09-07-06

KORTRIJK 9 JULI 2006: Kortrijks tweede begijnhof

Nee, Kortrijk heeft geen twee begijnhoven. Maar er is wel een tweede omsloten 'hof' met huisjes, opgericht uit religieuze overwegingen voor alleenstaande vrouwen, weduwen of arbeidsongeschikte kuise jonge dames. Ik heb het over het Baggaertshof op de hoek van de Sint-Jansstraat en de Stompaertshoek. Het is de moeite waard om het gangetje achter de verweerde deur in te stappen en de sfeer op te snuiven van de 17e eeuw. Dank zij de kruidentuin is het een aangenaam geurende sfeer.

Hèt Begijnhof, erkend als werelderfgoed door de UNESCO, is een miniatuurstadje in de stad, met straatjes die ontelbare keren zijn gefotografeerd en geschilderd. Het OCMW is al jaren bezig om huisje per huisje op te knappen. Het is helemaal geen onbekend hoekje van Kortrijk. Het Baggaertshof is dat wel.

De gezusters Baggaert

Het Baggaertshof is het bewaard gebleven resultaat van een liefdadige stichting uit 1638 door de gezusters Joosijne, Katriene en Willemijne Baggaert, dochters van een voorname poorter, Willem Baggaert, schepen van de stad. De gezusters bouwden met een deel van hun erfenis 13 huisjes rond een binnentuin. In 1643 schonken zij het "hof" aan het stadsbestuur, met de opdracht de huisjes en de tuin gratis te laten bewonen door deugdzame vrouwen, weduwen of alleenstaande jonge vrouwen zonder werk. De gezusters bezorgden de stad bovendien nog een aanzienlijke jaarlijke rente (6 "pond groten") voor het onderhoud van de huisjes en voor het vermaak van de bewoonsters.

De arme vrouwen die er werden opgevangen, moesten zich houden aan een reeks betuttelende regels. Zo moesten ze "vrough" (vroeg) thuis zijn 's avonds: "In den Somer voor het opgaen van de groote klocke ende in den Winter met den acht uren" (art. 4 van het reglement). Elke avond moesten de bewoonsters bijeenkomen in de kapel om hun weldoeners te bedanken en te bidden voor hun 'zieleheil'. De stichting was als het ware een investering van de zusters om na hun overlijden een mooie plaats te krijgen in de hemel waarin zij geloofden.

Weldadigheid

De hoofdregel van het "hof" was artikel 6. Daarin werd van de bewoonsters gevraagd dat zij "cuyisch" (kuis), "reyn" en "stille" zouden zijn. Moesten vermeden worden: "tweedracht, achterclap ende kinagien". Zij waren integendeel verplicht elkaar "vriendelijck ende behulpsaem" te behandelen wanneer "den noot ende kristelijcke liefde sulcks vereijsen sal". Achterliggende gedachte: zolang ze elkaar uit de ergste nood hielpen, moest de stad niet bijspringen. "Hof" betekende in het Baggaertshof ook tuin. De kruiden en de vruchten van de gemeenschappelijke tuin mochten de vrouwen planten en oogsten met toestemming van het stadsbestuur. Ook die voorziening was erop gericht zoveel mogelijk zelfbedruipend te zijn.

Over kronkelige wegen van de geschiedenis kwam het Baggaertshof, zoals ook het Begijnhof, uiteindelijk in handen van het OCMW van Kortrijk. Eerst werd het eigendom van de Jezuïeten. Ook de paters lieten er behoeftige vrouwen gratis wonen in ruil voor deugdzaamheid. In 1777 werd het hof overgenomen door de 'Armenkamer', een instelling door het stadsbestuur opgericht om de armenzorg wat georganiseerder aan te pakken. Onder Frans bewind werd het een onderdeel van het 'Bureau van Weldadigheid'. Later werden die Bureaus omgevormd tot COO (Openbare Onderstand) en nog later tot OCMW.

Moerbeiboom

Op het einde van het gangetje achter het houten poortje kom je als het ware in de 17e eeuw terecht. In L-vorm staan de huisjes naast elkaar geschaard. Ze zijn niet hoger dan 2,5 meter. Elk huisje heeft een deur met een bovendeel en een onderdeel (zoals ze indertijd ook heel populair waren nij de vlassers in Bissegem). Een van de huisjes is heringericht zoals het er oorspronkelijk uit zag. Het heeft slechts een enkele kamer (12 à 15 m²) waarin bijna alles moest gebeuren: eten, koken, wassen, slapen en werken.  Valluiken geven toegang tot het zoldertje onder het pannendak en tot het keldertje. Elk huisje was uitgerust met een open haard en een alkoof met sponde.

Op de koer staat nog de gemeenschappelijke waterpomp. Van het unieke toilet kun je nog de deur zien (naast de kapel), maar het kamertje is thans ingenomen door de enige nog bewoonde woning, de enige ook met een rechtstreekse voordeur in de Sint-Jansstraat en met een als slaapkamer ingerichte mansardezolder.

Behalve de schilderachtige huisjes is ook de tuin de moeite van het bezoeken waard. Een club van apothekers en dokters heeft er een kruidentuin aangelegd met meer dan tweehonderd medicinale planten. De aandacht trekken enkele grote bomen waaronder een flink uit de kluiten gewassen Moerbeiboom (in onze streek een zelfzaamheid, met vruchtjes die gelijken op braambessen maar nog veel kwetsbaarder zijn en in juli een donkerrode plas stroop veroorzaken onder de boom).

Ten-Olme

Een laatste bezienswaardigheid in het Baggaertshof is de kapel, een gebouwtje rechtover de langste huisjesrij. In die kapel staat het beeld van O.L.Vrouw-ten-Olme centraal. Het is een beeld van 1628, gemaakt door houtsnijder Jan Bolle Veys en gepolychromeerd door Joos Van Moerkercke. Het kindje Jezus trekt ondeugend aan Maria haar hoofddoek. Het beeld stond eerst in de kapel van O.L.V.-ten-Olme die buiten de stadsmuur tussen de Gentsepoort en de Sint-Janspoort stond. De kapel werd in 1785 gesloopt in opdracht van de Oostenrijkse verlichte keizer Jozef II, en toen werd het beeld overgebracht naar de kapel van het nabijgelegen Baggaertshof.

Aan het beeld worden door mensen die erin geloven geneeskundige krachten toegeschreven. Daarvan getuigen de vele ex-voto's die als bedanking voor vermeende genezingen werden opgehangen. In de kapel vind je ook een komisch doek waarop drie bepruikte mannen een beetje verdwaasd door het landschap stappen. Het is een uitbeelding van de legende van O.L.V.-ten-Olme. Drie jonge kerels waren eens op stap tussen het groen van Kortrijk-Buiten. Een van die jonge mannen had ergens een roos geplukt. Aan een olm hing een mariabeeldje waaronder iemand een roos had gelegd die veel mooier was dan die van de passant. Hij kon aan de verleiding niet weerstaan om ze te ruilen met de zijne. Op slag werd hij verlamd. Pas toen hij op aanraden van zijn metgezellen de belofte deed een kapel te bouwen, kreeg hij zijn benen weer in beweging... Die vertelling zou ik graag eens door een psychoanalist laten verklaren. In elk geval is de kapel nog altijd een bedevaartsoord voor ingewijden.

Een aanrader

Het echte mirakel is dat dit historische ensemble in het bedrijvige en ononderbroken vernieuwende Kortrijk bewaard is gebleven. Misschien is dat te danken aan de beslotenheid van het "hof". Toch is het al in 1939 beschermd als monument. Na de tweede wereldoorlog werd het nog bewoond, altijd alleen door dames, maar verkommerde het snel tot een achterbuurt met een verwilderde binnenplaats. In 1980 nam de Kortrijkse Rotaryclub het initiatief tot restauratie. Later herstelde het OCMW de fouten die daarbij werden gemaakt - men had bijvoorbeeld alle goten onder de overkragende daken weggenomen.

Het Baggaertshof is nog altijd een besloten hof. Behalve op de bezoekersuren gaat het poortje onverbiddellijk op slot. Kortrijks tweede begijnhof - dat geen begijnhof is! - is toegankelijk van dinsdag tot donderdag en op zaterdag en zondag telkens van 14 tot 17 uur. De toegang is gratis (056 25 53 49). Een aanrader!

 

Commentaren

een stukje ven mijn jeugd tof dat dit eens in de kijker komt want het is een vergeten hoekje
wij zijn daar enkele jaren concierge geweest en het was daar gezellig wonen

Gepost door: bjorn | 12-07-06

Bjorn Zeg Bjorn,
ben jij dan de zoon van Annie?

Gepost door: adelbert | 12-07-06

De commentaren zijn gesloten.