24-05-09

De halve eeuw van de kerk van mijn vader

Pius 1

Op 28 mei is het dag op dag vijftig jaar geleden dat de nagelnieuwe kerk van Sint-Pius X in Kortrijk kerkelijk in gebruik is genomen (eerste-communiefeest). Christian De Paepe is de auteur van een jubileumboek: 'Een halve eeuw Sint-Pius X Kortrijk (1959-2009). Een parochie aan de stadsrand tussen conciliaire impuls en actieve minderheidskerk'. Als medespeler bekijkt hij zijn parochie uiteraard met christelijke ogen, maar hij heeft ook volop aandacht voor de maatschappelijke omstandigheden waarin zijn kerk in die halve eeuw in een oksel van de Kortrijkse Ring evolueerde. Dat maakt van zijn boek een onmisbaar stuk historische documentatie voor wie belangstelt in de recente geschiedenis van Kortrijk. Ik kan het niet laten enkele van de allerboeiendste verhalen na te vertellen.

Onverbloemd

Met mijn vader heeft dit stukje niet veel te maken, behalve dan dat hij deel uitmaakte van het 'kerkvolk' van de parochie die hij - in het begin een beetje van lieverlede - zag afgesplitst worden van zijn aloude parochie Sint-Elooi. Maar hij heeft het toch allemaal meegemaakt en becommentarieerd aan de gezinstafel en zijn kinderen waren op die manier toeschouwer van horen zeggen. Hij is vorig jaar in de kerk ten grave gedragen. Bij het lezen van het boek van De Paepe bleef de titel van Geert Maks boek, 'De eeuw van mijn vader', door mijn hoofd spelen; vandaar de kop van dit stuk.

'Niet vermeld zijn de namen van God, Maria en heiligen' staat bovenaan de index van personen op het einde van het boek. Om maar te zeggen dat het een heel christelijke publicatie is... Toch laat de auteur zich in zijn inleiding ontvallen: "Je staat versteld hoeveel belangrijke aspecten van de maatschappij je onder ogen krijgt als je vijftig jaar parochiegeschiedenis overziet". Hij heeft die aspecten niet onbesproken gelaten, integendeel. Hij is erin geslaagd daarvan een heel gedocumenteerd verslag te maken. En dat maakt het boek zo boeiend, ook voor wie niet (meer) zo christelijk is geïnspireerd. Het is overigens een onverbloemd verslag geworden, waarin niet alleen de opgang van de jonge parochie maar ook de 'deklerikalisatie' en de evolutie naar 'minderheidskerk' wordt beschreven, en niet alleen het enthousiasme van actieve parochianen maar ook de tegenstellingen en spanningen.

Wijkstichter

Pius X, genoemd naar de toen pas heilig verklaarde - fel anti-communistische - paus (1903-1914) die de eerste communie voor jonge kinderen invoerde, werd in 1959 opgericht als nieuwe parochie door afsplitsing van de Kortrijkse parochie Sint-Elooi en de Kuurnse parochie Sint-Michiel. Na de fusie-operatie van de gemeenten in 1977 is het deel van de parochie dat vroeger bij Kuurne hoorde, bij Kortrijk gevoegd. De Paepe beschrijft Pius X als "een parochie geboren uit de economische heropleving, demografische expansie en sociale heropbloei van de stad na de Tweede Wereldoorlog". Akkoord, maar wat onderbelicht is het aspect persoonlijke sociale opgang: voor de Overleienaars die het zich konden permitteren om uit te wijken naar de groene nieuwe straten aan die rand van de stad, was het een bewijs dat zij de maatschappelijke ladder waren opgeklommen.

Overleie was altijd 'la basse ville' geweest; de wijk waar het minder gegoede deel van de stadsbevolking samentroepte in beluiken, 'poortjes' en straten van arbeiderswoningen. Aan de rand van dat Overleie begon het ermee dat plaatselijke industriëlen voor de bouw van imposante villa's grote terreinen innamen van de open ruimte waar voorheen vooral weiden, vlasakkers en sportvelden lagen. De Leopold III-laan, in de volksmond lang 'het miljoenenkwartier' genoemd, werd geopend in 1940. Na de oorlog werden de miljonairs gevolgd door een schare hardwerkende Kortrijkzanen met enig geluk.

Textielmagnaat Baldewijn Steverlynck werd bij de eerstesteenlegging door bisschop - bisshop staat op de gedenksteen op de stoep van de kerk - Emile-Jozef De Smedt trouwens gedecoreerd met het gulden kruis van Sint-Donatius uit dank voor zijn inspanningen als 'condictor vici' (wijkstichter). De man deed niet alleen een ferme duit in het zakje van het bouwfonds van de kerk, maar bouwde als grootgrondbezitter ook de eerste villa, 'Rozenkrans' - met evenveel dakkapellen als zijn kroostrijk gezin groot was - in de Leopold III-laan. 

Milde vorm van segregatie

Met een bevolking van hooguit 3000 'zielen' kon die stadsuitbreiding zonder problemen een deel gebleven zijn van de aloude Sint-Elooisparochie. Maar voor de gezinnen die konden profiteren van de naoorlogse opgang was het een aantrekkelijk idee om het lastige verleden ook parochiaal van zich af te gooien. Die milde vorm van 'segregatie' is trouwens te merken in de afbakening van de parochiegrenzen. Van de Roterijstraat, een straat met hoofdzakelijk arbeiderswoningen - Stoops Reke - ging bij de afsplitsing van Sint-Elooi alleen het wat betere deel naar Pius X; het proletarische deel bleef bij de oude parochie.

Wat eveneens meespeelde waren overwegingen van vastgoedwaarde. Een eigen kerk werd in die jaren nog beschouwd als een onmisbaar element voor een leefbaar stadsdeel. In het boek citeert de auteur een bedelbrief van pastoor Van Dorpe aan N.V. Matexi: "ons initiatief om hier een kerk op te richten heeft er toe bijgedragen om uw grond in waarde te brengen [...] Tot de goede uitrusting van een wijk behoort ook een mooie kerk waar niets mankeert voor een stichtelijke beoefening van de eredienst. Het moet voor u een genoegen zijn ook daartoe naar vermogen bij te dragen" (p.70).

De eerste kerkraad van Pius X, die in 1960 werd benoemd, typeert de maatschappelijke ambities van de nieuwe parochie; de plaatsen werden ingenomen door degenen die het het verst hadden geschopt. Voorzitter werd Achiel Kerkhof, baas van groothandel Kerkhof-Grijspeerdt (buurtwinkels Centra), en leden: de al genoemde Baldewijn Steverlynck (Groeningeververij enzovoort), Leo De Jonghe, bankdirecteur, en André Dequae, toppoliticus van Kristelijke Werkgevers-strekking, later minister en Kamervoorzitter. De bisschop drong er in niet mis te verstane brieven op aan om "ook een vooraanstaand persoon uit de arbeidersstand in de Kerkraad op te nemen". Dat werd dan Leopold Verhenne, toppoliticus van het ACW, jarenlang Kamerlid.

Patoor2

'Feestzaal'

Het boek toont aan dat de bouw van een nieuwe kerk en de creatie van een nieuwe parochie grotendeels te danken is aan de onverdroten inzet van Jozef Matthys, 'pasterke Matthys' van de moederparochie Sint-Elooi. De overijverige pastoor van kleine gestalte, toen al zestiger, loodste het hooggegrepen plan door alle politieke, administratieve en financiële moelijkheden die opdoemden.

Christian De Paepe schetst hem met volgende eigenschappen: een "enorme werkkracht van een geboren landman, een natuurlijke schranderheid van geest en een fijne neus voor zaken". Het pasterke wond er geen doekjes om; zelf herinner ik mij een preek van hem in de Sint-Elooiskerk waarin hij de kerkgangers opriep mild te zijn bij de 'omhaling': "Laat dat kleutergeld maar zitten. Vandaag mag u wel voor een keer de brieven uithalen". Voor het Pius X-project ging Matthys zelf op zoek naar aangepaste plannen, geschikte medewerkers, grond, geld, toestemmingen, bouwverguinningen en andere handtekeningen (p. 51).

De realisatie van het kerkgebouw ging van start onder een regering waarvan uitzonderlijk geen katholieke partij deel uitmaakte, de regering Van Acker IV die uiteindelijk werd afgestraft na een felle schoolstrijd - Weg met Collard! riepen de manifestanten die onder meer de ruiten van het socialistische lokaal Textielhuis gingen ingooien. In die omstandigheden werden de plannen voor Pius X op een semi-clandestiene manier uitgewerkt.

Het werd eerst aan de bevoegde minister zo verkocht dat het geen parochie zou worden maar slechts een 'kapelanij' afhangende van de Sint-Elooisparochie. En men liet architect Jos Baert twee plannen tekenen: een van een kerkgebouw en een van een feestzaal. Het was hetzelfde gebouw maar op het tweede ontwerp waren alle uitwendige kerkelijke tekenen weggelaten. De eerste plannen die werden ingediend, waren die van een feestzaal. Pas na het aantreden van de homogene CVP-regering van Gaston Eyskens II pakte men uit met de eigenlijke plannen, die van een heuse kerk.

Vermeldenswaard is dat het ontwerp ook voorzag in een klokkentoren naast het kerkgebouw - weliswaar met luidsprekers als moderne klokken. Die toren is er nooit gekomen. Pastoor Matthys had zijn bouwmeester op het hart gedrukt dat "aan de rand van de steden geen dure kerken moeten worden gebouwd": "Schep me een brede ruimte voor zowat 700 stoelen, tegen een kostprijs van niet meer dan 5 miljoen frank". De slotfactuur bedroeg 4,6 miljoen frank en een toren kon er niet meer van af.

Ajour

Op geschonken grond - een 'godsdeel' dat paste in een omvangrijker verkavelingsplan van de eigenaars, graaf en gravin de Kerchove de Dentergem-Piers de Raveschoot - ontwierp architect Jos Baert in de Gouden Rivierlaan een kerkgebouw in een voor zijn tijd vooruitstrevende stijl, die ook op de Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel opgang maakte. Het gebouw moest niet alleen mooi maar vooral ook praktisch zijn. Daarvoor werden uit Nederland boomerangachtige spanten ingevoerd, over de Leie, in voorgespannen gewapend beton. Het skelet werd aangekleed met glazen zijwanden in een betongeraamte. De binnenpijlers creëren rondom een soort wandelgang, zodat het geheel toch de idee oproept van een brede middenbeuk geflankeerd door twee smalle zijbeuken, aldus De Paepe. Het kan ook gezien worden als een grote zaal, 36 op 22 meter, met vooraan een groot podium.

De kerkingang in de westgevel wordt gedomineerd door een groot glas-in-beton-raam, 42 m², dat aan de buitenkant doet denken aan ajourwerk. Vooral bij ondergaande zon biedt dat monumentale glasraam binnenin de kerk een spektakel van kleuren. Het is een creatie van parochiaan Jan Patoor (mijn meester in het vierde leerjaar was zijn vader Georges Patoor).

PatoorX

Over de invulling van die glas-in-beton-gevel kwam het tot hoogoplopende discussies tussen pastoor Matthys en de kunstenaar. Het opgelegde thema was, in de geest van de patroonheilige van de kerk, Pius X: "de massa hunkerend naar het manna des hemels, de H. Eucharistie". Jan Patoor wou dat abstract vormgeven met rechtlijnige en cirkelvormige motieven. Het pasterke wou mannetjes uitgebeeld zien. Door bemiddeling van architect Baert is het uiteindelijk een geabstraheerde groep personen geworden die opkijken en reiken naar een zon/hostie in de nok. In elk deelraam zweeft boven de figuren ook een ronde witte vlek, een hostie dus. Maar je hoeft dat allemaal niet te weten om te genieten van de kleurenpracht.

De architect zelf waagde zich geestdriftig aan de artistieke inkleding van de kerk. Zo ontwierp hij het dolmenachtige hoofdaltaar - dat intussen niet meer als altaar wordt aangewend. Hij ontwikkelde zelfs een eigen lettertype met atletisch aandoende karakters, stoer maar elegant. Dat lettertype is nog te zien op de twee gedenkstenen die op het parvis zijn geplaatst. Het was ook gebruikt voor de kruisweg, waarin Baert de prentjes van de 14 staties vervangen had door houten kruisen met opschrift. Die opschriften had hij eigenhandig gekapt. De bouwmeester was er het hart van in toen hij heel veel later vernam dat men zijn originele kruisweg in 1991 dan toch maar had vervangen door prentjes: "ça frôle le kitch" noteerde hij in een boze brief.

Christian De Paepe

Het boek van Christian De Paepe bulkt van dergelijke interessante details, die het zo leesbaar en levensecht maken. Hij heeft het dan ook allemaal van nabij meegemaakt.

Als eerste van de parochie werd hij in de nieuwe kerk tot priester gewijd. Hoewel hij nooit officieel enige parochiale taak kreeg toevertrouwd, werd en wordt hem "regelmatig de vreugde gegund" diensten te mogen verlenen in de kerk. Zijn vader, Raoul De Paepe, schreef bij het 25-jarig bestaan van de parochie al een beknopte geschiedenis. Zelf maakte Christian De Paepe naam in de academische wereld als doctor in de Romaanse filologie en gewoon hoogleraar, nu emeritus, aan de KU Leuven en als internationaal gewaardeerd kenner van Federico García Lorca.  

Het boek, dat met zijn overvloedige illustraties ook een kijkboek is, is uitgegeven bij Uitgeverij Groeninghe Kortrijk, en is onder meer te koop bij boekhandel Theoria in de O.L.Vrouwestraat. 

Pius 2

13:19 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.