15-10-07

Voorlopig behoudt jeugdherberg Groening(h)e(heem) zijn Oostblok-allures

GH1

Het ziet er niet naar uit dat de Kortrijkse jeugdherberg binnenkort zijn Oostblok-allures zal kunnen afwerpen. De broodnodige modernisering is uitgesteld tot na een studie van het Vlaamse overheidsagenschap Toerisme Vlaanderen. Als uit dat onderzoek - door architecten (!) - blijkt dat er een nieuwe of vernieuwde jeugdherberg in Kortrijk kan komen, dan wil men die financieren met een zeer gecompliceerde juridische constructie, waarin ook de privésector zijn graantje mag meepikken. En het is nog lang niet zeker of het stadsbestuur in die constructie wil stappen. Intussen blijft de netelige vraag: moet de jeugdherberg in het gewezen Sint-Gabriëlsinternaat blijven of moet hij verhuizen? 

"Verscholen in een schaamlapje van enkele kalende bomen staat een oudere jeugdherberg. Hij is dringend toe aan een likje verf. De badkamer en het toilet zijn ook niet je dat. Dat drukt natuurlijk de prijs. Als je naar Kortrijk afzakt verwacht je best niets meer dan een eenvoudig dak boven je hoofd. Het gebouw heeft alles weg van een Oost-Duitse legerkazerne. Jeugdherberg “Groeninghe” biedt een wat mistroostige aanblik. Hopelijk ondergaat de jeugdherberg een grondige facelift de komende vijfentwintig jaar." aldus PieterJan Viaene en Simon Bossuyt in de webkrant van het departement HIEPSO van de Hogeschool West-Vlaanderen, 5 mei 2006. De journalisten in spe typeerden daarmee treffend het Kortrijkse jeugdhotel.

Passionisten

Zo hoor je eens hoe de jeugd zelf denkt over onze jeugdherberg. Misschien moeten we de overnachtingsplaats de naam "Van lieverlede" geven. Het is echt een adres waar je maar tussen de lakens kruipt als je niets anders vindt. Zelfs met de naam van de jeugdherberg wordt wat slordig omgesprongen: is het nu Groeninge, Groeninghe of Groeningeheem?

De Kortrijkse jeugdherberg werd in 1973 opgericht in het pensionaat van het opgedoekte en door de stad opgekochte Sint-Gabriëlscollege. Het college werd gerund door de bedelpaters en -broeders (broeder Isidoor!) Passionisten en het trok vooral leerlingen van het platteland. In de school vestigde de stad niet alleen een jeugdherberg; de klassen en zalen werden ter beschikking gesteld van het verenigingsleven. Het geheel werd 'het Groeningeheem' gedoopt.

De jeugdherberg heeft nog altijd 96 bedden in 35 kamers. Kraaknet, zeggen de waarnemers, maar hopeloos verouderd. In nota's van stadsdiensten (Facility, Stadsplanning en -ontwikkeling) wordt onomwonden gezegd dat het basiscomfort in de jeugdherberg ontoereikend is en dat de jeugdherberg slechts 'louter elementair' in orde is, ook na de investeringen van vorig jaar. Die lamentabele toestand was vaak een onderwerp van discussie in de gemeenteraad. Vanuit de oppositie schoot de VLD (Hans Masselis en Wout Maddens van op de zijlijn) inde vorige bestuursperiode met scherp. Nu regeert OpenVLD mee met de CD&V van Stefaan De Clerck en Lieven Lybeer. Ook Cathy Matthieu (Groen!, nu samen met sp.a-spirit) liet van zich horen. Het stadsbestuur heeft de jeugdherberg ronduit verwaarloosd, aldus Cathy vorig jaar in april.

Erkenning

In 2005 dreigde het nachtverblijf zijn erkenning kwijt te spelen. Maar intussen zijn de grootste tekortkomingen weggewerkt. Zowat 100.000 euro had de stad over voor maatregelen zoals de vervanging van de roestende waterleiding, de modernisering van de keuken en het opknappen van de inkom. Ook in de brandveiligheid werd nogal wat geld gestoken; zo kreeg iedere kamer een rookmelder. Maar daarmee hebben die kamers nog geen stromend water. En de begeleidende leerkrachten van de Engelse scholen op bezoek in West-Vlaanderen, moeten nog altijd samen onder de douche met hun puberende pupillen.

Niettemin gaf Vlaams minister Geert Bougeois, N-VA en streekgenoot, opnieuw een verlenging van de erkenning, voor negen jaar. Maar het is duidelijk dat er iets moet gebeuren in die periode. Dat beseft het stadsbestuur nu zelf wel. In het door de gemeenteraad goedgekeurde 'strategisch beleidsplan toerisme Kortrijk' staat: "Op vlak van sociaal toerisme is er aandacht nodig voor de jeugdherberg".

Architecten 

Volgens Vlaams volksvertegenwoordiger Bart Caron, spirit, is het zijn partijgenoot, Bert Anciaux, die als Vlaams minister van Jeugd, de stad, de Vlaamse Jeugdherbergcentrale en Toerisme Vlaanderen heeft bijeengebracht om van gedachten te wisselen over de toekomst van de Kortrijkse jeugdherberg. Bert Anciaux subsidieert de werking van de erkende jeugdherbergen. In elk geval is het toerismeminister Geert Bourgeois die een strategische nota 'Jeugdverblijfsinfrastructuur in Vlaanderen' liet opstellen. 

Op grond van die nota kreeg Toerisme Vlaanderen de opdracht een haalbaarheidsstudie te laten maken voor de eventuele realisatie van vier nieuwe jeugdherbergen: in Diest, Oostende, Hasselt en ... Kortrijk. Voor Kortrijk werd de studieopdracht toegekend aan het bureau EVR Architecten dat daarvoor samenwerkt met BuroII.

De P's van 'payer' (petalen)

Als dat onderzoek aantoont dat de (vernieuw-)bouw van de jeugdherberg in Kortrijk 'haalbaar' is, wil de Vlaamse overheid met een alternatieve financiering de stad bijspringen in de kosten. Daartoe wordt een heel gecompliceerde juridische constructie opgezet. Met twee PPS'en, waarbij die letters 'P' een andere betekenis hebben in de eerste PPS dan in de tweede. Uiteindelijk zou het er kunnen op neer komen dat noch de stad noch de Vlaamse overheid (Toerisme Vlaanderen) enige lening moeten aangaan voor de financiering van de (ver-)nieuwbouw. Dat betekent helemaal niet dat ze ontsnappen aan jarenlange betaling van intresten, kapitaalaflossingen en vergoeding van de private partner(s). Of hoe een schuldenloos beleid uiteindelijk duurder uitvalt!

De eerste PPS is een "publiek-publieke samenwerkingsovereenkomst". Als je dat rare bureaucratentaaltje omzet in gewonemensentaal lees je: een contract tussen twee overheden. De contractsluitende overheden zijn hier Toerisme Vlaanderen en Stad Kortrijk. Zij beloven elkaar dat er een nieuwe of vernieuwde jeugdherberg komt in Kortrijk, te financieren op een ongebruikelijke manier (lees: zonder lening aan te gaan). Stad Kortrijk brengt ook de nodige bouwgrond in.

De tweede PPS is een "publiek-private samenwerking", dat wil zeggen een vennootschap waarin Toerisme Vlaanderen 26% van de aandelen houdt en een of meer private partners de rest. Toerisme Vlaanderen heeft daar maximaal 1,5 miljoen euro voor over. Het wordt een DBFM-vennootschap, een van de nieuwste snufjes van het vennootschapsrecht. Die vennootschap krijgt de opdracht de jeugdherberg te bouwen. Vandaar dat de private partners geselecteerd worden met een soort openbare aanbesteding. Bouwen betekent: het ontwerp (Design), bouwen (Build), financiering (Finance) en onderhoud (Maintenance).

Die DBFM-vennootschap verhuurt het goedkoop hotelletje dan aan de exploitant (de erkende jeugdherberg). Het ziet er naar uit dat die exploitant nooit in staat zal zijn de DBFM-vennootschap te vergoeden met zijn inkomsten. Daar springt de overheid dan weer bij: Toerisme Vlaanderen en de stad.

Nu alles ondertekenen zou de stad wel eens in een financieel avontuur kunnen storten. Vandaar dat er een ontsnappingsclausule is ingebouwd. Als het ernaar uitziet dat het project te duur wordt, kan de stad zich nog terugtrekken na voltooiing van de haalbaarheidsstudie. Als de architecten een beetje slim zijn, rekenen zij pas in de tweede fase goed door - ervan uitgaand dat de auteurs van de haalbaarheidsstudie het best geplaatst zullen zijn om het D-onderdeel (design of ontwerp) van de opdracht van de DBFM-vennootschap in te vullen.

Onzeker en niet voor direct

Al met al betekent die ingewikkelde constructie dat de modernisering en het voortbestaan van de Kortrijkse jeugdherberg helemaal niet zeker is. In elk geval wordt een jarenlange omweg gemaakt om uiteindelijk te komen tot een resultaat dat via de klassieke weg zoveel vroeger zou kunnen gerealiseerd worden. De klassieke weg liep van een normale overheidsopdracht via een gebruikelijke lening bij de goedkoopste bank naar een simpele subsidie van de Vlaamse overheid. Was dat zoveel slechter?

Intussen sluimert een debat over welke jeugdherberg Kortrijk nodig heeft. Stefaan Bral, CD&V, schepen voor Toerisme in de vorige bestuursperiode, vroeg zich zelfs ooit openlijk af of een jeugdherberg in Kortrijk nog wel zin had (Het Volk van 27 augustus 2005). Stedelijk sport-directeur Mia Maes denkt van wel en wil dat 'goedkope verblijf' behouden in het vroegere Sint-Gabriëlscollege, 'op loopafstand van het stadscentrum'. In de Kortrijkse jeugdraad daarentegen vond men de huidige jeugdherberg 'te groot' en 'te ver van het centrum' (?). Vorig jaar pleitte jeugdraadvoorzitter Thomas Holvoet voor een bescheidener pand "in de buurt van het muziekcentrum of de skatebowl" (Groeningebrug aan de rand van de stad!?). CD&V-fractieleider in de gemeenteraad Filip Santy dacht dan weer meer aan een opvangplaats buiten de stad. Weet Kortrijk zelf wel wat het wil?

Persoonlijk ben ik voorstander van het behoud van een bescheiden maar comfortabele jeugdherberg in de binnenstad. Dat hoeft niet noodzakelijk boven de sportzaal van het Groeningeheem te zijn.

GH2

De commentaren zijn gesloten.