11-07-09

KVK Jeugd bedreigd met inbeslagname en verbeurdverklaring door Kortrijks stadsbestuur

kvk1

Het komt soms op de manier van formuleren aan. De jeugdwerking van Kortrijks voetbal-eersteklasser KVK deed een aanvraag aan het stadsbestuur om een tombola te mogen houden. Het gaat om een tombola die al jaren loopt. Verrassend genoeg weigert het stadsbestuur het verzoek en het dreigt zelfs met inbeslagname en verbeurdverklaring van 'de inzetten'. Reden: op de aanvraag staat dat de lotjes zouden worden getrokken "tijdens de rust van elke thuiswedstrijd". Verkeerdelijk denkt het stadsbestuur dat het enkel gaat om thuiswedstrijden van de jeugdploegen; het gaat om thuiswedstrijden in de prof-competitie. De jeugdverantwoordelijken hadden die overbodige precisering beter niet op het aanvraagformulier gezet! Want volgens het stadsbestuur is dat een tombola op een openbare plaats en artikel 153 van de Algemene Politieverordening verbiedt 'kansspelen op openbare plaatsen'. Overigens is het nogal merkwaardige stadsreglement op loterijen en tombola's in strijd met dat artikel uit de Algemene Politieverordening. Ik zou het jeugdbestuur aanraden een nieuwe aanvraag te doen met vermelding van een andere, niet-openbare plaats voor de trekking...

Perfect

Is het een samenloop van misverstanden en pezenweverij? Of wil het stadsbestuur, CD&V-OpenVLD, een einde maken aan een jarenlange traditie? Het is een feit dat het stadsbestuur op zijn vergadering van 27 juni jl. de beslissing heeft genomen tot "weigering machtiging te verlenen aan KVK-jeugd om een tombola te organiseren". Het gaat om de al jaren ingeburgerde traditie om bij thuismatchen van KVK de jeugdploegen tijdens de rust lotjes te laten verkopen ten voordele van de jeugdwerking. Daartoe hernieuwde voorzitter Jean-Pierre Laverge op 10 juni de vereiste aanvraag.

Waarom het KVK-jeugdbestuur de aanvraag vernieuwde, is niet duidelijk. Misschien heeft dat wel te maken met het  onsamenhangende tombolareglement dat stad Kortrijk hanteert. In dat reglement is alleen sprake van eenmalige loterijen en niet van tombola's die bijvoorbeeld om de veertien dagen plaatsvinden.

In elk geval vraagt Jean-Pierre Laverge om machtiging van het stadsbestuur voor het organiseren van een tombola. Doel van de tombola: "de morele en fysieke opleiding van de jeugd". Aantal uit te geven loten: 30.000 van 15 juli 2009 tot 30 juni 2010. Verkoopprijs van "het briefje": een halve euro. Tijd om prijzen of loten af te halen: 2 maanden. Gezamenlijke waarde van de prijzen - volgens het reglement mag die waarde hoogstens 1/4 bedragen van "het aantal briefjes": 750 euro. Wijze van bekendmaking: "omroep terrein en pers". En er zal geen beroep worden gedaan op vreemde personen voor de verkoop. Die aanvraag beantwoordt perfect aan de vereisten van het stedelijke reglement op loterijen en tombola's. Zie website Stad Kortrijk.

Misverstanden

Maar volgens het stadsbestuur is de aanvraag in strijd met een ander reglement: de algemene politieverordening (AP). Artikel 153 AP stelt immers: "Het is verboden op de openbare straten, wegen, pleinen of plaatsen loterij- of andere kansspelen aan te leggen of te houden. De tafels, werktuigen, toestellen van de spelen of loterijen, evenals de inzetten, de gelden, waren voorwerpen of loten, aan de spelers voorgesteld, worden bovendien in beslag genomen en verbeurd verklaard". Volgens het stadsbestuur gebeurt de tombola ten voordele van KVK-Jeugd op de terreinen die gebruikt worden door KVK-Jeugd, zijn die terreinen publiek toegankelijk en vallen ze dus onder de definitie van openbare plaatsen.

Het eerste misverstand is dat het stadsbestuur doet alsof het gaat om een nieuw initiatief. Dat is het niet. Het is al jaren de gewoonte dat bij thuismatchen op KVK tijdens de pauze een van de jeugdploegen zich opstelt om lotjes te verkopen ten voordele van de jeugdwerking. De te winnen prijzen liggen in de aard van een fles wijn en dergelijke. De jeugdwerking kan dat beetje steun erg goed gebruiken, met haar 400 spelers, 32 ploegen, 42 gediplomeerde jeugdtrainers en 75 begeleiders en afgevaardigden.

Een tweede misverstand is dat het stadsbestuur denkt dat het gaat om de verkoop van loten bij matchen van de jeugdploegen. Het is bij de rust van de matchen van de profploeg in eerste klasse dat de verkoop gebeurt. Als men in het stadhuis vreest dat de aangevraagde tombola een manier is om wat extra centen af te pingelen van de ouders van jeugdspelers, is men verkeerd.

Balletje, balletje, balletje

De beslissing van het stadsbestuur is voorts op zichzelf onredelijk. Dat er een verbod bestaat om op de openbare weg kansspelen te houden - zoals de truuk met de drie balletjes - is zinvol. Het behoedt lichtgelovige burgers het slachtoffer te worden van oplichterijen. Maar waarom gaat men verder dan de oude wet van 31 december 1851? Artikel 7 van de loterijwet verbiedt loterijen slechts voor zover "de opbrengst niet uitsluitend is bestemd voor daden van godvruchtigheid of van weldadigheid, voor de aanmoediging der nijverheid of der kunsten of voor een ander doel van algemeen nut" (art. 7).

Eigenaardig genoeg houdt het stedelijk reglement op loterijen en tombola's wel rekening met de mogelijkheid dat er lotjes worden verkocht op de openbare weg: "waar de tombolabiljetten op de openbare weg zullen verkocht worden, moeten de inrichters zich gedragen naar de richtlijnen verschaft door de plaatselijke overheid". In die zin is dat reglement tegenstrijdig aan de AP die simpelweg alle loterijen op openbare plaatsen verbiedt.

De loterijwet van 1851 geeft de bevoegde overheid de opdracht om vooral een onderzoek in te stellen naar "de aard en het wezen der loterij" en ook om na te gaan "of de morele waarde der organisators" borg staat voor een normaal verloop. Met zijn onbesuisde weigering geeft het stadsbestuur de indruk te twijfelen aan de morele integriteit en de betrouwbaarheid van het VKV-Jeugdbestuur.

Openbare plaats of openbare inrichting

Overigens kan erover gediscussieerd worden of de motivatie van de weigering juridisch wel klopt. Gaat het hier wel om een tombola "op openbare plaatsen"? Op het moment dat de loten verkocht worden, zijn de KVK-terreinen niet voor iedereen toegankelijk. Alleen wie een ticket of een abonnement heeft, kan zich op die terreinen bevinden. De definitie van 'openbare plaats' in de algemene politieverordening geeft aan dat de ruimte, in open lucht of onder dak, "voor iedereen toegankelijk" moet zijn. Dat is hier niet het geval.

Het ware anders geweest als artikel 153 AP het verbod van loterijen had uitgebreid tot "openbare inrichtingen". Volgens de definitie van 'openbare inrichtingen' in het AP vallen daar ook plaatsen onder die op vertoon van een lidkaart of tegen betaling toegankelijk zijn. Maar artikel 153 spreekt niet over "openbare inrichtingen". En dus is het stedelijke loterijverbod niet van toepassing op de thuismatchen van KVK.

Conclusie: het stadsbestuur heeft hier een beslissing genomen die onredelijk is en bovendien is gebaseerd op een niet correcte interpretatie van de regels. Komt er een rechtzetting? Of komt er een scherp conflict met de jeugdwerking van KVK?

11:47 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.