20-09-09

Kortrijk in de knoei met parkerende ingezetenen

parkeermeter Zwevegemsestraat 0909 klein

Kortrijk doet aan 'bewonersparkeren'. Maar schoorvoetend. En met uitsluiting van die andere 'ingezetenen' - die toch ook ganse dagen doorbrengen in de stad -, de winkeliers en andere zelfstandigen die nog niet het centrum of de dorpskom hebben verlaten. Parkeren blijft in Kortrijk een heikel discussiepunt en zal dat nog lang blijven. In de voorbije gemeenteraad botste de progressieve fractie (sp.a, Groen! en SLP) bij monde van Philippe De Coene, met schepen van mobiliteit Guy Leleu, CD&V.

Felix Decabooter

Kortrijk heeft gepionierd in parkeerbeleid. Wijlen schepen Felix Decabooter tastte de grenzen van de wettelijke mogelijkheden af om vernieuwende maatregelen te nemen. Zo introduceerde hij - nadien nageaapt door tal van andere steden en gemeenten - een systeem van parkeerretributies (tarief 2, weet je nog!) in vervanging van parkeerboetes. De retributies kwamen in de stadskas, de boetes waren voordien voor de schatkist van de hogere overheid. Nadien kwam de oprichting van het autonome parkeerbedrijf Parko, de introductie van allerlei betaalsystemen, de realisatie van (ondergrondse) stadsparkings, de 'park- en rideregeling' (een slag in het water), de vermenigvuldiging van betalende zones, experimenten met bewonersparkeren enzovoort.

Maar het Kortrijkse stadsbestuur is altijd blijven worstelen met de parkeernoden van zijn ingezetenen. Eerst hadden de stadsbewoners geen parkeerfaciliteiten in hun straat; later konden ze een bewonerskaart bekomen maar dan tegen betaling. Thans is er een systeem van blauwe zones of van betalende zones waarin geregistreerde bewoners niet hoeven te betalen (voor een enkele wagen per gezin). Daarvan kunnen winkeliers, zelfstandigen of sociale organisaties in die zones niet genieten. Voor een tweede gezinswagen werd er in die zones aanvankelijk geen uitzondering gemaakt; nu is er een mogelijkheid tot een tweede registratie tegen betaling (137,5 euro per jaar).

Drempel

Het probleem is dat het stadsbestuur nog altijd onvoldoende onderscheid maakt tussen de parkeerbehoeften van bezoekers en die van de stadsbewoners. Men wil enerzijds de mensen zoveel mogelijk aansporen om het autogebruik te vervangen door minder schadelijke vervoersmiddelen zoals fiets of bus. Maar anderzijds wil men van Kortrijk een stad maken waar bezoekers - men denkt dan vooral aan het shoppende publiek - zonder veel zoeken gemakkelijk hun wagen kwijt geraken. Het resultaat is dat voor de eerste doelstelling vooral op de stadsbewoners wordt gemikt. Dat gaat regelrecht in tegen het streven om nieuwe bewoners - jonge gezinnen met kinderen liefst - naar de stad te lokken. Dat beleid werkt ook verdringend ten opzichte van de kleine en middelgrote economische activiteiten die nog niet uit het stadscentrum of uit Kortrijk in zijn geheel zijn vertrokken.

Het huidige systeem van bewonersparkeren is al veel verbeterd dan in het begin, maar het vormt nog altijd een serieuze drempel voor die fameuze jonge gezinnen met kinderen om in het stadscentrum of in een andere betalende zone te gaan wonen. Jonge gezinnen kunnen vaak niet zonder een tweede wagen - of men dat nu betreurt of niet - om te gaan werken, de kinderen naar school te brengen, proviand te gaan opslaan in de Aldi, Delhaize of ander warenhuis enzovoort. Precies in die zones zijn de woningen met eigen garage schaars. In de week hebben die koppels dat bewonersparkeren eigenlijk niet nodig, want in de uren dat het geldt, zijn ze meestal gaan werken. Alleen op zaterdag zitten ze met het probleem van die tweede wagen; 137,5 euro per jaar is voor die ene dag per week toch wel een serieuze uitgave.

Actief aanbod

Bovendien garandeert dat bewonersparkeren de rechthebbenden helemaal geen parkeerplaats. Als de niet-bewoners alle plaatsen hebben volzet, mogen de bewoners op zoek gaan naar een - vaak te betalen - plaats buiten hun zone. Eigenlijk is het bewonersparkeren vooral aantrekkelijk voor gepensioneerden, die overdag thuis zijn.

Het is niet eenvoudig om als jong gezin in het hart van de stad te gaan wonen. Nochtans is het voor de stad van groot belang dat er wel degelijk dergelijke gezinnetjes in dat avontuur stappen. Het parkeerbeleid mag daartoe geen drempels opwerpen; het moet integendeel zo zijn uitgekiend dat het een extra lokmidel wordt.

Een ernstig beleid van bewonersparkeren moet daarom twee aspecten hebben. Hoe schaars de parkeerplaatsen in Kortrijk ook lijken - ze zijn het niet voor bezoekers die het zich niet ontzien om een paar honderd meter te lopen! -, voor de stadsbewoners mag er op geen enkele manier geld gevraagd worden voor de gezinswagen(s). Bovendien moet er een actief aanbod komen van gereserveerde parkeerplaatsen voor de bewoners in hun woonomgeving. In veel straten met parkeerdruk, zouden niet-bewoners gemakkelijk wat verderop kunnen gaan staan op de onder- en bovengrondse stadsparkings.

parkeermeter Zwevegemsestraa3 0909 klein

Die andere ingezetenen

Ook voor die andere 'ingezetenen' werkt het bestaande bewonersparkeren verdringend. Ik kreeg een mailbericht van een zelfstandige in de Zwevegemsestraat. Hij en alle andere winkels in die straat waren een jaar lang niet bereikbaar: een verschrikkelijke daling van hun inkomsten. Nu er eindelijk een einde komt aan hun miserie, constateren ze dat er in hun vernieuwe straat parkeermeters komen. Plots is hun straat een betalende zone geworden. Toen de man een bewonersregistratie aanvroeg, kreeg hij als antwoord dat zijn domicilie elders was gevestigd en dat hij er dus geen recht op heeft.

"Ik kom 's morgens aan mijn winkel om 9 uur, het moment waarop je moet beginnen geld steken in de parkeermeters. Ik moet betalen tot 18 uur; ik vertrek pas om 18.30 uur naar huis. Ik moet mijn camionette constant voor mijn zaak hebben omdat ik op elk moment van de dag moet kunnen laden en lossen. En aangezien ik op mijn eentje werk, is het niet te doen om mijn bestelwagen buiten de betalende zone te gaan zetten; ik kan de winkel toch niet onbeheerd achterlaten of in de werkuren op slot doen". Hij wijst er nog op dat de meeste bewoners in die betalende uren geen parkeerplaats nodig hebben omdat ze gaan werken zijn. En zegt hij te recht: "Wenst het stadsbestuur misschien een stadscentrum zonder kleine zelfstandigen? Dat wordt dan wel een heel zielige, dode stad."

Voorstel

Philippe De Coene, sp.a, bracht dat probleem ter sprake in de gemeenteraad van 14 september 2009. Hij wees erop dat die regeling een winkelier verplicht om verschillende keren per dag "te gaan bijsteken". Eigenlijk mag dat ook niet. Men moet zijn wagen dan verplaatsen, maar dat valt niet te controleren. De Coene rekende de raad voor dat die regeling de winkelier minstens 520 euro per jaar zou kosten (a rato van 260 werkdagen per jaar). Vandaar het voorstel van de progressieve fractie (sp.a, Groen! en SLP) om aan zelfstandige uitbaters of organisaties met een vestiging in betalende zones ook een bewonerskaart te geven.

Onzin

Dat voorstel is door de CD&V-OpenVLD-meerderheid achteloos weggestemd. Mobiliteitsschepen Guy Leleu ondernam eerst een poging om het in de grond te boren. Meer gratis parkeervergunningen uitdelen zou volgens hem nadelig zijn voor de keuze om de fiets of de bus te nemen. Dat is natuurlijk onzin; welke winkelier kan zijn voorraad aanslepen met die alternatieve vervoersmiddelen?

Zijn tweede argument verraadt de werkelijke reden van de hardnekkige houding van stadsbestuur en meerderheid: er zouden minder parkeerplaatsen overschieten voor de klanten. De hele regeling is uitgewerkt voor het shoppend publiek, hoewel precies dat deel van de parkingzoekers zonder veel erg kan geleid worden naar de boven- en ondergrondse stadsparkings.

Voorst wijst de schepen naar de toeschietelijkheid van het stadsbestuur om laad- en loszones te creëren. In de Lauwsestraat in Aalbeke heeft men er zodanig veel geschilderd dat de stad een ruime subsidie van het Vlaams Gewest is kwijtgespeeld. Hij vertelt er niet bij dat die laad- en loszones het parkeerprobleem van bewoners en andere ingezetenen nog verscherpen: het zijn allemaal plaatsen die wegvallen voor hen.

Overleg

Ten slotte ontkende de schepen dat die 520 euro per jaar voor de betrokken zelfstandigen hard zou aankomen: "Ze kunnen het aftrekken van hun belastingen". Tja, gratis duur krediet aan de stadskas dus. Toch moet het zijn dat schepen Deleu zich niet zo heel zeker van zijn stuk voelde. Hij besloot met de aankondiging van een grondig onderzoek van de huidige regeling. Ook verklaarde hij zich bereid in overleg te treden met de organisaties van zelfstandigen en winkeliers om eventueel toch een oplossing te zoeken voor de zwaarst getroffen zaken.

Vermelden wij nog dat er op vandaag in de straten en pleinen van groot-Kortrijk 5525 stalplaatsen liggen in blauwe en te betalen zones. In de stadskern is in die zones maximaal twee uur parkeren toegelaten; erbuiten maximum acht uur. In die zones zijn er 4100 bewonersregistraties in omloop. De bezettingsgraad van de parkeerplaatsen varieert in die zones op spitsmomenten tussen 70 en 90%, waarvan - amper! - 25 à 35% ingenomen worden door bewoners. Dat geringe bewonersaandeel illustreert de vaststelling dat het bewonersparkeren eigenlijk niet in het voordeel speelt van de jonge gezinnen met kinderen.

parkeermeter Zwevegemsestraa2t 0909 klein

12:49 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.