25-06-06

ZONDAG 25 JUNI 2006: rozengeur en maneschijn op 't Hooghe

Een mooi kasteeltje op de top van een heuvel, een kasteelpark met landschapsallures, en een bedwelmende rozentuin... meer moet dat niet zijn om met een wat veronachtzaamde romantische hoek van Kortrijk de lange hete zomer in te zetten. Vandaag neem ik je mee naar Kasteel 't Hooghe.

Kasteel

De oudste heirweg naar en van Kortrijk is de weg naar Doornik; beide steden waren ooit Romeinse centra. Van oudsher wordt de eerste heuvel komende van Kortrijk toepasselijk 't Hoge genoemd. Daar, 47 meter boven de zeespiegel - wat in de Leievlakte al de beschrijving berg verdient - bouwde Albert Goethals in 1835 een landgoed, wat in het Antwerpse een 'hof van plaisancie' zou zijn, een zomerbuitengoed. De familie Goethals is een van de patriciërsgeslachten van Kortrijk, met activiteiten in de industrie en de zaken (textielproductie en -handel vooral), in de lokale politiek (ze waren rijk genoeg om zich te laten gelden) en in de kerkelijke wereld. 

Het kasteeltje kwam wellicht in de plaats van een ouder buitenverblijf uit de Franse tijd, want in het kasteelpark zijn er aanwijzingen (bomen van meer dan 200 jaar!) van een eerdere aanleg. Albert (ver)bouwde het goed in Empirestijl, nog zichtbaar in de vrije zijgevel. Maar in 1884 liet weduwe F. Goethals-Delevigne voor- en achtergevel aanpassen aan de toenmalige mode: het neo-classicisme (met elementen zoals pilasters die doen denken aan de Griekse en Romeinse oudheid). Je aandacht gaat onweerstaanbaar naar de twee sfinxen die het bordes van de hoofdingang bewaken, onverstoorbaar uitkijkend over het kasteelpark. Dat is een naar het oude Egypte verwijzend element dat dan weer typisch is voor de Empirestijl, geïnspireerd door Napoleons avontuur in Afrika.

Thans staat het kasteel in het midden van tuinen. Maar vroeger was er alleen aan de voorkant een park. Aan de achterkant, waar nu de rozentuin en de tennisvelden te vinden zijn, stond een 'stampkotmolen', een door wind aangedreven machine om olie te persen uit zaden en om van het persafval veevoederkoeken te stampen.

De Goethalsen hadden wel meer bezittingen op 't Hoge. Zo was Marie-Thérèse Goethals, de laatste bewoonster van het kasteel, ook eigenaar van het schooltje op 't Hoge. Na het overlijden van Marie-Thérèse in 1956 werd het goed verkocht aan NV Kasteel 't Hooghe, een vennootschap in de marge en met investeerders van de Middenstand (nu Unizo) van Kortrijk. De NV exploiteerde het domein als vergader- en vormingsinfrastructuur. Het kasteel werd uitgebreid met een zakelijke nieuwbouw die het monumentale pand enigszins aan het oog onttrekt aan de kant van de Doorniksesteenweg. Het Vormingsinstituut (nu Syntra West) huurde er leslokalen en ook Mens en Samenleving vond er onderdak. Er was ook een tijdlang een horeca-uitbating met bowling.

Vorig jaar kocht de Provincie West-Vlaanderen het hele domein op (1,3 miljoen euro). Het is de bedoeling er het 'Huis van de Streek' voor de regio Kortrijk in te vestigen (nog eens 225.000 euro verbouwingskosten). Ook in de andere regio's van onze gouw bracht het provinciebestuur de 'Huizen van de Streek' onder in kastelen. Binnen afzienbare tijd zal er gebouwd worden, wellicht op de terreinen die nu in gebruik zijn door tennisclub De Eglantier. Park en rozentuin blijven in elk geval ongeschonden. Daartoe liet stad Kortrijk een BPA ontwerpen.

Het park

Het park, in Engelse landschapsstijl, 3 hectare aan de stadszijde van het kasteel, is sinds 2000 in huur genomen door stad Kortrijk, die het onderhoudt. Op dat moment was het landschapspark aan het verwilderen tot bos en dat vond men niet aangewezen. Grondige opfrissingswerken gaven de groene hectaren hun statigheid van weleer terug.

Eigenlijk is het kasteel gebouwd als een chique uitkijkpost naar de stad. Vooraleer de E17 werd aangelegd, moet de indrukwekkende helllende grasvlakte die eindigt in een grote vijver, de aanzet zijn geweest van een schitterend zicht op het achterliggende landschap. Doordacht geplante grote bomen moesten het landschap een pittoreske omkadering geven.

Aan de kant van de Doorniksesteenweg is het thans een echt park, zij het met een ruig gazon, dat gemaaid wordt volgens de principes van het bermdecreet (kwestie van de voortplanting van allerlei diertjes en plantjes niet te storen). Aan de andere kant van de goed onderhouden centrale grasvlakte ziet het er wilder uit. De in elkaar verstrengelde bomen, nogal veel platanen en essen, vormen er een bosachtig scherm, waartussen slingerpaden je van de ene verrassing naar de andere voeren.

Onder die bomen zijn  er enkele zeldzaamheden zoals een beuk met eikenbladeren (!) en een paar ginkgo's (Japanse tempelboom). Indrukwekkend zijn de groepjes reusachtige rode beuken. Dicht bij het kasteel is een van die giganten omgewaaid; hij bleek hol te zijn van binnen. Onder een es, een esdoorn en een plataan bots je op een eigenaardig heuveltje met een getralied poortje dat toegang geeft tot een hol. Ooit was het een ijskelder. Nu is het een beschermd schuiloord voor vleermuizen.

Het is een heerlijk park om ontspannend in te kuieren. Als kind in de vroege jaren zestig ben ik er met pasen samen met veel andere kinderen nog eieren gaan rapen; ik vroeg mij niet af wie het zoekspel organiseerde; wellicht was het de Middenstand (mijn vader was lid).

Toch een paar aanmerkingen. Ik heb de indruk dat de vijver stilaan aan het verstikken is onder de bomen en onder een dikke laag waterplanten. En waarom zet met op het grote centrale gazon niet enkele grazers; enkele paardjes of een paar speciale koeien? Zonder de monumentaliteit van de groene helling in gevaar te brengen, zou wat extra leven de biodiversiteit in het park aanzienlijk vergroten. Ik zou er graag koeietaarten zien liggen. 't Is een hartewens als een andere.

De rozentuin

Zo mogelijk nog romantischer en verrassender is de achterkant van het domein. Het overdekte terras met de impressionante arduinen trap kijkt uit over een enorme verzameling rozen in een bloementuin van zowat 1,5 hectare.

Het rozenreservaat is een initiatief van de Provincie West-Vlaanderen. Het begon in 1959, toen het Provinciaal Tuinbouwcomité er een demonstratieplantage inrichtte, de helft rozen en de helft fruitbomen. De fruithelft heeft al vlug plaatsgemaakt voor meer rozen. De tuin droeg eerst de romantische naam: 'Internationale Rozentuin voor de Noordzeelanden'. Dat klonk voor sommigen te bombastisch en ze maakten er het 'Rosarium West-Vlaanderen' van. Nu is het gewoon de Internationale Rozentuin Kortrijk.

De rozentuin groeide en bloeide jarenlang in een juridisch vacuüm. Pas in 2000 sloot de Provincie een pachtovereenkomst voor 27 jaar met de eigenaar van kasteel 't Hooghe. Maar dat is verleden tijd aangezien de Provincie ondertussen het hele domein heeft opgekocht. Er is een overeenkomst met Stad Kortrijk dat de Provincie de aanleginvesteringen doet en Kortrijk instaat voor het onderhoud.

Aan de eerste rozentuin werkten tuinarchitecten mee als Defevere en Carlos Demeyere. Vanaf 2002 wordt de rozentuin op advies van West-Vlaamse rozentelers systematisch heraangelegd (een investering van 185.000 euro), naar een ontwerp van tuinarchitect Jan Swimberghe door tuinaannemer Silvère Vandeputte van Deerlijk. Het was een probleem geworden dat de grond stilaan uitgeput en te besmet geraakte. De laatste fase van de heraanleg is ingezet met de grondige heraanleg van de verzameling historische rozen.

De rozentuin bestaat uit drie grote delen: een demonstratietuin, een proeftuin en een historische tuin. De delen zijn geschikt rond een centrale dreef, pal gericht op de achteringang van het kasteel. De dreef wordt geaccentueerd met een zuilvormige haagbeuken (carpinus betulus 'Frans Fontaine').

De demonstratietuin is een collectie van waardevolle rozen. De geurige planten zijn geschikt in een strak Frans tuinontwerp. Onderdelen van de demonstratietuin zijn een perk met snijrozen (theehybriden) tussen buxushaagjes, een perk met de gelauwerde rozen (sinds 1990 wordt er elk jaar een Gouden Roos geselecteerd). De 'Engelse tuin' is een wat verwarrende naam (want eigenlijk is hij ontworpen naar Frans model) van vier grote hoekperken vol bontgekleurde rozen en vaste bloeiers rond een ovalen gazon. En het dichtst bij het kasteel vormen twee geometrische perken de Franse tuin met zachte kleurtinten tussen buxushaagjes.

In de proeftuin worden nieuwe rozenvariëteiten van selectiehuizen uit heel Europa getest. Uit die soorten wordt elk jaar de Gouden Roos gekozen. De historische tuin vind ik persoonlijk de interessantste. Je kan er normaliter de geschiedenis van de roos nagaan aan de hand van een massa oude rozentypes. Maar... die tuin is momenteel bijna geheel gerooid. Men is er de grond aan het ontsmetten, die vergeven was van de aaltjes en leed aan bodemmoeheid. Je zult een jaartje geduld moeten hebben, vrees ik. Maar de twee andere tuinen zijn op zichzelf meer dan de moeite waard.

Welke stad zou Kortrijk die schat aan geuren, kleuren, landschap en bouwkundig erfgoed niet benijden. Toch zijn er maar weinig Kortrijkzanen die de berg opgaan om van al die heerlijkheden te gaan genieten. Jammer. Park en rozentuin zijn nochtans volledig gratis te bezoeken op elk uur van dag en ... nacht. Het moet een evenement zijn om tussen de rozen te gaan ronddwalen op een klare zomernacht bij volle maan.

Er kunnen ook geleide bezoeken worden aangevraagd bij de dienst Toerisme van de stad. Zie http://www.kortrijk.be.

Voor meer foto's zie: http://kortrijkonvermoedehoekjes.skynetblogs.be

De commentaren zijn gesloten.