22-07-08

François-Marie, 't is nu eventjes genoeg....

tuin Voltaire

Il faut cultiver notre jardin, schreef Voltaire in Candide (1759). 't Zal voor een andere keer zijn, François-Marie. Ik ben voor een paar weken naar 't zuiden. We kunnen niet allemaal oostwaarts trekken zoals Kortrijkwatcher, hevige fan van Lee Towers. Salut!

00:15 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |

21-07-08

Aangrijpend Kortrijks verhaal in Vrij Nederland

VN Erfenis

In het dubbeldikke zomernummer van Vrij Nederland, het in Kortrijk nagenoeg onvindbare weekblad, verschijnt vandeweek een selectie van de twaalf mooiste verhalen van lezers over ... erfenissen. Een van de verhalen is een aangrijpende story van een dochter van een bekende Kortrijkse bakker, over haar vader die vrijwillig uit het leven stapte. Net als zijn vader, op vrijdag de 13de december. Omdat het gaat om de bakkerij uit de buurt waar ik ben opgegroeid, trok het verhaal nog meer mijn aandacht.

Het was altijd proberen de rapste te zijn, als kind aan tafel in de Roterijstraat: wie krijgt het kantje van het verse brood? Het 'geschorm' was het hevigst als het brood van bakker V. kwam, van enkele straten verder. Zijn baksel was het krokantst. Wij zagen hem nooit zelf in zijn bakkerswinkel; altijd was het een van zijn negen kinderen achter de toog. Overdag sliep de veel te hard werkende vakman. Een van zijn zonen zat bij mij in de klas, een heel vrolijke jongen.

Daaraan moest ik direct denken als ik haar naam las in Vrij Nederland: Isabel V. Ha ja, V. van dat krokante brood, van mijn schoolmakker. En waarempel, hoewel achter haar naam "Gent" stond, ontdekte ik dat haar verhaal over die Kortrijkse bakkersdynastie ging.

Vrij Nederland is een befaamd Nederlands weekblad, dat in Kortrijk nog alleen te krijgen is bij Dirk Rigolle, Wandelingstraat 74. Op gebied van internationale pers is Kortrijk toch maar een provinciestadje! Elk jaar doet het weekblad een oproep bij zijn lezers om verhalen in te sturen. Het thema deze keer was; erfenissen. "De centen van je moeder, de ogen van je vader, de eigenaardigheden van je opvoeding: welke erfenissen draagt u mee?" vroegen ze. Daarop kwamen bijna tweehonderd reacties. "En de inzendingen gingen vooral over het erven van genen" stelt de redactie vast. Uit die tweehonderd werd het verhaal van Isabel V. geselecteerd als een van de twaalf lezenswaardigste.

"Een datum als erfenis" is haar titel. En die datum is vrijdag de dertiende december: "Het duurt afwisselend elf jaar, zes jaar, vijf jaar, zes jaar en weer elf jaar voor er een vrijdag de dertiende in december valt" heeft zij uitgerekend. Zonder te vervallen in zwaarmoedig proza - zij heeft het, dubbele, traumatische verlies blijkbaar een plaats kunnen geven - vertelt zij aangrijpend hoe haar vader als oudste van negen het zware bakkersbedrijf van zijn vader overnam en op een vrijdag de dertiende december, net als zijn vader vrijwillig uit het leven stapte. Haar vader was de broer van mijn vrolijke schoolmakker.

Het verhaal is te lezen in Vrij Nederland van 12 juli 2008, nrs. 28 en 29, p.62. Vrij Nederland kost normaal 3,95 euro; het dubbelnummer heb je al tegen 4,95 euro.

VN Erfenis2

02:00 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

20-07-08

Vrij spel voor de friperieën in Kortrijk?

friperie

Er gaat heel wat verkeerd met de ophaling van oude kledij in Kortrijk. Mensen denken een goede daad te verrichten, maar uit hun oude kleren wordt munt geslagen door commerciële bedrijven die daarenboven de markt in de derde wereld sterk verstoren.

De kleren die mensen in de talrijke bakken stoppen die zowat overal in Vlaanderen staan, komen veelal terecht in zogenaamde friperies, dat zijn commerciële bedrijven die deze kleren wassen, sorteren en verkopen. Die verkoop gaat dan nog meestal richting  derdewereldlanden, waar ze in oneerlijke concurrentie treden met de lokale textielproducenten. De schenkers denken de derdewereld te helpen, maar in feite worden hun tweedehandskleren gebruikt om winst te maken op kosten en ten kost van die derdewereld!

Cathy Matthieu, Groen! lid van de progressieve fractie in de gemeenteraad van Kortrijk, klaagde die mistoestand al jaren geleden aan.

Op het grondgebied van Kortrijk zijn er verschillende spelers actief, meestal nationale organisaties met zetel in Brussel. Zij plaatsen containers op privé-parkings, bijvoorbeeld van grootwarenhuizen. Daarnaast krijgen de inwoners van Kortrijk af en toe een uitnodiging in de bus, al dan niet met een plastiekzak erbij, om kledij op de stoep te plaatsen.

In Kortrijk was het VIC (Vlaams Internationaal Centrum) actief, een ngo voor ontwikkelingssamenwerking, een vzw. Dit bedrijf heeft de inzameling van oude kledij echter afgestoten en die is overgenomen door VICT (Vlaams Inzamelcentrum Textiel, VICT bvba)

Beide hebben niets meer met elkaar te maken en toch staat op bakken, evenals op de folders die mensen in de bus krijgen, nog steeds de oude naam van de vzw. Mensen worden dus belogen: ze denken dat ze kledij schenken voor een goed doel, maar dat is totaal niet juist.

Het probleem nu is dat er de laatste tijd overal straatcontainers bijkomen van VIC (nu VICT), vaak in de graskant neergepoot, zoals bijvoorbeeld in de Rekkemsestraat in Marke of op de hoek Bruyningstraat Pottelberg. Die staan op bizarre plaatsen trouwens, langs wegbermen en soms op het openbaar terrein. Waarbij de grote vraag is of deze hier wel mogen staan.  Als er toestemming zou gegeven zijn, dan zou dat vreemd zijn want het reglement van mei 2006 inzake inzameling van textiel via textielcontainers en via huis-aan-huis ophaling is opgesteld door Philippe De Coene (voormalig schepen van Leefmilieu) bepaalt duidelijk dat de inzamelaar een sociale doelstelling moet hebben: OCMW, vzw of VSO. VICT is dat niet, het is een bvba.

Meer zelfs, volgens het reglement van 2006 moet IMOG een overeenkomst afsluiten met inzamelaars die door de Stad Kortrijk bepaald zijn. Hiervan is echter nog niks van in het schepencollege of in de gemeenteraad gekomen, er is dus nog altijd geen beslissing genomen. Ondertussen schieten de straatcontainers van organisaties zonder sociale doelstelling als paddenstoelen uit de grond. Op deze manier worden de mensen echt wel bedrogen.

Kringloopcentrum

Het is niet alleen kommer en kwel, er zijn ook goede voorbeelden. In 2005 sloot IMOG een overeenkomst af met de vzw Kringloopcentrum Zuid-West-Vlaanderen voor textielinzameling. De bedoeling was om de inzameling van oude kledij maximaal via het Kringloopcentrum te organiseren.  Buiten de inzameling op de containerparken is daar nog weinig van te merken. 

De progressieve gemeenteraadsleden Cathy Matthieu, Groen!, Philippe De Coene, sp.a, en Bart Carron, VlaamsProgressieven  willen er zeker van zijn dat enkel organisaties met een sociaal doel en dus geen bvba's oude kledij  ophalen en verwerken. Daarom stellen ze voor dat het stadsbestuur beslist dat enkel het Kringloopcentrum nog oude kledij kan ophalen, zoals dit reeds gebeurd in andere gemeenten in Zuid-West-Vlaanderen en in andere regio's.

13:27 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

15-07-08

Te koop in Kortrijk: schitterende bouwgrond... binnen drie jaar

kasteelstraat1

Een stadskanker die in stand gehouden wordt door en op kosten van de stad! Dat is noch min noch meer het verhaal van de eeuwig tijdelijke parking die Kortrijk huurt op twee braakliggende percelen in het hartje van de stad. Het stadsbestuur liet de gemeenteraad die huur weer voor nog eens drie jaar verlengen. Een dwaze beslissing, als je het mij vraag. Grondspeculatie op kosten van de belastingbetaler.

In juni 1988, twintig jaar geleden dus, besliste de gemeenteraad van Kortrijk een braakliggend terrein te huren van de Markse immobiliënvennootschap nv Jaminex op de hoek van de Kasteelstraat en de Oude Kasteelstraat "ten behoeve van de stedelijke administratieve diensten". Die krater in het straatbeeld ontstond na afbraak van een magnifiek pand in classicistische stijl, waar ooit nog fietsen werden gefabriceerd. In 1998 kwam ook het perceel naast die provisoire parking vrij, eigendom van de gezusters Hollebecq, en ook die kreeg de stad in huur, ter uitbreiding van zijn dienstparking.

Het gaat samen om 800 m² bouwrijpe grond in een rustige buurt in de schaduw van het stadhuis, tussen de Rijselsestraat en de Oude Leie. Vorig jaar kocht nv Jaminex het perceel van zijn buren. Thans betaalt de stad 4.316,88 euro per jaar;  dat wordt 4.516,04 euro vanaf 1 oktober. De huur is al die tijd voor korte perioden verlengd geworden; het laatst vorig jaar nog, voor één jaar (gemeenteraad 24 september 2007).

Het grote argument in 1988 om het perceel van Jaminex te huren was een nood aan parkeergelegenheid voor stadspersoneel en dienstwagens in het centrum van de stad. Dat argument gaat inmiddels al lang niet meer op. De stad heeft ondertussen een nieuw stadhuis ingericht in het gewezen complex van KBC, mèt een ruime bedrijfsparking, en bovendien heeft de stad op wandelafstand de ondergrondse parking Schouwburgplein opgekocht, waarin zonder veel moeite een aantal plaatsen kunnen worden vrijgehouden.

Vorig jaar heete het dat de directie Mobiliteit en Infrastructuur bezig was "met een studie rond het gebruik van die parking". Toen stond er in de toelichting voor de gemeenteraad: "De resultaten zijn op vandaag nog niet gekend". Een half jaar later is van die studie geen sprake meer...

Vorig jaar stelden enkele topambtenaren van de stad voor om de lelijke parking nog een jaartje aan te houden en hem dan op te doeken. De personeelsleden die er hun wagen stalden zouden terechtkunnen op de parking op het dak van de bibliotheek (O.L.Vrouwestraat). Ook zou het woon-werkverkeer eens grondig bekeken worden om het een beetje te organiseren zodat minder collega's met de wagen naar het werk zouden komen. Ook in bedrijfsvervoerplannen zou de stad toch het voorbeeld moeten geven.

Speculatie

Het gebruik van dat perceel in het hartje van de stad is een kwalijke onderbenutting. Wat is er het meest storend, de slordig met kiezel toegestrooide braakgrond of de ruïneuze wachtgevels van de gebouwen errond? In de gemeenteraad bestempelde ik het perceel als "een ware pokkenput in het stadsweefsel". Het tast de woonkwaliteit van de buurt aan.

Ergerlijk is dat die onderbenutting van bouwrijpe grond in het stadscentrum helemaal in tegenstelling is met een stadsbeleid dat een zware taks legt op onbebouwde percelen. Andere eigenaars die braakliggende gronden niet op de markt brengen worden gesanctioneerd. In het geval van dat samengevoegd perceel van 800 m² in de Kasteelstraat/Oude Kasteelstraat krijgt de eigenaar jaarlijks meer dan 4.500 euro. Bovendien ligt het perceel in een buurt met speculatieve mogelijkheden. Financiert de stad hier grondpeculatie?

Die ongerijmdheid wordt nu nog eens voor drie jaar verlengd. Dat is des te eigenaardiger omdat eigenaar Jaminex de grond al te koop heeft aangeboden aan de stad. De stad is daar niet willen op ingaan. Bij het Stadsontwikkelingsbedrijf is die grond not niet ter sprake gekomen. Misschien vraagt de eigenaar te veel. Maar dat is nog geen reden om hem jaar na jaar te depanneren met huurgelden op kosten van de belastingbetaler.

Zie ook mijn stuk van twee jaar geleden.

kasteelstraat2

21:18 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

10-07-08

Kortrijk garnizoenstad is nu helemaal gedaan, de laatste navette naar Doornik

garnizoenstad2

Tot 1930 was Kortrijk een garnizoenstad, een thuis voor legerkorpsen, in de lijn van zijn dramatische geschiedenis. Nadien was Doornik de dichtste kazerne; veel Kortrijkzanen gingen er werken. In 1968 kwam er een dagelijkse busverbinding voor onze militairen, omdat door de regionalisering van de buurtspoorwegen de reguliere busverbinding was opgedoekt. Defensieminister De Crem heeft die navelstreng nu doorgeknipt. Een besparing die het lagere personeel treft terwijl de generaals van auto's met chauffeur kunnen blijven genieten. De vakbond ACOD Militairen protesteert. En de ingebeelde grens tussen de zustersteden Kortrijk en Doornik wordt nog wat moeilijker te overschrijden. Wanneer weer een goede treinverbinding? 

Versterkte stad

Kortrijk ontstond als stad(je) toen een machtige krijgsheer, graaf van het moerasgebied Vlaanderen, in de vroege middeleeuwen een bufferzone toestond rond een van zijn favoriete residenties. Hij logeerde met zijn hofhouding graag in Kortrijk waar er een overvloed was aan bronnen met zuiver water. De graaf had liever dat de elk jaar weer passerende gewapende benden zich eerst al vechtend een weg moesten banen door het rond zijn burcht samengetroepte volkje vooraleer ze zijn versterking konden ondermijnen. 

Historici, spreek mij tegen. In elk geval heeft Kortrijk van in het begin ononderbroken een militaire betekenis gehad als versterkte stad. En veelal bood de stad achter zijn wisselende grachten, wallen, pallissaden en muren onderdak aan een legerkorps - wat de gebrandschatte bevolking handenvol geld kostte maar soms ook ten goede kwam aan de lokale commerce. Vanaf de Franse revolutie en de daaropvolgende Hollandse en Belgische tijd was er een permanent garnizoen in de stad. Het werd ingekwartierd in de Grote Hallen (verdwenen na bombardementen in de Tweede Wereldoorlog, nu het lege Schouwburgplein).

2de-linieregiment

De getalsterkte van het korps varieerde met de internationale politiek en de inlandse sociale spanningen. Zo kazerneerde het jonge Belgische leger in 1838 een 40-tal militairen. In 1848, revolutiejaar in Frankrijk en een poging tot inval van Belgische revolutionairen in Risquons-Tout, waren niet minder dan 700 soldaten gelegerd in de stad. In 1870, met sociale spanningen in de lageloonstreek die Kortrijk toen was, bewaakten 207 militairen de gevestigde orde. Een laatste piek was er in 1913 - een jaar later brak de Eerste Wereldoorlog uit - met 145 man.

In 1871, jaar van de Commune van Parijs, werd de school van het 2de-linieregiment in Kortrijk gevestigd. Omdat het stadsbestuur andere plannen had met de Grote Hallen, bouwde het tegen 1891 een echte kazerne op de Pottelberg (Felix de Bethunelaan). Die kazerne werd opgedoekt in 1930. Twee jaar later kon het Atheneum daar op 17 september 1932 zijn intrek nemen in nieuwe lokalen (Weggevoerdenlaan).

Een laatste periode van militaire betekenis voor Kortrijk was de Tweede Wereldoorlog toen het fungeerde als spoorwegknooppunt en logistiek centrum voor de nazi-bezetter. Het directe gevolg waren de vreselijke bombardementen, met bommentapijten die grote delen van de stad teisterden en aan veel stadsgenoten het leven kostten.

Navette

In 1968 kwam er een pendelbus tussen Kortrijk en Doornik om dagelijks een veertigtal Kortrijkse leerkrachten en militairen in opleiding naar de toenmalige Ordonnance School in de kazerne in Doornik te voeren. De tweetalige instelling is sinds 1994 de School van de Logistiek. Die 'navette' werd georganiseerd omdat de normale erbindingen tussen de nochtans slechts op 25 km van elkaar gelegen steden zo gebrekkig waren.

Sindsdien is de verbinding met het openbaar vervoer alleen maar verslechterd. De rechtstreekse treinverbinding met Doornik werd in 1984 opgedoekt. Vandaar de grote ergernis van de betrokken militairen bij de beslissing van Defensieminister Pieter De Crem, CD&V, om de pendelbus op te doeken per 1 juli 2008. De vakbond ACOD-Militairen hield op de vooravond van de afschaffing een opvallende protestactie aan het station van Kortrijk. 

ACOD-secretaris Dirk Deboodt sprak van een idiote en asociale besparing: "Als Crembo dan toch wil besparen, dat hij dan eerst eens kijkt naar de dienstwagens met chauffeurs voor de generaals". Uit het antwoord van de minister zelf op een parlementaire vraag van sp.a-kamerlid David Geers bleek immers dat er momenteel niet minder dan 65 generaals met een dienstwagen met chauffeur rondtoeren. Een jaarlijke uitgave van welgeteld 4.324.000 euro. En we rekenen daarbij dan nog niet al die dienstwagens zonder chauffeur - maar mèt brandstof - van de korpscommandanten, de provinciecommandanten en de schooldirecties.

Lijn 75 

Het argument van de minister is dat de militairen maar de trein moeten nemen. Vooreerst ligt de kazerne te ver van het station van Doornik.

Maar vooral beseft De Crem blijkbaar niet dat de treinverbinding Kortrijk-Doornik niet meer is wat ze ooit is geweest. Heel vroeg kreeg Kortrijk een spoorverbinding met zusterstad Doornik, op 24 oktober 1842, nauwelijks 3 jaar na de verbinding met Brussel via Gent. Bij de grote reorganisatie van de spoorwegen in 1984 - liberaal De Croo! - werd die rechtstreekse verbinding, lijn 75A, doorgeknipt. Sindsdien loopt de lijn Gent-Kortrijk-Moeskroen door naar Rijsel en moet je voor de aftakking naar Doornik overstappen in Moeskroen: een half uur verlies. En dat op een afstand van och here 25 km. Nochtans was de lijn in 1982 nog geëlektrificeerd.

Wordt het niet stilaan tijd om de treinverbinding vanuit Kortrijk met Doornik en verder in Wallonië nieuw leven in te blazen? De gebrekkige wederzijdse bereikbaarheid is het zoveelste voorbeeld van een taalgrens die een moeilijk te overschrijden hindernis is geworden. In de huidige tijd van globalisering en arbeidsmobiliteit is dat toch niet meer te verantwoorden. 

Foto's van Frank Mulleman, zie: Indymedia en Achturencultuur. 

garnizoenstad3

00:22 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

06-07-08

De sloping van de pannenfabriek Du Littoral is begonnen

pannenfabriej2

De sloping van een niet-beschermde vleugel van de monumentale pannenfabriek Du Littoral is begonnen. Een belangrijk stuk industrieel erfgoed verdwijnt geruisloos. Elders op de site van de gewezen fabriek staan de wel beschermde droogloodsen zienderogen te vervallen, met inbegrip van hun uiterst waardevolle houten drooginstallatie (die werkte met recupereerde warmte van de stoommachines). Er is toch een lichtpunt. Het stadsbestuur gaf de eigenaars twee slopingsvergunningen, maar onder strenge voorwaarden. Verschillende niet beschermde delen van de fabriek mogen niet afgebroken worden, waaronder het paviljoen van de machinekamer, de elektriciteitskabine en de golvende gevels van de kleimagazijnen.

Vogelvrij

Toen Vlaams minister Paul Van Grembergen, spirit, in 2004/2005 de droogloodsen van de pannenfabriek aan de vaart in Kortrijk opnam op de lijst van beschermde monumenten, verklaarde hij dat hij in het industrieel patrimonium van heel Vlaanderen geen gevel met dergelijke afmetingen kende: 120 meter lang en 16 meter breed. De 'klassering' van die droogloodsen was een compromis tussen plannen van de eigenaar, Koramic van Christian Dumolin, om heel de pannenfabriek af te breken en de strijd die enkele Kortrijkzanen voerden voor het behoud van dit unieke stuk industriële geschiedenis. Zie mijn optimistisch stukje van een paar jaar geleden.

Na het eerdere verdwijnen van de oorspronkelijke pannenbakkerijen Sterreberg Aalbeke, nv Dakpannen Lauwberg Lauwe en nv Briquetteries Modernes van Zwevegem-Knokke en de harde verbouwing van de pannenbakkerij Pottelberg is de pannenfabriek aan de Vaart nog de enige site die nog alle kenmerken van de ooit zo typische Zuid-West-Vlaamse kleinijverheid bezit. Vandaar dat Adriaan Linters van de Vlaamse Vereniging voor Industriële Archeologie zo ontgoocheld reageerde toen alleen de droogloodsen werden beschermd door het Vlaamse Gewest. "De productieruimten en ovens, de twee prachtige stoommachines, de oude ketelruimte, de sierlijke kleimagazijnen... dat alles is nu vogelvrij!" schreef hij in 2005. Zijn vrees komt nu gedeeltelijk uit.

De fabrieksgebouwen van de voormalige NV Céramique et briquetteries méchaniques du Littoral aan de Vaart Kortrijk-Bossuit dateren van 1924 en van 1928 (de droogloodsen).  De 'stoompannenfabriek' werd opgetrokken volgens plannen van de Izegemse architect W. Vercoutere. De beschermde droogloodsen zijn eigenlijk een Kortrijkse uitvinding. De restwarmte uit de stoommachines werd aangewend in de drogingsproces. Het procédé kende navolging in heel Europa.

pannenfabriek3

Droogloodsen

Die droogloodsen zijn een hol gebouw onder twaalf nokdaken. In die indrukwekkende ruimte van niet minder dan 120 meter stonden (en staan nog altijd!) rijen houten rekken die verbonden waren door een transportsysteem. De honderden venstertjes waren voorzien klapramen om de droging te regelen. Tussen de rekken hingen (en hangen!) hier en daar jutedoeken. In de middengang vind je op geregelde afstanden grote propellers, wellicht om de luchtcirculatie - zeg maar vreselijke tocht voor de arbeiders die de ongebakken pannen daar in de rekken moesten leggen - op gang te houden. Op de begane grond rustten die loodsen op bureaus; die gelijkvloerse verdieping was al afgebroken tot op het betonskelet op het moment van de bescherming.

Aansluitend werden in 2005 ook de grote fabrieksschouw, het poortgebouw en de overdekte brug tussen de eigenlijke productieruimten en de droogloodsen beschermd. Die brug is gebouwd in 1928 naar een ontwerp van niemand minder dan ingenieur-professor G. Magnel van Gent, bestuurder van het laboratorium voor betonbouw van de staatsspoorwegen. 

De toestand van die droogloodsen was al erg vervallen op het moment van het beschermingsbesluit in 2005. Nu is het er nog erbarmelijker. Uit de bakstenen gevel is een heel bos hoogstammen komen te groeien. De pannendaken zijn lekgeslagen en de gevels staan zwart van de vochtigheid door de kapotte goten. Ook de unieke achtergelaten houten installaties binnenin zijn in versneld tempo aan het wegrotten.

droogloodsen

Eventjes rees een sprankel hoop op behoud toen Vlaams minister Dirk Van Mechelen, de opvolger van Van Grembergen in 2006 aankondigde geld vrij te maken voor het wind- en waterdicht maken van de loodsen. Het Vlaamse Gewest zou daarin 60% betalen, de eigenaar 40%; totale kost: 1,25 miljoen euro. Tot nu toe is dat er nog niet van gekomen. Op het laten teloorgaan van beschermde monumenten staan nochtans strenge straffen: gevangenisstraf van acht dagen tot vijf jaar en een geldboete van 26 tot 10.000 euro of met één van die straffen volgens het decreet tot bescherming van Monumenten en Stads- en Dorpsgezichten.

Slopingsvergunningen

Eigenaardig genoeg zijn de niet beschermde restanten van de pannenfabriek tot nu in betere staat gebleven dan die geklasseerde droogloodsen. Maar in die delen van het fabriekscomplex zijn thans de sloophamers aan het werk gezet. Delen van de produktiehallen liggen al in puin. Die sloping is vergund (twee vergunningen) door het stadsbestuur van Kortrijk na een openbaar onderzoek in 2006. Dat onderzoek is blijkbaar niet opgemerkt door de verdedigers van industrieel patrimonium want er werd geen enkel bezwaar ingediend. 

Het is enigszins eigenaardig dat de stad een slopingsvergunning geeft zonder een aansluitende bouwverplichting. Beide vergunningen werden uitgereikt met een vage verwijzing naar een in opmaak zijnde masterplan voor de ontwikkeling van de industrieterreinen op de gronden van de gewezen pannenfabriek Du Littoral.

Toch moet gezegd worden dat het stadsbestuur gepoogd heeft de schade te beperken. De slopingsvergunningen gaan gepaard met uitzonderlijk zware voorwaarden. Zo is uitdrukkelijk gesteld dat een heel aantal onderdelen van de vroegere pannenfabriek in stand moeten worden gehouden: het mooie paviljoen met de stoommachinekamer van 1924, de elektriciteitskabine van 1925, de schoorsteen en brug over voetweg 47bis (die zijn evenwel al beschermd door het Vlaamse Gewest), en de gevels van de kleimagazijnen (naar een ontwerp van W. Vercoutere die ook de oliefabriek van Vandemoortele in Izegem tekende). In feite gaat het hier om een officieuze, stedelijke uitbreiding van de bescherming.

Maar al die - laattijdige - inspanningen van de stad verzinken in het niets als niet spoedig wordt ingegrepen om de beschermde droogloodsen te redden van verdere aftakeling. En ook voor de te elfder ure van de sloop geredde delen van de fabriek, moet nog een zinvolle bestemming worden gevonden of vroeg of laat gaan ze ook voor de bijl.

23:09 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (13) |  Facebook |