31-10-08

Wordt babyboomgeneratie in Kortrijk bovengronds begraven?

Jozef Weyts

Op het stadhuis in Kortrijk maakt men zich op voor een piek van overlijdens tussen 2020 en 2030, als de babyboomgeneratie aan de beurt komt. Ter voorbereiding daarvan wil het stadsbestuur plaats maken op de bestaande kerkhoven, met ontgravingen, verwijderen van grafstenen en eventueel zelfs hergebruik van waardevolle grafmonumenten. Moniek Gheysens, gemeenteraadslid OpenVLD, vindt dat zonde. Van al die plekken van geconcentreerde emotie moet men afblijven, ook al is het graf zelf vergaan of langzaam opgezogen door de zompige kleilagen. Bescherm Kortrijks grootste dodenakker, het Sint-Janskerkhof, als monumentaal stadsgezicht. Voor de overlijdensgolf van de babyboom-Kortrijkzanen heeft Moniek een andere oplossing: bovengronds begraven, zoals in het zuiden.

De belangstelling voor het 'funerair erfgoed' is in Kortrijk nog jong. Op aandringen van de ijverige ambtenaren van de erfgoedcel heeft schepen Marie-Claire Vandenbulcke, OpenVLD, de inventarisatie van de waardevolle graven op gang getrokken, om te beginnen op het Sint-Janskerkhof.

Keizer-koster

In Kortrijk wordt begraven op de in gebruik gebleven begraafplaatsen van de deelgemeenten (èn van het gehucht Watermeulen), op het nieuwe designbegraafpark op Hoog Kortrijk, en op het traditionele Sint-Janskerkhof aan de Meensesteenweg, slechts door de spoorweg gescheiden van het Guldensporenstadion van KVKortrijk.

Toch is ook het Sint-Janskerkhof slechts een dikke 120 jaar oud; voor een dodenakker is dat nog jong. Kortrijk begroef voorheen zijn doden meestal rond de Sint-Maartenskerk, tot de verlichte Oostenrijkse keizer Jozef II het om hygiënische redenen verbood te begraven in het stadscentrum. Door toedoen van de keizer-koster werd dan in 1785 een stedelijke begraafplaats geopend op de uitgestrekte terreinen van de Kortrijkse leprozerij, de Groote Madeleene, waar nu het Magdalenapark is in de Marksesteenweg.

Maar daar had men veel last van water. Ook nu staat het park bij momenten een halve meter onder water. En lijken die in het water liggen, vergaan niet. Vandaar dat het stadsbestuur een eeuw later een tweede begraafplaats in gebruik nam: het kerkhof in de Meensesteenweg aan de grens met Bissegem. Het werd door het conservatief-katholiek stadsbestuur toegewijd aan Sint-Jan, zoals de Sint-Jansmolen en de Sint-Jansput op de dichtstgelegen stadsvestingen (Overleie). Op het Magdalenakerkhof bleven intussen  alleen nog de familiekelders in gebruik, tot het kerkhof in 1944 letterlijk werd omgewoeld door de geallieerde bombardementen - die ook onder de levenden veel slachtoffers maakten.

Eeuwige vergunning

Voor zover men niet gekozen heeft voor crematie wordt men op Hoog Kortrijk begraven in prefabkeldertjes en op het Sint-Janskerkhof in de volle grond of in de familiekelder. Zoals de wet maakt Kortrijk onderscheid tussen grafconcessies - vroeger 'eeuwige vergunning' genoemd - en niet-geconcedeerde graven. Wie kiest voor een grafconcessie betaalt ervoor, voor 30 of 50 jaar. Na afloop van die periode kunnen de nabestaanden telkens voor 10 jaart 'bijbestellen'. Een niet-geconcedeerd graf is gratis. De wet zegt dat de gemeente dergelijke gratis graven minimum 10 jaar moet bewaren; in Kortrijk behoudt men ze 18 jaar.

Maar er is een zekere terughoudendheid om grafstenen waar niemand meer naar omkijkt of voor betaalt, te verwijderen. Het gaat tenslotte om stenen erfgoed. Anderzijds strookt het niet met de gelijkheidsgedachte - en in de dood zijn wij allen gelijk - dat men de ene familie doet betalen voor het behoud van een graf en de andere familie niet.

De dienst leefmilieu, die de begraafplaatsen beheert, en de erfgoedcel hebben zich in het stadhuis bijeengezet om dat probleem aan te pakken. Bovendien doemt er voor de toekomst een ander probleem op: plaatsgebrek. Tussen 2020 en 2030 zullen de Kortrijkzanen van de babyboomgeneratie massaal de geest geven [denken ze op het stadhuis werkelijk dat wij niet ouder dan 80 willen worden?] en dan kan het gaan spannen aan de Meensesteenweg en de Ambassadeur Baertlaan.

Stadsgezicht

Toekomstgericht wil men het oude Sint-Janskerkhof gaan herschikken. Een inventarisatie van de waardevolle graven is al bezig. Monumentale graven met een zekere architecturale of artistieke waarde wil men hoe dan ook bewaren. Maar als het om graven gaat waarvoor niemand meer betaalt, worden ook oplossingen onderzocht zoals verhuis naar een bepaald museumachtig gedeelte van het kerkhof of terbeschikkingstelling van andere families die willen investeren in het behoud en het hergebruik van het monument. Uiteraard zouden graven met een historische betekenis, bijvoorbeeld van belangrijke personen, behouden blijven zonder hergebruik. Wel is verplaatsing naar een soort erepark niet uitgesloten. De discussie over welke overledene daarvoor in aanmerking komt, is geopend.

Een andere mogelijkheid houdt meer rekening met de stedelijke dodenakker als stadsgezicht. Bepaalde percelen met veel oude graven zou men eventueel op zijn geheel bewaren als funerair erfgoed. Als problematisch wordt hier gezien dat de meeste graven na verloop van tijd inzakken. Waar op een kelder is gebouwd, heeft men meer kans dat het bouwsel recht blijft staan. Maar waar de grafsteen, al dan niet op fundering, bovenop de kist in de volle grond is geplaatst, is de stabiliteit veel minder gegarandeerd. Op het moment dat de kist door vermolming ineenstuikt, ontstaat er een leegte waarin steen, kruis en andere symbolen verzinken. In Kortrijk vindt men dat niet proper.

Moniek Gheysens, het meest vrijgevochten gemeenteraadslid van OpenVLD in Kortrijk, ziet die plannen met lede ogen aan. Zij noemt het onomwonden 'grafschennis' en: "een totaal gebrek aan respect voor de doden, en voor de ambachtslui en kunstenaars die met veel liefde en vakkennis de zerken vorm gaven". Gebroken ornamenten, bouwvallige graven en met klimop overwoekerde laatste bestemmingen, ziet zij juist als sfeerbepalend voor een kerkhof met adelbrieven. Een begraafplaats mag er volgens de Heulse politica helemaal niet opgeboend bij liggen. En precies de bonte mengeling van stijlen en materialen maakt van een kerkhof een boeiende plek om te bezoeken.

Met haar interessante mening komt Moniek Gheysens wel in aanvaring met de wetgeving. Artikel 10 van het Vlaamse begraafplaatsendecreet zegt radicaal : "De geconcedeerde graven moeten onderhouden worden". De burgemeester moet van het decreet de kerkhoven aflopen om verwaarlozing op te sporen. Verwaarlozing wordt in het decreet plastisch omschreven als "doorlopend onzindelijk, door plantengroei overwoekerd, vervallen, ingestort of bouwvallig". Aan de familie moet de kans worden gegeven om binnen het jaar het graf op te knappen; zoniet  moet de gemeenteraad de concessie opdoeken.

Flat-begraven

Voor de talrijke generatie van de boorlingen uit de jaren 50 en 60 heeft Moniek Gheysens een andere oplossing in petto: het 'flat-begraven'. Dat bestaat erin dat men de kisten bovengronds inschuift in galerijwanden. In het zuiden is dergelijke begraafmethode courant omdat men moeilijk putten kon hakken in de rotsachtige ondergrond [hoewel men dat toch probeerde, bijvoorbeeld bij het kerkje van de godvergeten prochie van Saint-Pantalon in de Haute Provence].

Het decreet van 16 januari 2004 (artikel 17, §1) op de begraafplaatsen en de lijkbezorging heeft bovengronds begraven mogelijk gemaakt - juist zoals het de verplichting heeft afgeschaft een kist te gebruiken. Naar het schijnt, is die 'liberalisering' er gekomen om te voorkomen dat men op begraafplaatsen onder de zeespiegel (Oostende) of met hoog grondwater (polders) overledenen in het water moest ter aarde bestellen. In West-Vlaanderen zijn er om die reden al gravenwanden in Oostende en Gistel. In Lanaken (Rekem) in het verre Limburg is men er ook mee aan het experimenteren.

Moniek Gheysens wil het stadsbestuur van Kortrijk daartoe ook overhalen. Waarom er geen designwedstrijd voor jonge ontwerpers rond organiseren, vroeg zij in de gemeenteraad? Het antwoord van haar partijgenote - en vroeger als gemeenteraadslid bijna even vrijgevochten - schepen Marie-Claire Vandenbulcke was niet onmiddellijk afwijzend. Wel hield de bewindsvrouw een slag om de arm. Zij wil eerst een kosten-batenanalyse laten maken vooraleer zij - of binnenkort haar CD&V-opvolger - een dergelijke gravengalerij laat bouwen. Ik denk dat Moniek Gheysens in de komende jaren daarover de gemeenteraad nog met creatieve interventies zal moeten verrassen.

Het graf op de foto is van Jozef Weyts. Ten onrechte is die man in de vergetelheid geraakt. Hij was niet alleen het eerste socialistische gemeenteraadslid van Kortrijk maar ook de eerste arbeider die democratisch verkozen werd. In de tijd van de slechts half democratische verkiezingen onder het 'meervoudig algemeen stemrecht voor mannen' (1885-1921), werd er na de verkiezing van de gemeenteraad een extra verkiezing gehouden bij de arbeiders en de patroons, die samen 4 extra raadsleden mochten afvaardigen. Het eerste gemeenteraadslid van de arbeiders was kameraad Jozef Weyts in 1911. Dit is dus een graf dat om historische redenen zeker moet bewaard blijven.

14:57 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.