15-09-08

Het dubbelzinnige verleden van de Kortrijkse christendemocratie

JC1

Het sfeertje op de voorstelling van het pas verschenen boek 'Jules Coussens. Geboren dwarsligger' van Pieter Jan Verstraete was heel dubbelzinnig. Lovende woorden voor de legendarische politicus, gemonkel met de man zijn averechts karakter en, na al die jaren, toch ook nog altijd enig ressentiment, vooral bij de nazaten van de politieke gezindheid waarin hij zijn weg had gemaakt en die hem had uitgespuwd, de christendemocratie. De jaren waarop Jules Coussens zijn stempel heeft gedrukt waren trouwens uiterst dubbelzinnig. In de verwarrende 20ste eeuw lagen er kansen voor uitgeslapen kerels en Jules Coussens ontpopte zich daarbij als dè cynicus bij uitstek. Een onmisbaar boek voor wie belang stelt in het Kortrijkse verleden.

Kortrijk wordt sinds altijd geregeerd door een stadsbestuur waarin de christendemocraten alles te zeggen of het overwicht hebben. Daarbij wordt wel eens vergeten - of verdonkermaand - dat het niet altijd peis en vree is en is geweest in de heersende politieke partij. Vooral in het tijdperk tussen beide wereldoorlogen en na de tweede wereldoorlog was de 'christelijke' meerderheid vaak een krabbenmand, waarin alleen de sterksten en/of de sluwsten zich bovenop de anderen konden hijsen. Het leven - politieke leven maar dat is bij hem zowat hetzelfde - van Jules Coussens is daarbij erg verhelderend.

Het boek van Pieter Jan Verstraete - hoewel de auteur niet altijd kan wegsteken dat hij een heel Vlaamsnationalistische kijk op de geschiedenis heeft - woelt het dubbelzinnige verleden van de Kortrijkse christendemocratie helemaal naar boven. Heel lezenswaard voor wie iets van de Kortrijkse achtergronden wil weten!

Anti-socialistisch

Jules Coussens, 24 juli 1898 - 29 oktober 1978, werd als zoon van een vlashandelaar in 1921 door het ACW gerecruteerd om de christelijke arbeidersbeweging in het Kortrijkse te versterken. Onder leiding van de latere senator Gaston Bossuyt en de latere burgemeester Arthur Mayeur lag de als anti-socialistische organisatie opgerichte christelijke arbeidersbeweging, de Gilde, volop in concurrentie met de socialistische vakbonden, vooral in het vlas en de textiel in het algemeen.

De nieuwe recruut werd door de beweging naar de pas opgerichte 'Centrale Hoogeschool voor Christelijke Arbeiders' in Heverlee gestuurd, waar hij in 1924 cum laude afstudeerde met een thesis over ... het vlas. In diezelfde eerste lichting zaten mannen zoals de latere ACV-topman August Cool en de 'kingmaker' van de CVP, eeuwig defensieminister P.W. Segers. Onmiddellijk werd Jules Coussens als gediplomeerd maatschappelijk assistent benoemd tot algemeen secretaris van het ACV in de streek.

De sociale woelingen voor meer loon en betere arbeidsomstandigheden in onze 'streek van lage daguurkes' in de eerste jaren na de Eerste Wereldoorlog hadden sterke socialistische vakbonden doen ontstaan. In het klimaat van sociale vrede in de meer welvarende expansiejaren nadien konden vooral de als meer gematigd bekend staande christelijke vakbonden zich versterken. In 1927 overvleugelden de ACV-bonden voor het eerst de socialistische syndicaten in ledenaantal. In dat koortsachtige organisatiewerk deed Jules Coussens flink zijn deel.

Christen Werklieden en Vereenigde Katholieken van de Patria

Die sociale actie belette het ACW niet om in het gemeentebestuur van Kortrijk samen met de katholieke conservatieven 'van de Patria' te besturen. In de gemeenteraadsverkiezingen van 1921 (de eerste democratische!) waren ze samen opgekomen; van de 14 zetels die de lijst behaalde, gingen er slechts 4 naar de arbeidersbeweging; toch mocht Arthur Mayeur schepen worden. De socialisten onder leiding van Jozef Weyts en Jozef Coole behaalden op hun eentje 6 zetels. Het ACW profileerde zich tegenover de conservatieven van de Patria vooral als Vlaamsgezind.

Voor de gemeenteraadsverkiezingen van 1926 presenteerden de 'Christen Werklieden' zich op een aparte lijst voor de kiezer. Zij behaalden 6 zetels met iets minder stemmen dan de socialisten (ook 6); de 'Vereenigde Katholieken' van de Patria behaalden 8 zetels, de liberalen 3. Als de Christen Werklieden toen de kaart van de arbeidersbeweging hadden getrokken, konden zij een meerderheid hebben gemaakt met de socialisten. Zij verkozen een stadsbestuur te vormen met de conservatieven, die de bui zagen hangen en ondanks hun groter aantal verkozenen ACW-kopman Arthur Mayeur burgemeester lieten worden. Ook Jules Coussens werd verkozen, na een persoonlijke campagne (!) waarin hij opslag vroeg voor het stadspersoneel. Toen hij na herhaaldelijk aandringen in de gemeenteraad die opslag niet kon bekomen, nam hij uit protest in 1927 al ontslag als gemeenteraadslid.

Dat belette niet dat de dwarsligger opgang bleef maken in de beweging: in 1932 verkozen als provincieraadslid, in 1933 naar de Kamer van Volksvertegenwoordigers als opvolger van de schielijk overleden Henri Duchatel (Moeskroen). Zonder problemen werd Jules Coussens in 1936 en 1939 herkozen als volksvertegenwoordiger. Hij werd niet verontrust voor zijn onbesuisd bezoek aan de Reichsparteitage van de Nazipartij in Nürnberg in 1937. In het boek staat dat er nergens een spoor van sympathie voor de Nazi's te vinden is bij Coussens maar er staan toch intrigerende foto's in van de man met gestrekte arm onder een triomfboog versierd met hakenkruisen. Tja, hij zal de enige niet geweest zijn die zich liet verbluffen door de overweldigende enscenering en demagogie van de Nazi's.

Oberst von Kaldrach-brug

In 1938 werd Coussens opnieuw verkozen in de gemeenteraad op weeral een aparte lijst van de Christen Werklieden. Zij behaalden triomfantelijk 10 van de 23 zetels, de Vereenigde Katholieken van de Patria nog 4, de socialisten 6 en de liberalen 3. Het ACW vormde een homogeen  minderheidsstadsbestuur met de welwillende steun van de Patria. Jules Coussens werd schepen en als schepen ging hij in 1940 de Nazibezetting in. In 1942/43 verwijderden de bezetters Jules Coussens, burgemeester Mayeur en andere schepenen uit het stadsbestuur.

Iedereen overleefde de bezetting op zijn manier maar na de oorlog kregen verschillenden de rekening gepresenteerd, hoewel het stadsbestuur aanvankelijk na de bevrijding simpelweg de zaken weer overnam. Burgemeester Mayeur werd door de regering geschorst na een interpellatie van socialist Arthur Clays in de gemeenteraad van februari 1945. Uit brieven was immers gebleken dat Mayeur als burgemeester onder nazibewind had voorgesteld de noodbrug in de Noordstraat te herdopen als de "von Weber-brug" en de Groeningebrug als de "Oberst von Kaldrach-brug", naar de commandanten van de Duitse troepen in Kortrijk. In die verwarrende episode werd Jules Coussens in 1945 waarnemend burgemeester in opvolging van zijn ziek geworden rivaal Gaston Bossuyt.

Ook Jules Coussens kwam onder vuur te liggen. Men verweet hem economische collaboratie, onder meer het ronselen van werklui voor een aannemer die meewerkte aan de Duitse verdedigingswerken aan de Noordzeekust. Andleie, het blad van de Kortrijkse middenstand eiste een grondige zuivering van het schepencollege. En zelfs in het ACW schoot men met scherp. Arsène Van Maldergem schreef letterlijk: "Meneer Coussens uitmaken voor een zwarte is een eer voor meneer Coussens, een belediging voor de zwarten". Het draaide erop uit dat het ACW Coussens niet meer op de lijst zette voor de verkiezingen van Kamer en Senaat in 1944; hij moest plaatsmaken voor Alfred De Taeye. In een ACW-pamflet werd openlijk gezegd dat die wissel er kwam omdat "het gedrag van Jules Coussens op zijn minst aan twijfel onderhevig was geweest tijdens de oorlog".

Schepen in de oppositie

Niettemin werd Coussens in 1946 door diezelfde CVP als tweede op de lijst geplaatst voor de gemeenteraadsverkiezingen. Hij werd na de verkiezingen (CVP 16 van de 23 zetels) zelfs door het ACW voorgedragen als kandidaat-burgemeester. Socialistisch minister van Binnenlandse Zaken Pierre Vermeylen wilde hem niet benoemen wegens zijn oorlogsdossier, ondanks interventies van onder meer socialistisch kamerlid Arthur Clays. Er was achter de schermen interne tegenstand in de Kortrijkse CVP van onder meer Alfred De Taeye en Albert De Clerck (vader van Stefaan).

Coussens werd uiteindelijk niet benoemd als burgemeester en moest in 1948 het veld ruimen voor ACW'er Alfred De Taeye. In de gemeenteraad confronteerde socialist Arthur Clays de christendemocratie met haar dubbelhartige houding: publiekelijk vond men het jammer dat Coussens niet benoemd geraakte maar achter de schermen deed men nauwelijks pogingen om de minister van gedacht te doen veranderen; zo weigerden de Kortrijkse CVP-volksvertegenwoordigers te interpelleren in de Kamer.

Heel mistevreden over de CVP eiste Jules Coussens bij de parlementsverkiezingen van 1949 niettemin een verkiesbare plaats op de Senaatslijst. Hij kreeg ze niet. Hij reageerde met een scherp pamflet dat hij liet uitdelen op een Rerumnovarummeeting in de stadsschouwburg, waarop de meeting door de verbouwereerde ACW-leiders werd afgelast. Daarop werd hij uit het ACW gegooid. Waarop hij op zijn beurt met een aparte lijst, geapparenteerd aan die van de Vlaamse Concentratie (voorloper van de Volksunie) opkwam en bijna verkozen geraakte. Daarop werd hij ook uit de CVP verdreven en verzocht zijn schepenambt in te leveren. Hij bleef zitten en voerde, als schepen, felle oppositie tegen het CVP-stadsbestuur.

Burgemeester ondanks alles

Maar in 1950 keerden opnieuw de kansen. Er waren opnieuw parlementsverkiezingen, thema: de koningskwestie. Omdat de CVP alle zeilen wou bijzetten, eiste het nationale partijbestuur dat de Kortrijkse afdeling alles zou doen om te voorkomen dat Coussens weer met een scheurlijst opkwam. Er kwam een compromis uit de bus dat na al die jaren ongelofelijk lijkt: aan de uitgespuwde, partijloos geworden opposant Jules Coussens werd niets minder dan het burgemeesterschap aangeboden. Zijn benoeming volgde amper vier dagen na de verkiezingen die voor de CVP op een zegepraal waren uitgelopen.

Hoewel Coussens nog altijd geen CVP-lid meer was werd hij in de gemeenteraadsverkiezingen van 1952 triomfantelijk verkozen als lijsttrekker van de CVP-middenstandslijst (onder de naam Volksbelangen, 10 zetels). Het apart opgekomen ACW behaalde maar 5 zetels, evenveel als de socialisten. Onder de vleugels van de middenstand - hij die zijn loopbaan te danken had aan het ACW! - werd hij door de twee christelijke fracties opnieuw tot burgemeester benoemd. Het werd een bestuursperiode met scherpe conflicten in de meerderheid; vooral met de latere ACW-burgemeester Ivo-Jozef Lambrecht liepen de ruzies hoog op.

Volksunie

Voor de gemeenteraadsverkiezingen van 1958 werd Coussens op de kop van de verenigde CVP-lijst geplaatst. Hoewel zijn aanhangers slechts 5 zetels van de 16 behaalden tegenover 11 voor het ACW, eiste Coussens als grootste stemmentrekker en in uitvoering van het vooraf gesloten bestuursakkoord de burgemeesterssjerp op. Het ACW ging dwarsliggen en met een duwtje van zogenaamd Coussensvriend Albert De Clerck werd niet Coussens maar zijn kwelduivel Lambrecht burgemeester.

De carrière van Coussens eindigde met verwoede maar tevergeefse pogingen om een politieke come back te maken, in alliantie met de Volksunie.

Politieke families

Ik heb op de voorstelling van het boek enkele pikante opmerkingen van de verschillende sprekers genoteerd. Stedelijk cultuurdirecteur Machteld Claerhout bewees dat Jules Coussens en zijn tijdperk onbekend verleden is voor wie na 1970 is geboren. Zij had het in haar speechje voortdurend over 'Julien' Coussens. Ereschepen Joël Devos, Gildeman bij uitstek, haalde herinneringen op aan zijn vader Floris Devos die eerst fervent aanhanger was van Coussens maar hem nadien verachtte voor zijn verraad. Floris Devos verbood zijn zoon jan de bus te nemen naar Roeselare omdat dit een lijn was die na de oorlog werd uitgebaat door Jules Coussens (zogezegd gekocht met zijn achterstallige parlementaire vergoeding van binst de oorlog).

Geestelijke zoon, ere-burger van Kortrijk en directeur van Busworld Luc Glorieux schonk het archief van Jules Coussens, dat hij geërfd had, aan het stadsarchief. Maar het moet nog 20 jaar gesloten blijven omdat "ge niet kunt geloven hoeveel politici uit twee ruiven hebben gegeten in de periode van Jules Coussens". En burgemeester Stefaan De Clerck, zoon van genoemde Albert, herinnerde eraan hoe Jules Coussens aan de keukentafel in het ouderlijke huis werd afgeschilderd als een onverbeterlijke ruziemaker - het is nochtans de middenstand van Albert De Clerck die Coussens burgemeester heeft gemaakt. Ook versprak Stefaan zich op een bepaald moment terwijl hij anecdoten ophaalde over zijn vader en schoonvader: hij had het daarbij over het verleden van de "Kortrijkse politieke families". Het stadsbestuur als familiebezit als het ware ... 

Het boek "Jules Coussens. Geboren dwarsligger" van Pieter Jan Verstraete is verschenen bij Uitgeverij Groeninghe, Kortrijk 2008 en is te koop in de boekhandel tegen 22,5 euro.

JC2

12:10 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.