26-05-06

Min wuf è weg ...

Ik ben ondertussen al opgebeld door drie redacties van verschillende 'boekskes', maar de titel van mijn stukje van vandaag betreft - gelukkig maar - niet mijzelf. In "De Vestinghe", het onvolprezen bedrijfsblad van de politie van de zone VLAS (Kortrijk, Kuurne, Lendelede) beschrijft hoofdinspecteur Pol Verhaeghe als insider de werking van de dienst Jeugd en Gezin in het korps. Hij citeert een cliënt, die er vertwijfeld aan toevoegde: "Wa moe kik doen? ... Wa moe kik doen?" De sociale vinger van de 'sterke arm van de wet' is een wat ongekend aspect van het politiewerk. Aandacht voor Bea, Pol, Hilde en Marc.

"De dienst Jeugd en Gezin is de dienst waar men de mensen naartoe stuurt waarmee men geen weg weet" schrijft de hoofdinspecteur. Vroeger droeg de dienst de naam 'sociale dienst'. Na de politiehervorming heeft men de naam wat meer inhoud gegeven en wat meer toegespitst op de taken. De politie biedt niet alleen een toevlucht voor slachtoffers van misdrijven. Ook mensen die in gezinsverband in de penarie zitten, komen vaak bij de politie aankloppen als laatste reddingsmiddel. Voor problemen met de partner of met de kinderen biedt de politie een heel laagdrempelige eerstelijnsopvang. 

De erg uiteenlopende sociale opdrachten van de politie zijn toevertrouwd aan 'politieassistenten'. Die kun je omschrijven als maatschappelijke assistenten in politieuniform. Vergis je niet: het zijn geen mensen die de politie assisteren of 'hulpagenten' zoals ze in bepaalde persartikels soms genoemd worden. Lang niet alle politiezones beschikken over politieassistenten, zelfs niet alle grote zones; de politiezone VLAS gelukkig wel.

De taken van de dienst Jeugd en Gezin kunnen, zoals Pol Verhaeghe het beschrijft, onderverdeeld worden in twee soorten. Er zijn de gerechtelijke opdrachten en er is het sociaal-preventie deel van het werk. De man die bij de politie kwam uithuilen omdat zijn vrouw het was afgestapt, kwam in het sociaal-preventieve takenpakket terecht.

Gerechtelijke opdrachten

Gerechtelijk is de dienst zowel actief in opdracht van het parket (procureur des Konings) als op eigen initiatief. De gerechtelijke opdrachten van het parket waren vorig jaar goed voor 366 proces-verbalen (PV's). Daarin vinden we opdrachten die te maken hebben met gerecht en gezin zoals problemen met bezoekrecht en onderhoudsgeld.

Een belangrijke opdracht vervult de dienst in de jeugdbescherming (waarbij evenwel verkeersdossiers en misdrijvan van jongeren door andere diensten worden behandeld). Zo moeten de politieassistenten inlichtingen vergaren over de leefomstandigheden van jongeren, over de opvoeding en het toezicht door de ouders. Met die kostbare gegevens krijgt de procureur een concreter beeld van de achtergrond van een jongere met een gerechtelijk probleem. Zelfs wordt de dienst ingeschakeld om vermaningen van de procureur op de gepaste wijze over te brengen aan de jongere in kwestie. Ook meldingen van onverantwoorde opvoedingssituaties aan de Comité voor Bijzondere Jeugdzorg behoren bij de opdracht.

Moraliteitsonderzoeken en onderzoeken in het kader van genadeverzoeken verrichten de leden van de dienst eveneens. Er is zelfs een burgerrechtelijk onderdeel aan hun werk: zij doen ook voorbereidend werk in dossiers van naamswijzigingen, adopties, verlengde minderjarigheid, (pleeg)voogdij, laattijdige geboorteaangiften (!) en collocatie. Dat zijn maar enkele voorbeelden uit een pakket van gerechtelijke opdrachten die veel uitgebreider is.

Daarnaast zijn er ook de 'aanvankelijke PV's'. Met die jargonterm bedoelt men de onderzoeken die op eigen houtje zijn opgestart, meestal op aangeven van bepaalde betrokkenen. Dat gaat dan bijvoorbeeld over het niet toestaan van bezoekrecht of het niet betalen van alimentatie, allerhande gezinsmoeilijkheden, tot kinderverwaarlozing en -mishandeling. In dat onderdeel leverde de dienst vorig jaar 237 PV's.

Sociaal-preventief

Maar al het vorige is slechts de helft van het werk. Evenveel tijd steekt de dienst in sociaal-preventieve interventies. "Dat werk wordt niet altijd geregistreerd hoewel het soms het meest tijdrovende is" zegt hoofdinspecteur Pol Verhaeghe. Ook hier een brede waaier van opdrachten. Veel aandacht vergen zeer diverse relatieproblemen tussen gehuwden, samenwonenden, ouders en kinderen, en sinds enige tijd ook meer en meer problemen met meerderjarige inwonende kinderen.

Frequent wordt de dienst ook geconfronteerd met mensen die vroeger het risico liepen als landloper opgepakt te worden. Thuisloosheid en zichzelf niet kunnen verzorgen liggen in dezelfde lijn. "Soms krijgen wij ook mensen over de vloer die best wat psychiatrische hulp zouden kunnen gebruiken maar dat niet beseffen" schrijft Pol Verhaeghe : "We verschieten niet meer in veel. Toch blijven wij verwonderd met wat voor vragen de mensen bij ons afkomen".

De aanpak is zeer bemiddelend. De politie wordt er soms bijgesleurd om gelijk te halen, maar de dienst probeert vooral de gemoederen te bedaren. Vooral luisteren is de leuze. Informatie verstrekken, advies verlenen, doorverwijzen naar een gespecialiseerde dienst; dat hoort er allemaal bij.

Team

In de Politiezone VLAS valt de dienst Jeugd en Gezin onder de directie Politiezorg (onder leiding van commissaris van politie Rik Vandenborre). De dienst zag in 1972 het levenslicht als 'Sociale dienst' met de indiensttreding van de eerste politieassistent, Bea Debaecke, die er thans nog werkt als hoofdinspecteur. In 1982 kreeg zij versterking van huidig hoofdinspecteur Pol Verhaeghe.  In 1984 kwam maatschappelijk assistente Hilde Schotte, thans consulent, zich als burgerlijke ambtenaar bij de dienst voegen. En toen in 2001 inspecteur Marc Coppens eraan kwam, had het team de omvang bereikt die het nog altijd heeft.

Ik denk dat zij hun werkdagen goed kunnen vullen en dat zij vaak de neiging moeten onderdrukken hun werk in gedachten mee te nemen naar huis.

Zie ook: http://www.pzvlas.be/index.php?id=154

De commentaren zijn gesloten.