30-06-06

Werken met ontbloot bovenlijf is verboden

Zware lichamelijke inspanningen moeten leveren op warme zomerdagen zoals vandaag is geen lachertje. In akkoord met de vakbonden heeft het stadbestuur een aantal maatregelen genomen om stadspersoneel dat in de zon of in warme ateliers moet werken, te beschermen.

Met de zomer in aantocht heeft de interne dienst preventie en bescherming op het werk van het Kortrijkse stadspersoneel een werkregeling uitgewerkt die de stadsarbeiders de grootste hitte moet besparen. Die werkregeling kreeg het akkoord van de vakbonden (CCOD, ACOD en ACLVB). Uiteindelijk hebben ook de opperbazen, het stadsbestuur, de regeling goedgekeurd.

Het gaat om een regeling voor werknemers die zware fysieke inspanningen moeten leveren in de zon en in de hitte. Daaronder zijn begrepen de arbeiders van de dienst evenementen (directie cultuur), die van de cel groen en de cel 'net tot en met' (directie leefmilieu), de arbeiders van de directie mobiliteit (openbare werken), en de arbeiders van de stadsgarage (directie facility).

Zij mogen komen werken op momenten waarop zij de ergste hitte kunnen vermijden. Het komt erop neer dat ze vroeger mogen beginnen (om 6 uur) en vroeger mogen stoppen (14 uur). Hun 'middagpauze' verschuift naar 10-10.15 uur. Die regeling geldt bij temperatuursvorspellingen van minstens 30°C gedurende minimum twee opeenvolgende dagen, in de periode van 15 mei tot 15 september.

Werken op vervroegde werkuren is niet altijd te regelen. Bepaalde diensten in open lucht moeten blijven draaien, zoals de containerparken en het open zwembad. Voor die personeelsleden zijn er enkele voorzieningen zoals extra rustpauzes en voldoende en gekoelde drank (niet-alcoholisch). Zij krijgen petjes aangereikt en voldoende T-shirts.

In het algemeen worden de chefs opgedragen om hun personeel zoveel mogelijk in de schaduw te laten werken. En ten slotte is er, gelet op de risico's van bovenmatige blootstelling aan de zonnestralen, een absoluut verbod ingevoerd om te werken met ontbloot bovenlijf.

29-06-06

Middeleeuwse toren gerestaureerd binnen geraamde kosten

De restauratie van de Artillerietoren, die verscholen ligt achter de O.L.V.-kerk, heeft uiteindelijk 166.751,69 euro gekost. Daarmee is de 10% meerkosten niet overschreden en kan het dossier gesloten worden. De toren is een van de zeldzame restanten van de middeleeuwse omwalling van Kortrijk.

Tot voor kort wisten weinigen dat Kortrijk naast de Broeltorens nog een derde toren had uit de middeleeuwse omwalling. Je kon er lange tijd ook niet aan. Het gebouw lag ingesloten tussen het klooster van Sint-Vincentius, de O.L.V.-kerk en het Begijnhof. De zusters van het klooster gebruikten de toren met zijn dikke muren en zijn constante binnentemperatuur als bewaarplaats voor patatten en bewaarappelen.

De fundamenten van de toren dateren uit 1301-1302 en werden gebouwd door Franse militairen die het grafelijke domein en kasteel ombouwden als burcht voor de Franse koning die vanaf 1297 in oorlog was met de graaf van Vlaanderen. Het was oorspronkelijk een versterkte waterciterne die de burcht bij langdurige belegeringen van drinkwater moest verzekeren.

Op die fundamenten werd in 1359 een nieuwe toren gebouwd die deel uitmaakte van de stadsmuur (met 26 torens) en die gebruikt werd als opslagplaats voor munitie en geschut. Vandaar de naam.

De Archeologische Sichting Zuid-West-Vlaanderen gebruikt de toren al van in 1990 als vergader- en opbergruimte. Van daaruit voerde de Stichting de ene na de andere opgraving uit. Archeoloog Philippe Despriet vatte de bevindingen van de ploeg samen in de monografie 'De Franse dwangburcht van Kortrijk 1300-1302: de Artillerietoren' (uitgeverij Groeninghe). Op de dakverdieping van de toren bewaart de Stichting haar waardevolle vondsten uit Kortrijk.

De toren is zevenhoekig met onregelmatige zijden en is in bakstenen metselwerk opgetrokken. In de tweede helft van vorig jaar werd hij grondig gerestaureerd. Er is naar gestreefd om de toren zoveel mogelijk in zijn oorspronkelijke toestand te herstellen. De later aangebouwde tuinmuur van het Begijnhof is verwijderd. Het metselwerk is hersteld en de dakconstructie is vernieuwd. In plaats van de dakpannen die erop lagen, zijn er weer natuurlijke leien aangebracht, zoals vroeger. De muren werden weer ronder gemaakt, zoals ze ooit waren, en in het rood gekaleid. De waterciterne onder de toren is weer vrijgemaakt van al het puin dat erin gestort werd en vormt een indrukwekkende spelonk die door een stalen raamwerk op de vloer kan bewonderd worden. Bezoek op afspraak; contacteer de dienst Toerisme van Kortrijk.

De werken werden uitgevoerd door algemeen aannemer NV Desodt uit Ieper. De werken stonden onder leiding van het architectuur-restauratiebureau Demeyere J & A van Kortrijk. De eindafrekening bedraagt 166.751,69 euro. Dat is geen 10% meer dan het aanbestedingsbedrag en daarom moet het dossier niet opnieuw naar de gemeenteraad. Er ligt nog een extra subsidie te wachten bij Monumenten en Landschappen voor 8.644,89 euro. De Vlaamse Gewest gaf al een toelage van 60%, de Provincie een van 20%. De stad is eigenaar van de toren.

 

 

28-06-06

'Tumor' verdwijnt uit stadsweefsel Leopoldstraat

Over de mooiheid van het gebouw, dat al een tijd leegstaat, kan - op zijn minst - gediscussieerd worden. Het past als een tang op een varken in de Koning Leopold I-laan (buurt van de rechtbank). Het stadsbestuur heeft een vergunning goedgekeurd om het vroegere hoofdkwartier van elektro-groothandel Cheyns drastisch te verbouwen. Weeral een aandenken uit de jaren zestig dat uit Kortrijk verdwijnt. Moeten wij er rouwig om zijn?
 
Het modernistisch aandoende gebouw Koning Leopold-laan 11-13 herbergde ooit de elektro-groothandel Cheyns (nu gevestigd in een deel van de gewezen textielfabriek Cleppe & Claerhout, Zwingelaarsstraat 7). Bij de ontstuimige ontwikkeling van de firma die in 1945 werd opgericht, heeft men twee herenhuizen grondig verbouwd. 'Verminkt' zeggen de Kortrijkse stedenbouwkundige diensten. Het resultaat is een wat 'autistisch' lijkend complex geworden: een gebouw dat zich met een golfplaten gevelbekleding en een matglazen lichtstrook radicaal van de buitenwereld afsluit.

Het complex vloekt met de rest van de straat, een homogeen stadsgezicht met negentiende-eeuwse neo-classicistische herenhuizen. Toen die storende verbouwingen werden toegestaan, was dat wellicht een grote vergissing. De vraag is of die vergissing van een halve eeuw geleden nog kan worden goedgemaakt.

Het opvallende gebouw doet mij altijd denken aan de Grand Bazar op de Grote Markt. Ook de bouw van dat provocerend moderne blok en de afbraak van heel oude panden met historische waarde kan een vergissing worden genoemd. Maar ik vind niet dat men de schade heeft hersteld door de Grand Bazar te slopen en te vervangen door een appartementsgebouw dat op de dijk in een kustgemeente kon hebben gestaan.

Als men zo voortdoet, zal Kortrijk er binnenkort uitzien alsof de jaren vijftig en zestig aan onze stad zijn voorbijgegaan zonder sporen na te laten. Misschien is het gewezen Cheynsgebouw niet het beste voorbeeld van erfgoed dat we zouden kunnen sparen uit die optimistische jaren. Maar het beleid zou toch moeten proberen enkele goede panden uit die tijd te bewaren.

Het gebouw wordt gedeeltelijk gesloopt. Achter de gevel met de opvallende proporties zitten nog delen van de vroegere herenhuizen. het geheel wordt een flatgebouw met 14 appartementen. Het achtergelegen magazijn wordt omgebouwd tot hedendaagse kantoren. Doordat er een ondergrondse parking komt met 33 stalplaatsen, is er geen plaats voor tuin en groen. Het pand was trouwens al volledig toegebouwd. Die parkeerplaatsen zijn voldoende om ervoor te zorgen dat de toekomstige bewoning en het gebruik van de kantoren geen extra parkeerdruk in de straat zal veroorzaken.
 
Het nieuwbouwvolume heeft drie bouwlagen en een dak, zoals de aanpalende bebouwing. De gevel wordt zo uitgewerkt dat hij opnieuw meer zal passen in het straatbeeld. Boven de inkom wordt een extra verdieping gebouwd, en ook het achterliggende bedrijfsgebouw blijft zijn vier bouwlagen behouden. Achteran blijven de bestaande ramen behouden, maar ze blijven ondoorzichtig.
 
De promotor van dit project is Lagae Construct van Lauwe. Het ontwerp is van architect Koen Arteel, Toekomststraat 12, Kortrijk. De stedenbouwkundigen van Kortrijk geven het ontwerp goede punten: "Het ontwerp beoogt een rustige architectuur, die de schaal, belijning en ritmering volgt van de waardevolle Koning Leopold I-straat".

27-06-06

Zomerzon jaagt Kortrijk in de gordijnen

Het bestuur in Kortrijk is te transparant. Zeer letterlijk te nemen in elk geval. De inkijk in de kantoren is te groot. Vooral in de zomer maakt dat het werken lastig. Op grond van een pak interne nota's beslist het stadsbestuur voor niet minder dan een miljoen frank ineens gordijnen aan te kopen.

Niet minder dan zeven interne nota's van diverse diensten smeken het stadsbestuur om gordijnen aan te kopen. De verzoeken van de diensten zijn uit het leven gegrepen. Zo vraagt de directie Cultuur op 10 mei jl. een zonwering bij de nieuwe internetkiosk in het ontmoetingscentrum De Neerbeek in Bissegem. Als de zon schijnt zien de gratis surfers op geen van beide schermen nog voldoende. Bibliothecaris Bart Noels verzoekt dan weer op 8 juli jl. om de vervanging van de gordijnen in de leeszaal van de stadsbibliotheek, op zich al een serre.

Ook de directie Leefmilieu smeekt om gordijnen (nota van 26 mei jl.). Op de containerparken is het in de zomer niet uit te houden in de 'werfketen'. Voor de bakkenparken van Rollegem en de Maandagweg was die zonwering al besteld. Nu wil men er ook een in de Graaf Karel de Goedelaan. Een oudere aanvraag (26 januari) komt van de directie Sport, voor de sportcampus Langemunte. In de kantoren, de vergaderzaaltjes en de kitchenette loopt de temperatuur in de zomer veel te hoog op.

De cel Onderwijs schrijft twee nota's. Op 8 maart vraagt de cel gordijnen voor de prefab kleuterklas in Kooigem. En op 24 maart signaleert de cel verduisteringsproblemen op de eerste verdieping en in de kleedkamers op de derde verdieping van het Muziekcentrum Conservatoriumplein.

Ten slotte is er nog een verzamelnota van de directie Facility. Daarin staat te lezen dat slechts een gedeelte van de ramen op de benedenverdieping van het nieuwe stadhuis voorzien is van gordijnen en dat die dan nog 'in slunsen hangen'. "De kostprijs voor herstelling benadert de kostprijs voor vernieuwing" schrijft de ambtenaar van dienst. De hoofdingenieur zit op zijn kantoor als het ware met zijn gat op straat. In verschillende andere bureaus stoort de zon op bepaalde momenten van de dag ferm het werk. Zelfs de interne dienst preventie en bescherming op het werk is daarvoor in zijn pen geklommen.

In de kantoren van de directie Communicatie en recht - en dan zitten wij in het oude stadhuis - is er geen enkele zonwering, en het invallende felle licht stoort het computergebruik. Tevens wordt geconstateerd dat in het ontwerpdossier van het buurthuis in Rollegem - dat mijn collega Roger Lesaffre dat niet gezien heeft! - de verduistering vergeten is. Draai dan maar eens een missiefilm op woensdagnamiddag!

Al die kommer en kwel resulteert in een collectieve bestelling van gordijnen, voor 24.926 euro in een keer. Men zal te rade gaan bij enkele gespecialiseerde firma's.

26-06-06

En hoeveel kost die bureaustoel?

Het zou mij verwonderen als hier geen reactie op kwam. Als (vrijwillig) gids in het Vlaams Parlement weet ik dat de meest gestelde vraag van bezoekers is: "En hoeveel kost die stoel?". Zij hebben het dan over de lederen vergaderstoel van de Izegemse designfirma Durlet, aangekocht in 1996 (350 exemplaren, 35.000 frank het stuk) en nog altijd als nieuw. Ook stad Kortrijk koopt nieuwe bureaustoelen. De prijs is heel wat bescheidener. Maar voor de firma's die mogen leveren aan de stad, zijn die bestellingen toch een ernstige referentie.

Stad Kortrijk heeft zowat 1400 mensen in dienst en al die ambtenaren moeten het nodige gerief hebben om hun job te doen. Voor de mensen in de bureaus worden dan ook enkele keren per jaar bureaumeubels aangekocht. Zopas keurde het stadsbestuur een tweede golf van aankopen goed. Kostprijs: 50.580,05 euro, BTW inbegrepen. Die prijs is een meevaller; men had zich aan 4.559,65 euro meer verwacht.

Om volop de concurrentie te laten spelen, heeft men niet minder dan 26 firma's aangeschreven voor een offerte. Daarvan waren er vijf uit Kortrijk zelf en nog drie uit andere gemeenten van de streek.

De firma's die de beste prijs-kwaliteitverhouding boden, hebben de bestellingen in de wacht gesleept. Het gaat om: BVBA Pen & Paper - Gavere (voor 11.699,11 euro), TDS Acior - Antwerpen (14.512,91 euro), Surplus Interieur - Gent (4.368, 55 euro), NV Mewaf - Kortrijk (3.310,56 euro), NV USM-MUST - 1190 Brussel (15.629,31 euro), en Kree Interieur (4.560,49 euro).

In die bestellingen zitten ook 29 bureaustoelen, zonder armleuningen. De duurste kosten 345,22 euro per stuk, de goedkoopste 252,22 euro. De firma die ze mag leveren is Pen & Paper van Gavere. Zouden het stoelen zijn van het merk Markant, die Pen & Paper veel verkoopt? Ik hoop dat de stoelen rugvriendelijk zijn, maar als ik hoor dat de interne dienst preventie en bescherming op het werk positief advies heeft gegeven, ben ik gerustgesteld.

Het duurste stuk dat is aangekocht is een modulair kastensysteem (USM-MUST) van 3.065,11 euro. Goedkoop lijken dan weer de 10 'fabriekskleerkasten' die Mewaf mag leveren (273,60 euro per stuk). Een beetje grappig is de aankoop van 52 vuilnisbakjes-papiermanden in uiteenlopende maten, met prijzen schommelend tussen 30,07 en 2,3 euro. Gaan die vuilnisbakken mee met de hiërarchie onder het personeel?

Inmiddels wordt al weer een nieuwe golf aankopen van kantoormeubilair voorbereid, verdeeld in acht loten en geraamd op 80.447,46 euro (BTW incl.).

25-06-06

ZONDAG 25 JUNI 2006: rozengeur en maneschijn op 't Hooghe

Een mooi kasteeltje op de top van een heuvel, een kasteelpark met landschapsallures, en een bedwelmende rozentuin... meer moet dat niet zijn om met een wat veronachtzaamde romantische hoek van Kortrijk de lange hete zomer in te zetten. Vandaag neem ik je mee naar Kasteel 't Hooghe.

Kasteel

De oudste heirweg naar en van Kortrijk is de weg naar Doornik; beide steden waren ooit Romeinse centra. Van oudsher wordt de eerste heuvel komende van Kortrijk toepasselijk 't Hoge genoemd. Daar, 47 meter boven de zeespiegel - wat in de Leievlakte al de beschrijving berg verdient - bouwde Albert Goethals in 1835 een landgoed, wat in het Antwerpse een 'hof van plaisancie' zou zijn, een zomerbuitengoed. De familie Goethals is een van de patriciërsgeslachten van Kortrijk, met activiteiten in de industrie en de zaken (textielproductie en -handel vooral), in de lokale politiek (ze waren rijk genoeg om zich te laten gelden) en in de kerkelijke wereld. 

Het kasteeltje kwam wellicht in de plaats van een ouder buitenverblijf uit de Franse tijd, want in het kasteelpark zijn er aanwijzingen (bomen van meer dan 200 jaar!) van een eerdere aanleg. Albert (ver)bouwde het goed in Empirestijl, nog zichtbaar in de vrije zijgevel. Maar in 1884 liet weduwe F. Goethals-Delevigne voor- en achtergevel aanpassen aan de toenmalige mode: het neo-classicisme (met elementen zoals pilasters die doen denken aan de Griekse en Romeinse oudheid). Je aandacht gaat onweerstaanbaar naar de twee sfinxen die het bordes van de hoofdingang bewaken, onverstoorbaar uitkijkend over het kasteelpark. Dat is een naar het oude Egypte verwijzend element dat dan weer typisch is voor de Empirestijl, geïnspireerd door Napoleons avontuur in Afrika.

Thans staat het kasteel in het midden van tuinen. Maar vroeger was er alleen aan de voorkant een park. Aan de achterkant, waar nu de rozentuin en de tennisvelden te vinden zijn, stond een 'stampkotmolen', een door wind aangedreven machine om olie te persen uit zaden en om van het persafval veevoederkoeken te stampen.

De Goethalsen hadden wel meer bezittingen op 't Hoge. Zo was Marie-Thérèse Goethals, de laatste bewoonster van het kasteel, ook eigenaar van het schooltje op 't Hoge. Na het overlijden van Marie-Thérèse in 1956 werd het goed verkocht aan NV Kasteel 't Hooghe, een vennootschap in de marge en met investeerders van de Middenstand (nu Unizo) van Kortrijk. De NV exploiteerde het domein als vergader- en vormingsinfrastructuur. Het kasteel werd uitgebreid met een zakelijke nieuwbouw die het monumentale pand enigszins aan het oog onttrekt aan de kant van de Doorniksesteenweg. Het Vormingsinstituut (nu Syntra West) huurde er leslokalen en ook Mens en Samenleving vond er onderdak. Er was ook een tijdlang een horeca-uitbating met bowling.

Vorig jaar kocht de Provincie West-Vlaanderen het hele domein op (1,3 miljoen euro). Het is de bedoeling er het 'Huis van de Streek' voor de regio Kortrijk in te vestigen (nog eens 225.000 euro verbouwingskosten). Ook in de andere regio's van onze gouw bracht het provinciebestuur de 'Huizen van de Streek' onder in kastelen. Binnen afzienbare tijd zal er gebouwd worden, wellicht op de terreinen die nu in gebruik zijn door tennisclub De Eglantier. Park en rozentuin blijven in elk geval ongeschonden. Daartoe liet stad Kortrijk een BPA ontwerpen.

Het park

Het park, in Engelse landschapsstijl, 3 hectare aan de stadszijde van het kasteel, is sinds 2000 in huur genomen door stad Kortrijk, die het onderhoudt. Op dat moment was het landschapspark aan het verwilderen tot bos en dat vond men niet aangewezen. Grondige opfrissingswerken gaven de groene hectaren hun statigheid van weleer terug.

Eigenlijk is het kasteel gebouwd als een chique uitkijkpost naar de stad. Vooraleer de E17 werd aangelegd, moet de indrukwekkende helllende grasvlakte die eindigt in een grote vijver, de aanzet zijn geweest van een schitterend zicht op het achterliggende landschap. Doordacht geplante grote bomen moesten het landschap een pittoreske omkadering geven.

Aan de kant van de Doorniksesteenweg is het thans een echt park, zij het met een ruig gazon, dat gemaaid wordt volgens de principes van het bermdecreet (kwestie van de voortplanting van allerlei diertjes en plantjes niet te storen). Aan de andere kant van de goed onderhouden centrale grasvlakte ziet het er wilder uit. De in elkaar verstrengelde bomen, nogal veel platanen en essen, vormen er een bosachtig scherm, waartussen slingerpaden je van de ene verrassing naar de andere voeren.

Onder die bomen zijn  er enkele zeldzaamheden zoals een beuk met eikenbladeren (!) en een paar ginkgo's (Japanse tempelboom). Indrukwekkend zijn de groepjes reusachtige rode beuken. Dicht bij het kasteel is een van die giganten omgewaaid; hij bleek hol te zijn van binnen. Onder een es, een esdoorn en een plataan bots je op een eigenaardig heuveltje met een getralied poortje dat toegang geeft tot een hol. Ooit was het een ijskelder. Nu is het een beschermd schuiloord voor vleermuizen.

Het is een heerlijk park om ontspannend in te kuieren. Als kind in de vroege jaren zestig ben ik er met pasen samen met veel andere kinderen nog eieren gaan rapen; ik vroeg mij niet af wie het zoekspel organiseerde; wellicht was het de Middenstand (mijn vader was lid).

Toch een paar aanmerkingen. Ik heb de indruk dat de vijver stilaan aan het verstikken is onder de bomen en onder een dikke laag waterplanten. En waarom zet met op het grote centrale gazon niet enkele grazers; enkele paardjes of een paar speciale koeien? Zonder de monumentaliteit van de groene helling in gevaar te brengen, zou wat extra leven de biodiversiteit in het park aanzienlijk vergroten. Ik zou er graag koeietaarten zien liggen. 't Is een hartewens als een andere.

De rozentuin

Zo mogelijk nog romantischer en verrassender is de achterkant van het domein. Het overdekte terras met de impressionante arduinen trap kijkt uit over een enorme verzameling rozen in een bloementuin van zowat 1,5 hectare.

Het rozenreservaat is een initiatief van de Provincie West-Vlaanderen. Het begon in 1959, toen het Provinciaal Tuinbouwcomité er een demonstratieplantage inrichtte, de helft rozen en de helft fruitbomen. De fruithelft heeft al vlug plaatsgemaakt voor meer rozen. De tuin droeg eerst de romantische naam: 'Internationale Rozentuin voor de Noordzeelanden'. Dat klonk voor sommigen te bombastisch en ze maakten er het 'Rosarium West-Vlaanderen' van. Nu is het gewoon de Internationale Rozentuin Kortrijk.

De rozentuin groeide en bloeide jarenlang in een juridisch vacuüm. Pas in 2000 sloot de Provincie een pachtovereenkomst voor 27 jaar met de eigenaar van kasteel 't Hooghe. Maar dat is verleden tijd aangezien de Provincie ondertussen het hele domein heeft opgekocht. Er is een overeenkomst met Stad Kortrijk dat de Provincie de aanleginvesteringen doet en Kortrijk instaat voor het onderhoud.

Aan de eerste rozentuin werkten tuinarchitecten mee als Defevere en Carlos Demeyere. Vanaf 2002 wordt de rozentuin op advies van West-Vlaamse rozentelers systematisch heraangelegd (een investering van 185.000 euro), naar een ontwerp van tuinarchitect Jan Swimberghe door tuinaannemer Silvère Vandeputte van Deerlijk. Het was een probleem geworden dat de grond stilaan uitgeput en te besmet geraakte. De laatste fase van de heraanleg is ingezet met de grondige heraanleg van de verzameling historische rozen.

De rozentuin bestaat uit drie grote delen: een demonstratietuin, een proeftuin en een historische tuin. De delen zijn geschikt rond een centrale dreef, pal gericht op de achteringang van het kasteel. De dreef wordt geaccentueerd met een zuilvormige haagbeuken (carpinus betulus 'Frans Fontaine').

De demonstratietuin is een collectie van waardevolle rozen. De geurige planten zijn geschikt in een strak Frans tuinontwerp. Onderdelen van de demonstratietuin zijn een perk met snijrozen (theehybriden) tussen buxushaagjes, een perk met de gelauwerde rozen (sinds 1990 wordt er elk jaar een Gouden Roos geselecteerd). De 'Engelse tuin' is een wat verwarrende naam (want eigenlijk is hij ontworpen naar Frans model) van vier grote hoekperken vol bontgekleurde rozen en vaste bloeiers rond een ovalen gazon. En het dichtst bij het kasteel vormen twee geometrische perken de Franse tuin met zachte kleurtinten tussen buxushaagjes.

In de proeftuin worden nieuwe rozenvariëteiten van selectiehuizen uit heel Europa getest. Uit die soorten wordt elk jaar de Gouden Roos gekozen. De historische tuin vind ik persoonlijk de interessantste. Je kan er normaliter de geschiedenis van de roos nagaan aan de hand van een massa oude rozentypes. Maar... die tuin is momenteel bijna geheel gerooid. Men is er de grond aan het ontsmetten, die vergeven was van de aaltjes en leed aan bodemmoeheid. Je zult een jaartje geduld moeten hebben, vrees ik. Maar de twee andere tuinen zijn op zichzelf meer dan de moeite waard.

Welke stad zou Kortrijk die schat aan geuren, kleuren, landschap en bouwkundig erfgoed niet benijden. Toch zijn er maar weinig Kortrijkzanen die de berg opgaan om van al die heerlijkheden te gaan genieten. Jammer. Park en rozentuin zijn nochtans volledig gratis te bezoeken op elk uur van dag en ... nacht. Het moet een evenement zijn om tussen de rozen te gaan ronddwalen op een klare zomernacht bij volle maan.

Er kunnen ook geleide bezoeken worden aangevraagd bij de dienst Toerisme van de stad. Zie http://www.kortrijk.be.

Voor meer foto's zie: http://kortrijkonvermoedehoekjes.skynetblogs.be

24-06-06

Amsterdams Poortje: huisje officieel bewoonbaar verklaard

Het Amsterdams Poortje is geen achterdeurtje in de vestingen van de residentiestad van de Nederlandse koningin. Het is een beluikje op Overleie, het gedeelte van oud-Kortrijk aan noordkant van de Leie. Een eigenaar knapte er een huisje op en verkreeg onlangs een conformiteitsattest. Dat betekent dat de woning is aangepast aan de moderne comforteisen. Een hele prestatie voor een pandje dat zelfs in de 19e eeuw geen volwaardig onderdak bood! Weer een stukje bouwkundig erfgoed gered. Bravo!

Het stadsbestuur besliste op 30 mei jl. een 'conformiteitsattest' te verlenen aan de heer Jozef Bohez, eigenaar en verhuurder van de woning Amsterdams Poortje nr. 4. Daarmee is officieel bevestigd dat het huisje bewoonbaar is. Daar kon twijfel over bestaan gezien de ouderdom en de geringe grootte van het huisje. Het zegt veel over de grootte van het pandje als het in het verslag van het conformiteitsonderzoek wordt omschreven als een ... appartement - wat niet klopt, want het heeft geen boven- of onderburen.

In den beginne was het sanitair van die huisjes beperkt tot een gemeenschappelijke pomp (die staat er nog altijd in de inkom van het beluik) en twee collectieve toiletten. Die toiletten zijn vervangen door eigen sanitair in elk huisje, maar de twee broederlijk naast mekaar gebouwde hokjes zijn er nog, tegen de achterkant van het gewezen Fruitpaleis. In de deurtjes geen hartjes maar andere met de figuurzaag uitgevoerde verluchtingen. De hokjes worden nu gebruikt als bergplaatsen.

De zeven nog bestaande huisjes van het Amsterdams Poortje - ooit waren het er negen, maar er verdwenen er twee om plaats te maken voor een magazijn ten behoeve van het Fruitpaleis, zijn nog bewoond, vooral door alleenstaande mannen. Hoewel gelegen aan een van de drukste verkeerspunten van de stad, is het er zeer rustig. De dubbele rij huisjes is 'gekaleid' in fris okergeel. Samen met de houten bloembakken geeft die kleur het 'partje' iets provencaals - in de zomer althans.

Je kan het beluik bereiken door een lange gang aan de zijkant van een trapgevelpand uit 1621 in de Overleiestraat. De naam van het beluik komt van de herberg Amsterdam, waarachter het is gelegen. Rentenier Caesens kreeg in 1860 een bouwvergunning voor de bouw van de eerste vijf huisjes in de tuin van café Amsterdam. Daar is thans geen café meer te vinden, maar een groenten- en fruitzaak van Dr. A.R.Hashmi & Sons. Voorheen herbergde het trapgevelpand Het Fruitpaleis.

Het pand met de trapgevel dateert van 1621. De gevel is gerestaureerd in 1923. Als de herberg reeds in 1621 de naam Amsterdam droeg, is dat zeer merkwaardig. In 1621 liep het twaalfjarige vredesbestand af tussen onze door de Spaanse kroon bestuurde gewesten en de opstandige Verenigde Provincies (de geuzenrepubliek die veel later Nederland werd). Op een spannend moment als dit een café de naam geven van een van de belangrijkste steden van de vijand, moet wel heel gewaagd zijn geweest...

 

23-06-06

IMOG leent bij Fortis, zonder gemeentelijke waarborg

Waar is de tijd dat steden en gemeenten en intercommunales als het ware automatisch hun leningen afsloten bij het Gemeentekrediet, thans opgenomen in Dexia? Als aandeelhouders genoten de gemeentelijke instanties van gunsttarieven. Ook hier heeft de Europese liberalisering een eind aan gemaakt. Voor leningen wordt nu simpelweg de markt geraadpleegd, en wordt ingegaan op de beste offerte. Op zoek naar investeringsmiddelen heeft ook de afvalintercommunale IMOG die weg gevolgd. Niet Dexia maar Fortis bleek het voordeligst.

De afvalintercommunale IMOG, waarbij Kortrijk is aangesloten, heeft geld nodig. In het lopende jaar wil IMOG een aantal investeringen uitvoeren waarvoor geopteerd is om ze te financieren met een lening. In de Kortrijksesteenweg (hoofdzetel en oven) heeft de intercommunale al een aanpalende woning gekocht met het oog op een betere inrichting van haar domein (161.130 euro). Er is een plan om wat aanpalende grond van de Vlaamse Milieumaatschappij te verwerven (58.870 euro). De vervanging van enkele wagens en de uitbreiding van de vrachtwagenvloot wordt op 1.605.435 euro geraamd. Nieuwe containers (waarvoor OVAM subsidies heeft beloofd) kosten 270.000 euro. Aan de ovens en de energierecuperatie moeten voor 1.410.000 euro werken gebeuren. En op de stortplaats in Moen kost de aanleg van een verharding 320.000 euro. Voor al die investeringen van 2006 moet IMOG in totaal 3.825.435 euro zien te vinden.

Om de voordeligste bank te vinden puliceerde IMOG op 28 maart 2006 een algemene offerteaanvraag in het EU-Publicatieblad. Drie banken dienden een offerte in: Dexia, Fortis en ING. De offertes werden getoetst aan verschillende criteria. Hoofdcriterium is de kostprijs van de lening. Bijkomende criteria zijn de kosten in de opnameperiode, de eventuele reserveringscommissie (op de nog niet opgenomen bedragen in de opnemingsperiode), andere kosten (bijv. wederbeleggingsvergoeding bij vervroegde aflossing) en de aangeboden administratieve dienstverlening. Van meet af aan maakte IMOG duidelijk dat men geen dossier-, waarborg- of beheerskosten wilde betalen. Het wordt een lening op 10 jaar, driemaandelijks af te betalen met progressieve tranches.

Voordeligst

Uit de drie offertes bleek dat ING wel wil lenen maar een gemeentelijke waarborg vraagt. Dexia doet twee voorstellen: een met en een zonder gemeentelijke waarborg. Fortis vraagt geen gemeentelijke waarborg. Een vergelijkend onderzoek toont aan dat Fortis de beste voorwaarden biedt. De offerte van Fortis, waarvoor de bank geen gemeentewaarborg eist en waarbij een vaste rentevoet wordt gehanteerd, is zelfs voordeliger dan de voordeligste offerte van Dexia met gemeentelijke waarborg. ING deed het duurste voorstel.

De raad van bestuur heeft dan ook beslist de lening aan te gaan bij Fortis.

IMOG heeft voor 34.329.042,63 euro leningen open staan. Van de 58 leningen die IMOG in de loop van zijn bestaan al heeft opgenomen, waren er 54 bij Dexia, 3 bij Fortis en 1 bij ING.