29-05-09

Experiment nachtasiel heeft nut bewezen maar wordt opgeschort tot december

krot Watermolen1

Vorige winter was er in Kortrijk voor het eerst een beperkt experiment van nachtasiel voor daklozen. De test heeft zijn nut bewezen. 51 personen konden samen 697 nachten ontsnappen aan buiten slapen of overnachten in allerhande kraakpanden en andere bouwvallen. Er is overigens vastgesteld dat de nood groter is dan het aanbod. Het stadsbestuur beslist het experiment voor de komende winter nogmaals te organiseren. Het nachtasiel zal zelfs een maand langer openblijven dan de drie maanden in de voorbije winter. Voor de financiering vraagt men ook het OCMW om bij te springen en eventueel ook weer de Provincie. Voorts hoopt men op steun van de liefdadigheid. Het initiatief vraagt trouwens ook grote extra inspanningen van de betrokken organisaties uit het sociale werk. De vraag blijft waarom men dat nachtasiel niet het jaar rond kan open houden. Waarom moeten de daklozen in de lente, zomer en herfst 's nachts gedwongen op straat doorbrengen?

Reële behoefte

Op 15 maart sloot het nachtasiel De Korenbloem in de Pieter De Conincklaan zijn deuren. Na het verdwijnen van Mensen Onderweg - een particulier liefdadigheidsinitiatief - enkele jaren geleden, werd er een experiment opgezet door het stadsbestuur, het OCMW, de centra voor algemeen welzijnswerk Piramide en Stimulans, Samenlevingsopbouw en het Welzijnsconsortium. Daklozen konden er van de winter enkele nachten ontsnappen aan buitenslapen. Zie mijn vorig stuk.

Het experiment heeft aangetoond dat een nachtasiel in Kortrijk beantwoordt aan een reële behoefte. In de 91 nachten dat er bedden ter beschikking stonden, zijn er 697 overnachtingen geweest van 51 verschillende personen. Om de mensen niet weg te houden uit de - strengere - reguliere opvanginstellingen, kon een dakloze immers maar 5 nachten op 14 van het nachtasiel gebruikmaken. In de praktijk moesten die mensen maar op eigen houtje een geïmproviseerd onderkomen zien te vinden tijdens de nachten waarop ze niet welkom waren in De Korenbloem.

Gebleken is dat de meeste cliënten van het nachtasiel in de leeftijdscategorieën zaten tussen de 18 en de 50 jaar. In grote mate hadden zij te kampen met meer dan een probleem: behalve dakloosheid waren er vaak ook drank- en drugsverslaving, psychische problemen, onoverkomelijke schulden, ontspoorde familiale verhoudingen enzovoort.

Uit het experiment bleek ook dat veel daklozen zo argwanend staan tegenover de hulpverlening en de eisen van die hulpverlening, dat zij zelfs geen gebruik wilden maken van dat vrijblijvende nachtasiel. De noodzaak blijft ook bestaan na de winter en de nood is groter dan de 10 à 15 bedden die per nacht werden aangeboden, aldus de initiatiefnemers. Toch vonden enkele gebruikers door hun verblijf in het nachtasiel de weg naar de bestaande opvang met leefregels en naar de zorg.

Oldenzeel

Het experimentele nachtasiel draaide vooral op vrijwilligers en op extra-werk van de deelnemende caw's en straathoekwerkers. Het gebouw kreeg men gratis ter beschikking van vzw De Korenbloem, maar de inrichting gebeurde door de klusjesdienst van caw Stimulans, met meubels van de Kringloopwinkel. Met de financiële inbreng van de lokale autoriteiten (stad 17.500 euro, OCMW 17.500 euro, Provincie 12.500 euro) konden drie halftijdse medewerkers aangeworven worden, het absolute minimum. Een veertigtal vrijwilligers presteerden 1221 uren, onder meer permanentie 's nachts. En de coördinatie en professionele en administratieve begeleiding van al die bereidwilligheid werd tussen hun ander werk door geleverd door de caw's Stimulans en Piramide en door het straathoekwerk (OCMW).

Het mag allemaal wel wat meer zijn als het initiatief wordt voortgezet. De inititatiefnemers suggereren op hun kousevoeten om het nachtasiel volgende winter een maand langer open te houden. Stad en OCMW worden gevraagd de kosten te dragen. En men hoopt ook wat centen te krijgen bij de provinciale overheid, en bij de liefdadigheid: de Lionsclub en het Fonds Barones Monique van Oldenzeel tot Oldenzeel.

Toog- en parkslapen

Het stadsbestuur van Kortrijk neemt akte van het verzoek maar kijkt nog even de kat uit de boom. Is die aarzeling eigenlijk wel verantwoord? Is het anno 2009 nog verantwoord dat de lokale overheid mensen met pech - ook al hebben zij het soms, maar lang niet altijd, zelf gezocht - veroordeeld tot het kraken van krotten (die 'panden' worden genoemd), tot toog- en parkslapen (Jack!), tot 'overbewoning' (met teveel in onaangepaste woningen) bij vrienden en kennissen?

Waarom kan in Kortrijk niet wat caw Artevelde bijvoorbeeld in Gent het jaar rond doet in een gebouw in de Gasmeterlaan 107: nachtopvang voor daklozen? Ook in Gent heeft men een evaluatie gemaakt van experimenten met nachtasiel: "De nachtopvang in de Gasmeterlaan is bijna permanent volzet en het aantal weigeringen wegens tekort aan capaciteit wijst op de grote behoefte. Dat er enkel tijdens de wintermaanden hoge nood zou zijn aan een nachtopvang wordt door de registratiegegevens volop ontkracht". In Kortrijk is het niet anders.

17:33 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

24-05-09

De halve eeuw van de kerk van mijn vader

Pius 1

Op 28 mei is het dag op dag vijftig jaar geleden dat de nagelnieuwe kerk van Sint-Pius X in Kortrijk kerkelijk in gebruik is genomen (eerste-communiefeest). Christian De Paepe is de auteur van een jubileumboek: 'Een halve eeuw Sint-Pius X Kortrijk (1959-2009). Een parochie aan de stadsrand tussen conciliaire impuls en actieve minderheidskerk'. Als medespeler bekijkt hij zijn parochie uiteraard met christelijke ogen, maar hij heeft ook volop aandacht voor de maatschappelijke omstandigheden waarin zijn kerk in die halve eeuw in een oksel van de Kortrijkse Ring evolueerde. Dat maakt van zijn boek een onmisbaar stuk historische documentatie voor wie belangstelt in de recente geschiedenis van Kortrijk. Ik kan het niet laten enkele van de allerboeiendste verhalen na te vertellen.

Onverbloemd

Met mijn vader heeft dit stukje niet veel te maken, behalve dan dat hij deel uitmaakte van het 'kerkvolk' van de parochie die hij - in het begin een beetje van lieverlede - zag afgesplitst worden van zijn aloude parochie Sint-Elooi. Maar hij heeft het toch allemaal meegemaakt en becommentarieerd aan de gezinstafel en zijn kinderen waren op die manier toeschouwer van horen zeggen. Hij is vorig jaar in de kerk ten grave gedragen. Bij het lezen van het boek van De Paepe bleef de titel van Geert Maks boek, 'De eeuw van mijn vader', door mijn hoofd spelen; vandaar de kop van dit stuk.

'Niet vermeld zijn de namen van God, Maria en heiligen' staat bovenaan de index van personen op het einde van het boek. Om maar te zeggen dat het een heel christelijke publicatie is... Toch laat de auteur zich in zijn inleiding ontvallen: "Je staat versteld hoeveel belangrijke aspecten van de maatschappij je onder ogen krijgt als je vijftig jaar parochiegeschiedenis overziet". Hij heeft die aspecten niet onbesproken gelaten, integendeel. Hij is erin geslaagd daarvan een heel gedocumenteerd verslag te maken. En dat maakt het boek zo boeiend, ook voor wie niet (meer) zo christelijk is geïnspireerd. Het is overigens een onverbloemd verslag geworden, waarin niet alleen de opgang van de jonge parochie maar ook de 'deklerikalisatie' en de evolutie naar 'minderheidskerk' wordt beschreven, en niet alleen het enthousiasme van actieve parochianen maar ook de tegenstellingen en spanningen.

Wijkstichter

Pius X, genoemd naar de toen pas heilig verklaarde - fel anti-communistische - paus (1903-1914) die de eerste communie voor jonge kinderen invoerde, werd in 1959 opgericht als nieuwe parochie door afsplitsing van de Kortrijkse parochie Sint-Elooi en de Kuurnse parochie Sint-Michiel. Na de fusie-operatie van de gemeenten in 1977 is het deel van de parochie dat vroeger bij Kuurne hoorde, bij Kortrijk gevoegd. De Paepe beschrijft Pius X als "een parochie geboren uit de economische heropleving, demografische expansie en sociale heropbloei van de stad na de Tweede Wereldoorlog". Akkoord, maar wat onderbelicht is het aspect persoonlijke sociale opgang: voor de Overleienaars die het zich konden permitteren om uit te wijken naar de groene nieuwe straten aan die rand van de stad, was het een bewijs dat zij de maatschappelijke ladder waren opgeklommen.

Overleie was altijd 'la basse ville' geweest; de wijk waar het minder gegoede deel van de stadsbevolking samentroepte in beluiken, 'poortjes' en straten van arbeiderswoningen. Aan de rand van dat Overleie begon het ermee dat plaatselijke industriëlen voor de bouw van imposante villa's grote terreinen innamen van de open ruimte waar voorheen vooral weiden, vlasakkers en sportvelden lagen. De Leopold III-laan, in de volksmond lang 'het miljoenenkwartier' genoemd, werd geopend in 1940. Na de oorlog werden de miljonairs gevolgd door een schare hardwerkende Kortrijkzanen met enig geluk.

Textielmagnaat Baldewijn Steverlynck werd bij de eerstesteenlegging door bisschop - bisshop staat op de gedenksteen op de stoep van de kerk - Emile-Jozef De Smedt trouwens gedecoreerd met het gulden kruis van Sint-Donatius uit dank voor zijn inspanningen als 'condictor vici' (wijkstichter). De man deed niet alleen een ferme duit in het zakje van het bouwfonds van de kerk, maar bouwde als grootgrondbezitter ook de eerste villa, 'Rozenkrans' - met evenveel dakkapellen als zijn kroostrijk gezin groot was - in de Leopold III-laan. 

Milde vorm van segregatie

Met een bevolking van hooguit 3000 'zielen' kon die stadsuitbreiding zonder problemen een deel gebleven zijn van de aloude Sint-Elooisparochie. Maar voor de gezinnen die konden profiteren van de naoorlogse opgang was het een aantrekkelijk idee om het lastige verleden ook parochiaal van zich af te gooien. Die milde vorm van 'segregatie' is trouwens te merken in de afbakening van de parochiegrenzen. Van de Roterijstraat, een straat met hoofdzakelijk arbeiderswoningen - Stoops Reke - ging bij de afsplitsing van Sint-Elooi alleen het wat betere deel naar Pius X; het proletarische deel bleef bij de oude parochie.

Wat eveneens meespeelde waren overwegingen van vastgoedwaarde. Een eigen kerk werd in die jaren nog beschouwd als een onmisbaar element voor een leefbaar stadsdeel. In het boek citeert de auteur een bedelbrief van pastoor Van Dorpe aan N.V. Matexi: "ons initiatief om hier een kerk op te richten heeft er toe bijgedragen om uw grond in waarde te brengen [...] Tot de goede uitrusting van een wijk behoort ook een mooie kerk waar niets mankeert voor een stichtelijke beoefening van de eredienst. Het moet voor u een genoegen zijn ook daartoe naar vermogen bij te dragen" (p.70).

De eerste kerkraad van Pius X, die in 1960 werd benoemd, typeert de maatschappelijke ambities van de nieuwe parochie; de plaatsen werden ingenomen door degenen die het het verst hadden geschopt. Voorzitter werd Achiel Kerkhof, baas van groothandel Kerkhof-Grijspeerdt (buurtwinkels Centra), en leden: de al genoemde Baldewijn Steverlynck (Groeningeververij enzovoort), Leo De Jonghe, bankdirecteur, en André Dequae, toppoliticus van Kristelijke Werkgevers-strekking, later minister en Kamervoorzitter. De bisschop drong er in niet mis te verstane brieven op aan om "ook een vooraanstaand persoon uit de arbeidersstand in de Kerkraad op te nemen". Dat werd dan Leopold Verhenne, toppoliticus van het ACW, jarenlang Kamerlid.

Patoor2

'Feestzaal'

Het boek toont aan dat de bouw van een nieuwe kerk en de creatie van een nieuwe parochie grotendeels te danken is aan de onverdroten inzet van Jozef Matthys, 'pasterke Matthys' van de moederparochie Sint-Elooi. De overijverige pastoor van kleine gestalte, toen al zestiger, loodste het hooggegrepen plan door alle politieke, administratieve en financiële moelijkheden die opdoemden.

Christian De Paepe schetst hem met volgende eigenschappen: een "enorme werkkracht van een geboren landman, een natuurlijke schranderheid van geest en een fijne neus voor zaken". Het pasterke wond er geen doekjes om; zelf herinner ik mij een preek van hem in de Sint-Elooiskerk waarin hij de kerkgangers opriep mild te zijn bij de 'omhaling': "Laat dat kleutergeld maar zitten. Vandaag mag u wel voor een keer de brieven uithalen". Voor het Pius X-project ging Matthys zelf op zoek naar aangepaste plannen, geschikte medewerkers, grond, geld, toestemmingen, bouwverguinningen en andere handtekeningen (p. 51).

De realisatie van het kerkgebouw ging van start onder een regering waarvan uitzonderlijk geen katholieke partij deel uitmaakte, de regering Van Acker IV die uiteindelijk werd afgestraft na een felle schoolstrijd - Weg met Collard! riepen de manifestanten die onder meer de ruiten van het socialistische lokaal Textielhuis gingen ingooien. In die omstandigheden werden de plannen voor Pius X op een semi-clandestiene manier uitgewerkt.

Het werd eerst aan de bevoegde minister zo verkocht dat het geen parochie zou worden maar slechts een 'kapelanij' afhangende van de Sint-Elooisparochie. En men liet architect Jos Baert twee plannen tekenen: een van een kerkgebouw en een van een feestzaal. Het was hetzelfde gebouw maar op het tweede ontwerp waren alle uitwendige kerkelijke tekenen weggelaten. De eerste plannen die werden ingediend, waren die van een feestzaal. Pas na het aantreden van de homogene CVP-regering van Gaston Eyskens II pakte men uit met de eigenlijke plannen, die van een heuse kerk.

Vermeldenswaard is dat het ontwerp ook voorzag in een klokkentoren naast het kerkgebouw - weliswaar met luidsprekers als moderne klokken. Die toren is er nooit gekomen. Pastoor Matthys had zijn bouwmeester op het hart gedrukt dat "aan de rand van de steden geen dure kerken moeten worden gebouwd": "Schep me een brede ruimte voor zowat 700 stoelen, tegen een kostprijs van niet meer dan 5 miljoen frank". De slotfactuur bedroeg 4,6 miljoen frank en een toren kon er niet meer van af.

Ajour

Op geschonken grond - een 'godsdeel' dat paste in een omvangrijker verkavelingsplan van de eigenaars, graaf en gravin de Kerchove de Dentergem-Piers de Raveschoot - ontwierp architect Jos Baert in de Gouden Rivierlaan een kerkgebouw in een voor zijn tijd vooruitstrevende stijl, die ook op de Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel opgang maakte. Het gebouw moest niet alleen mooi maar vooral ook praktisch zijn. Daarvoor werden uit Nederland boomerangachtige spanten ingevoerd, over de Leie, in voorgespannen gewapend beton. Het skelet werd aangekleed met glazen zijwanden in een betongeraamte. De binnenpijlers creëren rondom een soort wandelgang, zodat het geheel toch de idee oproept van een brede middenbeuk geflankeerd door twee smalle zijbeuken, aldus De Paepe. Het kan ook gezien worden als een grote zaal, 36 op 22 meter, met vooraan een groot podium.

De kerkingang in de westgevel wordt gedomineerd door een groot glas-in-beton-raam, 42 m², dat aan de buitenkant doet denken aan ajourwerk. Vooral bij ondergaande zon biedt dat monumentale glasraam binnenin de kerk een spektakel van kleuren. Het is een creatie van parochiaan Jan Patoor (mijn meester in het vierde leerjaar was zijn vader Georges Patoor).

PatoorX

Over de invulling van die glas-in-beton-gevel kwam het tot hoogoplopende discussies tussen pastoor Matthys en de kunstenaar. Het opgelegde thema was, in de geest van de patroonheilige van de kerk, Pius X: "de massa hunkerend naar het manna des hemels, de H. Eucharistie". Jan Patoor wou dat abstract vormgeven met rechtlijnige en cirkelvormige motieven. Het pasterke wou mannetjes uitgebeeld zien. Door bemiddeling van architect Baert is het uiteindelijk een geabstraheerde groep personen geworden die opkijken en reiken naar een zon/hostie in de nok. In elk deelraam zweeft boven de figuren ook een ronde witte vlek, een hostie dus. Maar je hoeft dat allemaal niet te weten om te genieten van de kleurenpracht.

De architect zelf waagde zich geestdriftig aan de artistieke inkleding van de kerk. Zo ontwierp hij het dolmenachtige hoofdaltaar - dat intussen niet meer als altaar wordt aangewend. Hij ontwikkelde zelfs een eigen lettertype met atletisch aandoende karakters, stoer maar elegant. Dat lettertype is nog te zien op de twee gedenkstenen die op het parvis zijn geplaatst. Het was ook gebruikt voor de kruisweg, waarin Baert de prentjes van de 14 staties vervangen had door houten kruisen met opschrift. Die opschriften had hij eigenhandig gekapt. De bouwmeester was er het hart van in toen hij heel veel later vernam dat men zijn originele kruisweg in 1991 dan toch maar had vervangen door prentjes: "ça frôle le kitch" noteerde hij in een boze brief.

Christian De Paepe

Het boek van Christian De Paepe bulkt van dergelijke interessante details, die het zo leesbaar en levensecht maken. Hij heeft het dan ook allemaal van nabij meegemaakt.

Als eerste van de parochie werd hij in de nieuwe kerk tot priester gewijd. Hoewel hij nooit officieel enige parochiale taak kreeg toevertrouwd, werd en wordt hem "regelmatig de vreugde gegund" diensten te mogen verlenen in de kerk. Zijn vader, Raoul De Paepe, schreef bij het 25-jarig bestaan van de parochie al een beknopte geschiedenis. Zelf maakte Christian De Paepe naam in de academische wereld als doctor in de Romaanse filologie en gewoon hoogleraar, nu emeritus, aan de KU Leuven en als internationaal gewaardeerd kenner van Federico García Lorca.  

Het boek, dat met zijn overvloedige illustraties ook een kijkboek is, is uitgegeven bij Uitgeverij Groeninghe Kortrijk, en is onder meer te koop bij boekhandel Theoria in de O.L.Vrouwestraat. 

Pius 2

13:19 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

22-05-09

Stadsbestuur Kortrijk speelt immokantoor voor VOKA

casino3

Als de gemeenteraad niet dwarsligt, haalt VOKA - Kamer van Koophandel West-Vlaanderen, haar slag thuis. Stad Kortrijk verlost de patroonsorganisatie van haar verouderd gebouwencomplex, Casino en belendende percelen, in de binnenstad. Met de opbrengst bouwt VOKA een nieuw West-Vlaams hoofdkwartier in het Kennedypark, vlak naast de zetel van Leiedal. VOKA had ermee gedreigd Kortrijk te verlaten indien de stad haar niet depanneerde. Het stadsbestuur weet nog niet goed wat aangevangen met het gros van de Casino en de bijhorende gebouwen en - soms 'woeste' - gronden. Wel gaat het modernste deel van de site, een kantoorgebouw in de Albertstraat 17, naar het autonome stadsparkeerbedrijf Parko. Een gewezen dokterswoning, rijp voor de sloop, wordt doorverkocht. En er is een toezegging van de Eurometropool, het gezamenlijke 'syndicat d'initiative' van Rijsel, Kortrijk en Doornik, om een deel van de gebouwen te huren voor de vestiging van zijn administratieve zetel (maandelijkse huurprijs: 1851 euro). Eigenlijk speelt de stad in dit dossier vastgoedmakelaar voor VOKA. De operatie kost de stad alvast een kleine 1,9 miljoen euro, en Parko bijna 335.000 euro.

Piekezot

Vergadert de Kortrijkse gemeenteraad binnenkort in de concertzaal van de Casino, een pralinedoos van 1844? Dat zou kunnen. Het is een ideetje van Stefaan De Clerck, min of meer gewezen burgemeester en minister van Justitie. Maar eigenlijk weet het stadsbestuur nog bijlange niet wat aan te vangen met het gros van de gebouwen die het zich als een piekezot in handen heeft laten spelen door de West-Vlaamse Kamer van Koophandel. 

In 2008 besliste VOKA-Kamer van Koophandel West-Vlaanderen, al zijn over de provincie verspreide kantoren af te stoten. Als het stadsbestuur een beetje meewilde, zou de werking gecentraliseerd worden in Kortrijk. Daartoe zou een nieuw hoofdkwartier worden gebouwd op het Kennedypark, vlak naast de kantoren van de intercommunale Leiedal. Maar VOKA dreigde ermee alles af te blazen - er zijn nog centrumsteden in de kustprovincie! - als Kortrijk de patroonsorganisatie niet verloste van haar aftandse gebouwencomplex in het stadscentrum.

Precies in die periode was het stadsbestuur evenwel een grootscheepse operatie begonnen om zich te ontdoen van het overtollige vastgoed dat de stad historisch had vergaard. Maar geïmpressioneerd door de 'grandeur' van het hoofdgebouw - een gewezen casino in de betekenis van een concertzaal voor de negentiende-eeuwse burgerij (zie over de geschiedenis ervan mijn vorig stuk) - ging Stefaan De Clerck onmiddellijk overstag. Hij achtte het beschermde monument het waard om er de Eurometropool Rijsel-Kortrijk-Doornik, zijn geesteskind, kantoor te laten houden. Eerder had De Clerck daarvoor zijn oog laten vallen op het Kasteel 't Hooghe. De juridische zetel van deze Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking (EGTS) is gevestigd in Rijsel; de secretaressen en telefonisten krijgen een bureau in Kortrijk.

casino1

Beschermd monument

Door de notaris wordt 'het goed' als volgt beschreven. Een hoofdgebouw (Casinoplein 10) van 5 a 60 ca, een huis (Albertstraat 27) op 3 a 70 ca, 'woeste gronden' (te bereiken vanuit de Albertstraat) van twee keer 90 ca, een parking palend aan het hoofdgebouw van 9 a 54 ca, en een kantoorgebouw (Albertstraat 17) op 1 a 10 ca. Eigenaar is VZW Onroerend Goed voor Ondernemend West-Vlaanderen.

Het hoofdgebouw is een voormalig concertgebouw van 1844 (kelder, gelijkvloerse verdieping, verdieping en zolder), dat in 1852 aan weerszijden werd uitgebreid met vleugels in dezelfde stijl. Het complex heeft daarmee een gevel van 35 meter en een diepte van 18 meter. Achteraan is een parking met vier garageboxen in snelbouwsteen. In de Koning Albertstraat 17 staat aansluitend een modern kantoorgebouwtje (1978) met kelder, gelijkvloerse verdieping, drie verdiepingen en een technische dakverdieping (nuttige oppervlakte: 367 m²). En aan de andere kant van de inrit van de parking staat in de Albertstraat nog een 'dokterswoning' van 1947 (gevelbreedte 12,75 m), in bedenkelijke staat.

VOKA-baas Jo Libeer bood de stad zijn Casinocomplex aan tegen de ronde prijs van 2,5 miljoen euro. Dat zou een buitenkansje zijn. Het Aankoopcomité van de federale overheid schat de waarde immers op meer. De stadsadministratie, directie Facility, bekijkt het zaakje echter met nuchtere ogen. Een bouwtechnisch onderzoek wijst uit dat er heel wat kosten zijn te verwachten. Het beschermde monument behoeft dringend voor zowat 94.500 euro herstellingen, het kantoorgebouw in de Albertstraat voor 96.000 euro en de 'dokterswoning' op het domein is zelfs rijp voor de sloop (134.000 euro onmiddellijke kosten - het Aankoopcomité schatte het huis op 0 euro en rekende alleen de waarde van de grond).

casino achterkant

Eurometropool

Het stadsbestuur is intussen koortsachtig op zoek gegaan naar een zinvolle bestemming voor de site. Het staat nu vast dat het kantoorgebouw in de Albertstraat 17 apart wordt aangekocht door het autonome stadsparkeerbedrijf Parko. Parko steekt daar 334.783 euro in, zijnde de schattingsprijs van 450.000 euro min de geraamde dringende herstellingskosten en de huurprijs die VOKA betaalt tot de organisatie kan verhuizen naar het Kennedypark. Parko zal ook de Casinoparking uitbaten (de klok rond!) en de inrichting ervan betalen (15.000 euro).

Voor de 'dokterswoning', Albertstraat 27, betaalt de stad de schattingsprijs, zijnde slechts de prijs van de grond: 286.957 euro (na aftrek van de huur die VOKA betaalt tot de organisatie het pand kan verlaten). Het is de bedoeling van het stadsbestuur om die woning zo vlug mogelijk weer af te stoten, tegen minimaal de geschatte grondwaarde (300.000 euro). Daarbij koestert men de hoop dat het goed commercieel goed gelegen is - wat ik betwijfel aangezien de winkels in het centrum vooral rond het nieuwe winkelcentrum 'K in Kortrijk' zijn te vinden.

Voor het hoofdgebouw, de Casino, heeft het stadsbestuur een principiële toezegging (een brief van 6 mei 2009 - is dat voldoende?) van de Eurometropool om 222,11 m² ervan in huur te nemen voor de inrichting van kantoren. Huurprijs: 100 euro per m² per jaar, of in totaal 1851 euro per maand (8 permanente parkeerplaatsen voor het personeel en 6 parkeerplaatsen voor bezoekers inbegrepen). Als de Eurometropool de concertzaal - binnenkort gemeenteraadszaal? - wil gebruiken, kost dat 400 euro per keer. En de grensoverschrijdende netwerkers krijgen ook een andere vergaderzaal op de begane grond ter beschikking tegen 6442 euro per jaar of tegen een vergoeding per gebruik. De stad moet nog zorgen voor een lift en een tweetalig uitgangbord.

Rest nog zowat 1000 m² nuttige ruimte in het hoofdgebouw waarvoor het stadsbestuur een bestemming moet zien te vinden...

Makelaar?

De hele transactie moet nog door de gemeenteraad worden bekrachtigd (wellicht gemeenteraad van 15 juni). Het stadsbestuur zal pogen aan te tonen dat de beslissing in het belang van de stad is. Vier argumenten worden daartoe aangesleept. Vooreerst wijst het stadsbestuur op de 'interessante prijs' voor een 'waardevolle site' met 'heel wat mogelijkheden'. Of die prijs zo interessant is zal pas blijken uit het nut of de doorverkoopprijs die de stad eruit kan halen. En wat die interessante mogelijkheden betreft, stel ik vast dat het stadsbestuur nog niet weet wat ermee aan te vangen. Het gaat in elk geval om een aankoop zonder dat daar onmiddellijk een behoefte aan is.

Ten tweede betoogt het stadsbestuur dat zonder die aankoop Kortrijk het risico liep dat VOKA ging vertrekken uit de stad. Kon dat dreigement niet op een andere manier worden ontzenuwd? Kon de Gilde (ACW-ACV-CM) hetzelfde spel niet gespeeld hebben toen het enkele jaren geleden een nieuw hoofdkwartier bouwde op het Kennedypark? Dat zou de organisatie verlost hebben van haar probleemvestiging in de Wijngaardstraat.

Ten derde zou de aankoop van de Casino meebrengen dat de Eurometropool enkele kantoren opent in de stad. De Eurometropool ging dat hoedanook hebben gedaan; er was zelfs al een locatie: Kasteel 't Hooghe, waarvoor de eigenaar, de Provincie, nu zelf weer op zoek moet gaan naar een zinvolle bestemming. Die kantoren resulteren volgens het stadsbestuur in een 'aantrekkelijke huurprijs'. Toch niet overdrijven: 1851 euro per maand is voor de stad (126 miljoen euro inkomsten in 2008) echt geen zaak van leven of dood.

Alleen het vierde argument snijdt enigszins hout: Parko krijgt daar tegen een interessante prijs een goed gelegen kantoorgebouw ter beschikking en het kan er de parking uitbaten. Inderdaad. Maar had Parko, die nu ook als afzonderlijk koper optreedt, zich niet op eigen houtje dat deel van de Casinosite kunnen aanschaffen?

Albertstraat 17

Ten gronde blijf ik mij afvragen of het wel een opdracht is van de stad - zelfs het meer gespecialiseerde autonome Stadsontwikkelingsbedrijf SOK is niet ingeschakeld - om zich te wagen aan immobiliënverrichtingen voor een particuliere organisatie. Mag de stad dat risico nemen met gemeenschapsmiddelen? En is een stadsbestuur daartoe wel de aangewezen makelaar?

16:46 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |

15-05-09

Het einde van een Kortrijkse stadsroddel?

Kortrijk zuidenHet zuiden van Kortrijk

Een hardnekkige stadsroddel - meer dan 30 jaar oud - zegt dat gewezen volksvertegenwoordiger Marc Olivier (CVP) indertijd twee goedkope kavels in de Roggelaan heeft kunnen aankopen van de stedelijke grondregie in de plaats van één zoals de andere gegadigden. Een recente beslissing van het stadsbestuur, CD&V-OpenVLD, maakt duidelijk hoe de vork aan de steel zat en zit. Ook is er een voorstel om de zaak financieel te klaren.

Overrompeld

Het stadsbestuur van Kortrijk is geld aan het maken van het overtollige vastgoed van de stad, dat onlangs werd geïnventariseerd in een patrimoniumstudie (zie mijn eerder stuk). Die opbrengsten zijn overigens nog niet opgenomen in de stadsbegroting. Bij die omvangrijke operatie worden ook aloude dossiers naar boven gespit. Zie bijvoorbeeld dit stukje van enkele maanden geleden. Een ander dossier dat nu aan de oppervlakte komt, is de historie van de zogenaamde dubbele kavel van Marc Olivier.  

Vanaf halverwege de jaren zestig is Kortrijk in het zuiden van de stad koortsachtig gaan uitbreiden. Onder leiding van de legendarische burgemeester Ivo Joris Lambrecht werd een enorm structuurplan, dat later werd vastgelegd in het gewestplan, ontworpen en uitgevoerd voor een gebied van niet minder dan 224 hectare tussen de Doornikse- en Oudenaardsesteenweg. Ik schreef er al eerder over.

Dat gebied, maagdelijke landbouwgrond, werd zonder meer overrompeld door de verstedelijking. Naast terreinen voor openbare voorzieningen (de campussen voor hoger onderwijs bijvoorbeeld) en sociale huisvesting (de wijk Langemunte), zijn ook hectaren verkaveld door de stedelijke grondregie. Die stadsdienst verkocht zijn kavels tegen zeer sociale prijzen en de kandidatenlijsten waren dan ook voor iedere nieuwe verkaveling onmiddellijk volzet. Het kwam er veelal op aan tijdig op de hoogte te zijn. Nogal wat stadspersoneel uit die tijd had het geluk zich een kavel te kunnen aanschaffen.

Cabine 

Ook Marc Olivier, later parlementslid, voldeed aan de voorwaarden en kon een kavel kopen op de hoek van de Roggelaan en de Gerstelaan. Hij had zijn oog laten vallen op een perceel gelegen naast een perceel waarop een elektriciteitscabine van Gaselwest stond. Naderhand heeft hij de elektriciteitsdistributeur ervan kunnen overtuigen die cabine naar achter te verschuiven, aan de achterkant van zijn garage op zijn eigen kavel. Het hoekperceel waarop de cabine eerst stond, kon hij toevoegen aan zijn tuin. Een roddel was geboren.

De patrimoniumstudie van het Kortrijkse stadsbestuur bracht aan het licht dat het perceeltje van de stroomcabine eigenlijk nog altijd eigendom is van de stad. Het gaat om 135 m². Nu is beslist om alle stadsgronden die niet van nut zijn om er een openbare bestemming aan te geven, te verkopen. Alleen gronden waarmee de stad misschien ooit nog eens iets kan aanvangen, wil de stad nog 'in precair gebruik geven' aan de aangelanden. Dat is dus voor die 135 m² die Marc Olivier heeft ingelijfd bij zijn tuin, niet het geval.

Toehappen

Vandaar dat de stad hem onlangs heeft gecontacteerd met het aanbod die grond te kopen. Voor de prijs werd een beroep gedaan op het Aankoopcomité van de federale overheid. Die gaf de kavel een minimale waarde van 10.000 euro (75 euro per m² ongeveer). Dat is opvallend minder dan de 100 euro per m² die de stad doorgaans vraagt aan de gegadigden.

Toch wil Marc Olivier niet onmiddellijk toehappen. Hij zegt hoogstverbaasd te zijn te vernemen dat de stad nog eigenaar is van dit stuk van zijn tuin. Nadat hij indertijd voor die stroomcabine de beste oplossing voor alle betrokkenen had uitgekiend, dacht hij dat er een grondruil had plaatsgevonden en dat het Gaselwest was die eigenaar was van de grond.

Toch betaalt hij al elk jaar op 2 januari een pacht van zegge en schrijve 1 Belgische frank per jaar (ongeveer 0,025 euro). Als hij die huur dan toch niet kan voortzetten, zou hij het stuk tuin liever in erfpacht nemen dan aankopen. Of kan de stad niet ietwat van zijn prijs afdoen, "ermee rekening houdend dat wij dat stuk aangelegd en onderhouden hebben, dat het om tuingrond gaat, en dat bij niet-aankoop het onderhoud ten laste van de stad zal komen" (citaat uit de memorie van toelichting bij de beslissing van het stadsbestuur, 15 april 2009)?

Het stadsbestuur hield niettemin voet bij stek. De prijs voor dit stuk tuin werd op minimum voormelde schattingsprijs gehouden, een prijs die toch 25 euro per m² lager lag dan de prijs die steeds gevraagd wordt aan de aangelanden bij andere verkopen (100 euro). Althans, dat was het standpunt van het stadsbestuur op 15 april jl.

Een nieuwe roddel?

Twee weken later blijkt het stadsbestuur zijn standpunt weer verstrakt te hebben. Tussendoor contacteerde gewezen christendemocratisch parlementslid Olivier het kabinet van burgemeester Lieven Lybeer (ook CD&V en van dezelfde ACW-vleugel). Hij liet weten, na lang nadenken, toch bereid te zijn de schattingsprijs te betalen en er zelfs iets te willen bijdoen. De schattingsprijs was, zoals al uitgelegd, 10.000 euro. Marc Olivier wou 11.000 euro betalen, zijnde ongeveer 81,50 euro per m². Uit de toelichting bij de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 6 mei 2009 is het niet duidelijk waarom Olivier plots zo toeschietelijk was geworden.

Nog eigenaardiger en zonder veel motivatie is de beslissing van het stadsbestuur na dat hogere bod van de kandidaat-koper. Het stadsbestuur verklaarde nu plots dat het niet inzag waarom Marc Olivier minder zou moeten betalen dan andere burgers in zijn geval. Doorgaans vraagt en krijgt de stad 100 euro per vierkante meter bij verkoop van restgrond aan aangelanden. Evenwel gaf het stadsbestuur toe dat de familie Oliver op zijn grond een stroomcabine duldt, "een bijzondere last op hun perceel". Men achtte het dan ook billijk om een reductie van 10% op de prijs toe te staan, zijnde 10 euro per m².

Uiteindelijk heeft het stadsbestuur principieel ingestemd met een onderhandse verkoop van 135 m² stadsgrond aan de bewoners van Roggelaan 63 (het gezin Olivier), tegen een totale verkoopprijs van 12.150 euro.

Die ultieme (?) prijs is duidelijk het resultaat van een fikse discussie in het college van burgemeester en schepenen. In de beslissing die de directie Facility had klaargemaakt op voorhand, stond geen 12.150 maar 11.000 euro, zijnde het bod van Olivier. Hoe zal dat aflopen? De verkoop is pas rond als het gezin Olivier zijn akkoord geeft, èn als ook de gemeenteraad akkoord gaat.

10:50 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

13-05-09

Kortrijk krijgt er een nieuwe (private) binnenhaven bij

oud boothuis kanoclub

Na de teloorgang van de Kortrijkse industriële binnenhaven aan de Leie- en vaartkaden en op een moment dat pogingen voor de ontwikkeling van een stedelijke jachthaven niet opschieten, komt er nu een privaat initiatief voor een nieuwe binnenhaven. Daartoe is een bouwvergunningsaanvraag ingediend door NV Pentascoop, de vroegere familiefirma Bert Brothers, grootaandeelhouders van de bioscopengroep Kinepolis en zelf een beetje actief in de sector van de afwerking (bouw), toerisme en recreatie. Het private haventje zal te bereiken zijn door een vaargeul die toegang geeft tot de Leie ter hoogte van waar nu het clubhuis van de Kortrijkse kanoclub ligt. Over de begane grond zal men er kunnen geraken over het Wikingerhof en de Ruitersweg. De aanleg van de nieuwe plezierhaven gebeurt in de marge van de Leieverbredingswerken. Het Kortrijkse stadsbestuur geeft positief advies. Concurrentie voor de slabakkende eigen jachthavenplannen van de stad?

Paardenmanège

Stroomafwaarts de monding van de vaart Kortrijk-Bossuit liggen op de rechteroever van de Leie in Kortrijk enkele hectaren recreatief parkgebied. Het, private, park is te danken aan de ondernemingszin van textielbaron Baldewijn Steverlynck, die tussen beide wereldoorlogen de gronden verwierf en er de Wikings - een Vlaams(gezind)e sport- en ontspanningsclub voor 'la meglio gioventù' -, een kanoclub en een paardenmanège inrichtte. De niet meer gebruikte paardenmanège met stallingen, oefenpaden en jumpingterreinen werd enkele jaren geleden opgekocht door de familie Bert, de hoofdaandeelhouders van de Kinepolisgroep. 

Precies die rechteroever van de Leie wordt binnen afzienbare tijd aanmerkelijk verlegd, voor de laatste fase van de Leieverbredingswerken in Kortrijk. De schilderachtig aan het water gelegen clubhouses van de drie activiteiten moeten sneuvelen in die operatie. Het lokaal van de Wikings is al gesloopt; dat van de kanoclub (zie foto en mijn eerder stuk) gaat dit jaar nog voor de bijl, en ook een deel van de infrastructuur van de paardenmanège heeft plaatsgemaakt voor de gekanaliseerde Leie.

Brothers

De Bert Brothers, NV Pentascoop, maakt van de nood een deugd en doet aanzienlijke investeringen om het uitgestrekte domein van de voormalige paardenmanège een nieuwe recreatieve bestemming te geven. De overdekte oefenpiste met bijhorende stallen, die te dicht bij de Leie lag, is al opgeruimd en langs de Ruitersweg is men nieuwe loklaen aan het bouwen: een hooi-stroschuur, paardenstallen, berging en ontmoetingsruimte.

Het is een langgerekt gebouw in een rustieke architectuur met trapgeveltjes in rode handvormbaksteen, natuurhouten eiken gevelbeplanking en een grijs gecementeerde plint onder een bedaking van rode genuanceerde tegelpannen en riet. het ontwerp is van de hand van de architecten Marnix Demey en Pol Verhaeghe (Desselgem). De stijl van het nieuwe gebouw is in harmonie met nabijgelegen gebouwen die samen een centrale piste omringen.

Jachthaven

En nu heeft de familie Bert een stedenbouwkundige aanvraag ingediend voor de realisatie, wat meer stroomafwaarts op datzelfde domein, van een kleine jachthaven. Het wordt een kuip in beton van 28 meter lang en 17,80 meter breed, met zeven ligplaatsen voor plezierboten, een schans van 4 meter breed en 16 meter lang, en de mogelijkheid om later een bootlift te placeren voor het onderhoud van boten.

Aan het haventje komt een terrras in dolomiet. En rond de haven, de toegangsgeul en op de nieuwe Leieoever komen hoogstammige bomen, die het bestaande parklandschap nog gaan versterken. Op vraag van de Vlaamse agentschappen Natuur en Bos en Onroerend Erfgoed worden rondomrond ook streekeigen houtachtige gewassen geplant zoals gewone es, schietwilg en zwarte els.

De jachthaven zal varend te bereiken zijn vanop de Leie, over een kanaal van 5 meter breed en 15,15 meter lang. Omdat bij de Leieverbreding is voorzien in de aanleg van een nieuw jaagpad op de rechteroever, moet er ook een brug worden gebouwd over de vaargeul van het haventje. De vereiste hoogte vanaf het waterpeil is 2,5 meter. De Brothers hadden gehoopt zich ervan af te kunnen maken met een bruggetje van 3,8 meter breed en hellingen van 8%. Maar dat pikte de directie Mobiliteit en Infrastructuur van Kortrijk niet. De brug wordt dus net even breed als het jaagpad (8 meter) en de hellingen krijgen een gezapiger stijgingsgraad (5%).

Vlot

Het stadsbestuur van Kortrijk geeft gunstig advies voor dit gedurfde plan. De burgemeester en de schepenen zien er een verrijking in van de recreatieve troeven van de stad. Het project heeft volgens hen een 'semi-publiek karakter', maar de vraag is of dat wel klopt. Zal de gaande man en vrouw daar een pintje kunnen drinken met het geklingel van de masten van de bootjes in de haven? Of zullen er slechts de exclusieve zakenrelaties van de Europese bioscoopgroep mogen aanmeren en paardrijden?

Het vereiste openbaar onderzoek heeft plaatsgevonden en er is geen enkel bezwaar ingediend. Dat kon ook moeilijk want het domein ligt aan het uiterste einde van de Ruitersweg waar nagenoeg geen omwonenden zijn en hoegenaamd geen passanten. Zelf vind ik het een goede zaak dat dergelijke investeringen zelfs in deze crisistijd nog gebeuren. Maar het stadsbestuur ontsnapt niet aan de verantwoordelijkheid dringend een oplossing te vinden voor de te verwachten toename van het verkeer over de nu al veel te smalle Abdijkaai en Loodwitstraat in die omgeving.

En dat men op het stadhuis voor de realisatie van de jachthaven in het centrum van de stad eens een voorbeeld neemt aan de vlotte manier waarop dat hier wordt gerealiseerd. 

23:30 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

12-05-09

De organisatie van de stembusslag in Kortrijk, kantonhoofdplaats

verkiezingen 09

Op 7 juni worden ook 57.017 Kortrijkzanen naar de stembus geroepen. De kieswetgeving geeft aan de steden en gemeenten belangrijke opdrachten bij de organisatie van de verkiezingen. Als kantonhoofdplaats moet Kortrijk er eveneens voor zorgen dat de telling van de stemmen zonder materiële problemen kan verlopen. Dat alles kost de stad 21.130,66 euro als je geen rekening houdt met de inzet van personeel en stadslokalen en -materieel. Op vraag van de stad stelt Xpo drie hallen gratis ter beschikking voor de kiesverrichtingen. Vermeldenswaard is de medewerking die de stad verkrijgt van Ak-trac-tie, het centrum voor arbeidsvoorbereiding van CAW De Piramide. Een minpuntje is dat het Kortrijkse stadsbestuur niet heeft ingespeeld op de oproep van de minister van Binnenlandse Zaken om vrijwilligers te werven voor medewerking aan de stem- en telbureaus.

"Ten laste van de gemeente zijn de stembussen, schotten, lessenaars, omslagen en potloden (...) Alle andere verkiezingsuitgaven zijn eveneens ten laste van de gemeente." zegt artikel 8 van het Wetboek voor de verkiezing van het Vlaams Parlement (wet van 16 juli 1993). Ten laste van de Staat komen alleen de verkiezingsuitgaven voor het papier voor de stembiljetten. Dat zadelt de steden en gemeenten op met heel wat extra taken in verkiezingsjaren. In Kortrijk heeft men daartoe een ambtelijke werkgroep opgericht onder leiding van stadsarchitect-directeur Jean Pierre Vanacker, samen met technisch hoofdmedewerker Frank Mahieu en ploegbaas Michel Dejode van de directie Facility.

Stem- en telbureaus

Om de bijna 60.000 Kortrijkse kiezers de kans te geven hun stem voor het Vlaamse en Europese parlement uit te brengen, moeten er niet minder dan 90 stembureaus worden ingericht. Traditioneel vinden veel stembureaus onderdak in scholen, maar in Kortrijk opteert men ervoor om zoveel mogelijk stadsgebouwen te gebruiken om de hinder in de scholen te beperken. Er zijn daarvoor 33 locaties uitgekozen, verspreid over het grondgebied.

Nadat de kiezers 's morgen hun stemplicht hebben volbracht (wie niet gaat stemmen kan voor de politierechter worden gedaagd), moeten de stemmen worden geteld. Dat gebeurt in de kantonhoofdplaats, zoals Kortrijk er een is, op aanwijzing door de voorzitter van het kantonhoofdbureau. Die voorzitter is in Kortrijk voorzitter Pierre Dujardin van de rechtbank van eerste aanleg. In overleg met de stad is beslist de telbureaus voor Kortrijk en omliggende te centraliseren in de hallen 1, 2 en 4 van Xpo.  

Om al die bureaus in te richten beschikt de stad over het materiaal van de vorige verkiezingen (kieshokjes, stemkoffers, schragen en tafels). Maar daar is wel wat opknapwerk aan, waarvoor de directie Facility ingeschakeld wordt. Men rekent op een kost van zowat 4000 euro. In de kiesbureaus sleept men stoelen aan uit de ontmoetingscentra, een 250-tal. Voor de telbureaus heeft de stad slechts een 320-tal eigen tafels en evenmin genoeg eigen stoelen; ze worden gehuurd bij een evenementenfirma: 900 stoelen en 120 tafels. Kostprijs: 1000 euro. Nog ter inrichting van de telbureaus in de Xpo-hallen worden 450 nadar-dranghekkens aangevoerd. Het vervoer gebeurt met eigen rollend materieel van diverse stadsdiensten: 4 camions, 1 kraanwagen en 2 containers, telkens met chauffeur en convoyeur.

Het klaarzetten van de stembureaus gebeurt door eigen stadspersoneel (zowat 30 medewerkers). Daarbij wordt een bijzondere inspanning geleverd om de kiesbureaus in de scholen te plaatsen en te verwijderen met zo min mogelijk hinder voor de lessen. Men start met de opbouw zodra de schoolbel vrijdagavond 5 juni de leerlingen het weekend heeft ingestuurd. Er wordt doorgewerkt tot middernacht, met de mogelijkheid om als het nodig zou zijn op zaterdagvoormiddag de laatste bureaus af te werken. De afbraak begint al op zondagmiddag om 15 uur (nadat zelfs het traagste stembureau erin is geslaagd zijn verzegelde kieskoffers en zijn verslag naar de tellers te brengen). Ter versterking wordt de directie Cultuur ingeschakeld om de werkers te voorzien van de nodige broodjes en drank (300 euro).

Ak-trac-tie.

Voor de inrichting van de telbureaus in de Xpo-hallen en ander werk ten behoeve van de stembusslag haalt de stad er extra werkkracht bij: ploegen van Ak-trac-tie, de afdeling arbeidsvoorbereiding van het centrum voor algemeen welzijnswerk De Piramide.

Met Ak-trac-tie heeft de stad immers een overeenkomst lopen tot 2013, tegen een jaarlijkse toelage van 15.000 euro. Ak-trac-tie (begeleidings- en opleidingscentrum voor welzijn en arbeidsvoorbereiding) bereidt Kortrijkse werkloze en maatschappelijk kwetsbare jongvolwassenen van 18 tot 25 jaar op een aangepast manier voor op werk, participatie en integratie. Vooral hun sociale vaardigheid en arbeidsattitude worden getraind met andacht voor hun bredere welzijnsproblemen.

Ak-trac-tie slaagt erin om jaarlijks zowet 30 jongeren te begeleiden, met een aanbod van 6000 activiteits- en opleidingsuren. De doelstelling is om niet minder dan 70% van de cliënten succesvol door te laten stromen naar een job of een gespecialiseerde opleiding. In het kader van het opleidingsprogramma voert Ak-trac-tie kosteloos werkactiviteiten uit voor de stadsdiensten en de Kortrijkse stadsvzw's. Een handje toesteken bij de verkiezingsklussen van de stad hoort daarbij. Het zijn bijvoorbeeld de mensen van Ak-trac-tie die de officiële verkiezingsborden hebben geplaatst; ze zullen ze ook opkramen (in de week van 22 juni). Zij helpen ook bij de opbouw van de telbureaus in Xpo.

Gratis is niet kosteloos

Xpo stelt drie hallen gratis ter beschikking van de stad voor de stemmentelling. Maar de inrichting en andere kosten worden aangerekend. Vooreerst komt er extra verlichting in de hallen 1 en 2. Bij vorige tellingen was al gebleken dat de bestaande verlichting niet genoeg klaarte gaf. De lichtsterkte varieert van 40 tot 200 lux en er is een minimaleklaarte vereist van 300 lux. Xpo zal dus lichtbruggen ophangen en rekent daarvoor 6940,86 euro (exclusief 21% BTW) aan.

Voor de schoonmaak (machinaal) rekent Xpo 1380,85 euro zonder BTW aan, voor technische permanentie 1875 euro, voor brandblusapparaten 300 euro, voor verwarmings- en stroomkosten 2786,48 euro en voor het gebruik van de toiletten 100 euro. Samen komt dat op een factuur van 15.830,66 euro (BTW inbegrepen). Gratis is dus ook hier niet kosteloos.

Voorzitters en bijzitters

Een andere opdracht voor de stad is het opstellen van lijsten van mogelijke voorzitters en bijzitters voor de stem- en telbureaus (artikel 95§12 van het Algemeen Kieswetboek). Die lijsten moeten klaar zijn in de loop van de tweede maand voor de verkiezingen. Het is de voorzitter van het kantonhoofdbureau, de heer Pierre Dujardin dus, die aan de hand van die lijsten "achtereenvolgens" (eerst de minst gegeerde klussen blijkbaar) de voorzitters van de telbureaus, de voorzitters van de stembureaus en de bijzitters (het personeel) en plaatsvervangende bijzitters - overboeking wegens een gekend gebrek aan enthousiasme - van de telbureaus. Het personeel van de stembureaus wordt door de eerder benoemde voorzitters van die stembureaus zelf bijeengezocht "uit de jongste kiezers van de stemafdeling (de wijk dus) die op de dag van de stemming ten minste dertig jaar oud zijn en kunnen lezen en schrijven". In de praktijk proberen al die voorzitters - amateurs - een ploeg bijeen te halen van vrienden, familieleden en kennissen.

In theorie (art. 95 §4 Algemeen Kieswetboek) moeten op die lijsten achtereenvolgens volgende categorieën opgenomen worden: de regionale rechters - de hoogstgeplaatsten en de oudsten eerst! -, de advocaten en advocatenstagiairs - volgens ancienniteit -, de notarissen, de ambtenaren van niveau A en B die in het kanton wonen, het onderwijzend personeel, de stagiairs van het parket, en "zo nodig de personen aangewezen uit de kiezers van de kieskring". De overheden die al die mensen, behalve de laatste categorie, tewerkstellen, moeten hun namen doorspelen aan de gemeentelijke overheid die de lijsten moet opstellen. In de praktijk is de laatste categorie de belangrijkste geworden, als ik hoor wie allemaal in mijn kennissenkring is opgeroepen.

Voor de meeste 'uitverkorenen' is de benoeming tot voorzitter of bijzitter van een telbureau echt geen cadeau. Maar wie zich aan zijn 'plicht' zonder geldige reden onttrekt, riskeert een ferme boete. Er zijn ook burgers die dat graag zouden doen. Geef toe: het is een belevenis. Je krijgt er als eerste, na het verbreken van de wassen verzegeling van de kieskoffers, de stembiljetten te zien. Na de telverrichtingen - die lang niet zo ingewikkeld zijn als sommigen vertellen - zie je met eigen ogen onmiddellijk al de grote tendenzen van de verkiezing. Worden de opiniepeilingen bewaarheid of hebben de kiezers een andere richting ingeslagen? En veelal hangt er in zo een telbureau een enthousiast democratisch sfeertje van "wij burgers gaan hier een keer de democratie voor de volgende vijf jaar vooruithelpen" (ik overdrijf - ik weet het). In Kortrijk staan al die telbureaus naast elkaar en zo kom je wel eens oude bekenden tegen. Bovendien krijg je 15,6 euro voor de geleverde inspanningen, en dan vergeet ik nog de legendarische pistolets van stad Kortrijk.

Burgers

Daarom is het een beetje sneu dat het Kortrijkse stadsbestuur niet heeft ingespeeld op de nieuwe mogelijkheid die minister van Binnenlandse Zaken Guido De Padt heeft gecreëerd. De gemeenten mogen hun lijsten van helpers voor de stem- en telbureaus nu uitbreiden met de namen van vrijwilligers. Het volstaat dat die mensen zich aangeven op het gemeentehuis. Bepaalde steden en gemeenten hebben daar een kleine campagne over gevoerd, Kortrijk niet. Overigens heeft Kortrijk zijn lijsten al afgesloten en doorgespeeld aan de voorzitter van het kantonhoofdbureau. Maar wie zich alsnog aanmeldt, wordt nu al ingeschreven voor latere verkiezingen.

De burgers hebben trouwens nog een recht en een opdracht, hoewel weinigen daar weet van hebben. Het is in ons land zo geregeld dat het de kiezers zelf zijn die de verkiezingsuitgaven van de verschillende kandidaten kunnen controleren. De kandidaten moeten immers tegen 22 juli de aangifte doen van hun verkiezingsuitgaven. Die verkiezingsuitgaven zijn onderhevig aan beperkingen. Kandidaten die te veel hebben uitgegeven of verboden campagnemiddelen hebben gebruikt (gadgets of borden van meer dan 4 m² bijvoorbeeld), zijn strafbaar. Van die aangiften maakt de voorzitter van het hoofdbureau in Brugge (kieskring West-Vlaanderen) tegen 21 augustus een verslag. Dat verslag moet hij tot 5 september ter inzage leggen van de kiezers. De kiezers kunnen in die periode opmerkingen maken. Verslagen en opmerkingen verkassen nadien naar het Vlaams Parlement waar de Vlaamse Controlecommissie voor de verkiezingsuitgaven dat allemaal controleert en zo nodig klacht indient bij de procureur des Konings.

Test jezelf

En hier een greep stemtesten: Doe de Stemtest van de VRT, De stem van Vlaanderen van VTM, en voor wie op Facebook zit De stemtest '09.

11:48 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

08-05-09

Stad Kortrijk zegt geen geld te hebben voor geluidsschermen aan Elzenlaan en Overzetweg

geluidschermen Elzenlaan

De bewoners van de Elzenlaan, de Plataanlaan en de Overzetweg, hebben te kampen met onredelijk luid verkeerslawaai, van de E17 en van de Kortrijkse Ring R8. Een convenant met het Vlaamse Gewest zou daar geluidsschermen kunnen brengen, met gedeelde kosten. Maar het stadsbestuur vindt zijn aandeel in de kosten te hoog. Daarom wordt de constructie van geluidschermen uitgesteld tot na de volgende gemeenteraadsverkiezingen in 2012. Stilletjes hoopt het stadsbestuur dat nieuwe metingen zullen aantonen dat het geluidsoverlast nog ernstiger is; dan zou het aandeel van de stad in de kosten aanzienlijk minder zijn. Eerder kregen Bissegem, Marke, Aalbeke en Rollegem op initiatief van toenmalig milieuschepen Philippe De Coene en met medewerking van toenmalig Vlaams minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie Gilbert Bossuyt, beiden sp.a, geluidswerende schermen.

Oorverdovend

Kortrijk is niet 'the big apple'; een scheefgelopen fusie maakte er veeleer een klokhuis van. En dat klokhuis is bovendien een beetje wormstekig: het grondgebied is dooraderd van autostrades en andere ringwegen - dat heeft natuurlijk ook zijn voordelen. Een nadeel van verkeersknooppunt te zijn, is dat de omwonenden te lijden hebben van overlast van de nog altijd toenemende - en verzwarende! - trafiek. In Kortrijk is de aandacht van de publieke opinie nog niet al te zeer gevestigd op het fijn stof. Maar de aanzwellende geluidsoverlast kan niemand negeren. Ga maar eens op een willekeurig moment - vroeger was het alleen op werkdagen overdag, nu onophoudelijk - op een van de bruggen over de E17 staan: het lawaai is oorverdovend.

Klachten daarover bleven niet uit, van onder meer buurten zoals Hof ter Walle in (!) de verkeerswisselaar 'het Ei' (Kortrijk), de Zwinstraat en Gladiatorenstraat aan de E403 (A17) in Marke, de Rollegemsestraat, Oude Bellegemsestraat, Kleine Kannestraat, Munkendoornstraat en Mortagnelaan aan de E403 (A17) in Bellegem, de Beeklaan en Roggelaan aan de E17 in Kortrijk, de Elzenlaan en de Plataanlaan aan de E17 in Kortrijk, en de Overzetweg aan (eigenlijk bijna onder) de R8 (Kortrijkse Ring) in Marke.

Eerder werden al geluidsschermen geplaatst in 2005-2007, na een beslissing van de gemeenteraad in 2003, in de buurt Hendrik Dewildestraat aan de R8 in Bissegem, de wijk Rodenburg aan de E17 i,n Marke, de wijk Populierenhof in Aalbeke en Schepenhuisstraat in Rollegem aan de E403 (A17). Niet al die realisaties blijken even geslaagd. In de wijk Rodenburg bijvoorbeeld ervaren de bewoners nauwelijks verbetering na de plaatsing van geluidsmuren. Een grondige evaluatie met bevraging van de betrokken bevolking en nieuwe metingen zou aangewezen zijn, maar van dergelijk onderzoek is niets bekend (gemaakt). Misschien kan een van de nieuw gekozen Vlaamse parlementsleden na 7 juni daarover eens een parlementaire vraag stellen?

2003

Voor de bouw van dergelijke schermen kan de stad samenwerken met het Vlaamse Gewest, met deling van de kosten. Ook het stadsbestuur zou zich daarbij moeten baseren op de ervaring met de reeds geplaatste schermen. Toch laat het Kortrijkse stadsbestuur zich momenteel uitsluitend leiden door financiële overwegingen. En het is merkwaardig hoe het huidige stadsbestuur (CD&V-OpenVLD) anders aankijkt tegenover de opdracht zijn bevolking te vrijwaren van overlast, dan het stadsbestuur in 2003 (CVP-SP).

In de gemeenteraad van 13 oktober 2003 werd het plan besproken om op vier plaatsen geluidsschermen te construeren. Marie-Claire Vandenbulcke deed als woordvoerster van de VLD-fractie (toen in de oppositie) een interventie. Zij vroeg om ook de geluidsoverlast van de E17 ter hoogte van de Plataanlaan en de Elzenlaan - in de onmiddellijke omgeving van haar eigen woning - te onderzoeken. Toen al vroegen de bewoners maatregelen en de VLD-fractieleidster ondersteunde dat.

Thans maakt Marie-Claire Vandenbulcke zelf deel uit van het stadsbestuur. Maar toch moeten de bewoners van de Elzenlaan en de Plataanlaan niet meer hopen nog tijdens deze bestuursperiode gehoor te vinden voor hun klachten. Het zou te veel kosten, hoewel de stad zich in 2003 voor zoveel meer engageerde.

Mobiliteitsconvenant

De bouw van geluidsschermen valt onder het 'mobiliteitsconvenant' dat stad Kortrijk lopende heeft met het Vlaamse Gewest (module 5). Het Gewest heeft zich daarbij verbonden mee te betalen volgens een aantal criteria. Een belangrijke voorwaarde is dat het geluidsniveau hoger is dan 65 dB(A). Daar onder betaalt het Vlaams Gewest niets. Hoe meer het verkeerslawaai er boven ligt, hoe meer de Vlaamse overheid de stad toesteekt. Boven de 80 dB(A) betaalt Vlaanderen alles. Als bovendien meer dan de helft van de getroffen woningen er als stonden toen de autostrade werd aangelegd, gaat er nog eens 10% van het stadsaandeel in de kosten af.

Een onderzoek wees uit dat Hof ter Walle (59,9 decibel), Zwinstraat (50 decibel) en Gladiatorenstraat (63,7 decibel), Rollegemsestraat, Oude Bellegemsestraat, Munkendoornstraat en Mortagnelaan (alle rond de 60 decibel), en Beeklaan en Roggelaan onder de 65 decibel liggen. Als stad Kortrijk daar geluidsschermen wil, moet dat volledig uit de stadskas komen. Los daarvan moet men toch eens overwegen wat voor effect de openstelling van de E403 had op al die landelijke buurten in Bellegem. Voorheen was het daar als het ware een stiltegebied; als men daar op een gegeven ogenblik 60 decibel doorblaast, moet dat verschrikkelijk zijn voor de omwonenden die hoogstens het gekraai van een haan gewoon waren.

Voor de Elzenlaan-Plataanlaan in Kortrijk en de Overzetlaan in Marke is er wel iets mogelijk. Geluidsmetingen in de Elzenlaan geven waarden tot 69,3 decibel; in de Plataanlaan tot 67,1 decibel (2007). In de Overzetweg in Marke liep het lawaai bij de laatste telling, drie jaar geleden, op tot 65,9 decibel.

Overzetweg1

Vijfentwintig percent

Volgens het convenant zou de stad voor geluidswerende constructies nabij de Elzenlaan en Plataanlaan 55% moeten betalen van de plaatsingskosten, die geraamd worden op 1,385 miljoen euro; dat is dus 761.750 euro. Het stadsbestuur wijst die verdeling deze keer resoluut van de hand; het wil niet meer betalen dan 25% (een kleine 350.000 euro). Een scherm van 400 meter aan de Overzetweg zou zowet 800.000 euro kosten, waarvan 70,5% voor de stad (560.000 euro). Daar kan nog 10% van af gaan omdat meer dan de helft van de nabijgelegen woningen ouder is dan de R8. Ook voor die Markse straat weigert het stadsbestuur in te stemmen met de kostenverdeling; meer dan 25% (200.000 euro) wil het er niet voor geven.

Het is maar de vraag of de Vlaamse overheid voor Kortrijk een uitzondering wil maken op de algemene verdeelregels, waarmee Kortrijk trouwens heeft ingestemd bij het afsluiten van module 5 van het mobiliteitsconvenant. Er kan nog enig effect worden verwacht van nieuwe geluidsmetingen; het verkeer neemt immers nog zienderogen toe. Om eraan uit te geraken, beslist het stadsbestuur zijn definitieve beslissing over die geluidsschermen uit te stellen tot na de gemeenteraadsverkiezingen van 2012. De nieuwe coalitie moet het maar oplossen.

Zonder verpinken

In 2003 was het christendemocratisch-socialistische stadsbestuur heel wat toeschietelijker. Er werd toen beslist in te stemmen met de verdeelsleutel van het mobiliteitsconvenant. Voor de schermen ter hoogte van de Hendrik Dewildestraat (Bissegem) moest de stad maar 16,67% van de kosten dragen. Maar voor het Populierenhof (Aalbeke) en de omgeving van de Schepenhuisstraat (Rollegem) was dat 50% en voor Rodenburg zelfs 66,67%. Precies dat laatste scherm geeft het slechtste resultaat.

Zonder verpinken verbond de stad zich in 2003 tot het betalen van 1,829 miljoen euro (totale kost 4,023 miljoen euro) voor 2,611 km schermen. De financiële pil voor de stad werd toen wel verzacht doordat de stad voor die projecten geld mocht gebruiken van de 'trekkingsrechten', een soort reserve voor openbare werken bij de hoger overheid. Die trekkingsrechten zijn nu gewoon opgenomen in het bedrag dat de stad jaarlijks toegeschoven krijgt uit het Gemeentefonds.

Ring Marke

21:02 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

04-05-09

Pluimstraat: proeftuin of boksring voor Kortrijks woonbeleid?

Bouwblokrenovatie

In Kortrijk loopt een voorzichtig experiment met 'bouwblokrenovatie'. De bewoonbaarheid van de hele Pluimstraat en het bouwblok tot aan de Veemarkt dat erop aansluit, moet drastisch verbeteren. Maar verschillende instanties zijn daarvoor in gang geschoten, zonder veel coördinatie en zelfs met tegenstrijdige doelstellingen. Bovendien rijst de vraag of er in de Pluimstraat wel voldoende resultaten kunnen worden behaald.

Oude wijk

Een dertigtal jaar geleden bezocht ik een project van bouwblokrenovatie in Rotterdam. De grote middelen werden daarvoor ingezet. Het blok werd volledig leeggemaakt; de bewoners kregen een woning elders. Alle huizen en andere pandjes (winkels en bedrijfjes) werden 'gestript' tot op de ruwbouw en zo nodig heringedeeld. Het bouwblok behield zijn eigenheid, maar waar de verkrotting te erg had toegeslagen, werd er gesloopt voor passende 'invulbouw'. Architecten met naam werden ingezet en met de aannemers werden schappelijke prijzen bedongen door de grootte van de opdrachten op bouwblokschaal. Diverse partners gingen samen in zee: de stad, het rijk, private promotoren maar ook woningcorporaties, waarvan de inbreng voorkwam dat er al te veel sociale verdringing was. De hele opratie werd geleid door een stuurgroep.

Dertig jaar later gaat het er in Kortrijk in de Pluimstraat heel wat bescheidener aan toe, maar daarom niet minder gecompliceerd.

Er zijn in Kortrijk nog wel straten genoemd naar een café. De Vredelaan bijvoorbeeld. De Pluimstraat is genoemd naar café La Plume, die even buiten de stadsgracht nabij de al lang verdwenen Sint-Janspoort stond. Het betreft het hoekhuis Zwevegemsestraat 45. Vandaar dat de twee bouwblokken van de Pluimstraat, van elkaar gescheiden door de Slachthuisstraat, de 'Oude Sint-Janswijk' wordt genoemd - niemand die dat nog weet (zie hier).

De bouwblokken bevatten overwegend kleine werkmanswoningen, waarvan een groot derde is gebouwd in het begin van de vorige eeuw en de grote helft voor de Tweede Wereldoorlog. Het is een van de stadsuitbreidingen voor de opvang van het werkvolk dat toestroomde tijdens de industriële revolutie in de textielnijverheid.

Al op het moment dat al die huisjes werden gebouwd, was er niet veel wooncomfort. De niet zo denderende kwaliteit van hun constructie heeft het verval in latere jaren versneld. Intussen is de buurt meer en meer een uitweg geworden voor woonbehoeftige gezinnen op zoek naar goedkoop onderdak. Veelal hadden die bewoners niet de financiële armslag om op eigen kosten veel te investeren in hun woning. In totaal zijn er in de zone een kleine 300 woningen waarvan er een dikke 80 slechts worden bewoond door de eigenaars. Het gaat dus duidelijk om een buurt waar veel privaat gehuurd wordt. Er wonen zowat 530 mensen.

Sociale verdringing 

Het is niet verwonderlijk dat het OCMW van Kortrijk in die buurt al langer actief is, ook in samenwerking met de sociaal verhuurkantoor De Poort. De Poort realiseerde jaren geleden al modelprojecten van sociale renovatie in het Sint-Janshof en het Groeningebeluik. Het OCMW bezit in het dubbele bouwblok 10 woningen, De Poort eentje, en De Poort verhuurt er 10 woningen voor particuliere eigenaars.

Sinds 2007 is ook de stad en het Stadsontwikkelingsbedrijf SOK er in gang geschoten. Herinner u dat het SOK de komst heeft mogelijk gemaakt van het megawinkelcentrum van Foruminvest (K in Kortrijk). Een van de engagementen die het SOK van Foruminvest heeft geëist, is de oprichting van een Pandenfonds, waarin Foruminvest en het SOK zelf elk een miljoen euro zouden stoppen. Het SOK heeft dat miljoen inmiddels gekregen van de stad. Dat Pandenfonds moet in een straal van 300 meter rond het winkelcentrum de buurt 'herwaarderen' door vastgoedprojecten te ondernemen. Nogal wiedes dat de promotoren liever niet hebben dat hun winkelcentrum omringd wordt door achterbuurten.

Met eigen middelen kocht het SOK in de bouwblokken al een vijftiental panden op. Er komen er geregeld vrij omdat het verloop er heel hoog is gezien de verloedering. Onder het voorzitterschap van Stefaan De Clerck nam het SOK van meetafaan de ferme beslissing dat het niet de bedoeling was daar aan sociale huisvesting te doen. De aangekochte panden moesten grondig worden vernieuwd met als doelpubliek jonge startende gezinnen, zo mogelijk met kinderen. Want zeker in het centrum van de stad is de bevolking zienderogen aan het verouderen en verarmen, en het SOK wil een grotere verscheidenheid. Het SOK ging daarin zelfs nog verder. Aan het OCMW (en dus onrechtstreeks ook aan De Poort) werd gevraagd in die buurt geen panden meer op te kopen voor zijn per definitie kansarm publiek.

Op zichzelf is de beleidskeuze van het SOK verdedigbaar. Maar dan slechts als men tegelijk een oplossing kan bieden aan de mensen die nu die buurt bevolken. Als er geen compenserende sociale woningen kunnen worden aangeboden, is de operatie van het SOK in Pluimstraat en omliggende niets anders dan georganiseerde sociale verdringing.

Bouwblokrenovatie4

Onmogelijke opdracht?

Het SOK zette vier jonge architectenbureaus aan het werk om voor 11 van zijn huizen in de Pluimstraatbuurt een renovatieproject uit te werken. Het gaat om het bureau Ampe-Trybou (Oudenburg), AVDK Architectenbureau Vande Kerckhove (Moorsele), Arch ID (Kortrijk), en Pascal Schneider (Sint-Denijs).

De opdracht was uitdrukkelijk ontwerpen te maken die jonge gezinnen met kinderen konden bekoren om daar te komen wonen. Minstens moest het gaan om een grondige renovatie zonder eventueel sloping van het bestaande en vervangbouw uit te sluiten. Het SOK had daarbij zelf berekend dat het kostenverschil tussen grondige renovatie binnen de bestaande bouwvolumes (geraamd op ongeveer 110.000 euro) en grondige renovatie met uitbreken en verplaatsen van muren en plafonds (ongeveer 150.000 euro) niet zo groot is. Die laatste raming was dan ook de kostprijs waarnaar werd gestreefd.

Uit de ingediende ontwerpen blijkt evenwel dat die doelstellingen moeilijk haalbaar zijn. Van cité-huisjes is het bijna ondoenbaar om daar redelijke woningen voor jonge gezinnen van te maken - ze lenen zich hoogstens tot studentenhuisvesting. De wat grotere panden zijn dan weer van zo slechte basiskwaliteit dat er alleen zeer dure oplossingen mogelijk zijn. Om dan toch binnen het gewenste prijsniveau te blijven is opsplitsen in kleinere woongelegenheden zeer verleidelijk. En dat levert dan weer geen woningen op voor gezinnen met kinderen, hoogstens starterswoningen voor jonge gezinnen zonder kinderen. Eigenaardig genoeg is slopen en nieuwbouw veelal onmogelijk omdat de panden veel te smal zijn (3,6 meter bijvoorbeeld).

Zelf vraag ik mij af of het niet rationeler zou zijn een aaneengesloten aantal panden te verwerven en te slopen voor wat grotere nieuwbouwprojecten.

Nu of nooit?

In de gemeenteraad en in het SOK heeft sp.a van in het begin gewaarschuwd voor het uitdrijven van de huidige bevolking uit de Pluimstraatbuurt. Herwaardering is oké als er voorzien wordt in sociale huisvesting voor de bewoners die de verbeterde panden niet kunnen betalen.

Nu komt er ook vanuit het stadsbestuur zelf een initiatief om sociale verdringing in de wijk tegen te gaan: de 'Nu of nooit'-premie. 85.000 euro wordt vrijgemaakt om heel tijdelijk (tot 30 april 2011) eigenaars-bewoners en eigenaars-verhuurders financieel bij te springen voor renovatiewerken. In 2010 is het 100.000 euro en in 2011 nog eens 50.000 euro. 

De stad betaalt de helft van de facturen na aftrek van wat men aan andere premies in de wacht kan slepen, met evenwel een maximum van 5000 euro. De premie wordt alleen uitgekeerd als de woning achteraf voldoet aan de normen van de Vlaamse Wooncode. Alleen particulieren kunnen de premie aanvragen; dus niet bijvoorbeeld de socialehuisvestingsmaatschappij Goedkope Woning, het SOK, het OCMW of De Poort. Wel kan de premie gaan naar eigenaars die verhuren aan De Poort, die dan onderverhuurt. De woningen moeten minstens 20 jaar oud zijn en in voornoemde twee bouwblokken liggen. 

Nieuw en interessant is dat de premie-aanvrager ter dege wordt begeleid in zijn verbouwingsavontuur. Hij krijgt een renovatiebegeleider toegewezen - wellicht iemand van De Poort - waarmee hij samen een technisch onderzoek van de woning doet, een renovatieplan opstelt, een prijsofferte maakt, aannemers zoekt, de voortgang van de werken controleert enzovoort. Overigens wordt voor die samenwerking een contract opgesteld tussen de stad, de eigenaar en eventueel de huurder. Ter bescherming van de zittende huurder komt er in dat renovatiecontract ook een clausule die een maximumhuurprijs vastlegt voor de komende 9 jaar, gebaseerd op een redelijke verrekening van de investeringskost.

Bouwblokrenovatie3

Waarom alleen in de Pluimstraat?

Die 'Nu of nooit-premie' is een goed inititatief om de buurt te herwaarderen zonder sociale verdringing. Natuurlijk is het de vraag of de financiële ondersteuning groot genoeg is om de veelal weinig kapitaalkrachtige eigenaars tot investeren te bewegen. En zal het aspect technische en administratieve ondersteuning bij de eigenaars opwegen tegen de toch ingrijpende bemoeienissen van de stad en de renovatiebegeleider?

Bij de bespreking in de gemeenteraad vroeg Bert Herrewyn, sp.a, namens de progressieve fractie de veralgemening van die premie tot heel het grondgebied van Kortrijk of toch minstens tot de herwaarderingsgebieden die ooit werden vastgelegd. Waarom krijgt de eigenaar van een wankele woning in de Pluimstraat wel recht op die premie en een eigenaar in bijvoorbeeld de Stasegemsestraat, de Proosdijstraat, de Izegemsestraat niet? In de commissie had burgemeester Lieven Lybeer daarop aangekondigd dat het premiegebied eventueel zou uitgebreid worden na dit eerste experiment. In de gemeenteraad kwam er onmiddellijk reactie van schepen Wout Maddens, die dat niet betaalbaar achtte voor de stad.

Overigens stelde Bert Herrewyn vast dat de Nu of nooit-premie het levende bewijs is dat het bestaande premiestelsel niet werkt om elementaire woonnoden aan te pakken. Bij het aantreden van de CD&V-OpenVLD-coalitie werd immers de populaire algemene renovatiepremie vervangen door veel geringere premies voor slechts welbepaalde werken (tot nu toe: voorkomen van CO-vergiftiging en dakisolatie). Bij de toelichting was immers gezegd dat de Nu of nooit-premie van toepassing is waar het bestaande premiestelsel niet helpt. Elementaire verbeteringen voor veiligheid, gezondheid, comfort en energiezuinigheid worden vandaag niet meer gedekt door de bestaande stadspremies.

Boksring

De Pluimstraat- en Veemarktbuurt was in de jaren rond de Tweede Wereldoorlog een van de bruisende uitgaansbuurten van Kortrijk. Men sprak wel eens van de Bierwijk, ook de naam van een verdwenen cafeetje in de Slachthuisstraat. In de buurt waren ook heel wat danszalen ingericht, waar soms ook 'wereldrecordpogingen accordeon spelen' en bokswedstrijden werden georganiseerd.

In de Pluimstraat zij trouwens nog twee van die zalen aanwezig: de Scala in nummer 7 (bouwjaar 1875), waarin thans de Unie der Zorgelozen onderdak heeft gevonden, en de zaal van Autox, lange jaren door de handelaar in autoonderdelen gebruikt als magazijn. In de Zwevegemsestraat 13 staat nog de Palace, opgekocht door het SOK. De gewezen dancing, (seks-)cinema en weer dancing is een merkwaardig bouwwerk en heeft daarom een groeiende schare fans die opkomen voor het behoud. Het SOK koestert evenwel plannen om het te slopen en te vervangen door woningen die aansluiting zouden geven met het achterliggende Groeningebeluik.

Maar in verband met de bouwblokrenovatie blijken er momenteel dus drie tegenstrijdige strekkingen te bestaan in het stadsbestuur. Enerzijds is er de strekking De Clerck/SOK die de wijk wil uitzuiveren van een te groot aantal kansarmen. De vernieuwing moet bestaan in het realiseren van betere woningen die jonge gezinnen met kinderen kunnen bekoren. Het OCMW en De Poort moeten daar stoppen met het opkopen en renoveren van panden voor sociale doeleinden. Anderzijds is er de strekking OCMW/De Poort/Lybeer, die meer aan sociale stadsvernieuwing wil doen en sociale verdringing wil tegengaan. Op die manier bestendigt men in die buurt de overpopulatie van kansarmen, zij het dan in verbeterde omstandigheden. En ten slotte is er de strekking Maddens die vooral naar het kostenplaatje kijkt en eigenlijk niet onbeperkt geld wil stoppen in wonen, daar of elders.

Men zou daarbij bijna vergeten dat er ooit een stuurgroep is opgericht voor die bouwblokrenovatie. Daarin zijn alle betrokken diensten en instanties vertegenwoordigd, met uitzondering van de sociale huisvestingsmaatschappij (noch Goedkope Woning, noch Zuid-West-Vlaamse Huisvestingsmaatschappij); ook dat is weer typisch. Die stuurgroep lijdt echter een slapend bestaan. Voor de instelling van de Nu of nooit-premie is hij niet geconsulteerd. Ook niet voor de elf proefprojecten van het SOK. Evenmin voor de verbouwing van een pand tot transitwoning door het OCMW. Op een aanvraag van het OCMW bij het SOK om weer andere panden te mogen opkopen in de buurt, reageert het SOK heel afwijzend.

Vandaar mijn conclusie: de Pluimstraatbuurt is veeleer een boksring dan een proeftuin voor de Kortrijkse stadsrenovatie.

Bouwblokrenovatie2

12:14 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |