29-09-07

De Kortrijkse 'Civiele' zal uiteindelijk zichzelf moeten evacueren

civiele1

Stad Kortrijk 'koopt' van het OCMW een grote loods met bijhorende gronden om er aan stadsinbreiding te doen. Het gaat om grond die ontsloten werd door de aanleg van de nieuwe Westelijke Binnenring in het kader van de Leieverbredingswerken. Het OCMW verhuurt loods en grond momenteel nog aan een vereniging die zichzelf uitgeeft als de Kortrijkse civiele bescherming maar als zodanig niet meer erkend wordt. Eerst moet het OCMW die vereniging nog zien te evacueren. Zal dat wel gemakkelijk gaan?

Carlos Mondy is een Kortrijkzaan van de allerhardnekkigste soort. Hij leidt als 'korpschef' de vereniging "Verbroedering Vrijwillige Agenten Burgerlijke Veiligheid Gewest Kortrijk", indrukwekkend afgekort tot: VVABVGK. VVABVGK sproot in de vroege jaren negentig van de vorige eeuw voort uit het Kortrijkse korps van de Civiele Bescherming. De Civiele Bescherming is een landelijk geleid en quasi militair georganiseerd hulpkorps dat naast politie en brandweer door de autoriteiten wordt gemobiliseerd bij grote rampen. Het korps werkt met een beroepskader dat wordt aangevuld met getrainde vrijwilligers. 

Korpschef-bezieler

In die jaren negentig besliste de minister van Binnenlandse Zaken dat de Civiele Bescherming in ons land moest geprofessionaliseerd worden. Ondanks de tomeloze inzet van mensen zoals Carlos Mondy vond men dat het Kortrijkse korps niet meer paste in een dergelijke organisatie. De erkenning werd ingetrokken. De korpschef-bezieler heeft zich daar nooit bij neergelegd. Zelf heb ik op zijn vraag nog de poten van mijn gat gelopen om 'Liedekerke' (het hoofdkwartier) van gedacht te doen veranderen. Het heeft niet gebaat. Integendeel. Men ging de werking van de Kortrijkse vereniging wat nauwer bekijken en er dreigden op een bepaald ogenblik vervolgingen als ... privé-militie. 

Carlos heeft er ten langen leste een mouw aangepast op zijn Carlos'. De club werd omgedoopt tot een vriendenkring die contacten blijft zoeken met de vriendenkringen van vrijwilligers van andere korpsen van de Civiele Bescherming. Van lieverlede deed men afstand van de officiële uniformen van de Civiele Bescherming en liet Carlos eigen uniformen ontwerpen en naaien, nog imposanter dan vroeger, met Zuid-Amerikaanse klasse als het ware. En waarlijk: na enige aarzeling van het stadsbestuur werd het 'vriendenkorps' met eigen vaandel en uniformen opnieuw toegelaten op patriottische parades, marcherend achter de korpsen van politie, brandweer en vaderlandslievende verenigingen. Een laatste schermutseling met 'Liedekerke' betrof het gebruik van oranje en/of blauwe zwaailampen op het rollend materieei van het vriendenkorps. Dat is voorbehouden voor de officiële instanties; maar tja, vloeken is ook verboden.

Het berokkent Carlos en zijn 'agenten' hartzeer dat zij nog zo weinig opgeroepen worden bij rampen in het Kortrijkse gewest. De autoriteiten houden het bij de officiële hulplkorpsen. Heel zelden is dat toch nog voorgevallen, bijvoorbeeld omdat men vlug een boot nodig had en wist dat de ex-Civiele er een bezat. Het 'vriendenkorps' is dan maar op zoek gegaan naar eigen opdrachten. En zo komt het dat Carlos en zijn manschappen soms wielerwedstrijden begeleiden of feesttenten bewaken.

Van hartzeer gesproken: een beetje beteuterd zag ik in 1994 Carlos verschijnen op de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen van de PVV (nu Open VLD). Ik had nochtans gedacht dat hij socialistische roots had. Bleek dat zijn vriendschap met Louis Bril, VLD-volksvertegenwoordiger en ooit bijna minister, toen voorzitter van de federatie van carrossiers, hem de stap naar de liberale partij hadden doen zetten. Carlos had zichzelf opgewerkt tot manager van een eigen carrosseriebedrijf in de Doornstraat en tot bestuurslid van de nationale federatie van carrosseriebedrijven. Nadat zijn bedrijfsgebouwen werden onteigend voor de Leieverbredingswerken trokken Carlos en zijn zoon naar de Wagenmakersstraat 2b om opnieuw te beginnen en de activiteiten uit te breiden. Thans is het bedrijf een heuse garage geworden, geleid door zijn zoon, succesvol concessiehouder van het wagenmerk Kia. De slogan is: Overal waar men rijdt langs Vlaamse wegen komt men Kia-Mondy tegen!

civiele3

Krakkemikkige hangar

Maar keren wij terug naar het 'vriendenkorps'. De VVABVGK huurt al van in de tijd toen ze nog echt bij de Civiele Bescherming waren een bedrijfsloods in de Meersstraat (nr. 20), eigendom van het OCMW van Kortrijk. Dat het OCMW daar eigenaar van is, is historisch. Op die plaats lag in lang voorbije eeuwen de 'dreef van de armen', een uitgestrekte strook braakliggende grond buiten de stadsmuren waarop de armen gratis hun geiten en schapen konden hoeden.

Die krakkemikkige hangar met indrukwekkende gevel wil het stadsbestuur slopen om de gronden, na de sanering die daar zeker nodig zal zijn, in te schakelen in grootse stadsontwikkelingsplannen. Door de aanleg van een nieuw stuk binnenring, de Westelijke Ring met de Ronde Van Vlaanderenbrug over de Leie, zijn daar ettelijke hectaren vrijgekomen voor stadsontwikkelingsprojecten. Toparchitect Stephane Beel tekende al een masterplan, met onder meer een hoog flatgebouw dat halvelings met zijn poten in de verbrede Leie zal staan. Ook het nieuwe hoofdkwartier van de politie komt in dat nieuwe stadskwartier.

civiele4

Het stadsbestuur heeft dan ook onlangs aan het OCMW voorgesteld om het gebouw van de ex-Civiele met bijhorende gronden over te nemen. De kosten die het OCMW reeds gemaakt heeft, blijven volgens dat voorstel voor rekening van het OCMW. Alle verdere kosten - de sanering! - zijn voor rekening van de stad. Als compensatie gebeurt de overdracht met gesloten beurzen, maar als de kosten van de stad lager blijken te zijn dan de geschatte grondwaarde, zal het verschil alsnog aan het OCMW overgemaakt worden. De stad gaat er dus vanuit dat de sanering meer zal kosten dan de grondwaarde.

Een voorwaarde voor dat scenario is dat het gebouw leeg is. En dat is niet zo; daar zetelt nog altijd Carlos en zijn korps. Het OCMW poogt al geruime tijd om zijn huurder buiten te krijgen, maar blijkens het verslag van het laatste overleg tussen de stad en het OCMW lukt dat niet.  Nu zal men van OCMW-zijde "de druk opvoeren op de zogenaamde 'Civiele Bescherming'om dit pand te verlaten" (verslag overlegcomité van 29 mei 2007). Gemakkelijk zal dat niet gaan, want ik zei het al: Carlos Mondy is een Kortrijkzaan van de allerhardnekkigste soort.

 

Civiele2
 

26-09-07

Bert Herrewyn: via Den Trap en De Kreun tot nationaal coördinator van Animo

berth1

Oud-scout Bert Herrewyn (28) begon zijn carrière in het jeugdwerk ooit als beroepstapper in het overbekende Kortrijkse jeugdcafé Den Trap. Volgende maand gaat hij voltijds aan de slag als nationaal coördinator van Animo - Jong Links, de jongerenbeweging van de sp.a. In de voorbije gemeenteraadsverkiezingen verraste Bert al wie hem niet kende met zijn opmerkelijk aantal voorkeurstemmen op de lijst sp.a. Sindsdien zijn wij collega's in de gemeenteraad en zo kon ik hem gemakkelijk strikken voor een interview. Een Kortrijkzaan aan het hoofd van de socialistische jongerenbeweging: wat mogen wij daarvan verwachten?

Bert, wat een belangrijke functie is dat waarin je benoemd bent?

Binnen een par weken ben ik voltijds nationaal coördinator van 'Animo -jong links', de jongerenbeweging van de sp.a. Tot dan benut ik mijn recuperatiedagen op mijn huidige werk, bij De Kreun, om al enkele dagen per week naar mijn toekomstige job in Brussel te sporen.

Je komt dus aan het hoofd te staan van een politieke jongerenbeweging. Zie ik dat goed? Vertel eens wat Animo eigenlijk is?

Animo - jong links is de jongerenbeweging van de sp.a. Het is een landelijk erkende jeugdwerkorganisatie, zoals bijvoorbeeld het Verbond van de Scouts er een is. In tegenstelling met jongerenclubs van andere politieke partijen heeft Animo zich wel degelijk uitgebouwd tot een organisatie met veel lokale groepen die aan jeugdwerk doen. Wij zijn meer dan een divisie van een partij. In ons activiteitenaanbod voor jongeren wordt natuurlijk wel ingespeeld op de interesse bij de jeugd voor de hedendaagse samenleving, de politiek in de breedste zin van het woord. Dikwijls wordt gezegd dat de jonge mensen afkerig staan tegenover de politiek. Het kan wel zijn dat zij zich niet direct aangetrokken voelen tot de partijpolitieke schermutselingen. Maar de jongeren willen zich wel mengen in de maatschappelijke debatten. Denk bijvoorbeeld aan de gevolgen van de globalisering, aan de nood aan een duurzaam gebruik van de aardse rijkdommen, enzovoort.

Wie bij de CD&V als lid jonger is dan 35 jaar, is automatisch ook lid van de jongerenorganisatie en omgekeerd. Bij Animo is dat niet zo. Je moet je zelf aansluiten bij de beweging. Een lidmaatschap van de sp.a is ook geen vereiste om lid te kunnen worden van Animo. Natuurlijk zijn de meeste leden ook lid van de sp.a. En Animo stimuleert de jongeren ook om partijpolitiek actief te worde, niet om de partij slaafs te volgen maar om kritisch mee te denken en te werken.

Animo heeft over de vijf Vlaamse provincies en in Brussel zowat 135 afdelingen. Sommige afdelingen werken in een bepaalde stad of gemeente, andere werken meer regionaal.

Mag ik Animo een recruteringsmachine van de sp.a bij de jeugd noemen?

Niet helemaal. Wij staan op onze onafhankelijkheid. Als jeugdorganisatie nemen wij autonoom standpunten in, die soms een andere richting uitgaan dan wat de partij naar voren schuift. Zeker leggen wij andere klemtonen, vertrekkend van wat bij onze leden leeft. Zo voeren wij al geruime tijd actie tegen de onbetaalbaar dure autoverzekeringen voor jonge chauffeurs. In het onderwijsdebat zijn wij regelrecht ingegaan tegen het voorstel van sp.a-minister Frank Vandenbroucke om het hoger onderwijs te gaan financieren volgens het aantal geslaagden in plaats van volgens het aantal inschrijvingen. Uiteindelijk is de maatregel heel wat afgezwakt.

En met een heuse campagne legden wij de vinger op een probleem waarmee heel wat jongeren geconfronteerd worden op het moment dat zij het ouderlijk nest willen verlaten. Je moet eens proberen met enkele vrienden gezamenlijk een huis te gaan huren en bewonen. Voor de sociale zekerheid ben je dan samenwonend en je verliest een groot stuk van je uitkering als je bijvoorbeeld werkzoekend bent. Iedereen kijkt met plezier naar Friends, maar in ons land zou dat feuilleton niet kunnen opgenomen worden; de RVA is ertegen!

Wat bezielde jou om te solliciteren voor de functie van nationaal Animo-coördinator?

Ik had werk, een interessante job bij De Kreun, en ik was eigenlijk nog lang niet op zoek 'naar een nieuwe uitdaging' zoals dat heet. Maar toen ik van die vacature hoorde, begon het onmiddellijk te kriebelen. Dat was nu eens een kolfje naar mijn hand. De job was mij als het ware op het lijf geschreven. Jeugdwerk is altijd al mijn passie geweest, ook als vrijwilliger en deelnemer, en bij Animo kon ik dat combineren met politieke activiteiten, nog iets waar ik verslingerd op ben. Zonder mij veel illusies te maken ben ik op dat jobaanbod ingegaan en tot mijn grote vreugde hebben ze mij gekozen.

Nu ik weet wat mij binnen veertien dagen concreet te wachten staat op het hoofdkwartier van Animo, ben ik er mij nog meer bewust van dat dit een buitenkans is. Ik krijg als coördinator alle mogelijkheden om mij volledig op een professionele manier uit te leven in het jeugdwerk. Op mij rust de verantwoordelijkheid de hele beweging te laten draaien. Dat houdt onder meer in dat de lokale afdelingen ondersteund moeten worden, dat er een aanbod aan interessante activiteiten moet uitgewerkt worden, dat er passende vorming moet aangeboden worden, enzovoort. Jaarlijks verwachten de 'animisten' een weekendbijeenkomst en een happening. Voorts onderhoud ik de perscontacten en sta ik in voor het financiële beleid.

In mijn opdrachten krijg ik ondersteuning van twee personeelsleden en - heel belangrijk! - van een vrijwilligersteam dat om de paar weken bijeenkomt. Ikzelf sta rechtstreeks onder leiding van het nationaal bestuur van Animo, waarvan ik uiteraard ook de vergaderingen moet voorbereiden en documenteren.

Je zegt dat je altijd gedroomd hebt van een loopbaan in het jeugdwerk. Welke sterke punten in jouw cv heeft jou aan het hoofd van Animo - jong links gebracht?

Heel mijn beroepsleven heb ik tot nu toe gewerkt met en voor de jeugd. In plaats van op zoek te gaan naar een diploma ben ik begonnen op de onderste sport van ... Den Trap. Den Trap is al lang dè ontmoetingsplaats bij uitstek voor scholieren in Kortrijk, gelegen in het Burgemeester Reynaertstraatje dat op vrijdagnamiddag verkeersvrij wordt gemaakt omdat het toch iedere keer weer volloopt met scholieren en studenten. In Den Trap heb ik twee jaar achter de toog gestaan om te tappen natuurlijk maar ook als aanspreekpunt voor die gasten. 

Nadien kon ik aan de slag als begeleider in het Jongerenatelier Kortrijk. Deeltijds lerende jongeren die niet in het reguliere circuit aan een (leer)job geraken, krijgen daar een kans om werkervaring op te doen. Alleen al de gewoonte verwerven om op tijd op het werk te komen en om er elke afgesproken dag te zijn, vergt nogal wat inspanning voor sommigen. Daar kreeg ik het houtatelier toegeschoven. Nu, ik had vroeger wel wat kennis opgedaan in de houtsector. Ook de pedagogische begeleiding en de teamwerking behoorden tot mijn taken. Bij het Jongerenatelier ben ik maar een half jaar gebleven omdat ik een nog interessantere job aangeboden kreeg bij De Kreun, als jongerencultuurwerker.

De Kreun1

De Kreun, de concertorganisator uit Bissegem uit het Vlaamse pop- en rockcircuit?

Marc, ik vrees dat je niet helemaal meer mee bent. De Kreun organiseert inderdaad concerten, maar doet zoveel meer. En we zijn indertijd wel ontstaan in Bissegem als jeugdclub, maar we hebben die site ondertussen verlaten. Het café van Brouwerij Haacht op de hoek van de Gullegemsesteenweg wordt nu gebruikt voor de repetities van de Concertharmonie Crescendo. De Kreun is met zijn concerten verhuisd naar het gebouw van de vroegere Limelight in de Persynstraat, achterkant Textielhuis. De bureaus van De Kreun zijn ondergebracht op het Conservatoriumplein in het vroegere gebouw van Radio 2, dat ooit moet verbouwd geraken als het Muziekcentrum van Kortrijk. 

De Kreun is een door de Vlaamse overheid erkende muziekclub, gesubsidieerd volgens het Kunstendecreet. De club organiseert niet alleen concerten, maar heeft ook educatieve activiteiten, maakt allerhande creatieve projecten mogelijk, dans en theater bijvoorbeeld, helpt groepjes zoeken naar repititieruimten, regelt de subsidieformaliteiten van jongerenprojecten, enzovoort.

In vier jaar tijd ben ik 'opgeklommen' tot verantwoordelijke voor de educatie. Het is - was - een heel boeiende job met uiteenlopende opdrachten. Zo kon ik diverse workshops organiseren voor muziekgroepjes, bijvoorbeeld over hoe ze muziek moeten opnemen en een demo kunnen maken op pc, of meer zakelijk: hoe ze moeten omspringen met de fiscus, hoe ze wat geld kunnen overhouden aan hun optredens, hoe ze hun auteursrechten kunnen incasseren bij Sabam, enzovoort. Ook hield ik mij bezig met vrijwilligersbeleid. En was ik projectleider van het grensoverschrijdend project Passe-Partout. Met EU-steun werkt De Kreun nauw samen met collega's in het noorden van Frankrijk en uit het Doornikse: we wisselen artiesten uit en promoten elkaars activiteiten.

Als ik het goed versta, houdt De Kreun nu kantoor in het gebouw aan het station dat ooit het Kortrijkse Muziekcentrum moet worden.  Wat is de verhouding tussen De Kreun en die toekomstdroom?

Die droom heeft zelfs al een naam gekregen van het bestuur van het  Muziekcentrum: Track - het Engels voor spoor zowel gebruikt in verband met treinen als in de muziekproductie. Het is de bedoeling dat met financiële en logistieke steun van de stad alle regionale muziekactiviteiten worden bijeengebracht in het voormalige gebouw van Radio 2. Ik heb het dan over alle genres voor alle leeftijden. De Kreun gaat daarin mee, maar ook bijvoorbeeld Vlamo, de organisatie voor amateurmuziekbeoefening onder leiding van Filip Santy, die vooral ondersteuning geeft aan brassbands, Jeugd en Muziek, Euterpe voor de klassieke muziek, etcetera. Het centrum moet op de duur ook repetitieruimten aanbieden en studio's voor opnames.

Als het ooit afgeraakt, zal je op één site aantreffen: het conservatorium in het aansluitende gebouw, De Kreun, de gerenoveerde concertstudio, en alle mogelijke muziekorganisaties en hun kantoren. De modernisering van de concertstudio is volop aan de gang. In een volgende fase worden repetitieruimten ingericht; daar bestaat een heel grote nood aan in het Kortrijkse - je kan niet zomaar overal in onze dichtbewoonde streek met elektrische gitaren en overdovende drums aan het oefenen slaan. Ik zie er heel veel in, in Track, maar het gaat niet zo vlot zoals het volgens mij zou kunnen en moeten gaan. De deelnemende organisaties en instanties komen geregeld samen, maar dan gaat het uitsluitend over bouwwerken en aannemers en helemaal niet over het opstarten van een heuse (samen)werking. Precies die samenwerking zou voor een groot stuk de inrichting en indeling van het gebouw moeten bepalen.

Keren wij even terug naar jouw ervaringen met het jeugdwerk. Zijn die begonnen aan de tap van Den Trap of was je al een actieve jongen toen je nog in korte broek rondliep?

Marc, die korte broeken, was dat niet meer iets uit jouw jeugd, eeuwen geleden? Nee, ik heb mij met veel plezier kunnen uitleven in verschillende jeugdorganisaties. Op mijn zesde verhuisden wij van Harelbeke naar Heule. Ik werd er lid van de scouts, de groep Robrecht van Bethune met lokaal op de Schakeldries. De groep werd - nogal voorspelbaar - gepatroneerd door Emmanuel baron de Bethune van Marke, je weet wel: de burgemeester geweest. Dat heeft mijn persoonlijke politieke keuze niet erg beïnvloed, moet ik toegeven.

Bij de scouts werd in leider en groepsleider. In Heule ging ik ook aan de slag in Jeugdhuis Quo Vadis in de Mellestraat bij het kerkhof. Daar heb ik optreden leren organiseren, een vaardigheid die mij goed van pas kwam bij De Kreun. Vanuit die activiteiten verzeilde ik als vanzelf in de Kortrijkse jeugdraad, dan in het dagelijks bestuur van de jeugdraad en uiteindelijk werd ik na twee jaar voorzitter. Ik ben tot augustus 2004 jeugdraadvoorzitter gebleven, een opdracht waarin ik van nabij kennis maakte met het jeugdbeleid en de politiek in het algemeen in stad Kortrijk.

Nu we het over politiek hebben: is jouw interesse beperkt gebleven tot het toch zo grote Kortrijk?

Hahaha neen. Kortrijk, groot-Kortrijk - Heule zeker niet te vergeten - ligt mij heel nauw aan het hart. Maar ik kijk ook graag wat over de stadsgrenzen. Zo ben ik mij, naast mijn andere bezigheden - een jong mens moet iets doen als hij geen school meer loopt - ook de Noord-Zuidorganisatie Vredeseilanden beginnen aan te trekken in onze regio. Die ruimere horizon beviel mij zo uitstekend dat ik enkele jaren plaatselijk campagneleider van Vredeseilanden was, in opvolging van de bijna legendarische Stan Callens (de Mailingman).

Wij organiseren jaarlijks de inzamelingscampagne die je wel al bent tegengekomen aan de ingang van de grootwarenhuizen of op drukke punten in de stad. Het geld gaat naar projecten in het Zuiden. Het jaar door verschaffen wij ook informatie over de Noord-Zuid-problemen en houden wij bewustmakingsacties. Zelf kreeg ik in 2005 de kans om als vrijwilliger op eigen kosten op bezoek te gaan bij enkele van onze projecten in Ecuador. Volgend jaar hoop ik met enkele vrienden van Vredeseilanden naar Nicaragua te trekken.

Maar keren wij terug naar jouw keuze voor de socialistische beweging. Dat is toch niet vanzelfsprekend met jouw achtergrond?

Wel, in 2004 heb ik mij, na mijn afscheid als voorzitter van de jeugdraad, aangesloten bij Animo, de jongerenbeweging van de sp.a. Ik heb dat bewust gedaan, hoewel ik helemaal niet uit een politiek nest ben gerold. Na mijn ervaringen wilde ik voortwerken aan jeugdbeleid. Mij aansluiten bij een politieke jongerenbeweging leek mij daarvoor ideaal. En ik heb dus een round-up gemaakt van de bestaande mogelijkheden. 

Ik zocht een partij die opkomt voor de zwakkeren in onze samenleving en die ernaar streeft iedereen gelijke kansen te bieden. Ik vond dat meer bij de sp.a dan bij andere 'kanshebbers'. De CD&V boodt mij een te zwak profiel: voor wie staan ze nu echt? Groen! kon mij bekoren met zijn ecologisch uitgangspunt - bij Vredeseilanden heb ik genoeg gezien dat wij duurzaam moet omspringen met de aardse rijkdommen - maar de groene partij is te veel een one-issuepartij; ze hebben te weinig aandacht voor de sociale problemen. De sp.a is veelzijdiger en dat trok mij het meest aan.

In de voorbereiding van een ideologisch congres heb ik mij in de sp.a  ingeschakeld in de 'pro-werkgroep' armoede, waarvan ik co-voorzitter werd samen met Jacynta De Rouck. Eind 2005 trad ik vanuit Kortrijk toe tot het nationaal bestuur van Animo. Logischerwijze kwam sp.a-Kortrijk - dat weet je nog wel, Marc - mij in 2006 vragen om op de lijst te staan voor de gemeenteraadsverkiezing en ik geraakte waarempel verkozen. Maar ik ben niet in de eerste plaats voor mandaten in de politiek gestapt. Ik wil werken op alle niveaus; en Animo, zowel de Kortrijkse afdeling als nationaal waar ik nu ga werken, ligt mij daarbij het nauwst aan het hart.

Als gemeenteraadslid zitten wij elke maand samen op de oppositiebanken in het stadhuis. Je bent nu al een half jaartje lid van de gemeenteraad. Wat vind je ervan?

Goh, ik vind het wel boeiend. je krijgt er echt contact met het beleid van de stad; je zit op de voorste rij als de dossiers passeren. Je kan iets doen voor de mensen; al ben je als in de oppositie vooral aanspreekpunt voor de burger en controleur van het bestuur, meer dan directe bestuurder. 

Toch is het niet helemaal zoals ik het verwacht had. Ik heb nogal wat aanmerkingen op de werking van de gemeenteraad. De werking is er niet op afgestemd om de gemeenteraadsleden het best te laten werken. de voorbereiding van de raden, de commissievergaderingen, de communicatie, dat is nog allemaal niet zoals het zou moeten. Neem nu de manier zoals er in de gemeenteraad geantwoord wordt op vragen van raadsleden: dat is veelal ontwijkend en vergoelijkend. Een echt debat komt er heel weinig los. En wat mij nog het meest steekt, is dat de mensen nauwelijks op de hoogte zijn van wat de gemeenteraad doet en wat het belang ervan is. Nochtans worden daar heel belangrijke beslissingen getroffen die iedereen aanbelangen. Enfin, ik moet niet klagen; ik weet wat te doen in de komende jaren, zowel in Kortrijk als in Brussel

10:31 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: animo, sp a, interview |  Facebook |

25-09-07

Moorseelsestraat: buurtleven of camiongedruis?

 

Binnenkort wordt duidelijk wat stad Kortrijk van plan is met de omvangrijke site van de gewezen CallensTextielfabriek in de Moorseelsestraat. Dat beloofde de burgemeester gisteren op de gemeenteraad na een vraag van mij. Het gaat om anderhalve hectare verkommerde fabrieksgebouwen en laadkoeren. Mijn voorkeur blijft ernaar uitgaan om die gronden, eventueel met hergebruik van de interessantste panden, bijvoorbeeld het kantoorcomplex, te gebruiken voor woondoeleinden. De buurt kan een impuls van nieuwe woongelegendheden goed gebruiken. Het stadsbestuur blijft veeleer opteren om daar alle technische stadsdiensten te groeperen. Is een locatie in het midden van een dichtbevolkt woonblok aan een al drukke verkeersweg daartoe wel de geschikste plaats?

De gemeenteraad heeft gisteren, 24 september 2007, een magazijn van de bedrijfsgebouwen van de gewezen Callens Textielfabriek tijdelijk ter beschikking gesteld van de handelaarsvereniging 'Hartje Kortrijk'. Hartje mag er zijn kerstverlichting, vlaggen en spandoeken opbergen, tot de stad besluit het gebouw te slopen. Door het toestaan van dat kortstondig gebruiksrecht (minstens 2 jaar, tegen 125 euro per maand) hoopt het stadsbestuur te ontsnappen aan de taks op leegstaande bedrijfsgebouwen. Volgens mij is dat ijdele hoop, maar de wonderen zijn de wereld niet uit. Ik denk niet dat de taxateur zich zal later vermurwen door een gebruik van 1% van de leegstaande (èn verkrottende) bedrijfsoppervlakte. De site Callens beslaat 1,5 hectare (14.617 m², dat is een stuk meer dan twee volwassen voetbalvelden); het magazijn voor Hartje is 150 m² groot.

De site Callens, Moorseelsestraat-Vlasbloemstraat, Kortrijk-Heule, is vorig jaar door de stad aangekocht op een openbare verkoop, tegen de prijs van 506.200 euro. Dat geslaagde bod op deze uitgestrekte grond in de stedelijke agglomeratie was te danken aan puik prospectiewerk van het Stadsontwikkelingsbedrijf - zeg maar directeur Trui Tijtgat - en een vluchtig onderzoek van de intercommunale Leiedal.

Elke keer dat de site ter sprake kwam in de gemeenteraad, heb ik erop aangedrongen dat de goedkoop aangekochte gronden zouden gebruikt worden voor woondoeleinden. De fabriek ligt op de grens van het kwijnende Kortrijkse stadsdeel Overleie en de meest verstedelijkte hoek van Heule (Haantjeshoek), niet direct de meest riante hoek van de stad. Die buurt, doorsneden door een drukke verkeerader als de Moorseelsestraat, heeft nood aan nieuwe impulsen. 

Leiedal heeft die optie evenwel van meet af aan afgewezen na haar oppervlakkige verkenning van de site. Zo vreest de intercommunale dat de gronden vervuild zijn. Volgens mij is dat slechts een veronderstelling, want bij Callens en zijn voorganger Weyers werd alleen geweven (ameublementstoffen vooral) en niet geverfd. Bovendien is grondsanering subsidieerbaar. Het terrein, op loopafstand van het stadscentrum, is uitermate goed gelegen voor enkele mooie woonprojecten. Voor huisjes met tuintjes voor jonge gezinnen is daar genoeg plaats, zonder een vierkante meter extra open ruimte te moeten aansnijden.

Het stadsbestuur koestert echter andere plannen. Men zou daar magazijnen en depots willen inrichten voor de technische uitrusting van diverse stadsdiensten. Dat zou de stad de gelegenheid geven om zijn gebouw in de Stasegemsesteenweg, de gewezen Kortrijkse Textielmaatschappij, waar nu onder meer de dienst feestelijkheden zit met zijn zwaar materiaal, van de hand te doen om de stadsfinancies op te smukken. Maar voor de Callensbuurt biedt een dergelijke optie geen enkele meerwaarde. Er komt geen nieuw leven in de wijk, maar het aan- en afrijden van stedelijke vrachtwagens zal de hoge verkeerdrukte alleen maar verergeren.

In de gemeenteraad van 12 juni 2006 werd beslist dat het stadsbestuur een beperkte studieopdracht mocht uitschrijven om de mogelijkheden van de site in kaart te brengen (een opdracht van 24.900 euro). Gelukkig stond in de opdracht ook dat de buurtbewoners daarbij moesten betrokken worden, en dat de uiteindelijke voorstellen een meerwaarde moeten hebben voor de omgeving. 

Op mijn vraag hoever het stond met dat onderzoek antwoordde de burgemeester in de voorbije gemeenteraad dat die studie in haar eindfase is aanbeland. Binnenkort wordt aan de gemeenteraad de eigenlijke ontwerpopdracht voorgelegd voor de verbouwingen of de afbraak en nieuwbouw op de site. Hier komen wij zeker nog op terug.

08:29 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

23-09-07

Zwaluwen in Kortrijk: mag het iets meer zijn, a.u.b.

zw1

Opnieuw heeft het stadsbestuur van Kortrijk 14 premies uitgereikt voor de bescherming van zwaluwnesten. Dat zijn er minder dan vorig jaar.  Misschien moet Kortrijk een tandje bij steken om te voorkomen dat de zwaluwen binnenkort uitgestorven geraken op zijn grondgebied.

In de vorige bewindsperiode is het nog op voorstel van sp.a-schepen van milieu Philippe De Coene geweest dat de gemeenteraad een premiereglement ter bescherming van de zwaluwnesten heeft goedgekeurd (14 maart 2005). De razendsnel achteruitgaande vogelsoort bouwt zijn nesten onder goten en afdaken met een mengsel van modder, mest en spuug. Op zichzelf is dat soms al voldoende om de menselijke eigenaars van de gevels waartegen de nestjes worden geplakt, ertoe te brengen 'die vuiligheid' op te ruimen. Bovendien zijn de vogeltjes in kwestie zelf uiterst proper en ze deponeren hun eigen uitwerpselen netjes over de rand van het nest, pardoes op het terras van hun menselijke buren. Dat samenlevingsprobleem kan heel gemakkelijk opgevangen worden door onder het nest een plankje aan te brengen. Maar niet iedereen is bereid die moeite te doen.

Om meer mensen te overhalen tot enige verdraagzaamheid ten opzichte van de zwaluwen, is er een stedelijke premie tot "het beschermen van huis-, boeren- en gierzwaluw". Vorig jaar werden daartoe 20 aanvragen gehonoreerd; nu slechts 14. Het totale uitbetaalde premiebedrag is geslonken tot 589 euro. De achteruitgang kan te wijten zijn aan verschillende oorzaken. Is de premie wel voldoende bekend? Het is opvallend dat zowat de helft van de aanvragers landbouwers zijn. De landbouwersorganisaties hebben blijkbaar hun leden goed op de hoogte gebracht.

Anderzijds hebben lang niet alle aanvragers van een jaar geleden opnieuw de premie aangevraagd. Dat kan erop wijzen dat veel oude nesten onbewoond zijn gebleven. Is dat een gevolg van de weersomstandigheden - zeg maar hete lente en verzopen zomer? In elk geval wijst dat er geenszins op dat de zwaluwenpopulatie zich aan het herpakken is op het grondgebied van onze stad.

In het jongste nummer van Natuur.blad, het trimestrieel magazine van Natuurpunt, wordt op het probleem van de verdwijning van de zwaluwen ingegaan (p. 30-31). De overkoepelende natuurbeschermingsorganisatie heeft ervaring opgedaan met twee eenvoudige maar doeltreffende maatregelen. Vooreerst blijkt er in onze contreien een tekort te zijn aan ... modder. Zonder het kleverige mengsel van water en aarde kunnen de zwaluwen geen nestjes tegen de gevels metsen. Experimenten met aangelegde en natgehouden modderpoelen leverden schitterende resultaten op. Tientallen broedparen extra maakten er gebruik van. Die poelen liggen het best op een twintigtal meter van een overkraagde muur.

Een tweede succesvol experiment bestond uit het aanbrengen van kunstnesten, zowel halfafgewerkte als afgewerkte kuipjes die gemakkelijk onder een goot of afdak kunnen bevestigd worden. Het spectaculairste experiment werd uitgevoerd in Mechelen. De gevel van het casino Golden Games op het Rode Kruisplein moest er herschilderd worden en daartoe moesten 40 natuurlijke zwaluwnesten verdwijnen. Zij werden na de schilderwerken vervangen door 60 kunstnesten. Onmiddellijk werden die nesten bevolkt door broedparen, die zelfs het moment niet afwachtten tot de stellingen van de aannemer waren verdwenen. Je kan een kunstnest kopen bij Natuurpunt tegen 10 euro.

Stad Kortrijk zou uit die experimenten kunnen leren. Het premiereglement - dat sinds 2005 door verscheidene gemeenten werd gekopieerd - zou bijvoorbeeld kunnen uitgebreid worden met premies voor de aanleg en het nathouden van modderpoelen op nuttige afstand van mogelijke broedplaatsen voor zwaluwen. Ook zou de aanschaf van kunstnesten kunnen gesubsidieerd worden. En wat houdt er de stad tegen om tegen geschikte stadsgebouwen zelf kunstnesten aan te brengen of in stadsparken enkele modderpoelen te realiseren?

Intussen een dikke proficiat aan de verkrijgers van de premie ter bescherming van de nesten van huis-, boeren- en gierzwaluwen:

- de heer Bart Clement, IJzerhandstraat 2, Bellegem

- de heer Geert Danneels, Ooievaarsnest 10, Bellegem

- de heer Philippe Debode, Sint-Denijseweg 75, Kortrijk (foto)

- mevrouw Jacqueline Dekyvere, Izegemsestraat 181, Heule

- de heer Roger Delchambre, Brumierstraat 4, Aalbeke

- mevrouw Hilde Demets, Kortrijksestraat 195, Heule

- de heer Johan Deprauw, Kruiskouter 50, Bissegem

- de heer Germain Desmet, Molentjesstraat 82, Kooigem

- de heer Paul Desmedt, Ronksdreef 5, Kortrijk

- mevrouw Laurette Mareel, Beeklaan 15, Kortrijk

- mevrouw Jenny Six, Brugsesteenweg 149, Kortrijk

- de heer Patrick Soenen, Luignestraat 37, Aalbeke

- mevrouw Benedicte 'tJoen, Guido Gezellestraat 49, Heule

- de heer Bernard Vandecasteele, Kreupelstraat 28, Bellegem 

 

 

08:30 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

15-09-07

Schade omgevallen schietpers na 32 jaar vereffend

schietpers Moorseelsestraat1
 
De gerechtelijke molens malen langzaam, zeker als de tegenpartij niet gehaast is. Dat ondervond stad Kortrijk in de nasleep van het omvallen van een schietpers op een stedelijk sportterrein. 32 jaar na het accident kan de schade wederzijds vereffend worden. Het voorstel van dading komt van de maand ter goedkeuring in de gemeenteraad. Ik denk niet dat er iemand zal tegenstemmen, hoewel de stad er toch zijn broek aan scheurt.
 
Op 17 maart 1975 donderde een van de twee schietpersen op het stedelijke sport- en speelterrein in de Moorseelsestraat omver. De schade was niet min: 368.100 Belgische frank van toen - intussen is er voor 135% inflatie geweest, wat betekent dat 100 frank van in 1975 nu 235 frank waard zijn - of 865.035 BF op dit ogenblik (21.443,66 euro).
 
De stad wentelde de aansprakelijkheid voor het accident af op de constructeur van de pers, de firma Konstruktie Werkplaatsen Declercq - let op de 'progressieve spelling' van toen; wat ziet die er nu ouderwets uit! Zoals te verwachten wees de firma die aansprakelijkheid af. De gemeenteraad van 9 mei 1975, een jaar voor de fusie, onder het burgemeesterschap van Ivo Joris Lambrecht, machtigde het college van burgemeester en schepenen om de metaalconstructeur voor de rechter te dagen. De stad wou haar schade vergoed zien. De stad hield een verslag van een expertise achter de hand die elke partij voor de helft aansprakelijk achtte.
 
Op 4 november 1980 deed de Rechtbank van Koophandel een uitspraak. De firma Declercq werd voor een derde van de schade aansprakelijk gesteld, de stad voor de resterende twee derden. Dat betekende dat de stad, als enige partij die schade had geleden, slechts een derde van de schade zou vergoed krijgen. Let wel: je vergist je als je denkt dat de stad de conctructeur twee derde van de vastgestelde schade moest vergoeden. Na enkele weken nadenken besloot het stadsbestuur zich bij die uitspraak neer te leggen.
 
Tot ieders verbazing ging firma Declercq op 22 december 1980 zelf in beroep tegen de voor haar nochtans niet nadelige uitspraak. Om zich te verweren tekende de stad dan ook maar beroep aan. Dat was het begin van een uitzichtloze procedure. Uiteindelijk zocht de stad tot een overeenkomst te komen met de tegenpartij om het proces stop te zetten en de zaak ondereen te regelen. Zo een overeenkomst noemen juristen een "dading". De tegenpartij bestond ondertussen uit de erfgenamen van de vroegere metaalconstructeur. 
 
In 2000 - dat is dan al 25 jaar na de feiten - leverden de onderhandelingen een akkoord op. Op advies van de advocaat van de stad aanvaardde het stadsbestuur een dading waarbij de stad een bedrag zou krijgen van 125.000 frank, zowat een derde van de geraamde schade. De stad zou daarbij afzien van intresten en kosten - een fameuze toegeving. Vooraleer dat compromis aan de gemeenteraad voor te leggen, wachtten de opeenvolgende colleges van burgemeester en schepenen op de formele ondertekening van de dading door de tegenpartij.
 
Welnu: pas onlangs, weeral 7 jaar later, kwamen die handtekeningen er. Als de gemeenteraad het document nu ook nog goedkeurt, wordt Kortrijk 125.000 frank rijker. Of is het 740.000 frank armer? Is dat nu een voorbeeld van goed bestuur of is het een voorbeeld van juridische onmacht?
 
Ik vraag mij wel af waarom die affaire in besloten zitting van de gemeenteraad staat geagendeerd. Als de gemeenteraad dit punt bespreekt, moeten het publiek en de pers de zaal verlaten. Daar zijn geen redenen van privacy toe. De zaak is indertijd in openbare zitting voor de rechtbank gekomen, en het relaas van deze roman-fleuve staat zwart op wit te lezen in het verslag van het schepencollege van 17 juli jl., een document dat elke burger kan opvragen. Zou het dan toch zijn dat men niet zo fier is op de gang van zaken in deze kwestie?
 
schietpers2


20:30 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

14-09-07

Keert Delhaize-Noord zich af van de buurt?

DN31

Delhaize Groep mag de parking van zijn winkel Delhaize-Noord in Kortrijk afsluiten met slagbomen. Het stadsbestuur gaf daartoe de toestemming. Die beslissing zal niet goed onthaald worden in de dichtbevolkte Vaartbuurt waarin de supermarkt is gelegen. De parkeerdruk is er erg hoog en de parking van Delhaize biedt er een reserve voor de momenten, meestal 's avonds, waarop alle stalmogelijkheid in de omliggende straten bezet is. De aangevoerde reden van veiligheid houdt weinig steek. Hier had het stadsbestuur moeten onderhandelen, in het belang van de buurt en van het gezond verstand.

De Delhaize Groep heeft voor haar grote winkel Kortrijk Noord (Gentsesteenweg-Stasegemsesteenweg) een vergunning aangevraagd om haar parking te mogen afsluiten met slagbomen. In de voortuin van de supermarkt is nu een parkeerterrein ingericht voor 113 wagens, zonder meer te bereiken vanuit de Gentsesteenweg en de Stasegemsestraat. Het stadsbestuur, CD&V-Open VLD, heeft die vergunning op 28 augustus jl. zonder problemen afgeleverd.

De slagbomen zullen worden geplaatst ter hoogte van de in- en uitritten in beide straten. In de Gentsesteenweg worden daarbij twee stalplaatsen opgeofferd voor een plantsoentje. Hoewel dergelijke werken zijn vrijgesteld van de medewerking van een architect, heeft de winkelketen er toch een onder de arm genomen. De stad vroeg ook het advies op van de Administratie Wegen en Verkeer; en dat advies was voorwaardelijk gunstig.

Administratief was hier reden te vinden om de vergunning te weigeren. Maar het stadsbestuur had toch een poging kunnen ondernemen om Delhaize op andere gedachten te brengen. De afsluiten van de grote parking is nadelig voor de leefbaarheid van de dichtbevolkte en toch al niet erg bevoordeelde buurt.

In de buurt heerst een hoge parkeerdruk, vooral na de werkuren. De Stasegemsestraat wordt gekenmerkt door arbeiderswoningen die veelal geen 4 meter breed zijn. Die huizen zijn minder breed dan de wagen die de bewoners voor hun deur laten buitenslapen; en voor dat buitenslapen is er gewoonweg niet voldoende plaats. Bovendien zijn er in de onmiddellijke omgeving tal van stedelijke functies gevestigd die zowel overdag al 's avonds autoverkeer aantrekken dat daar ook moet geparkeerd geraken. Kant Stasegemsestraat denk ik aan de seniorie De Korenbloem, het buurtactiviteitencentrum in de poortgebouw van de gewezen Vetex-fabriek, de school De Bloesem, de moskee van Kortrijk, een bushalte, enzovoort. De Gentsesteenweg is een van de grote invalswegen van Kortrijk en herbergt talrijke handelszaken, waaronder de cafés en restaurants ook vooral na sluitingstijd van Delhaize klanten en parkingzoekers aantrekken. 

Al enkele jaren is zowel de stad als het Stedelijk Ontwikkelingsbedrijf op zoek naar een zinvolle invulling van het gespaard gebleven centrale gebouw van de gewezen Vetexfabriek in die buurt. Het grootste deel van die fabrieksterreinen zijn intussen vrijgemaakt en zullen - als de sanering van de vervuilde gronden ooit slaagt - plaats bieden aan een trendy parkwijk. Bij de besprekingen daarover is al vaker het idee geopperd om de toename van de parkeerdruk door het Vetexproject op te vangen op het parkeerterrein van Delhaize. Men ging de directie daarover aanspreken. De vergunning die nu is afgeleverd, gaat regelrecht tegen dat logische voornemen in.

De reden die Delhaize inroept om slagbomen te plaatsen, is de veiligheid. Dat argument snijdt geen hout. Zelfs met slagbomen kunnen inbrekers zonder enige moeite zich een weg verschaffen tot in de supermarkt. In tegendeel: als men er na de sluitingsuren van de winkel de buurt zou laten parkeren, zou dat extra sociale controle opleveren die potentiële inbrekers zou afschrikken. 

DN11

10:37 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

11-09-07

Mestput wordt zwembad in Kooigem

paint1

Het Kortrijkse stadsbestuur geeft gunstig advies bij de aanvraag van nv Transim om op The Paint Ranch in Kooigem een mestput om te bouwen tot zwembad. Evenmin heeft de stad bezwaren tegen de inrichting van acht 'chambres d'hôtes' op het bedrijf, dat een centrum is van 'Western riding' (een Noord-Amerikaanse manier van paarden te mennen). Een tiental jaar geleden had het paardenbedrijf heel wat meer moeite om een vergunning/regularisatie te bekomen voor de ombouw van het historische 'Goed te Mylbeke'. De boerderij op de landschappelijk waardevolle Geitenberg werd een paardenbedrijf dat met zijn allures van een kasteelvilla en zijn grote bedrijfsloods volop de aandacht trekt op de Doornikserijksweg .

Is Kooigem een dorp van mirakelen? Een mestput wordt een zwembad, tien jaar nadat een patattenschuur plots een ruiterij-installatie werd. Het schepencollege van 21 augustus geeft gunstig advies aan de aanvraag van Transim, eigenaar van de Kooigemse Paint Ranch, om een mestput om te bouwen tot een zwembad van 10 op 5 meter, om de halfopen loods boven de put af te sluiten met vensters, en om op de zolder van de loods acht gastenkamers met eigen sanitair in te richten. Overnachtingen ('chambres d'hôtes') en eventuele maaltijden voor de gasten ('tables d'hôtes') zijn daarbij toegestaan; horecadiensten voor niet-gasten zijn verboden. De aanvraag was geen routinekwestie gezien de incidentrijke voorgeschiedenis van het paardenhoudersbedrijf.

In de tijd van Juul,  Marcel, Gerrit en Patrick

In 1997 kreeg de eigenaar een vergunning voor de bouw van een 'aardappelloods' op de plaats van een afgetakelde hangar op zijn erf. Toen bleek dat er in de plaats daarvan een paardenfokkerij was gebouwd, die 500 m² groter was dan de vergunde oppervlakte en waaraan een dienstgebouw en een houten stapmolen waren toegevoegd, werd het stadsbestuur bereid gevonden de zaak te regulariseren (eind 1998). De Vlaamse administratie voor ruimtelijke ordening (Arohm) weigerde evenwel de regularisatie (2000). De gemachtigde ambtenaar stoorde zich vooral aan de aard van de uitbating van de 'ranch'. Volgens hem was de Paint Ranch in hoofdzaak een handel in paarden en dat beschouwde hij als een niet-agrarische activiteit die niet thuis hoorde in een - dan nog als waardevol beschermd - landbouwgebied. Uiteindelijk moest Vlaams minister van Ruimtelijke Ordening Dirk Van Mechelen de resterende knopen doorhakken.

paint2

Indertijd vlooiden de toenmalige Nieuwsbladjournalisten Gerrit Luts (die de kat de bel aanbond in de krant van 7-8 juni 1997) en Patrick Ghyselen de zaak grondig uit. Gemeenteraadslid Jules Debaere, Agalev, ondervroeg daarover schepen voor Ruimtelijke Ordening Marcel Waegemans, CVP, in de gemeenteraad van 12 april 2000. Hij betwistte dat The Paint Ranch een paardefokkerij - een landbouwexploitatie dus - was en schaarde zich achter het Arohm-standpunt dat het hier ging om een paardenhandel. De schepen onthulde dat de ranch een milieuvergunning klasse Ii bezat om tot 2018 paarden te fokken. Om beschouwd te kunnen worden als fokkerij dienden er toen minstens twintig fokmerry's in de stallen te staan. Debaere betwijfelde of dat het geval was.

Agrarische functie

Intussen heeft de ranch zich meer ontwikkeld tot een gespecialiseerde manège voor liefhebbers van 'Western riding', een Noord-Amerikaanse manier van omgang met paarden. De diensten die er worden aangeboden zijn: paardrijlessen op eigen of gehuurd paard, allerhande paardrijstages, demonstratiedagen, het rijvaardig maken van paarden, training en presentatie van wedstrijdpaarden, en occasionele verkoop van eigen kweek en andere dieren. Er is een binnen- en een buitenmanège. Met de verblijfsaccomodatie die er nu aan toegevoegd wordt, krijgt de kasteelhoeve ook een toeristische betekenis voor paardenliefhebbers. Het omliggende landbouwgebied is een landschapsbreed park geworden.

 

paint3

Daarmee verwijdert The Paint Ranch zich meer en meer van zijn oorspronkelijke landbouwfunctie. Maar dat is inmiddels geen probleem meer. De heisa van tien jaar geleden zou zich nu niet meer voordoen. Minister Dirk Van Mechelen (Open VLD) liet de Vlaamse Regering op 28 november 2003 een besluit treffen waardoor 'paardenhouderij' uitdrukkelijk is vernoemd als een functiewijziging die kan verleend worden aan een landbouwbedrijf in een agrarisch gebied (art. 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 28 november 2003, zoals gewijzigd door het besluit van 23 juni 2006).

Hoe geschikt is een mestput als zwembad? 

Een addertje onder het gras duikt mogelijk op in een nieuwe wijziging van dat besluit op 29 juni 2007. Daarin wordt gesteld dat een toelaatbare functiewijziging enkel kan als het gebouw 'bouwfysisch geschikt is voor de nieuwe functie' (art. 2, §4). 'Geschikt zijn' wordt uitgelegd als geen ingrijpende werken noch al te grote investeringen nodig te hebben en "als de bestaande structuur van het gebouw grotendeels wordt benut en gevaloriseerd". Als voorbeelden van dergelijke minder ingrijpende verbouwingen noemt de toelichting bij het besluit van de Vlaamse Regering: "het bijmaken van raam- en deuropeningen en het aanbrengen van uithangborden".

Nu begrijp ik waarom die mestput wordt ingeschakeld voor de bouwaanvraag van een zwembad. Als die put daar niet was geweest, dan was het graven van een zwembad zeker niet vergunbaar geweest. Maar of die mestput de schuur geschikt maakt voor het realiseren van een zwembad 'zonder ingrijpende werken', is nog maar de vraag. Het blauw schilderen van de put zal wel niet voldoende zijn. En waar moet men voortaan met het mest naartoe? De aanvraag moet nu nog naar de stedenbouwkundige ambtenaar van het Vlaamse Gewest. Ik ben eens benieuwd wat zijn oordeel zal zijn...

paint4

09-09-07

Open Monumentendag 2007: Kortrijk X, onterfd erfgoed?

X1

Open Monumentendag 2007 had in Kortrijk een redelijk, misschien iets te voorspelbaar, aanbod. Intussen lijkt een campagne gestart om de teloorgang van een uniek stuk erfgoed mogelijk te maken: het modernistische postcomplex van Kortrijk X nabij het station. Nog een geluk dat de Post zich ter elfder ure heeft bedacht en het pand dan toch niet van de hand doet. Het stadsbestuur had al slopingsplannen! Ik wil een eerste pleidooi houden voor dat vermaledijd stuk bouwkundig erfgoed.

Wat is mooi en wat is lelijk? Ieder heeft zijn eigen smaak. Ik kan erin komen dat woordvoerder Ludo Bagein van de brouwerij Bockor, die op een andere hoek van de straat de horecazaak De Max! heeft ingericht, het gewezen postcomplex Kortrijk X in de Doornikselaan bestempelt als "dat lelijke gebouw" (Het Laatste Nieuws van 25 augustus 2007, p. 40). Zijn voorstel om er een parking van te maken, zou alvast die hoek van de stad niet echt verfraaien. Ik stel alleen vast dat de esthetische normen van de mensen sterk variëren in de tijd. Een nieuwe auto is een pronkstuk; na 15 jaar is het een rijdend wrak dat niemand nog wil, en na 25 jaar is het een oldtimer waar veel geld voor wordt geboden.

In de bouwkunst is het ook een beetje zo. Als er een nieuwe bouwstijl opgang maakt, willen investeerders die zoveel mogelijk toegepast zien in hun projecten. Na pakweg 50 (40, 30, 20: het gaat altijd maar rapper) jaar is iedereen die stijl beu en worden de gebouwen die daarin zijn opgetrokken, beschouwd als aftands en aartslelijk. Nog eens 50 jaar nadien spreekt men van een belangrijke historische bouwstijl en gaat men driftig op zoek naar de schaarse panden die intussen niet zijn 'opgeruimd', om ze te beschermen. 

Zo was het in de Vlaamse steden tussen 1880 en 1914 grote mode om te bouwen zoals in vroegere eeuwen: de neo-stijlen, waarvan vooral van de Vlaamse neo-renaissance nog voorbeelden te zien zijn in Kortrijk (denk aan de Gendarmeriekazerne in de Zwevegemsestraat). Na de Eerste Wereldoorlog viel die stijlkeuze in ongenade, en pas sinds enkele tientallen jaren acht men dergelijke gebouwen het beschermen waard. Gebouwen in art déco (denk aan villa's ingericht door De Coene) komen pas nu weer in de smaak. Ik herinner mij een discussie (in de jaren 80) in een of andere gemeenteraadscommissie waarin ik opkwam voor bescherming van een art-deco-gevel in gele steen in de Minister Liebaertlaan. Een vergrijsde architect die het stadsbestuur moest adviseren, vond er niets aan: "waardeloos ouderwetse gevels waarvan er nog genoeg waren in onze stad". De bouwkundigen zingen thans een heel ander liedje.

Typisch is het wedervaren van de panden op de hoek van de Grote Markt en de Doorniksestraat, rechtover de Stalinistische taart van het vroegere hoofdpostgebouw. In een tijd dat de negentiende-eeuwse herenhuizen als voorbijgestreefd bourgeois werden bestempeld, werden de zeer oude patriciërswoningen die er stonden probleemloos gesloopt om plaats te maken voor de Grand Bazar. Nadat eerst iedereen ogen te kort had om het indrukwekkende gebouw te bewonderen, dat niet had misstaan op de Expo'58, werd het enkele decennia later veroordeeld als storend in het historisch kader van de Grote Markt. En nu beklagen zich meer en meer architectuurliefhebbers dat het opmerkelijke gebouw is moeten verdwijnen voor een zeedijkflatgebouw.

 

X12


Ik voorspel hetzelfde scenario voor het gewezen postgebouw in de Doornikselaan, dat paalt aan het domein van het station en de spoorweg. Het ziet ernaar uit dat het pand veroordeeld is, temeer omdat het Kortrijkse stadsbestuur het ook weg wil.

Sinds februari zijn de postactiviteiten er stilgevallen. Kortrijkzanen kenden het gebouw als de plaats waar zij tot zeer laat 's avonds hun brieven nog tijdig konden op de bus doen, zelfs zonder uit hun wagen te stappen (de drive-in-postbussen zijn verhuisd naar de overkant van de spoorweg, aan het frietkot in de Wandelweg). De NMBS had interesse voor het gebouw, om er een nieuw seinhuis op te richten. De stad steunde dat voornemen in het vooruitzicht aan de andere kant van het station enkele oude gebouwen van de NMBS te kunnen opkopen, voor de verdere uitbouw van het Conservatoriumplein. Maar ter elfder ure veranderde de Post van gedacht en weigerde de verkoop aan de Spoorwegen. De Spoorwegen hebben nu een procedure ingezet om het gebouw te onteigenen van de Post.

x13


Het gewezen bedrijfsgebouw van de Post in de Doornikselaan is een treffend - en in Kortrijk zeldzaam - voorbeeld van functionalistische architectuur. Het gebouw is ontworpen vanuit de bedrijfsbehoeften van de opdrachtgever, in de goedkoopste materialen (beton, glas en staal) en in de eenvoudigst mogelijke vorm: een simpele balk, met twee ingangen geconstrueerd met betonnen platen. Aan een kant van de balk is een trappenhall bevestigd in even rudimentaire vorm. Voor enige versiering is er op het eerste gezicht niet gezorgd. Maar wie wat beter toekijkt, ziet dat er wel degelijk grondig is nagedacht over de invulling van die balk. De ononderbroken rij ramen op de eerste verdieping en de ramen op de begane grond geven het gebouw een heel lichtvoetige aanblik. Het schrijnwerk van de ramen is bovendien symetrisch in koppeltjes uitgevoerd, wat de gevel een zeker ritme geeft. Aan de achterkant, kant spoorweg, is er een gaanderij overdekt met een betonnen luifel waarop cirkelvormige koepels een aangename sfeer brengen.

Bescherming aanvragen?

Ik vind het een interessant gebouw, dat bewaard moet blijven. De NMBS wil het slopen, met de steun van het stadsbestuur. Burgemeester De Clerck neemt zich voor om bij Post-topman Johnny Thijs aan te dringen op verkoop aan de Spoorwegen. De Post wil het pand behouden als ... stapelruimte. Ook dat belooft niet veel goeds: het gebouw verdient beter dan enkele jaren volgepropt te worden met bedrijfsgoederen, tot het zo afgetakeld is dat niemand zich nog tegen sloop verzet. De NMBS heeft intussen de procedure ingezet om het gebouw te onteigenen. De enige mogelijke redding lijkt nog dat iemand de bescherming van het pand aanvraagt. Welke erfgoedminnaar neemt het initiatief?

Overigens is het uitgaanscentrum van Bockor in dezelfde Doornikselaan evengoed in een modernistische stijl opgetrokken als het gewezen gebouw van de Post. Wie het ene lelijk vindt, kan het andere geen schoonheidsprijs geven. Ziet Bockor zijn eigen De Max! wel graag? 

x14

Op een nog niet aangepaste pagina van de website van het Stadsontwikkelingsbedrijf Kortrijk (SOK) wordt het gebouw, in tegenstelling met de huidige mening van het stadsbestuur, omschreven als een gebouw met "interessante mogelijkheden: "De terreinoppervlakte van dit gebouw met beperkte loketfunctie bedraagt 1.340 m². Mogelijks kan hier gedacht worden aan een herbestemming tot kantoorruimte of eventueel studentenhuisvesting vlakbij het centrum, openbaar vervoer en uitgaansbuurt".

14:10 Gepost in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |