24-11-08

Eindelijk winterasiel voor daklozen in Kortrijk

sociaal huis1

Er lopen in Kortrijk 120 daklozen rond. Het aanbod van 74 bedden voor residentiële opvang zit dan ook permanent overvol. En het zijn niet de 5 extra bedden van het Regionaal Crisisnetwerk die de nood zullen lenigen. Met de winter voor de deur en in tegenstelling met vorige jaren komt er nu eindelijk, naar Gents voorbeeld, een nachtopvang voor de restgroep van daklozen. Het blijft voorlopig bij een experiment, waarvoor de stad, het OCMW, een paar caw's en de provincie de krachten en middelen bundelen. Intussen zijn de initiatiefnemers en het stadsbestuur gepakt in snelheid door de vroege winter.

Thuisloosheid

Sinds 2005 is in Kortrijk een 'stuurgroep thuisloosheid' aan de slag. De stuurgroep pakte geregeld uit met rapporten die door het stadsbestuur gretig werden gelezen. Het kwam tot een "sectoroverstijgende en werksoortdoorbrekende" samenwerking tussen allerlei instanties en organisaties. Concreet engageerde het stadsbestuur zich ertoe jaarlijks te investeren in drie (3) crisisstudio's. Dat alles kon de groei van de daklozen die niet van de straat geraakten, niet temperen. De bestaande indruk werd bevestigd dat er dringend nood is in Kortrijk aan bijkomende opvang voor daklozen. In de groep vindt men meer en meer personen van alle leeftijden, met uiteenlopende gezinssamenstellingen, van elk geslacht en meestal met een waaier van problemen.

Er is een rapport thuisloosheid gemaakt waarin de welzijnssector van Kortrijk een overzicht geeft van het probleem. In een periode van viermaanden zijn er 100 toestanden geregistreerd van dakloosheid of van woonproblemen waarvoor geen oplossing kon worden gevonden in het bestaande aanbod van residentiële opvang. VZW De Kier werd geconfronteerd met 120 daklozen. Het Kortrijkse straathoekwerk heeft contact met 20 daklozen en 12 mensen in een kraakpand. In de winter stijgt het aantal daklozen.

Kortrijk beschikt alles bijeen over 74 bedden voor residentiële opvang. Die bedden zijn constant bezet, waardoor er geen mogelijkheid is voor een tijdelijke opvang van daklozen. Bij residentiële opvang gaat het verblijf trouwens gepaard met andere hulpverlening, en niet alle daklozen wensen die psychosociale hulp te genieten. Voorts zijn er ook 5 bedden per nacht ter beschikking bij het Regionaal Crisisnetwerk (1 voor een man, 1 voor een vrouw, 1 voor een kind, 1 voor een jongere en een reservebed in een ziekenhuis). Maar ook die opvang is gekoppeld aan begeleiding, die heel wat daklozen willen ontvluchten.

Vrijwilligers.

Vandaar dat men nu heeft beslist een aanbod te scheppen van pure nachtopvang, waarbij de daklozen gerust gelaten worden. Een dergelijk initiatief bestaat al langer in Gent (van het OCMW en caw Artevelde, 20 plaatsen op de verdieping boven het magazijn van de dienst Feestelijkheden in de Gasmeterlaan). Aan het experiment voor winter 2008-2009 werken mee: de stad, het OCMW, en de centra voor algemeen welzijnswerk (caw) Piramide en Stimulans. Het initiatief wordt mee gefinancierd door de Provincie, die 12.500 euro inbrengt. Het OCMW stopt er 17.500 euro in, en de stad evenveel. De caw's doen de dagelijkse coördinatie en stellen daarvoor samen twee personeelsleden ter beschikking.

Voor het overige wordt het een project dat vooral op vrijwilligers draait. Daartoe is een oproep gedaan. De goede zielen gaan in shiften werken; een avondploeg van 21 tot 23 uur, een nachtploeg die inslaapt en een ochtendploeg van 6 tot 9 uur. Wie zich geroepen voelt, kan op donderdag 4 december naar het Buurtcentrum Achturenhuis voor twee informatiemomenten: om 17 en om 19 uur.

Kaarten

Het nachtasiel komt in de Pieter De Conincklaan 6, een burgerswoning naast het vroegere migrantencentrum, niet ver van het hoofdkwartier van de Unie der Zorgelozen en het Poortgebouw Vetex. De nachtopvang zal uitsluitend een 'hotelfunctie' hebben: een aanbod van bed, bad en brood, los van enige hulpverlening. Er worden geen vragen gesteld aan de dakloze; slapen is het belangrijkste. Vooraleer ze in bed worden gestopt kunnen de klanten een kop soep met een boterham krijgen. 's Morgens worden zij niet terug de straat opgestuurd zonder ontbijt. Om 9 uur moeten zij evenwel plaats ruimen voor de schoonmaakploeg.

Er komen in totaal 10 à 15 bedden. Het is duidelijk dat dit niet alle noden kan lenigen. Daarom wordt er gewerkt met groene en rode kaarten in een systeem dat de daklozen in Gent als het meest objectieve ervaren. Elke dakloze mag er per 14 dagen slechts 5 dagen overnachten. Reserveren is onmogelijk, ook al omdat er overdag niemand aanwezig zal zijn in het burgershuis. 

Prachtig en proficiat aan de vrijwilligers, maar is dat alles wel voldoende? Het asiel gaat volgende maand van start en zal open blijven tot 1 maart 2009. Nu de winter al redelijk vroeg is toegeslagen, is er wel een tijdelijke nood die niet wordt gelenigd. Bovendien is het de vraag waarom het initiatief beperkt blijft tot de wintermaanden. In Gent heeft men intussen al beslist de nachtopvang het hele jaar door open te houden.

00:25 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

19-11-08

Oude brandweerkazerne van Kortrijk van verdere aftakeling gered

Foto Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoedoude brandweerkazerne Kortrijk

Het stadsbestuur van Kortrijk heeft beslist de voormalige brandweerkazerne in de Rijkswachtstraat van verdere aftakeling te redden. Er komt een restauratiestudie die 36.300 euro zal kosten. Aangezien het gaat om een beschermd gebouw draagt het Vlaamse Gewest daarvan 60%. De Stad en de Provincie bekostigen elk 20% (7.260 euro) van het ereloon. Er worden drie architectenbureaus aangeschreven voor een offerte. Nu nog een passende bestemming vinden voor het 'beeldbepalende complex' ...

Pakketboot

De oude pompierskazerne in de Rijkswachtstraat is om verschillende redenen een merkwaardig gebouw. Het complex is een van de realisaties van de eerste ACW-burgemeester van Kortrijk, Arthur Mayeur (een beetje achtergrond hier). De kleine man met de grote politieke loopbaan in Kortrijk legde de eerste steen in 1940, waarna de kazerne werd afgewerkt in 1941 onder de nazi-bezetting. Arthur Mayeur bleef onder die bezetting een paar jaar op post, tot hij door de Duitsers werd afgezet om plaats te maken voor een oorlogsburgemeester die dichter bij hun ideologie stond. Op de gedenkplaat aan een van de uitsprongen van de grillige gevel staat ook schepen van Openbare Werken Gaston Bossuyt vermeld, eveneens een ACW-er. 

Het complex is een van de zeldzame -zeldzaam geworden! - voorbeelden van modernistische bouwstijl in Kortrijk. De architecten waren drie bekende vertegenwoordigers van de interbellum-architectuur in West-Vlaanderen: W. Dutoit, P.A. Pauwels en Werner Van Spranghe. Van architect Dutoit is in Kortrijk bijvoorbeeld ook het huis met de pittoreske trapgevel, Fabriekskaai 5, waar nu een charmante bed- en breakfast is gevestigd. P.A. Pauwels is niemand minder dan de bouwmeester die de heropbouw van het verwoeste historische stadscentrum van Ieper (Lakenhalle, Stadhuis, Nieuwerck enzovoort) voor zijn rekening heeft genomen na de Eerste Wereldoorlog. En Overleienaar Werner Van Spranghe is een van de Kortrijkse iconen van de modernere variant van artdeco. Door de voorliefde voor platte daken, speels aaneengebouwde blokvormige volumes met brede vensters, buisprofielen en gestroomlijnde vormen wordt die trant soms ook de 'pakketbootstijl' genoemd.

De kazerne is in 2003 bij ministerieel besluit beschermd als monument.

De aannemer van het brandweerarsenaal was Amedée Cottyn. De bouwbaas uit de Moorseelsestraat maakte lange tijd furore als entrepreneur van overheidsgebouwen. Zo realiseerde hij in zijn eigen straat de Fatima-kerk op de Haantjeshoek (1952). Hij herbouwde ook het Kortrijkse justitiepaleis (1952-1958), maar werd in datzelfde gerechtsgebouw kort daarop geboeid binnengevoerd na een uit de hand gelopen bankroet. Zijn faillissement verhinderde dat hij in 1959 het gemeentehuis van Zedelgem kon voltooien. De leiding van de bouwwerken was toevertrouwd aan de legendarische stadsingenieur Jozef Demeyer.

Interlock

Opvallend aan het arsenaal is de stoere, bakstenen toren. Geen brandweerkazerne zonder toren vroeger. In die toren hing men de brandslangen te drogen; tegenwoordig droogt men ze met perslucht. Aan die toren is over zijn hele hoogte een glazen afronde trappenkoker geplakt, die bovenaan uitmondt in een dakveranda, met een 360 graden uitzicht over de hele stad. Als uitkijkpost kon dat tellen. Zodra verdachte rookpluimen of uitslaande vlammen werden opgemerkt, kon men van daaruit de pompierssirenes op gang brengen, waardoor de brandweerlui wisten dat ze zich naar de kazerne moesten spoeden.

Het is in die kazerne dat het stadsbestuur in het begin van de oorlog, de bevoegdheden opnemend van de afgedankte gemeenteraad, een permanente brandweerwacht oprichtte, met vrijwilligers. Pas in 1963 benoemde de stad een beroepsbrandweer, met vestiging in datzelfde arsenaal. 'Arsenaal' en kazerne klinken militair en aanvankelijk was dat te recht: tot 1956 was de Kortrijkse brandweer een gewapend korps.

In het gebouw moest in de jaren 50 een hele generatie schoolkinderen jaarlijks op medisch onderzoek. Ik zie ons nog staan aanschuiven in ons 'interlocken' ondergoed, tot de stadsdokter en zijn strenge verpleegsters ons wilden monsteren. Het spannendste was de machine met X-stralen, om te zien of we geen plekken hadden op onze longen.

Uit die tijd zijn daar nog altijd ter beschikking: ... de openbare douches van stad Kortrijk. Ik vraag mij af hoeveel en door wie daar nog wordt van gebruik gemaakt. De 'stortbaden' zijn toegankelijk, na aanmelding bij de conciërge, op donderdagavond, zaterdag- en zondagmorgen.

Bergsport

In 1982 werd het gemengde brandweerkorps van Kortrijk gesplitst. De beroepsafdeling verhuisde naar een nieuwbouw - toch ook nog met toren - in de Doorniksestenweg (aan de brug van de E17). De vrijwilligersafdeling van Kortrijk-stad (zie website) is in de Rijkswachtstraat gebleven. In het complex, uitgerust met grote stalplaatsen die uitgeven in de Sint-Antoniusstraat, werd ook een soort stedelijke garage ingericht voor het rollend materieel van de stadsdiensten. De toren is ter beschikking gesteld van de West-Vlaamse Bergsportvereniging, die de constructie gebruikt als klimtoren (zie website).

Al met al wordt dat stuk stadspatrimonium toch ondergewaardeerd en worden de gebruiksmogelijkheden niet ten volle benut. Meer nog, het stadsbestuur is van plan al haar uitvoerende diensten en werkplaatsen te centraliseren in de gewezen textielfabriek Callens in de Moorseelsestraat. Hoe dan ook moet naar een nieuwe bestemming worden gezocht voor een groot deel van het complex. De optie jeugdcentrum met middelgrote fuifzaal is eventjes overwogen maar maakt waarschijnlijk geen kans. Verkoop behoort ook tot de mogelijkheden. In elk geval is een passende herbestemming noodzakelijk voor een duurzame toekomst voor het beschermde monumentale gebouw.

Rodenbach

Intussen is de brandweerkazerne stilaan aan het aftakelen. De stadsdienst Facility (onder politieke leiding van schepen Hilde Demedts, CD&V) maakte een inventaris van de problemen. Het meest acuut is de herstelling van de originele stalen ramen. Precies die raampartijen geven het gebouw zijn opvallende modernistische architectuur. Zowel het hele glazen traphuis van de toren als de horizontale ramen in de facade van de platte gedeelten van het gebouw zijn erg verweerd door roestvorming. Het is zo erg dat het glas los aan het komen is. Voorts behoeft ook de platte bedaking grondiog nazicht en is de vervanging van het schrijnwerk in de toren nodig. Ten slotte vreest men betonrot in de betonnen balken die zichtbaar in de gevel zitten (de imitatie-arduinlintelen).

Een grondige restauratie zal zowat 300.000 euro zonder BTW kosten, aldus de stadsdienst Facility. Het stadsbestuur heeft beslist daarvoor een studieopdracht uit te schrijven. Het studiebureau moet niet alleen nagaan wat de huidige staat van het gebouw aan herstelling vergt, maar moet ook op zoek gaan naar de historische bronnen om de voorgestelde ingrepen historisch en bouwkundig te verantwoorden.

De kosten van die studieopdracht worden geraamd op 36.300 euro (21% BTW incluis). Omdat het gaat om een beschermd gebouw, komt de restauratie in aanmerking voor gulle Vlaamse en provinciale subsidies. Het Vlaamse Gewest zou 60% van de kosten dragen, de provincie West-Vlaanderen en stad Kortrijk elk 20%. Voor de stad komt dat op 7.260 euro voor de studieopdracht.

Om het geschikte studiebureau te vinden kiest de stad voor de procedure van 'onderhandeling zonder voorafgaande bekendmaking'. Er worden bij 3 architectenbureaus een gestoffeerde offerte gevraagd: architect Christian De Laey, Graaf de Smet de Nayerlaan 51, Kortrijk, het architectenkantoor Lambert-Vancoppenolle, Watertorenstraat 20, Roeselare, en architect Xavier Beyens, Roggelaan 64, Kortrijk. Die bureaus worden niet zomaar gekozen. Met de architecten De Laey (o.m. het Streekbezoekerscentrum en het Museum 1302 in de Groeningsabdij) en Beyens (o.m. de verbouwing van Hoeve Te Coucx tot bezoekerscentrum van het stadsgroen Marionetten, zie hier) heeft de stad goede ervaringen in restauratiedossiers. B. Lambert en G. Vancoppenolle tekenden voor de restauratie van de gehele Rodenbach-site in Roeselare (zie hier). 

brandweerkazerne1

21:10 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18-11-08

Bert Herrewyn schaft Kortrijkse tapvergunning voor fuiven af

Bert Herrewyn

Met een goed onderbouwde interventie in de gemeenteraad heeft Bert Herrewyn, sp.a, gemeenteraadslid van de progressieve fractie, bekomen dat de tapvergunning voor fuiven uit de Algemene Politieverordening is geschrapt. Het ontwerp van Algemene Politieverordening, artikel 353 en volgende, eiste 'een positief bericht van de gemeente' (vergunning dus) voor zowel vaste, rondreizende als 'occasionele' drankgelegenheden. Eer dat positief bericht bij de drankschenker in de bus valt, moet een hele administratieve rompslomp doorworsteld worden, tot en met diverse moraliteitsonderzoeken. Organiseer dan als jongerenvereniging maar eens een fuif. Die bepaling is voor 'occasionele drankgelegenheden' nu geschrapt in Kortrijk.

Positief bericht

Aan de gemeenteraad van 17 november 2008 werd het ontwerp van Algemene Politieverordening ter goedkeuring voorgelegd. Zie ook: mijn stuk over de vrije meningsuiting in Kortrijk. De artikels 352 tot 355 geven een regeling voor de 'drankgelegenheden' in Kortrijk. Artikel 352 zegt dat de volgende artikels gelden voor zowel de "vaste, rondreizende en occasionele drankgelegenheden". Artikel 353 zegt letterlijk: "Het is verboden een drankslijterij te openen en er gegiste dranken te verkopen, tenzij men over een positief bericht van de gemeente beschikt. Hiertoe dient een aanvraag voorafgaand aan de opening te worden gericht aan de gemeente. Na controle van de moraliteit van de houder, de eventuele lasthebber en de bij deze personen inwonende of in de inrichting wonende personen die aan de exploitatie van de drankgelegeheid meehelpen (conform de artikelen 11 en 12 van de wet van 26 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank) kan er een positief bericht worden afgeleverd door de gemeente". Artikel 354 gaat over het verstrekken van sterke drank (dreupelkot), waarvoor naast het positief bericht ook een regelrechte vergunning nodig is. En artikel 355 zegt dat het verstrekte positief bericht of de dreupelvergunning persoonsgebonden zijn.

"Tiens," dacht gemeenteraadslid Bert Herrewyn: "heb ik niet gehoord dat de verplichting om een tapvergunning aan te vragen voor fuiven, occasionele drankgelegenheden dus, is afgeschaft? Door de wet van 14 december 2005 op de administratieve vereenvoudiging II, een van de wetten van toenmalig staatssecretaris en nu minister van Vereenvoudiging Vincent Van Quickenborne?". Quicky had bij de goedkeuring van de wet nochtans in het lang en het breed uitgelegd dat de gemeenten niet meer verplicht waren tapvergunningen af te leveren voor gegiste dranken, en dat er zelfs geen vergunning meer moest worden gevraagd voor sterke dranken zoals jenever.

Moraliteit

Vreemd dat die vereenvoudiging nog niet is doorgedrongen tot in Kortrijk waar Quicky zijn partij, OpenVLD, nochtans in de meerderheidscoalitie met CD&V heeft gemaneuvreerd, aldus Herrewyn. Als gewezen voorzitter van de Jeugdraad heeft Bert Herrewyn ervaring met het organiseren van fuiven. Hij weet hoe ambetant het is dat je moet langsgaan bij de politie om een tapvergunning aan te vragen. Daarbij doet de politie een onderzoek naar je moraliteit of achtergrond.

Het gemeenteraadslid van de sp.a-Groen!-VlaamsProgressievenfractie stelde dan ook voor om de fuiven (occasionele drankgelegenheden) uit de politieverordening te schrappen.

De meerderheid zat danig verveeld met het voorstel. Minister van Vereenvoudigen Vincent Van Quickenborne zetelt immers nog in de gemeenteraad en hij was waarempel die avond zelfs aanwezig. Op vraag van OpenVLD kreeg OpenVLD-schepen Marie-Claire Vandenbulcke trouwens ook de bevoegdheid van administratieve vereenvoudiging in het stadsbestuur. "Toch wel straf dat je de afschaffing van regels met grote trom verkondigt, maar er in eigen stad niet in slaagt diezelfde pestregels te schrappen.

Uiteindelijk is de meerderheid gezwicht voor de argumentatie van Bert Herrewyn. Hij mag met recht en reden de titel opeisen van: 'afschaffer van de tapvergunning voor fuiven in Kortrijk'!

10:54 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

12-11-08

Stefaan De Clerck wil censuur in Kortrijkse politieverordening behouden

vlugschrift

De gemeenteraad van 17 november 2008 krijgt eindelijk de Algemene Politieverordening voorgeschoteld. De verordening moet het verouderde Politiereglement vervangen en moet de invoering van een systeem van gemeentelijke administratieve sancties mogelijk maken. Daarover later meer. Nu wil ik het hebben over artikel 100: "Het is verboden enig drukwerk, pamflet of vlugschrift of enig ander voorwerp te verspreiden zonder vooraf de burgemeester hiervan in kennis te hebben gesteld". Die meldingsplicht gaat regelrecht in tegen het censuurverbod in onze grondwet. Het is een aantasting van de vrijheid van meningsuiting. Volgens een arrest van de Raad van State (18 mei 1999) maakt die meldingsplicht intimidatie mogelijk. Ik zal bij amendement voorstellen om dit artikel te schrappen uit de voorgestelde verordening.

Meldingsplicht

In een eerder stuk over het oude politiereglement van Kortrijk wees ik er al op dat de bepaling over het uitdelen van 'geschriften, prenten, aankondigingen, drukwerken of voorwerpen' (artikel 34) in strijd was met de grondwettelijk beschermde vrijheid van meningsuiting. Artikel 19 van de Belgische grondwet zegt: "De vrijheid van eredienst, de vrije openbare uitoefening ervan, alsmede de vrijheid om op elk gebied zijn mening te uiten, zijn gewaarborgd, behoudens bestraffing van misdrijven die ter gelegenheid van het gebruikmaken van die vrijheden worden gepleegd." Artikel 25 van de grondwet is nog uitdrukkelijker: "De drukpers is vrij; de censuur kan nooit worden ingevoerd; geen borgstelling kan worden geëist van de schrijvers, uitgevers of drukkers".

Het algemeen politiereglement zoals het tot nu toe bestond, gaf aan de burgemeester de macht om het verspreiden van geschriften enzovoort te verbieden om redenen van openbare orde, rust, netheid en veiligheid. Daartoe moest hij "in de gelegenheid gesteld worden zich een oordeel te vormen over de gevolgen van hetgeen zal verspreid worden door kennisname van wat er zal verspreid worden". In gewone mensentaal betekende dit dat de burgemeester vooraf een exemplaar van het vlugschrift moest krijgen. De eerdere gevraagde - intussen door verschillende arresten van het Hof van Cassatie en de Raad van State in andere gemeenten onwettig genoemde - vergunning was dus vervangen door een meldingsplicht.

De rare formulering van het bestaande algemeen politiereglement (versie 1981) was het gevolg van correspondentie tussen het toenmalige stadsbestuur en de provinciegouverneur. Om geen fouten te maken propte men letterlijk de als toelichting bedoelde tekst van de gouverneur in het politiereglement.

Boete van 250 euro

Dat algemeen politiereglement is aan vervanging toe. Het moet worden gemoderniseerd - het huidige staat nog vol artikels uit de tijd van paard en kar, zie mijn stukje van 28 december 2007. En het moet worden aangepast aan de invoering van de gemeentelijke administratieve sancties. Met het huidige politiereglement staan op overtredingen van al die verbodsbepalingen straffen zoals de politierechter die kan uitspreken. Het probleem is dat het parket zelden een dergelijke overtreding belangrijk genoeg vindt om er het gerechtelijk apparaat voor te mobiliseren - zij hebben wel wat anders te doen. Met de handhaving van het politiereglement loopt het dus helemaal niet goed. Daarom hebben de gemeenten de macht gekregen om zelf boetes uit te schrijven en te innen, zonder dat daar nog een rechter aan te pas moet komen. En daarom moet het politiereglement worden herschreven.

Aan de gemeenteraad van 17 november 2008 wordt een ontwerp van Algemene Politieverordening ter goedkeuring voorgelegd. Tot mijn grote ergernis is in dat ontwerp de meldingsplicht voor het verspreiden van drukwerk behouden. Artikel 100 zegt: "Het is verboden enig drukwerk, pamflet of vlugschrift of enig ander voorwerp te verspreiden zonder vooraf de burgemeester hiervan in kennis te hebben gesteld". Wie die plicht aan zijn laars lapt en onaangekondigd pamfletten 'verspreid', kan bestraft worden met een administratieve boete die kan oplopen tot 250 euro. 'Administratieve boete' betekent dat de stad - daarvoor is een sanctionerende ambtenaar benoemd - ze zelf kan opleggen zonder dat er een rechter bij te pas komt.

Intimidatie

Die meldingsplicht is flagrant in strijd met een arrest van de Raad van State van bijna 10 jaar oud. In zijn arrest "Van Der Vinck e.a / Stad Antwerpen" van 18 mei 1999 zegt de Raad van State resoluut: "Wat de niet-commerciële bedelingen betreft, moet ook de ingestelde meldingsplicht als een niet toegelaten preventieve maatregel worden beschouwd".

De Raad van State legt daarbij uit dat die meldingsplicht wegens zijn algemeen karakter niet in verhouding staat met oogmerken zoals het voorkomen van vervuiling van straten. Ook in Kortrijk is die meldingsplicht weggestopt in de titel "Openbare reinheid en gezondheid' (Titel 4 - Hoofdstul 3. Verwijderen van afvalstoffen). Het is niet omdat er al eens een pamfletje in de straatgoot arriveert, dat daarvoor het recht op vrije meningsuiting aan banden moet worden gelegd.

De Raad van State illustreert dat aan banden leggen van de vrijemeningsuiting heel concreet: als de burgemeester in kennis wordt gesteld van elke voorgenomen uitdeling van pamfletten, kan hij de politie preventief opdracht geven om toezicht uit te oefenen op de bedeling. De Raad van State zegt onomwonden dat dit "intimidatie mogelijk" maakt.

Een ander gevolg dat ik, als ervaren uitdeler van vlugschriften, zie, is dat het onmogelijk wordt onmiddellijk te reageren met een vlugschrift als er zich iets voordoet. Ook dat is een beknotting van de vrije meningsuiting.

Schrappen!

Conclusie: artikel 100 van het ontwerp van Algemene Politieverordening is onwettig want in strijd met onze hoogste wet, de grondwet. Dat artikel moet er simpelweg uit worden geschrapt. Ik zal dat dan ook voorstellen op de gemeenteraad. Als de meerderheid mij niet volgt, dan doe ik nu al een oproep tot al wie het nodig vindt een vlugschrift te verspreiden, om dit artikel te boycotten. Misschien komt er dan een administratieve sanctie, maar in beroep en hoger beroep zal het ongetwijfeld het stadsbestuur zijn dat aan het kortste einde trekt.

14:23 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

03-11-08

Het Kortrijks stadsbestuur beboet zakenpartner H.Hart

HHart1

De stedelijke leegstandstaks in Kortrijk leidt tot onbillijke situaties. Zo taxeert het stadsbestuur zijn heel bereidwillige zakenpartner Woon en Zorg H. Hart voor leegstand en verkrotting. Het gaat om panden in de Budastraat die H.Hart in een stadsrenovatieproject van het Stadsontwikkelingsbedrijf SOK heeft overgenomen. Die panden verkreeg H.Hart in een ruil voor zijn afgeschreven rusthuis in de Wijngaardstraat, elders in de stad. Als het SOK dat rusthuis niet in handen had gekregen, was er van heel de bouw van het megawinkelcentrum van Foruminvest geen sprake geweest. Het reglement van de leegstandstaks geeft aan het SOK 5 jaar respijt; aan H.Hart slechts 3 jaar. "BILLIJKHEID IS GEEN CRITERIUM VOOR VRIJSTELLING" zegt het stadsbestuur in zijn antwoord op het bezwaarschrift van H.Hart.

Bij de invoering van het belastingsreglement in 2005 heb ik in de gemeenteraad er nog voor gepleit om sociale huisvestingsmaatschappijen en andere semi-publieke stadsvernieuwingspartners bepaalde vrijstellingen te geven op de leegstandstaks. Ik sprak met ervaring, als toenmalig voorzitter van Goedkope Woning. Men heeft mij niet willen volgen; men - met name toenmalig stadsvernieuwingsschepen Frans Destoop - wou ook ten opzichte van die actoren over een drukkingsmiddel beschikken.

Gerontopolis

Op het eiland Buda is de instelling Woon en Zorg H.Hart al jaren op een opmerkelijk doortastende manier bewonderenswaardige voorzieningen aan het uitbouwen voor de aangepaste huisvesting, zorg en opvang van ouderen. Of dat alles daar moet worden geconcentreerd, is een andere vraag. De ontwikkeling van een gerontopolis (seniorenstad) gaat in elk geval in tegen welzijns- en stedenbouwkundige tendenzen om wonen en zorg voor bejaarden zoveel mogelijk te integreren met het wonen van andere leeftijdsgroepen. Op Buda wordt nagenoeg excusieve ouderenhuisvesting ingewerkt tussen uitgangsleven en culturele experimenten - als dat maar blijft goed aflopen.

De naam H.Hart gaat terug op de vroegere kliniek van de Zusters van Liefde van Vincentius-a Paulo die daar was gevestigd. Het was in 1888 Kortrijks eerste 'moderne' kliniek, opgericht door de vooruitstrevende arts E.J. Lauwers. Na een onderbreking vanaf 1904 werd de kliniek in 1924 opnieuw geopend door onder meer dokter A. Baekelandt. Vanuit de panden van de gewezen kliniek heeft Woon en Zorg H.Hart voortdurend bijgebouwd en bezet thans een stadsdeel van de Nieuwe Leie tot de Kapucijnenstraat. De initiatieven hebben veel succes bij de doelgroep en de wachtlijsten zijn navenant.

Het Stadsontwikkelingsbedrijf, SOK, heeft die succesvolle maar eenzijdige ontwikkeling niet echt bijgestuurd, integendeel. Eind 2005 speelde het SOK de groep Woon en Zorg H.Hart 4 leegstaande panden in de Budastraat toe. Daarmee kan de groep zijn uitbreiding voortzetten, als er ten minste binnenkort klaarheid komt over de precieze grondinname voor de nieuwe Budabrug. Die brug is een cruciaal onderdeel van de Leieverbredingswerken die het centrum van Kortrijk al jaren gijzelen.

Woon en Zorg H.Hart had ook zijn oog laten vallen op de aanpalende gebouwen van de textielverdelingsfabriek De Smet-Dejaeghere. Maar daar is van stadswege een stokje voor gestoken; het wordt een 'kunstenfabriek', een productieruimte voor allerlei artistieke experimenten in het kader van Buda Kunsteneiland.

K in Kortrijk

Precies door het dreigende vooruitzicht van de Leieverbredingswerken stonden de panden Budastraat 54, 58, 60 en 62 al geruime tijd leeg. Het SOK heeft ze opgekocht, en ze kwamen goed van pas als ruilobject om het afgeschreven rustoord te verwerven dat H.Hart in een ander deel van Kortrijk, de Wijngaardstraat bezat. Wijngaardstraat 41 maakte deel uit van het bouwblok dat samen met het scholencomplex en klooster van Bijstand is gesloopt door Foruminvest voor de bouw van het megawinkelcentrum 'K in Kortrijk'. Het SOK heeft de komst van investeerder Foruminvest mogelijk gemaakt, onder meer door het gewezen rustoord te verkopen. Als H.Hart niet akkoord was gegaan met de ruiloperatie Wijngaardstraat/Budastraat, dan waren de reusachtige sloop-, graaf- en bouwwerken voor 'K in Kortrijk' gewoonweg niet gestart!

Billijkheid

Daarom is het des te pijnlijker dat het stadsbestuur juist voor die panden in de Budastraat meent H.Hart te moeten sanctioneren voor leegstand en verwaarlozing. In totaal krijgt Woon en Zorg H.Hart een leegstandstaks aangesmeerd van 13.650 euro. Algemeen directeur Wino Baekelandt van Woon en Zorg gaat daar helemaal niet mee akkoord. Hij wijst op zijn cruciale inbreng voor de ontwikkeling van het winkelcentrum van Foruminvest. Hij doet dan ook een beroep op de zin voor billijkheid van het stadsbestuur.

Maar Woon en Zorg H.Hart heeft nog een ander doorslaand argument. Omdat de instelling de panden in de Budastraat verwierf van het SOK, dacht de directie dat zij evenveel vrijstelling zouden krijgen als het SOK zelf. Nu blijkt dat het taksreglement anders uitpakt. Het SOK mag zijn panden 5 jaar laten leegstaan en verkrotten; de zakenpartners van het SOK slechts 3 jaar.

H.Hart heeft dat rijtje huizen in de Budastraat verworven eind 2005. Nummer 54 stond al leeg vanaf december 1999, nummer 58 vanaf oktober 2004, nummer 60 vanaf oktober 2003, en nummer 62 vanaf juni 2003. H.Hart dacht alle panden te slopen binnen de vijf jaar, tegen 2010. In die zin is een masterplan in voorbereiding, dat moet leiden tot de zoveelste uitbreiding van de groep. Het taksreglement geeft evenwel aan kopers van leegstaande panden slechts een vrijstelling van taks voor het belastingsjaar dat volgt op de verwerving. Hier is dat 2006. Voor 2007 ontsnapt H.Hart dus niet aan de taks voor panden die het SOK - en dus onrechtstreeks het stadsbestuur - heeft laten leegstaan.

De ingeroepen billijkheid telt niet. Met referentie naar de letter van het reglement schrijft het stadsbestuur in zijn besluit: "Billijkheid is geen criterium voor vrijstelling". Ik ben eens benieuwd of een rechter dat zou beamen - en dan zeggen we nog niets over dat andere algemeen rechtsbeginsel: het gelijkheidsprincipe.

Intussen heeft de burgemeester in september voor het hele rijtje in de Budastraat, tot en met het huis dat paalt aan de gerenomeerde bloemenwinkel Lagache, een slopingsbevel uitgevaardigd. Brokstukken van een bouwvallige muur waren op een auto terecht gekomen. Van de nood een deugd makend, heeft H.Hart het braakliggend terrein geasfalteerd. Er is nu een parking voor al zijn personeel.

lagache1

10:48 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

02-11-08

Twee Kortrijkzanen voor de rechter gesleept voor betwistbare 300 euro samen

st-antoniusp1

Twee gezinnen uit de Sint-Antoniusstraat worden door het Kortrijkse stadsbestuur voor de Vrederechter gesleept omwille van een betwistbare 150 euro elk. Beide gezinnen weigeren die som te betalen, die de stad van hen eist voor het aanbrengen van een achterpoortje. De stad bracht die kaduke achterpoortjes in 2002 aan in de afsluiting die hun privacy achteraan moet beschermen. Daar bouwde de stad immers, na inname van een stuk van hun tuintjes, het Guldenspoorpad, een fietspad. Volgens mij had de stad nooit een euro mogen eisen voor die poortjes. Ik ben eens benieuwd wat de rechter zal zeggen. Het stadsbestuur is er zelf alvast niet gerust in.

De meeste huizen in de Sint-Antoniusstraat - Tointjesstrate in Hugo Claus' Verdriet van België - zijn arbeiderswoningen van niet meer dan 3 meter breed. Voor hun leefbaarheid moeten zij het dus hebben van hun diepte. Met een smalle tuin kan iets gedaan worden als hij maar lang genoeg is. Vandaar dat ik mij als gemeenteraadslid het lot van de bewoners van de Sint-Antoniusstraat aantrok toen het stadsbestuur een tiental jaar geleden plannen maakte om een fietspad aan te leggen op het achterste stuk van hun tuinen. Die tuinen paalden aan de spoorweg. Het fietspad, Guldenspoorpad, dat in 2000 werd afgewerkt, loopt half op spoorwegterrein en half op grond die is ingenomen van de tuinen van de Sint-Antoniusstraat.

Na een solidaire bewonersactie kwam het met de stad tot een compromis. In ruil voor het afstaan van hun grond kregen de tuinbezitters van de stad een afsluiting in ursusdraad met een groene non-woven bekleding. De gezinnen die het wensten, konden een achterpoortje krijgen, waarmee ze een directe toegang kregen tot het fietspad en een extra ingang tot hun huis. Van meetafaan hebben de bewoners zich ertegen verzet dat zij voor die poortjes zouden moeten betalen.

Het stadsbestuur is echter hardnekkig blijven eisen dat de bewoners voor die poortjes gingen dokken. Eerst werd 20.765 Belgische frank gevraagd (2002). De zeven betrokken gezinnen weigerden solidair te betalen en plooiden niet voor aanmaningen en bezoeken van buurtwerkers die door het stadsbestuur als incasseurs werden gebruikt. Na verloop van tijd besliste het stadsbestuur dan de prijs te verminderen tot 12.000 frank (297,47 euro). En toen daarop de bewoners nog niet tot betaling overgingen, werd in 2006 een advocaat aangesteld, meester D'Hulst. Een dreigbrief van de meester haalde vier gezinnen over tot betalen. Drie bleven het been stijf houden.

st-antoniusp3
Vermogensvermeerdering?

Uiteindelijk bracht dat de advocaat tot een advies aan de stad om de niet-betalers te dagvaarden voor de Vrederechter. De poortjes zijn eigendom geworden van de respectievelijke huizen, waarvoor een correcte prijs moet worden betaald. Hij noemt dat "een vermogensvermeerdering zonder oorzaak in hoofde van de bewoners". Hij stelt vast dat de eigenaars niet betwisten dat zij moeten betalen, maar er is onenigheid over de prijs en de kwaliteit van de poortjes. De advocaat wijst de stad erop dat de bewoners misschien wel niet helemaal ongelijk hebben: de poortjes zijn inderdaad van minderwaardige kwaliteit. Een van de drie heeft intussen uit eigen beweging 150 euro gestort in de stadskas. Meester D'Hulst adviseert de stad daarmee genoegen te nemen. Dat is zowat de helft van wat aan de resterende twee wordt gevraagd. Het zou dus wel eens kunnen dat de Vrederechter dat ook voldoende vindt.

De vraag is of de som van hoogstens twee keer 150 euro wel de moeite waard is om een advocaat in te huren en een rechtszaak te beginnen.

Overigens blijf ik erbij dat voor die poortjes eigenlijk geen euro mocht worden gevraagd. Het was een uitdrukkelijk verkregen compensatie voor het verlies van tuin dat de stad uit eigen zak de private eigendom en de privacy van alle bewoners ging garanderen bij de aanleg van het fietspad. Ook die poortjes kunnen beschouwd worden als een magere compensatie voor het verlies aan leefbaarheid van de betrokken woningen van de Sint-Antoniusstraat. De smalle huisjes - niet meer dan drie meter! - moeten het hebben van de diepte van huis en tuin om leefbaar te zijn. De inname van enkele meters tuin verminderde die leefbaarheid. Het creëren van een achtertoegang kon die leefbaarheid enigszins herstellen.

Een dergelijke compensatie kan dus redelijkerwijze niet beschouwd worden als een "vermogensvermeerdering zonder oorzaak". Het was de verdomde plicht van de stad om de kwalijke gevolgen van de inname van stukken tuin zo beperkt mogelijk te houden.

Bepaalde bewoners wilden om redenen van voorzichtigheid geen toegang tot hun tuin aan de achterkant. Andere huizen waren huurwoningen waarvoor de verhuurder al helemaal geen extra kosten wou doen voor een poortje of voor gelijk wat. Het is dus geen argument dat die poortjes een voordeel zouden zijn voor slechts bepaalde eigenaars: de anderen wilden gewoon geen poortje.

Ook zijn die poortjes opgetrokken in dezelfde materialen als de gratis afsluiting: ursusdraad gespannen op ijzeren buizen en bekleed met groen zeildoek. In feite vormen die poortjes elk een stuk van die afsluiting. Het enige wat die poortjes meer hebben dan de rest van de afsluiting is een paar scharnieren en een klink, van slechte kwaliteit op de koop toe. Het is niet redelijk daar geld voor te vragen als men de rest van de afsluiting gratis heeft gegeven.

Ik ben eens benieuwd wat de rechter daarvan zal denken. Maar eigenlijk vind ik het een beetje laf om minderkapitaalkrachtige mensen op die manier te treffen.

st-antoniusp2

18:01 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |