18-10-07

Stadsbestuur klopt kerkfabriek Sint-Eutropius hard op de vingers - met epiloog

Jolie1

Opschudding in Heule. De kerkfabriek van Sint-Eutropius heeft een eigendom willen verkopen onder de vraagprijs, hoewel er een kandidaat-koper was die zich bereid verklaarde de vraagprijs te geven. Het stadsbestuur van Kortrijk heeft in het schepencollege van 2 oktober jl. die beslissing van de kerkfabriek met enig gedruis geschorst. De kerkfabriek wordt onbehoorlijk bestuur verweten en benadeling van de stadsfinancies. De begunstigde van de in de kiem gesmoorde verkoop was Patrick Jolie, CD&V-gemeenteraadslid, die volgens het stadsbestuur in die zaak geen schuld treft.

In de Kortrijkse deelgemeente Heule heeft de kerkfabriek van Sint-Eutropius op 23 augustus 2007 beslist haar eigendom, het huis Zeger van Heulestraat 37, 8501 Heule te verkopen aan het gezin Patrick Jolie-Vandenbussche tegen de prijs van 181.600 euro. Er was een ander gezin dat van de voorgenomen verkoop wist, de heer en mevrouw BV-NV, en dat 190.000 euro bood. Ondanks dat hoger bod, en ondanks de eerdere vaststelling van de kerkfabriek (9 juli 2007) van een vraagprijs van 190.000 euro, gingen de bestuurders voorbij aan het hogere bod. Aangezien de gemeente - sinds Napoleon! - moet tussenkomen in de tekorten van de erkende eredienstbesturen, wordt stad Kortrijk rechtstreeks schade berokkend door die mindere opbrengst van de verkoop van dat huis.

Kerkfabriek, hoezo?

Sinds 1 maart 2005 is het de overheid van het Vlaamse Gewest die "de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten , georganiseerd op gemeentelijk niveau" regelt (decreet van 7 mei 2004). In dat Vlaams decreet wordt een kerkfabriek (eeuwenoude term voor parochiaal kerkbestuur) omschreven als een "openbare instelling met rechtspersoonlijkheid die belast is met de materiële organisatie, de werking en het beheer van goederen van de eredienst". Eigenlijk is de kerkfabriek de zakelijke leiding van de parochie, en bepaalde parochies hebben in een vruchtbaar verleden een aanzienlijk vermogen vergaard. Deleden van dat bestuur worden benoemd door de bisschop. De kerkfabriek mag je niet verwarren met de kerkraad, die de religieuze en liturgische organisatie van de parochie op zich neemt.

Behalve dat Vlaams decreet van 7 mei 2004 is er ook nog een ... keizerlijk decreet van 30 december 1809 (de keizer in kwestie was Napoleon). En dat keizerlijk decreet heeft alle regimewissels sindsdien overleefd en geldt nog onverkort. Artikel 92 van het keizerlijk decreet bepaalt dat de gemeenten moeten instaan voor de tekorten van de eredienstbesturen, de huisvesting van de pastoor of de bedienaars van de eredienst, en moeten bijdragen in de grove herstellingen van de gebouwen van de eredienst. Een stad als Kortrijk heeft er dus alle belang bij dat een kerkfabriek zoals die van Sint-Eutropius het geld van de parochie niet verkwanselt.

Het Vlaamse decreet van 7 mei 2004 geeft aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente en aan de provinciegouverneur de bevoegdheid beslissingen van de kerkfabrieken op hun grondgebied te schorsen. Het schepencollege kan schorsen als het gemeentelijk belang "en inzonderheid de financiële belangen van de gemeente" geschaad worden. De gouverneur moet het 'algemeen' belang bewaken.

Dergelijke schorsingen moeten evenwel heel vlug gebeuren: 30 dagen na kennisname van de notulen van de vergadering van de kerkfabriek. De vraag rijst of die termijn hier gerespecteerd is. Wellicht wel. De termijn wordt gestuit (d.w.z. begint van voren af aan) als het gemeentebestuur aangetekend het dossier van de beslissing opvraagt bij de kerkfabriek. Dat is hier gebeurd op 31 augustus 2007, na ontvangst van een klachtbrief van het gedupeerde koppen BV-NV. Het antwoord van de kerkfabriek kwam op 13 september 2007. Het dossier zelf, opgestuurd door de betrokken notaris, arriveerde in het stadhuis pas op 21 september 2007. Pas vanaf dat moment is een nieuwe termijn van 30 dagen beginnen te lopen.  De beslissing van het stadsbestuur op 2 oktober 2007 is dus binnen de tijd.

Verkoop in het geheim en onder de prijs

Het stadsbestuur stelde aan de kerkfabriek onder meer de vraag op welke manier zij de verkoop publiek bekend had gemaakt. Schijnbaar zich van geen kwaad bewust antwoordt de kerkfabriek dat zij beslist had "deze eigendom te koop aan te bieden aan drie zeer ernstige kandidaten die zich in de loop van de maanden mei en juni rechtstreeks hadden kenbaar gemaakt". Ook het advocatenkantoor Publius dat optreedt voor het echtpaar Jolie-Vandenbussche kon niet aannemelijk maken dat alle mogelijke geïnteresseerden de kans hadden een bod te doen. Nochtans is dat de enige garantie op de beste opbrengst.

Maar er is meer! Het geïnteresseerde gezin met het hoogste bod kreeg - nochtans een van de 'drie zeer ernstige kandidaten' - het huis niet. De officiële reden is dat hun bod laattijdig zou zijn. Evenwel stelt de juridische dienst van de stad vast dat de notulen waarin een vervaltermijn werd bepaald, hoogstwaarschijnlijk achteraf werden 'gecorrigeerd'. De passage waaruit die vervaldatum zou moeten blijken is zeer onduidelijk: "De raad beslist [...] de geïnteresseerden de kans te bieden het huis te bezichtigen iedere zaterdag tussen 10u en 12u tot 15 augustus". Bovendien is die datum door de betrokken notaris niet aan alle belangstellenden bekend gemaakt.

En zoals al gezegd, ligt het bod van de uitverkoren kopers 8400 euro lager dan de vastgestelde vraagprijs en dan het hogere bod van het gezin BV-NV. 

Onbehoorlijk bestuur

Het stadsbestuur tilt heel zwaar aan wat is gebeurd in Heule. "De gewraakte beslissing zondigt tegen de beginselen van behoorlijk bestuur"; het zijn de woorden van het college van burgemeester en schepenen. Volgende beginselen zouden geschonden zijn: het gelijkheidsbeginsel, het beginsel van 'benuttigingsgelijkheid' en het 'zuinigheidsbeginsel'. Zich rechtstreeks baserend op de decreet van 7 mei 2004 verklaart het stadsbestuur dat het gemeentelijk belang en vooral dan het financiële belang van de stad is geschaad, "wat op zich een voldoende rechtsgrond is tot schorsing". 

Die schending van het financiële belang van de stad wordt geïllustreerd met bedragen uit de begroting 2007. De stadstoelage voor die Heulse kerkfabriek is begroot op 73.276,20 euro. Dat bedrag is het resultaat van de aftrek van de inkomsten, 111.184,15 euro gewone (overheidstoelagen, stoelgelden, enz.) en 57.343,85 euro buitengewone (leningen voor investeringen), van de uitgaven, 130.771 euro gewone (werkingskosten) en 37.760 euro buitengewone (investeringen). Het stadsbestuur past immers het tekort bij.

Nog een geluk dat de kerkfabriek in de verkoopscompromis met het echtpaar Jolie-Vandenbussche de opschortende voorwaarde had laten opnemen "van afwezigheid van de uitoefening door de toezichthoudende overheid van hun schorsings- of vernietigingsbevoegdheid". Door die voorwaarde was de verkoop nog niet definitief ingegaan en kon de stad er nog tijdig een stokje voor steken. Het schepencollege pleit daarbij kandidaat-koper Patrick Jolie, gemeenteraadslid van de meerderheid, vrij van enige medeplichtigheid aan het gebeuren. In zijn beslissing overweegt het stadsbestuur: "dat blijkens de stukken van het dossier de familie Jolie-Vandenbussche volledig te goeder trouw heeft gehandeld".

SEHeule

Epiloog 1

Intussen ben ik als gemeenteraadslid het dossier gaan inkijken op het stadhuis. Dat recht heeft elk gemeenteraadslid en eigenlijk is het de verdomde plicht van de raadsleden om het bestuur nauwgezet te controleren. Mijn bezoek aan het stadhuis gaf mij een scherpere kijk op de kwestie. Ik zou het flauw vinden mijn oorspronkelijk stuk stiekem te wijzigen. Liever publiceer ik een aanvulling.

Uit de motivatie bij de beslissing van het stadsbestuur om de verkoop door de kerkfabriek te schorsen, had ik opgemaakt dat het gezin BV-NV bij de drie belangstellenden hoorde die door de kerkfabriek waren gecontacteerd. Dat blijkt niet zo te zijn. In feite is de ware toedracht nog erger.

Het koppel BV-NV vernam pas op 30 juli 2007 bij toeval van de voorgenomen verkoop van de gewezen 'onderpastorie', waar tot zijn overlijden pater Joris woonde. Onmiddellijk namen zij contact op met drie leden van de kerkraad, waaronder de secretaris en de 'schatbewaarder' (penningmeester). Van hen verneemt het belangstellende paar dat de vraagprijs 190.000 euro is en zij kunnen de woning bezichtigen. Na een enkel nachtje slapen overhandigt het gezin BV-NV een schriftelijk bod aan de penningmeester van de kerkfabriek. Zij krijgen een ontvangstbewijs.

In de bestuursrecht geldt als een van de beginselen van behoorlijk bestuur: het vertrouwensprincipe. In dit geval mocht het koppel BV-NV er zonder meer op vertrouwen dat zij een ontvankelijk bod hadden gedaan. Niet minder dan drie leden van de kerkfabriek hadden hen immers daartoe in de waan gelaten. Want hoe kan je als zinnig mens anders het geschetste gedrag interpreteren? Je gaat toch met geen gegadigden een pand bezoeken als zij geen kans maken het te kopen?

Groot was de verbazing van het paar toe zij op 23 augustus 2007 van de voorzitter van de kerkfabriek een telefoontje kregen met de melding dat niet zij met hun bod van 190.000 euro, maar het echtpaar Jolie-Vandenbussche met een bod van 181.600 euro het huis toegewezen kreeg. Na bekomen te zijn van hun eerste ontgoocheling deed het koppel BV-NV navraag bij voormelde leden van de kerkfabriek, die hen niet direct konden uitleg geven en hen verwezen naar de voorzitter. Dat blijkbaar alleen de voorzitter bij machte was een uitleg te verschaffen, is niet zonder belang - zie verder.

De voorzitter meldde hen dat de kerkfabriek op 9 juli 2007 een 'vervaltermijn' had ingesteld voor de biedingen tot 20 juli 2007. Die vervaltermijn was door de ingeschakelde notaris schriftelijk per brief bekend gemaakt aan "drie zeer ernstige kandidaten" die vooraf belangstelling hadden laten blijken. In de notulen van de kerkfabriek van Sint-Eutropius van die vergadering wordt evenwel met geen woord gerept over die vervaldatum. Er staat alleen dat de geïnteresseerden de kans zouden krijgen het huis te bezichtigen "iedere zaterdag tussen 10u en 12u tot 15 augustus".

Achteraf is in de marge van het oorsponkelijke verslag (op het stadhuis zag ik de twee versies) bijgeschreven: "verkeerde interpretatie correctie: zie bijlage". In die bijlage verklaart de secretaris: "Persoonlijke verkeerde interpretatie leidde tot een onvolledige, verkeerde inhoudelijke weergave". In haar correctie neemt de secretaris volgende zin op (die eigenaardig genoeg rechtstreeks gericht is aan "u", met name de drie zogenaamde aanvragers die "intussen binnen" waren - van die drie aanvragers komen er uiteindelijk maar twee met een bod): "Daarom hadden wij graag zo snel als mogelijk en uiterlijk tegen 20 juli e.k. uw schriftelijk bod ontvangen". Dat is m.i. geen verslag van een beslissing, maar een citaat uit een intussen al aan de drie 'zeer ernstige kandidaten' verstuurde verzoek om een bod te doen. 

De gecorrigeerde versie is bij het stadsbestuur pas aangekomen op 24 september 2007, in het bundel van stukken die de voorzitter van de kerkfabriek opstuurde op vraag van het stadsbestuur. Aangezien is gebleken dat zelfs drie leden van de kerkfabriek aanvankelijk niets wisten van die - door de voorzitter gehanteerde - vervaldag van 20 juli 2007, zou het van belang kunnen zijn te weten te komen wanneer juist die correctie is aangebracht: voor of na het geweigerde bod van het koppel BV-NV...

Wat er ook van zij, het is duidelijk dat de kerkfabriek de verkoop van haar pand alleen heeft opengesteld voor de drie kandidaten van haar keuze. Andere eventuele gegadigden, zoals het paar BV-NV, kregen geen kans. Even duidelijk is ook dat de gestelde voorwaarde van een vraagprijs van 190.000 euro, niet is aangehouden. Zodoende wilde men de verkoop toewijzen onder andere voorwaarden dan bekend (?) gemaakt.

De conclusie blijft dat men niet alleen discriminerend te werk is gegaan, maar dat men ook niet het nodige heeft gedaan om de beste prijs te bekomen. Aangezien de stad met gemeenschapsgelden elk jaar de tekorten van de kerkfabriek aanvult, is dat verspilling van gemeenschapsgeld. 

Epiloog 2

Over deze kwestie zal ik op de gemeenteraad van november het stadsbestuur ondervragen. Het stadsbestuur heeft zich in dit dossier voorbeeldig gedragen en een moedige beslissing genomen. Maar uit het voorval moeten de nodige lessen worden getrokken.

Daarom leg ik een dubbel voorstel op tafel. Vooreerst stel ik voor dat het stadsbestuur alle kerkfabrieken die werkzaam zijn op het grondgebied van Kortrijk zou aanschrijven met een oproep om de beginselen van behoorlijk bestuur strikt toe te passen. Voorts meen ik dat er een inventaris zou moeten opgemaakt worden van alle vastgoed van de kerkfabrieken. Met die databank zou de stad nauwkeuriger toezicht kunnen houden op eventuele verkopen. Bovendien kan de voorraad bouwgrond ingezet worden in een stadsbeleid om de schaarste aan bouwgrond een beetje te lenigen.

Ik hoop een meerderheid achter deze redelijke voorstellen te krijgen.

Commentaren

Epiloog kerkfabriek Sint-Eutropius Nadat ik het dossier van de kwestie kerkfabriek Sint-Eutropius ben gaan inkijken, heb ik mijn stuk aangevuld met een naschrift met enige belangwekkende verduidelijkingen.

Gepost door: marc | 23-10-07

goed beleid....? Is dit nu geen mooie voorbeeld van goed beleid? We zijn er wel mee....

frank

Gepost door: frank mulleman | 24-10-07

vier oktober Een tweede vieroktober affaire ? Wordt vervolgd zie op VvK.

Gepost door: walter maes | 27-10-07

Debat op blog Het Nieuwsblad Pastoor John Dekimpe reageert op de affaire op de blog van Het Nieuwsblad.

Gepost door: CCB | 29-10-07

Charleroi aan de Heulebeek Ook Bart Caron roert zich over deze kwalijke kwestie!

Gepost door: marc | 29-10-07

foefelen Waar een De Clerck aan de macht is, of één van zijn companen.... wordt er gretig gefoefeld...

Gepost door: Patrick | 28-10-08

De commentaren zijn gesloten.