelfabrikant Carlier, grond van het OCMW vroeger gebruikt door garage Flandria, plekken op de laadkoer van het spoorweg-entrepot...

Ik vrees dat men er nog meer zal ontdekken naarmate men grondwerken wil uitvoeren voor de bouw van een en ander. Het MER-onderzoek zal moeten uitwijzen in hoeverre het verantwoord is graafmachines te laten aanrukken voor bijvoorbeeld ondergrondse parkings.

Een onbekende in het verhaal is wat er in de uitgestrekte terreinen van de Spoorwegen onder de grond zit. Ze liggen drie tot vier meter boven het natuurlijke niveau, zoals te vinden dichter naar de Leie toe. Men is blijkbaar vergeten dat het hier om massaal opgevoerde grond gaat. Op het einde van de negentiende eeuw kocht het bestuur van de Spoorwegen het grootste deel van de verlaten openluchtblekerijen van de patriciërsfamilie Nolf. Volgens kronikeur Julien Huysentruyt (Herinneringen aan Kortrijk 1900-1940) wilde men daar een nieuw en ruimer treinstation bouwen. Maar "die aangekochte meerschen lagen in een diepen put waarvan men begon aan het ophogen rond 1895-1896". "Hoeveel treinen aangevoerden grond, versleten ballast en soortgelijk vulsel die put reeds verzwolgen heeft zal nooit geen mensch ooit kunnen samentellen" schreef Huysentruyt. Hij wist dat er soms heen en weer twee treinen liepen naar de steengroeven van Lessen "heengaande met 30 ledige bakwagens en vandaar terug met grond die ze daar te veel hadden om hun ontginning verder mogelijk te maken". Die aanvoer van opvulmateriaal duurde tot 1914. De oorlog doorkruiste de plannen om daar een nieuw station, later goederenstation te realiseren.

Fijn stof

Toch een zwak punt in het geplande onderzoek van Arcadis: de weerslag van alles wat daar moet komen, op de luchtkwaliteit. Er is waarschijnlijk nu al een probleem met 'fijn stof'. De 'daggrenswaarde' van 50 microgram (µg) PM10 per kubieke meter lucht mag niet meer dan 35 keer per jaar overschreden worden volgens de Vlaamse normen. Wellicht wordt die - niet al te strenge - norm nu al niet gehaald, met al dat verkeer op de westelijke binnenring. In 2007 is vastgesteld dat het jaargemiddelde voor PM10 (grof 'fijn stof', roetdeeltjes en dergelijke) in het gebied bijna de jaargrenswaarde van 40 µg/m³ bereikte.

Arcadis gaat die luchtvervuiling met PM10 bestuderen. Daarvoor zijn er Europese normen sinds 1987. Maar sinds 1997 zijn er ook al Europese normen voor ècht fijn stof: PM2,5. Die echt fijne deeltjes dringen veel dieper door in de longen bijvoorbeeld en zijn veel schadelijker. Nog toxischer zijn de 'ultra fine particles' (UFP), PM0,1 genoemd. Die zijn werkelijk supertoxisch. Zowel PM2,5 als PM0,1 worden veroorzaakt door het gemotoriseerd verkeer. Het is een leemte in het MER-onderzoek als Arcadis daarvoor geen oog heeft. Wie maakt een opmerking bij de Dienst MER?

Vertraging

Zoals gezegd, betekent dat plan-MER een vertraging van zeker een jaar. Maar in Kortrijk heeft men daarop iets gevonden. Men zal terwijl de MER-werkzaamheden bezig zijn, toch al starten met de procedure voor de opmaak van het RUP. De MER-resultaten zullen dan in de loop van die procedure ingeschoven worden. Meer bepaald zal men de goedkeuring van de MER-resultaten laten samenvallen met de vergadering waarin het voorontwerp van het RUP moet worden goedgekeurd. In dat voorontwerp zullen al de MER-resultaten zijn verwerkt. Het communicatieverkeer tussen Arcadis en Leiedal (en de stadsdiensten die over de schouders zullen meekijken) zal dus intens zijn...

Maar ik denk niet dat het die procedures zullen zijn die gaan beslissen over het succes van Kortrijk Weide. Vooral de bestaande grondvervuiling - de stadsdiensten hebben nu al weet van 6 à 7000 kubieke meter te saneren aarde! - staat een spoedige realisatie van alle plannen in de weg. Meer nog, sommige instanties lijken stilaan hun geduld te verliezen. Zo gaan er bij de federale politie (partner van de lokale politie bij de bouw van een nieuw politiehoofdkwartier) stemmen op om elders een eigen stek te gaan bouwen; dat zou dan meteen het prestigieuze project naar een ontwerp van architect Xaveer De Geyter op de helling zetten. Twijfels rijzen er ook bij de plannen om in het lager gelegen gebied luxueuze woontorens te bouwen - zal daar nog behoefte aan zijn? En voor het entrepotgebouw van de Spoorwegen, dat men wil bewaren, heeft men nog altijd geen passende herbestemming.

dup2

Meer over het politiehoofdkwartier in mijn eerdere stukken van 3 februari 2008 en van 30 januari 2008

20:07 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

stad Je hebt dan door een gelukkig toeval enkele onverwachte hectaren en dan willen ze meteen een plan om alles vast te leggen. Had men niet beter de stad zich laten ontwikkelen zoals hij dat vanzelf doet, stap voor stap, niet al te geordend, voortgedreven door de inspiratie van velen in plaats van het (megalomaan) gedacht van één?

Gepost door: Polo | 01-10-09

De commentaren zijn gesloten.