10-04-08

Het Kortrijkse stadsbestuur gebruikt waterzuivering voor belastingsverhoging

riolen1

Het grote argument van het CD&V-OpenVLD-stadsbestuur om de stadstaks op de waterfactuur te verdubbelen, is de hoge kost van de rioleringsverplichtingen die de stad heeft als gevolg van de Europese Kaderrichtlijn Water. Dat argument houdt helemaal geen steek.

De kosten van de uitbreiding van het waterzuiveringsnetwerk waarmee het stadsbestuur uitpakt, zijn fel overdreven. De te verwachten bijdrage van de Vlaamse overheid wordt even fel onderschat. Er worden meer werken gepland dan strikt nodig is. Er wordt gewerkt met een realisatietijd die twaalf jaar korter is dan deze die de Vlaamse overheid hanteert. En het ergste is nog dat men die kosten wil laten betalen door de gezinnen die toevallig in de periode van nu tot 2015 water verbruiken. Riolen gaan zeker 75 jaar mee. Rechtvaardig zou zijn als men de lasten voor de bevolking voor die riolen over die 75 jaar zou spreiden. Overigens zou het socialer zijn dergelijke infrastructuurwerken van algemeen nut te betalen uit de algemene middelen dan uit de opbrengst van een taks op een basisbehoefte.

Zoals eerder al uitgelegd, wil het CD&V-OpenVLD-stadsbestuur de gemeentelijke saneringsbijdrage op de waterfactuur van de gezinnen verdubbelen. Dat is nodig, zeggen de schepenen Alain Cnudde en Guy Leleu, allebei ACW, om de zware investeringen te betalen die Kortrijk nog moet doen aan zijn waterzuiveringsnet (zeg maar de riolen) van Europa.  Die redenering houdt geen steek. 

De kosten voor de stad fel overdreven 

Volgens beide heren zou die opdracht de stad van nu tot 2015 niet minder dan 76,8 miljoen euro kosten. Hoe berekenen zij dat? De kosten lopen op door de investeringen voor de aanleg van riolen (in tegenstelling met vroeger aparte buizen voor het regenwater en het afvalwater), de studie-uitgaven, en de personeelskosten. Van die som moeten de subsidies afgetrokken worden van de hogere overheden. En de subsidies die de stad zelf geeft aan zijn gezinnen voor de aansluitingsbuizen op private grond, verhogen dan weer het kostenplaatje.

De aanleg van gescheiden rioleringen (regenwater en afvalwater apart) wordt geraamd op 50,6 miljoen euro. Vermeldenswaard is wel dat het stadsbestuur die investeringen voor het grootste deel wil doorschuiven aan zijn opvolger, na de gemeenteraadsverkiezingen van 2012. Het huidige stadsbestuur (CD&V-OpenVLD) zal zich beperken tot slechts 10,4 miljoen euro investeringen. Daarbij komen waarschijnlijk nog eens voor 17,2 miljoen euro investeringen in drukrioleringen, maar het is lang niet zeker dat het zoveel zal kosten. Ook die investeringen worden uitgesteld tot er een nieuw stadsbestuur aantreedt na de verkiezingen van 2012. Alles samen zou de aanleg van dat zuiveringsnetwerk 67,9 miljoen euro kosten.

De studiekosten worden geraamd op 6,8 miljoen euro. En de personeelskosten voor die belangrijke extra projecten zouden 1,5 miljoen euro bedragen. Voor de toename van de werklast wil men 2 personeelsleden van niveau B en 3 van niveau D aanwerven. En men houdt er rekening mee dat de huidige niveau A's (universitairen) zowat 5% meer gaan moeten presteren.

Daar komt nog de kost bij van de subsidies die de stad zal geven aan gezinnen die hun afvoerbuizen moeten aanpassen aan de gescheiden riolen.  Die kost wordt geschat op 3,2 miljoen euro, waarvan weliswaar twee derde na de volgende gemeenteraadsverkiezingen.

Totale brutokostprijs: 78,8 miljoen euro. 

De Vlaamse bijdrage onderschat

Daarvan moet je aftrekken de verwachte subsidies die de stad zal krijgen van de Vlaamse overheid. Het stadsbestuur wil de bevolking laten geloven dat die subsidies slechts 2 miljoen euro zullen bedragen. De administratie laat weten dat dit bedrag nog aanmerkelijk zal stijgen. Toch neemt het stadsbestuur slechts die schamele 2 miljoen euro in rekening voor de totale kostprijs van het waterzuiveringsnet dat het tegen 2015 wil voltooien. Rest een nettokostprijs van 76,8 miljoen euro.

De Vlaamse Regering heeft intussen bekend gemaakt dat het Vlaamse Gewest (via de openbare instelling Aquafin) een groter aandeel van de kosten verbonden aan de nog te leveren rioleringinspanningen, op zich zal nemen. Dat is namelijk een van de punten van het 'Lokaal Pact tussen de Vlaamse Regering, de Vlaamse Gemeenten en de Vlaamse Provincies'. Een op 3 maart jl. door het voltallige Vlaamse Parlement goedgekeurde resolutie eist een vermindering van de gemeentelijke saneringsplicht met ongeveer 25%. Het is onwaarschijnlijk dat de Vlaamse Regering die unanieme en duidelijke eis naast zich neer zou leggen.

Bovendien belooft de Vlaamse overheid rekening te houden met de reeds gedane inspanningen van de steden en gemeenten. In Kortrijk zijn al 71% van de waterverbruikers aangesloten op het zuiveringsnet. Het Vlaamse gemiddelde is slechts 63%.

Meer investeringen dan nodig

Voormelde resolutie van het voltallige Vlaamse Parlement vraagt ook 'een objectief beoordelingskader voor het al dan niet aanleggen van gescheiden rioleringssystemen'. Dat betekent dat geen enkele stad of gemeente het technisch onhaalbare moet nastreven. De Europese kaderrichtlijn Water laat toe dat de zuivering van het afvalwater niet tot de laatste druppel wordt doorgevoerd: de inspanning moet 'haalbaar' blijven (art. 4, 5 van de Richtlijn van 23 oktober 2000). 

Intussen gaat men er in het algemeen van uit dat het waterzuiveringsnet niet alle watergebruikers moet bereiken maar slechts 95%. Aangezien precies die laatste 5% waterverbuikers (afgelegen of moeilijk bereikbaar) de hoogste kosten vergen om aan te sluiten op de gescheiden riolering, betekent dat een vermindering van de kosten met liefst 30%.

Maar het stadsbestuur wil blijkbaar meer dan noodzakelijk is.

2015 of 2027, een heel verschil

Voormelde resolutie van het Vlaams Parlement stelt onomwonden dat "het technisch en financieel onmogelijk is tegen 2015 alle afvalwater te saneren". In tegenstelling daarmee wil het Kortrijkse stadsbestuur dat onmogelijke nastreven.

Ook is de Europese kaderrichtlijn Water niet zo streng als het stadsbestuur ons wil laten geloven. Artikel 4, 4 van die richtlijn zegt dat de gestelde termijn - uiterlijk 15 jaar na de inwerkingtreding van de richtlijn (23 oktober 2000) - met 2 keer 6 jaar kan worden verlengd.

Vlaams milieuminister Hilde Crevits, CD&V, heeft intussen bekendgemaakt  dat Vlaanderen weliswaar tegen 2009 een ambitieus maar realistisch maatregelenpakket voor integrale waterzuivering zal klaarhebben, maar dat men aan de Europese Unie zal vragen de termijn voor het behalen van de waterdoelstellingen met 2 keer 6 jaar te verlengen.

Dat betekent dat de deadline voor het volledig aansluiten van alle waterverbruikers aan het zuiveringsnet niet 2015 maar 2027 is. Het maakt een hemelsgroot verschil als men de investeringskosten kan spreiden over slechts 7 jaar dan over 19 jaar! Door het voor te stellen alsof de stad de klus tegen 2015 zal klaren - wat niet zal gebeuren! -, wil men de bevolking voor de totale investeringen laten betalen in die 7 jaar.

Onrechtvaardig 

Ten slotte is het vreselijk onrechtvaardig om de kosten voor die versnelde uitbreiding van ons rioleringsnet volledig te laten betalen door de gezinnen die toevallig van nu tot 2015 kraantjeswater verbruiken. Riolen hebben immers een afschrijvingsduur van zeker 75 jaar. Riolen die vandaag worden gebouwd, gaan zeker mee tot het jaar 2083. In de redenering van het stadsbestuur zouden de gezinnen tot 2015 alle kosten moeten dragen en zouden de gezinnen na 2015 niets meer hoeven te betalen.

Ook de Sociaal-Economische Raad voor Vlaanderen kaartte die onrechtvaardigheid al aan in een aanbeveling 'Kostenterugwinning van waterdiensten: beleidsvragen voor de Vlaamse watersector' op 12 september 2007. Kosten verbonden aan de versnelde uitbouw van de saneringsinfrastructuur zouden volgens de SERV – hoewel toewijsbaar aan gebruiker/verbruiker - door de gemeenschap moeten gedragen worden. Het is immers niet verantwoord om gelet op de lange levensduur van de investeringen de kosten ervan af te wentelen op één generatie.

Dat betekent dat een goed bestuur de terugwinning van de kosten voor de uitbreiding van het waterzuiveringsnet zou spreiden over de afschrijvingstermijn van de nieuwe riolen. De manier van aanpakken van het stadsbestuur van Kortrijk beantwoordt daar niet aan. 

Een pure belastingsverhoging

Het is duidelijk dat de investeringskosten voor de integrale waterzuivering door het Kortrijkse stadsbestuur fel overdreven zijn. Het wordt heel wat minder dan 76,8 miljoen euro. Neem nu dat Kortrijk uitkomt op 50 miljoen euro. Hou er rekening mee dat je tijd hebt tot 2027 om dat te realiseren. Dat is dan 2,6 miljoen euro per jaar, in plaats van de 11 miljoen per jaar in de berekening van CD&V en OpenVLD.

Maar als je die 50 miljoen euro laat terugbetalen over de hele afschrijvingsperiode, kom je tot nog een groter verschil. Dan is de terugbetaling van de Kortrijkse waterverbruikers beperkt tot 0,666 miljoen euro per jaar.

Vergelijk dat even met de huidige jaaropbrengst van de gemeentelijke bijdrage op de waterfactuur: zowat 1,5 miljoen euro. Dan is bewezen dat de verdubbeling van de bijdrage ook economisch niet verantwoord is. En dan is eveneens bewezen dat die zwaardere lasten voor de Kortrijkse gezinnen niet rechtstreeks iets te maken heeft met de waterzuiveringsverplichtingen van de stad. Het is een pure fiscale maatregel. En dus flagrant in strijd met het bestuursakkoord van CD&V en OpenVLD waarin beloofd werd dat de globale lasten van de bevolking niet zouden stijgen. 

riolen2

Commentaren

Groot gelijk! Als ze d'r maar nen draai kunnen aan geven. Denken die nu dat het plebs alles slikt?

Gepost door: Martine | 10-04-08

De commentaren zijn gesloten.