06-10-06

Ruben Mayeur: politiek zit een beetje in de familie

Ruben en Bert

Politiek zit een beetje in de familie, zegt Ruben Mayeur, kandidaat 27 op de lijst sp.a-spirit voor de Kortrijkse gemeenteraadsverkiezing. Zeg dat wel! Hij is de achterkleinzoon van Arthur Mayeur, legendarisch christen-democratisch voorman en burgemeester en schepen in de Groeningestad. Ook in Kortrijk behoort de verzuiling stilaan tot het verleden. Toch is het heel opmerkelijk dat een telg uit een christen-democratisch geslacht de stap zet naar de socialistische beweging. Een interview met een baanbrekende kandidaat. Ruben op de foto links samen met Bert Herrewyn op een actie van Jong Links, Animo in Kortrijk.

Ruben, dat een telg uit een bekend ACW-geslacht in de actieve politiek stapt, is niet opzienbarend. Of wel?

Ruben: Ja, zoals je zegt: politiek zit een beetje in de familie. Mijn overgrootvader, Arthur Mayeur, was een van de pioniers van de christelijke arbeidersbeweging in Kortrijk. Hij werd de eerste burgemeester die geen banden had met de aloude, Franssprekende patriciërsfamilies van Kortrijk. Begonnen als letterzetter, kwam hij later aan het hoofd van drukkerij Vooruitgang, een onderneming met ACW-kapitaal, waar o.m. De Volksmacht (nu ACW-Visie) van de persen rolde. Ook mijn grootvader Robert en oom Pieter leidden de drukkerij. Ik kom dus uit een familie die ooit een van de steunpilaren was van de Gilde (ACW).

Nochtans is er niemand die zich, na de legendarische loopbaan van mijn overgrootvader, nog actief met politiek heeft ingelaten. Wellicht heeft dat te maken met de moeilijkheden die Arthur Mayeur gekend heeft na de Tweede Wereldoorlog. Hij was burgemeester van Kortrijk toen hij verrast werd door de inval van de Nazi's. Zich afvragend hoe hij zijn stad met de minste kleerscheuren door de wereldbrand kon leiden, bleef hij op post. In 1943 werd hij door de bezetter afgezet, omdat hij te weinig volgzaam was. Toch werd hij na de oorlog verdacht gemaakt en vervolgd. Het heeft tot 1952 geduurd eer hij eerherstel kreeg en weer aan de slag kon, als schepen deze keer. Hij stierf in 1954.

Goed, na drie generaties komen de politieke genen weer aan de oppervlakte. Maar wat voert jou naar de sp.a? De kinderen uit ACW-families zoals de Verhennes en de Oliviers of uit CD&V-dynastieën zoals de De Clercks lopen braaf in de sporen van hun voorouders. Jij niet?

Ruben: Het is niet omdat je in een bepaalde familie geboren bent, dat je niet over het muurtje mag kijken. Veel van die 'zonen en dochters van' hebben toch ook universiteit gedaan en dan wordt verondersteld dat je jouw kijk op de wereld een beetje verbreedt. Ik heb geschiedenis gestudeerd en gaandeweg groeide mijn belangstelling voor de politiek, waarover ik thuis zoveel had horen spreken. ik specialiseerde mij dan ook in politieke geschiedenis.

Maar eigenlijk is het vooral het voorbeeld van mijn vader, Johan, die mij liet inzien dat je je moet engageren in onze samenleving. Mijn vader is een zeer gedreven leraar, die ook buiten de schooluren bezig blijft. Zo trekt hij het 'jong kerkkoor' Alfabet, een ensemble dat vernieuwende kerkmuziek brengt en - ook ongewoon - niet verbonden is aan een of andere parochie. Overigens zijn er in mijn familie misschien meer muzikale talenten dan politieke, maar die heb ik niet geërfd.

In zijn lessen en in de opvoeding die wij thuis kregen, hebben wij ons vader altijd ervaren als een zeer idealistische en pacifistische mens. Die inspiratie heeft hem bij Groen! gebracht, waar hij bestuurslid is - of noemen ze dat daar: lid van de stuurgroep. Zelf heeft hij echter nooit op een lijst willen staan. Dat zou zijn breder engagement kunnen belemmeren. In elk geval heeft hij, en niet ik, als eerste in de familie de politieke ACW-beweging verlaten. Dat belet niet dat wij nog stevige banden hebben met bijvoorbeeld de vakbond (ACV), waarin mijn vader actief is, of met de CM (Christelijke Mutualiteiten) waarin mijn broer en zus monitor zijn.

Waarom ben je dan niet bij Groen! gegaan zoals je vader?

Ruben: Ik moet eerlijk toegeven dat ik bij de vorige gemeenteraadsverkiezing in Kortrijk voor Agalev heb gestemd. Maar tijdens mijn studies ben ik van gedacht veranderd. Ik heb gezien dat de sp.a een veel bredere basis heeft dan de Groenen. De socialisten hebben geen schrik van de arbeiders en houden zich niet exclusief op in kringen van welmenende gestudeerden. De sp.a staat meer met de voeten op de grond en de militanten durven hun handen vuil maken en schuwen de lastige discussies niet met mensen die het moeilijk hebben in onze harde maatschappij. Ik zie de Groenen bijvoorbeeld nog niet al die huisbezoeken doen, die wij dag na dag hebben gedaan in de campagne.

Ik voel mij vooral aangesproken door het basisuitgangspunt van de sp.a: gelijke kansen voor iedereen. Hoewel de partij een beleidspartij is, die woorden in daden wil en kan omzetten, gaat ze toch nog uit van de 'maakbaarheid van de samenleving'. Socialisten leggen zich niet neer bij de bestaande toestand maar willen die verbeteren, en niet alleen voor de happy few. Dat de partij een punt maakt van een warme samenleving en een gezond leefmilieu, spreekt me sterk aan.

Ten slotte, zie ik, ook door de ogen van een historicus, dat de sp.a niet is blijven steken in het verleden. De partij blijft zich voordurend vernieuwen. Het beste lokale bewijs daarvan zijn de tien jongeren op de sp.a-spiritlijst voor Kortrijk.

Je bent actief in Jong Links, Animo in Kortrijk en in het partijbestuur van sp.a-Kortrijk. Heb je het gevoel dat jouw inzet er iets toe doet?

Ruben: Oh ja! Bij Jong Links hebben wij een werking die ons een groeiende aanhang bezorgt onder de jongeren. Wij voeren geregeld ludieke acties, zoals voor een betere regeling van 'huisdelen' en tegen de Miljonairsbeurs in Xpo. Het is bemoedigend dat je op die manier maatschappelijke debatten kunt ontketenen en de beleidslui beïnvloeden. Ik ben ook opgenomen in het partijbestuur en daar hoor je wat er beweegt in Kortrijk en in 't land en je kunt er je mening kwijt. Sp.a-Kortrijk gaf mij lokaal een mandaat in de Bibliotheekraad. nationaal kon ik deelnemen aan de sp.a-werkgroep "Internationale veiligheid na Irak'. Bij de sp.a krijg je kansen en hoef je je niet te vervelen.

Met een gemeentelijk mandaat zoals in de Bibliotheekraad, kun je daar iets mee doen?

Ruben: Ja zeker. Ik heb daar enkele vernieuwende voorstellen kunnen doen, die het gehaald hebben. Onder leiding van Bart Noels voert de stedelijke bibliotheek een zeer open en klantvriendelijk beleid en hij staat open voor suggesties.

Zo is het op mijn aandringen geweest dat de Kortrijkse stedelijke bibliotheek gratis vrije software ter beschikking stelt van de bibliotheekbezoekers. Op het internet zijn heel wat gratis programma's te vinden die evengoed of zelfs beter marcheren dan betaalde software zoals Word, Excell, Publisher en Acces. Ik noem bijvoorbeeld het aanbod van Open Office. Maar voor een leek zijn die gratis te downloaden werkprogramma's soms moeilijk te vinden. Nu kun je ze van de bibliotheek krijgen op cd-rom; dat is veel gemakkelijker. Kortrijk is de eerste bibliotheek van het land die deze dienstverlening aanbiedt. Binnen enkele weken is er in de bibliotheek een informatieavond over het gebruik van die vrije software, met een specialist van de Provinciale Industriële Hogeschool.

Het 'dichten van de digitale kloof' - dat wil zeggen: maken dat zoveel mogelijk mensen kunnen gebruikmaken van de interessante mogelijkheden van computer en internet - is een van mijn streefdoelen in de politiek.

In diezelfde bibliotheek zou ik wel de stripcollectie wat uitgebreider zien. In Kortrijk worden strips nog altijd niet als een volwaardig drukwerk beschouwd. Je vindt er niet meer dan de klassieke strips en enkele commerciële reeksen. Waarom is er bijvoorbeeld geen collectie mangastrips, een Japans stripgenre dat wereldwijde aandacht krijgt? Als ik naar bepaalde andere biebs kijk, en dan denk ik aan die van Dilbeek, dan zie ik dat men een complete afdeling heeft ingericht voor strips. In de stad waar de geestelijke vader van Lucky Luke geboren is, mag men niet achterblijven.

Je bent actief in Kortrijk maar ook op nationaal vlak. Klopt het dat je in de sp.a-werkgroep internationale veiligheid de beginselverklaring van de partij hebt kunnen bijsturen?

Ruben: Ik was heel blij dat ik mocht deelnemen aan die werkgroep. Na mijn studies als licentiaat geschiedenis (KULAK, KULeuven) heb ik nog een postgraduaat 'Internationale Betrekkingen en Conflictbeheersing' gevolgd. Die werkgroep lag dus in de lijn van die specialisatie. In die werkgroep zaten niet alleen partijleden maar ook mensen van onder meer Pax Christi  en andere vredesbewegingen.

Met de steun van de afdeling Kortrijk heb ik de basistekst enigszins kunnen bijsturen. Zo is erbij opgenomen dat de sp.a de Amerikaanse kernwapens weg wil uit Europa. Ook heb ik erop aangedrongen - en men heeft mij gevolgd - dat men zou streven naar een internationaal verdrag tegen de verspreiding van kleine wapens. En ten slotte is er op mijn aangeven een grotere klemtoon gelegd op de bescherming van de klassieke mensenrechten door de UNO.

Je zou dat misschien van mij niet verwachten, maar ik heb van kindsbeen af een grote belangstelling voor de militaire machtsverhoudingen en de wapenwedloop in de wereld. Mijn jongenskamer was - o schande voor de zoon van een militante pacifist -versierd met posters van militaire jets en airshows. Misschien was dat wel een reactie op het absolute verbod op speelgoedgeweertjes en soldaatjes door mijn vader in mijn kinderjaren.

Maar ik heb er geen afwijking aan over gehouden (grijns), behalve dan die interesse voor militaire politiek. En wees gerust: ik ben ook tegen de oorlog!

Met al die drukke politieke activiteit: heb je nog tijd voor een professioneel leven?

Ruben: Jamaar, ik ben nog maar 25 jaar en pas afgestudeerd! Toch heb ik er nu een jaar, sinds medio 2005, opzitten waarin ik als free lance historicus heb meegewerkt aan de uitwerking van de grote tentoonstelling Kunstwerkstede De Coene in Kortrijk. Zie: http://www.kunstwerkstede.be. Nu die expositie loopt als een trein, zit mijn werk erop.

Intussen heb ik een contract versierd bij het Legermuseum in Brussel (zie: http://www.klm-mra.be), waar ik voortaan aan de slag kan in de sectie 'Hedendaagse conflicten'. Eigenlijk heb ik veel chance dat ik werk vind dat zo nauw aansluit bij mijn studies.

Bedankt voor het interview en succes overmorgen.

Citaat van Jean-Luc Dehaene, CD&V-boegbeeld en gewezen CVP-premier, in De Morgen van 29 juli 2006: "Voor hetzelfde geld had ik voor de socialistische partij kunnen opkomen. Qua engagement blijft dat hetzelfde. Alleen behoor ik tot de verzuilde generatie. Een strekking werd toen nog met de moedermelk meegegeven. Van de katholieke jeugdbeweging naar de christelijke arbeidersvereniging en op naar de christelijke partij. De logica zelve. Toen toch. Voor de huidige generatie ligt dat anders." Vooral jonge mensen met belangstelling voor engagement en politiek maken vandaag de dag hun eigen keuzes en zoeken hun eigen weg. Ruben Mayeur is daarvan een treffend voorbeeld.

Arthur Mayeur, 1882-1954

 

De latere burgemeester was het 4de kind van 11 uit een arbeidersgezin. Op 13-jarige leeftijd werd hij al werken gestuurd. Hij werkte zich als jongen op van letterzetter tot meestergast en sloot zich in 1899 aan bij de Vakvereniging van de Boek- en Steendrukkers, waarvan hij in 1913 voorzitter werd.

 

Hij kwam voor het eerst in de Kortrijkse gemeenteraad als opvolger van Albert Degryse in 1919, als werkmanskandidaat op de Verenigde Katholieke Lijst. Na de verkiezingen van 1921, waarin hij werd verkozen als kandidaat van het Werkersverbond op de Katholieke Lijst, werd hij schepen. Hij bleef het tot 1932. In de verkiezingen van 1932 kwam de Gilde (Christen Werklieden) apart op, los van de Katholieken van de Patria, de lijst van de Kortrijkse rijkaards. De lijst van Arthur Mayeur behaalde 6 zetels van de 23, eentje minder dan de socialistische lijst van Jef Coole. In een coalitie met de Katholieken van de Patria werd Arthur Mayeur burgemeester.

 

Geen sprake van dat de twee concurrerende strekkingen in de arbeidersbeweging met elkaar scheep zouden gegaan zijn. Met 13 van de 23 te begeven zetels hadden ze een sterke meerderheid gehad. Maar in dat geval was het wel de socialist Jef Coole geweest, die burgemeester werd met zijn sterkere fractie. Kortrijk zou er vandaag helemaal anders uitgezien hebben.

 

Zes jaar later, in 1938, verloren de socialisten een zetel en wonnen de Christen Werklieden er 4. Het burgemeesterseffect had gespeeld. Nooit is de christelijke arbeidersbeweging nog uit het schepencollege verdwenen, meestal stonden haar kandidaten op een gezamenlijk christendemocratische lijst. Alleen in 1952 kwam het Christen Werkersverbond nog eens apart op, na de interne tribulaties en intrigues bij de katholieken, waardoor Jules Coussens burgemeester werd.

 

Arthus Mayeur bleef 10 jaar burgemeester tot hij in 1943 door de nazi's werd afgedankt. Na de bevrijding nam hij zijn ambt weer op, maar verdachtmakingen over zijn gedrag tijdens de bezetting leidden tot zijn onmiddellijke ontslag. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 1952, waarin hij opmerkelijk veel voorkeurstemmen verzamelde op de lijst van het Christen Werkersverbond, kreeg hij eerherstel en werd hij in 1953 schepen van onderwijs. Hij stierf anderhalf jaar later. 

 

In zijn goede jaren voor de oorlog was hij behalve gemeenteraadslid, schepen en burgemeester ook achtereenvolgens provincieraadslid, ondervoorzitter en voorzitter van de Provincieraad en volksvertegenwoordiger. Hij was na oprichter Georges Vercruysse de tweede voorzitter van de socialehuisvestingsmaatschappij Goedkope Woning Kortrijk.

Commentaren

ARTHUR MAYEUR Ik heb Arthur Mayeur persoonlijk niet gekend, ik was toen nog te jong. Maar Jules Coussens, die schepen was in de periode van het burgemeestersschap van Mayeur, heeft me indertijd veel over hem verteld.

Zo sprak hij vol lof over het feit dat burgemeester Mayeur, bij aanvang van de bezetting, op post gebleven is onder de overweging dat hij dan niet zou vervangen worden door een notoire collaborateur. Dat heeft niet mogen baten want hij werd later door de bezetter afgezet en vervangen door VNV-er Lucien Ryckeboer.

Bij de bevrijding nam Mayeur van rechtswege opnieuw het burgemeestersschap op. Nochtans werd hij later toch van collaboratie beschuldigd en afgezet. Jules Coussens (die toen ook volksvertegenwoordiger was) heeft toen nog ten gunste van Mayeur gepleit bij de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, de liberale Oostendenaar Van Glabbeke maar het mocht niet baten.

De voornaamste (en eigenlijk enige) beschuldiging van collaboratie was dat hij, als burgemeester, ingestemd had om de naam van de Duitse plaatscommandant te geven aan een (noodbrugje) over de Leie. Hij zou dat na veel aarzelen gedaan hebben en vooral onder invloed van toenmalige stadssecretaris en dat in de hoop betere verhoudingen met de bezetter te scheppen ten gunste van de stedelijke bevolking.

Gelukkig heeft men ankele jaren ingezien dat zulks maar een magere beschuldiging was en werd Arthur Mayeur eerherstel verleend.

Gepost door: Luc DEBELS | 06-10-06

Mayeur (2) Een onvoorstelbaar moeilijk bestuurskundig-ideologiosch probleem van duizend jaar geleden in onze gemeenten is hier aangesneden.
Het probleem zal zich nu wel weer voordoen met het Vlaams Blok.
Au fond waren al die oorlogs - burgemeesters van toen (ook al werden ze afgezet, of kregen ze geen kans) nogal voor de nieuwe orde. Waarom willen wij ons daarover hier nu nog blaaskes wijsmaken? Alles komt pas weer goed als er nog (kanidaten) mandatarissen hun mond weer durven opendoen. Zeggen, Kiezer: u bent mis.

Gepost door: frans.lavaert | 06-10-06

Mayeur (3) Zoals gezegd heb ik Arthur Mayeur niet persoonlijk gekend maar toch gelooof ik niet dat hij zoveel sympathie had voor "de nieuwe orde".

In mei 1940 hadden zetelende burgemeester de keuze: ofwel meenden ze onder de bezetting niet veel te kunnen uitrichten en hielden het voor bekeken (zoals Camiel Huysmans, burgemeester van Antwerpen, die naar Engeland vluchtte) ofwel bleven ze op post, in de hoop er het beste van te kunnen maken (zoals Arthur Mayeur). Die laatsten moesten soms wel wat schipperen om voor hun inwoners nog iets te kunnen doen.

Ik geef een voorbeeld uit Kortrijk.

Bij het begin van de bezetting kregen de stadsbesturen opdracht een lijst op te maken van hun joodse inwoners, maar die inwoners werden wel een tijdje met rust gelaten (de Duitsers van de "Ortskommandatur" waren ook niet allemaal notoire nationaal-socialisten). Bij het begin van de bezetting woonde er in Kortrijk (op een aantal Roemeense joden na, die kort nadien Kortrijk verlieten en waarvan men de latere levensloop niet heeft kunnen terugvinden, en naast enkele joodse kinderen die in sommige kloosters verborgen waren onder een "christelijke" naam) slechts één joodse familie: een handelaar in de Leiestraat (stoffenwinkel "Ville de Paris") met zijn echtgenote en zoon.

Op een bepaald ogenblik kwam vanuit Berlijn het bevel de joden van die lijsten te gaan oppakken voor deportatie (lees "concentratiekamp"). Iemand van de Kortrijkse ortscommandatur ging dan de lijst ophalen op het stadhuis maar daar kon men die zogezegd niet dadelijk geven: ze was in het bezit van de stadssecretaris en die was die dag "toevallig" niet te bereiken. De joodse familie uit de Leiestraat was op het stadhuis uiteraard wel bekend, maar niet op de ortscommandatuur.

's Anderdaags werd de lijst wel bezorgd maar de joodse familie was intussen verwittigd en ondergedoken (note bene bij een tante van mij) en hebben de oorlog overleefd.

Was de Kortrijkse burgemeester toen een echte collaborateur geweest dan zouden nog eens drie personen vergast geworden zijn...

Gepost door: Luc Debels | 07-10-06

Mayeur (3) Zoals gezegd heb ik Arthur Mayeur niet persoonlijk gekend maar toch gelooof ik niet dat hij zoveel sympathie had voor "de nieuwe orde".

In mei 1940 hadden zetelende burgemeester de keuze: ofwel meenden ze onder de bezetting niet veel te kunnen uitrichten en hielden het voor bekeken (zoals Camiel Huysmans, burgemeester van Antwerpen, die naar Engeland vluchtte) ofwel bleven ze op post, in de hoop er het beste van te kunnen maken (zoals Arthur Mayeur). Die laatsten moesten soms wel wat schipperen om voor hun inwoners nog iets te kunnen doen.

Ik geef een voorbeeld uit Kortrijk.

Bij het begin van de bezetting kregen de stadsbesturen opdracht een lijst op te maken van hun joodse inwoners, maar die inwoners werden wel een tijdje met rust gelaten (de Duitsers van de "Ortskommandatur" waren ook niet allemaal notoire nationaal-socialisten). Bij het begin van de bezetting woonde er in Kortrijk (op een aantal Roemeense joden na, die kort nadien Kortrijk verlieten en waarvan men de latere levensloop niet heeft kunnen terugvinden, en naast enkele joodse kinderen die in sommige kloosters verborgen waren onder een "christelijke" naam) slechts één joodse familie: een handelaar in de Leiestraat (stoffenwinkel "Ville de Paris") met zijn echtgenote en zoon.

Op een bepaald ogenblik kwam vanuit Berlijn het bevel de joden van die lijsten te gaan oppakken voor deportatie (lees "concentratiekamp"). Iemand van de Kortrijkse ortscommandatur ging dan de lijst ophalen op het stadhuis maar daar kon men die zogezegd niet dadelijk geven: ze was in het bezit van de stadssecretaris en die was die dag "toevallig" niet te bereiken. De joodse familie uit de Leiestraat was op het stadhuis uiteraard wel bekend, maar niet op de ortscommandatuur.

's Anderdaags werd de lijst wel bezorgd maar de joodse familie was intussen verwittigd en ondergedoken (note bene bij een tante van mij) en hebben de oorlog overleefd.

Was de Kortrijkse burgemeester toen een echte collaborateur geweest dan zouden nog eens drie personen vergast geworden zijn...

Gepost door: Luc Debels | 07-10-06

De commentaren zijn gesloten.