11-06-06

ZONDAG 11 JUNI 2006: de tien van de Tientjes in Bissegem

Een van de raadselachtigste plaatsnamen in groot-Kortrijk is de Tientjesstraat en -wijk in Bissegem. Op het moment dat mijn vrienden Mario Craeynest en Marleen er een huis kochten, zag ik mijn kans schoon om het raadsel te ontsluieren. Alweer een onvermoed hoekje onder de aandacht gebracht!

Waarmee de tien van de Tientjes helemaal niets te maken heeft, is met de kazerne 'De Tienen' die ooit in Kortrijk gevestigd was. Evenmin heeft de tien iets te maken met de oude 'tiendenbelasting'. Toch kan die tiendentaks, met enig gegoochel, wel in een ver verband worden gebracht met de plek. De oplossing van het cijferraadsel is het rijtje van de 10 'werkmanswoningen' die er nog altijd staan. Marleen en Mario kochten er een van de twee middenste van. De huizen waren en zijn niet zo bescheiden als ze er uitzien. En waarom liggen de uitgestrekte tuinen (elk 10 are!) niet recht achter de huizen?

De oudste zijstraat van de weg van Bissegem naar Heule is de Tientjesstraat. De straat, heel lang een smalle aardeweg, kreeg haar naam in 1901. In 1968 werd aan de zuidkant van de straat een sociale woonwijk gebouwd met de naam Tientjeswijk. Een van de straten van de wijk is genoemd naar de socialistische pionier van Bissegem: Kamiel Verlinde. Naar zijn opponent, ACW-burgemeerster Hendrik Debackere, werd de andere straat van de wijk genoemd.

Maar waarmee kan de tien van de Tientjes te maken hebben gehad? Dat is een vraag die mij al lang kwelt - zeggen dat ik er wakker van heb gelegen, is nu ook weer wat overdreven... Ik onderzocht verschillende sporen.

Tien apostelen?

Een eerste spoor heeft met het Kortrijkse verleden als garnizoenstad te maken. De stad was ooit gezegend met verschillende kazernes. Een van die kazernes droeg de naam "De Thienen" of "Le dix", in de volksmond ook de Tientjes of de 'Tien Apostelen' genoemd. De "Tien Apostelen" was een naam naar analogie van "De Twaalf Apostelen", een kazerne in de straat die nadien de Twaalfapostelenstraat genoemd werd (zijstraat Romeinselaan) Die kazerne droeg oorspronkelijk de naam "Le douze" (in de volksmond "De Twaalfjes" of "De Twaalf Apostelen").

De kazerne "De Thienen" maakte in 1782 plaats voor de bouw van de faiencefabriek van Robert Ignatius van Beveren. De steenrijke zakenman en schepen introduceerde in Vlaanderen het gebruik van 'pijpaarde' (faience fine), waarmee hij veel goedkoper gleiswerk dan de concurrentie kon fabriceren. De fabriek was gelegen nabij de Esplanade (Het Plein), aan de stadsgracht die thans vervangen is door de Groeningelaan. Een verband tussen die al lang verdwenen en vergeten kazerne en de Tientjesstraat kon ik niet vinden. Ik zat duidelijk op een doodlopend spoor.

Pennink tiene?

Een tweede spoor bood de oeroude belasting met de naam 'tienden'. Die belasting werd pas door de Franse Revolutie afgeschaft, bij ons rond 1795. Het was een belasting die zijn oorsprong had in de Romeinse tijd. De enige organisatie die na de Germaanse invallen bleef verder bestaan van het fameuze Romeinse wereldrijk was de kerk. De kerk heeft die belasting voortgezet.

De tiende werd in Europa heringevoerd ten tijde van Karel de Grote (rond het jaar 800). Het was bedoeld als een sociale belasting, die moest dienen ter financiering van de armenzorg, het levensonderhoud van parochiepriesters en de instandhouding van kerkgebouwen. De regel was dat iedereen een tiende deel van zijn oogst zou afdragen. Een derde van de tiende werd besteed aan sociale werken, een derde kwam toe aan de dorpspastoor en een derde aan de parochiekerk. In gebieden waar de tiende pas in latere eeuwen werden ingevoerd, kwam er ook een deel toe aan de bisschop.

De inning gebeurde aanvankelijk in nature, waarbij men letterlijk een tiende deel van een oogst op de velden ging ophalen. In latere tijden werd de tiende dikwijls verpacht aan een ophaler. Op het laatst werd de tiende ook voldaan in klinkende munt.

In Bissegem was het grootste deel van de tienden in het bezit van het Kapittel van Sint-Omaars (Saint Omer in Frans Vlaanderen), dat ook de parochiekerk in handen had (vandaar gewijd aan Sint-Audomarus). De landbouwers in Bissegem waren pachters en moesten naast hun pacht, 'cijns' genoemd, ook tienden betalen. Als de oogst klaarstond om binnengehaald te worden, passeerde de tiendheffer (of 'tiendsteker') en liet een op de tien bundels wegslepen, voor een of andere kerkelijke instelling (parochie, bisschop, kapittel, abdij, enzovoort) of voor de rijkaard die erin geslaagd was het tienderecht in de wacht te slepen door betaling aan de oorspronkelijke rechthebbende.

Een recentere tiendebelasting was de beruchte "Tiende Penning" die de Hertog van Alva wou invoeren onder zijn bloeddorstig bewind in 1569. Het was de eigenlijke aanleiding voor de opstand van de Geuzen. Nog altijd hoor je soms in het Kortrijks zeggen: "Amaai dat is duur, 't is pennink tiene!".

 

Het had gekund dat de Tientjesstraat iets te maken had met een van die belastingen. Op het einde van de straat staat een als monument beschermde hoeve, 'het Armengoed', ook 'het Hospitaalgoed' genoemd. Het kwam in de jaren 1600 in het bezit van het Hospitaal van Kortrijk. De pachtinkomsten werden gebruikt voor de armenzorg van het Hospitaal. Uiteindelijk is de hoeve in handen gekomen van het Kortrijkse OCMW, de rechtsopvolger van het Hospitaal.

Een van de pachters van het Armengoed was Petrus Jacobus Ghellinck, in 1743 burgemeester van Bissegem. Een nakomeling, Ignatius Ghellinck was in 1794, juist voor de Franse revolutionairen komaf kwamen maken met de belastingenpoespas en de kerktaksen in onze streken, ontvanger van de parochie Bissegem. Het had gekund dat de Tientjesstraat bijvoorbeeld leidde naar een plaats waar ooit een 'tiendenschuur' stond (een magazijn voor de opslag van de opbrengst van de belasting in natura). Maar het is niet zo. Ook dat is een doodlopend spoor.

Kortwoonders

De oplossing van het cijferraadsel vond ik in een oud boek: "Woordenboek der Toponymie van Westelijk Vlaanderen, Vlaamsch Artesië, het Land van den Hoek, de graafschappen Guines en Boulogne, en een gedeelte van het graafschap Ponthieu" van Karel De Flou. In dat boek vind je een opsomming van alle gekende plaatsnamen in onze streken, het noorden van Frankrijk en Zeeuws-Vlaanderen. Daarin staat: "Tientjes (de). Een reeks werkmanswoningen, te Bisseghem. de Tientjes, 1900 (Lijst)." en Tientjes-straat. Een weg te Bisseghem. 1901 (Lijst)."

Met 'Lijst' wordt verwezen naar de bevolkingsregisters. Het blijkt dat daarin eerst de rij werkmanswoningen opduikt (1900) en het jaar nadien de straatnaam. De Tientjes verwijzen derhalve naar een aaneengesloten rij van juistgeteld tien bescheiden woningen die in 1900 werden gebouwd aan een veldweg tussen de akkers van Bissegem. De aarden weg verbond de Heulsestraat met de Gullegemsestraat, langs het Armengoed.

Die tien woningen staan er nog altijd. Ik sprak er met mevrouw Denise Pattyn die er 73 jaar geleden geboren werd en er nog altijd woont. Zij vertelt dat aan de voorkant van de woningen in het begin een open gracht lag, met een brugje naar elke voordeur. Nu, dat is heel merkwaardig. Je kan zoiets vandaag nog zien in ... Saint-Omer (Clairmarais). Dat zal wel toeval zijn, maar het is toch een mysterieuse samenval van feiten.

Doordat aan de voorkant die gracht lag, moest de verbinding tussen de tien buren achteraan worden uitgewerkt. Nog altijd ligt daar, tegen de al dan niet overbouwde koer van de woningen, een 'private voetweg met openbaar karakter' (zoals het in de koopakten wordt genoteerd door de notaris).

Maar waarom werden daar in 1900 plots, plompverloren tussen de akkers en de weiden, tien huizen gebouwd? Wellicht om landarbeiders aan te trekken, dagloners die de boeren gingen bijstaan in het harde labeur. Omdat de gezinnen van die dagloners nauweljks konden rondkomen met de karige en onzekere broodwinning van de vaders, hadden die gezinnen ook zelf wat land nodig om te overleven. In onze streek noemt men die verspreide woningen van dagloners met een eigen akker: "kortwoningen".

Patatten

Ook die gronden, waarop de tien gezinnen genoeg patatten en andere gewassen moesten zien te kweken om de werkloze winter door te komen, liggen er nog. Het eigenaardige is dat die tuinen niet recht achter elke woning liggen, maar schuin. Dat komt omdat de akker van elke woning breder is dan de woning zelf. De huizen zijn 7,5 meter breed en de tuinen 10 meter. Er is dus een verspringing die vergroot naarmate men het laatste huis van de rij nadert.

De tuinen, vroeger akkers, zijn 100 meter diep. Dat betekent dat elk gezin beschikte over 10 are om te 'bedrichten'. Over de laatste 40 meter van die tuinen heeft de stad onteigeningsmacht. Er bestaan al geruime tijd vage plannen om die gronden en aanpalende gronden van het OCMW van Kortrijk te verkavelen.

De woningen zien er bescheidener uit dan ze zijn. Het waren inderdaad huizen zonder verdieping. Ondertussen hebben enkele eigenaars in het dak mansardes aangebracht die naderhand zijn uitgebouwd tot een eerste verdieping. Maar een gevelbreedte van 7,5 meter is in Kortrijk heel breed. De arbeiderswoningen die in dezelfde periode werden gebouwd in de stad, hadden gevelbreedtes tussen de 3,5 en de 4,5 meter.

Ook zitten er achter de nederige gevels diepe woningen, die zonder twijfel waren gebouwd voor omvangrijke gezinnen. De panden bieden mogelijkheden voor interessante hedendaagse vernieuwingen. Zo hebben Mario en Marleen de beschikking over een huis met garage, een grote living en grote keuken, drie ruime slaapkamers en een spatieuse badkamer; dat alles heel compact bijeen. Het verlies van bergruimte door inname van de zolder, kan gemakkelijk opgevangen worden door een tuinhuis met respectabele afmetingen; op 10 are heb je immers plaats genoeg.

De vroegere veldweg is ondertussen een straat geworden die deel uitmaakt van het bebouwde deel van de meest verstedelijkte Kortrijkse deelgemeente - in Bissegem is er minder groen dan in het stadscentrum. Maar aan de achterkant van de Tientjes, kun je je in de Ardennen wanen. Je kijkt er uit over eindeloze weiden, met aan de linkerkant het Armengoed.

Vermelden we nog dat precies in de helft van de rij, tussen woning 5 en 6, in de gevel een kapelletje is aangebracht. De woning met het oorspronkelijke nummer 8, is het enige dat nog de gevel heeft van in 1900. Alle andere woningen zijn grondig opgeknapt en gemoderniseerd.

Meer foto's op: http://kortrijkonvermoedehoekjes.skynetblogs.be

 

Commentaren

tientjesstraat ik heb een mogelijks antwoord op de vraag hoe die rij huisjes daar terechtkomt in Bissegem..., in het grensgebied tussen België en Frankrijk staan tientallen dergelijke huisjesrijen uit die periode , men noemt ze daar "maisons à otils", "otil" is dialect (picardisch?)voor weefgetouw, in de 19° eeuw is de overgang van "het weefgetouw en het spinnewiel thuis" naar het werk in de grote textielfabrieken in stappen verlopen, een textielhandelaar die zo'n rij huisjes bouwde en voorzag van een weefgetouw ( in de weefkamer) lokte mensen van het platteland naar zijn omgeving en verkreeg zo meer controle over het produktieproces en de kwaliteit, ze werden natuurlijk alsmaar afhankelijker van hem, na een tijd werd door hem mechanisch gesponnen garen geleverd (wat de vrouwen werkloos maakte), hij bepaalde de prijzen van het weefsel, hij organiseerde het bleken van het linnen, pas na het systematisch invoeren van stoomkracht en de verdere mechanisering werd iedereeen naar de fabrieken gedreven... een textielarbeider die nu zijn job verliest ervaart dit als een persoonlijk drama, de vlaming ( specialist-overlever) uit de 19° eeuw die zijn vrijheid moet opgeven en van krot naar de fabriek moet gaan werken ervaarde dit evengoed als een persoonlijk drama...men mag gerust stellen dat bijna alle grote textielfamilies uit die periode hun beginkapitaal verworven hebben door het uitbuiten van thuiswerkende wevers en spinsters die ze langzaam van hen afhankelijk maakten...de meeste thuiswerkers waren analfabeet en niet georganiseerd,de handel was in handen van een elite...

Gepost door: geert callens | 19-06-06

De commentaren zijn gesloten.