21-05-06

ZONDAG 21 MEI 2006: van lakenhalle tot Xpo

Weinig instellingen hebben een pedigree als Kortrijk Xpo, het Kortrijkse beurzencomplex. Er is een incidentrijke maar toch ononderbroken lijn te traceren tussen de overdekte lakenmarkt in het hart van het 13e-eeuwse stadje en de zes hangars met 'rambla' achter de hoge berm van de E17. Met haar honderdduizenden bezoekers per jaar is de plek helemaal niet onvermoed; haar verleden des te meer.

Lakenhalle

Kronieken vermelden al het bestaan van een lakenhalle op de Grote Markt in Kortrijk in 1248. Dat wijst uit dat die overdekte lakenmarkt al eerder bestond. Nochtans was de lakennijverheid toen nog jong. Het was gravin Johanna van Constantinopel die in 1224 wolbewerkers naar Kortrijk lokte met doorslaggevende belastingsverminderingen. Johanna was de dochter van Boudewijn IX, die, vanuit Kortrijk vertrokken, deelnam aan een kruistocht, een plundertocht van jewelste, die hem tot keizer van het Oost-Romeinse rijk maakte voordat hij in een totale chaos uit de geschiedenis verdween.

Wellicht werd in ons regenachtig klimaat onmiddellijk de noodzaak gevoeld om delicate producten als wollen stoffen te verhandelen in een overdekte ruimte. Bovenuit de lakenhalle stak een toren uit, de halletoren die als belfort de zelfstandigheid van de stad symboliseerde. Door de bloei van de lakenhandel moest de halle op de Grote Markt in 1377 uitgebreid worden.

In 1382, een van Kortrijks ergste rampjaren, werd de halle grotendeels vernield. In het zog van grootstad Gent was Kortrijk in opstand gekomen tegen graaf en Franse koning. Lodewijk de Haze, de 'bastaard van Vlaanderen', nam in opdracht van graaf Lodewijk van Male en zijn beschermheer, de Franse koning, na de slag van Westrozebeke, Kortrijk in en liet de zijn Bretoense huurlingen hun gang gaan. De stad werd grondig vernield en leeggeroofd. Het enige gebouw dat de furie overleefde, was precies de halletoren. Wel pakten de plunderaars het klokkenspel 'Manten en Kalle' mee.

Den Savoyaert

In de tweede helft van de jaren 1400 geraakte de Kortrijkse draperie (wollen laken) in een diepe crisis door aanvoerproblemen van wol uit Engeland (oorlog met Frankrijk). Maar intussen had de levenskrachtige textielsector zich al op een andere activiteit gegooid: de linnennijverheid (vlas, damast). Die alternatieve commercie floreerde zo goed dat het stadsbestuur een nieuwe grotere halle liet bouwen in de Doornikstraat, geopend in 1549. Het was een gebouw bestaande uit twee beuken (vandaar het soms gebruikte meervoud 'hallen') en twee verdiepingen in Vlaamse renaissancestijl (trapgevels) naar een ontwerp van de Antwerpse bouwmeester Peter Theels.

De oude halle rond het belfort maakte plaats voor huizen. Een van die huizen droeg de naam 'Den Savoyaert', een naam die naderhand is overgenomen en nog altijd gedragen wordt door een gezellig café aan de schaduwkant van de Grote Markt. In 1520 had men noodgedwongen de halletoren, die oorspronkelijk een stuk groter was, moeten aftoppen omdat hij op invallen stond. Hij kreeg toen de hoed met vijf spitsen die hij nog altijd draagt. Aan de voorkant van de oude halle stond eveneens de Hoge Wacht. Het stadswapen op de voorgevel van de toren dateert van 1814. De huizen en winkels rond de toren zijn in 1899 gesloopt. Het was de bedoeling ook de toren op te ruimen - om plaats te maken voor het Kortrijkse postgebouw -, maar massaal protest deed het stadsbestuur van gedacht veranderen.

Grote Halle(n)

De Grote Halle vulde het huidige Schouwburgplein. Het imposante complex diende niet alleen voor de gereglementeerde en andere handelsactiviteiten. Vooral de benedenverdieping werd voor diverse doeleinden aangewend: zo museum, stadsarchief en academie. Ook werd een groot deel van het gebouw gebruikt als kazerne. Kortrijk was immers tot 1930 een garnizoenstad, met regimentsschool en al.

In 1820 had het stadsbestuur de Grote Hallen in de Doornikstraat voorzien van een nieuwe, bepleisterde gevel in de toenmalige empirestijl (ontwerp van Jean Baptist Casaer jr.). Maar in 1905 werd die schermgevel er weer afgekapt om het gebouw opnieuw een renaissance-uiterlijk te geven. Het was immers het hoogtepunt van de neo-stijlen (Wereldtentoonstelling van Gent in 1913, zie http://kortrijkonvermoedehoekjes.skynetblogs.be/?number=1...).

Maar dat is niet meer van zoveel belang, aangezien de Grote Hallen, waar Kortrijk ooit zo trots op was, definitief plaats hebben gemaakt voor het grootste gat in het stedelijke weefsel van het stadscentrum. In 1904 had men nog enkele woningen in de Doornikstraat laten verdwijnen om de aanleg van een zijstraat mogelijk te maken langs de Hallen. In die straat begon men in 1912 met de bouw van de stadsschouwburg in neo-renaissancestijl.

In de zomer van 1944 hadden de Grote Hallen evenwel erg te lijden van de hevige bombardementen. De ruïnes bleven nog tot 1960 staan, hoewel de gemeenteraad al in 1948 unanniem had beslist dat het historische complex niet moest heropgebouwd worden. Nochtans waren de Hallen niet erger beschadigd dan bijvoorbeeld de Sint-Michielskerk of de Berg van Barmhartigheid (OLV-straat) en die monumenten zijn wel hersteld. Pas in 1955 kon het stadsbestuur de kon. commissie van monumenten en landschappen ervan overtuigen de bescherming van de Hallen als monument op te heffen. 

Oorlogsschadevergoeding

De beschouwingen die aan de grondslag lagen van het opruimen van een uniek stuk bouwkundig erfgoed waren dubbel. Ze waren vooreerst financieel. Kortrijk had recht op oorlogsschade voor o.m. de vernielde Hallen. Men besefte maar al te goed dat men dat geld maar één keer kon uitgeven. Ofwel voor het herstel van het monument ofwel voor een hedendaagse beurzeninfrastructuur. Ironisch genoeg heeft men uiteindelijk zo lang gewacht om iets anders te bouwen, dat de geldontwaarding de niet geïndexeerde oorlogsschadevergoeding tot twee keer niets had herleid.

Bovendien wou het stadsbestuur van de nood een deugd maken en modernere hallen laten bouwen. Een geklasseerd gebouw met een relatief beperkte omvang kon daarvoor niet dienen. Dus ging met op zoek naar een andere plaats. Op zich was dat nog geen reden om de Grote Hallen niet te herstellen en een andere functie te geven. Maar men wist in de hectische heropbouwjaren niet meteen wat ermee aangevangen. Dus: weg ermee. 

Leielandhalle

Met het geld van de oorlogsschade trok het Kortrijkse stadsbestuur op zoek naar een betere locatie. Men dacht die gevonden te hebben op de kale vlakte achter het Casinoplein, het gat geslagen na het platbombarderen van de Kortrijkse gevangenis (zie: http://kortrijklinksbekeken.skynetblogs.be/?number=1&...). Voor de gemeenteraadsverkiezingen van 1958 pakte de CVP uit met het plan om op die bijzonder gunstig gelegen terreinen (1,5 hectare) een nieuw hallencomplex te bouwen. Men had zelfs al een nieuwe naam: de Leielandhalle. In tegenstelling met de vroegere Grote Hallen zouden er nu ook hotelaccomodatie en algemene voorzieningen in verwerkt worden. Later opperde men zelfs het idee om er een grote ondergrondse parking aan te koppelen.

Maar na de verkiezingen liet men het plan varen. CVP-meerderheid en socialistische oppositiefractie dachten visionair te zijn door de tentoonstellingsfunctie onder te brengen aan de toen geplande autostrade E3 (nu E17), redelijk ver weg van de stad, in de open ruimte nabij 't Hoge. Het hoofdargument voor de verhuis van die aloude stedelijke functie was verkeerstechnisch: de plaats moest perfect bereikbaar zijn voor de vrachtwagens van de exposanten en de auto's van de bezoekers.

De Hallen

Het heeft nog tot 17 april 1967 geduurd vooraleer toenmalig premier Paul Van den Boeynants de nieuwe Hallen plechtig kon openen. Financieel zat het niet erg mee en de aankoop van de grond was lastig. Het stadsbestuur was er zich van bewust dat een succesvol beurzencomplex met internationale allure, de kerntaken van de stad oversteeg. Daarom ging men voor de uitbating op zoek naar private partners. De privésector bleek niet laaiend enthousiast. Met veel geduld kon men uiteindelijk een coöperatieve vennootschap oprichten met inbreng van de werkgevers en de vakbonden. De stad zelf was eigenaar van grond en gebouwen maar participeerde bewust niet in de vennootschap. Het nieuwe complex had een expositieruimte (halle 1), drie vergaderzalen, een café, een restaurant en een feestzaal.

Na moeizame beginjaren zijn de Hallen een eclatant succes geworden. De voorzitters van de hallenvennootschap kwamen en gingen, maar de eerste directeur, Yvon Vanden Abeele, bleef aan het roer staan tot voor kort. In het begin was er maar één activiteit, de Jaarbeurs, een soort veredelde braderie. Het duurde niet lang of hij kon de bouwmaterialenbeurs Matexpo, een initiatief van de oude Stadsbader en het Kortrijkse Bouwbedrijf, weghalen van de Markt van Harelbeke naar de Hallen.

Xpo

Maar de steile internationale opgang begon pas goed op het moment dat de ploeg van Yvon Vanden Abeele ook proactief in het bedrijfsleven op zoek ging naar mogelijke organisatoren van vak- en andere beurzen en zelfs eigen beurzen ging organiseren

Het meervoud in de naam werd al vlug terecht. Er kwam een tweede, een derde, een vierde, een vijfde en zelfs een zesde halle. Het lappendeken van expositieruimten werd met elkaar verbonden door een centrale as, 'rambla' gedoopt naar het voorbeeld van Barcelona. Architect Christian Kieckens, die voor het ontwerp van de Rambla tekende samen met Architectenbureau Goddeeris, haalde er verscheidene prijzen mee.

Niet de zesde maar de vierde halle is de recentste. Zij werd door de vennootschap met eigen middelen gebouwd na afbraak van de bestaande halle 4, een investering van niet minder dan 6,5 miljoen euro.

In de wandelgangen van de Kortrijkse politiek gaan stemmen op om al wat met de gebouwen te maken heeft, in een autonoom gemeentebedrijf onder te brengen. Op die manier zou de vennootschap zich, zoals het aanvankelijk de bedoeling was, zich weer kunnen concentreren op het organiseren van beurzen.

Hoedanook beschikt het beurzencomplex thans over niet minder dan 37.200 m2 expositieruimte. Eind 1999 besliste men de historische naam 'De Hallen' te ruilen voor de meer internationaal klinkende naam 'Kortrijk Xpo' of Xpo tout court.

La Caille 

De Xpo-gebouwen opgetrokken in een stijl die nog altijd succes heeft op industrieterreinen. Men heeft duidelijk geprobeerd een zekere eenheid te brengen in de hallen uit verschillende jaren. Van in het begin is het complex versierd met een hoge betonnen toren, bij mijn weten zonder enige functie. Dank zij die toren kunnen de voorbijrazende automobilisten op de E17 toch wel vermoeden waar Xpo ligt achter de hoge berm.

Opvallend in de oudste hallen is de aanwending van houten spanten, een onvolprezen streekproduct dat ooit ontwikkeld is door De Coene. Uiteraard staan het complex in een oceaan van parkeerplaatsen, waarvan er bij topbeurzen toch nog te weinig zijn.

De omgeving is opgefleurd door diverse kunstwerken. Iets speciaals is 'Gebonden marmer' van Paul Van Rafelghem - de raadselachtige naam zegt precies wat het is en toch is het monumentaal - in het obligate vijvertje waarin de betonnen toren staat te pootjesbaden.

Maar ikzelf zou een omrit maken voor De Kwartel (La Caille) van Georges Grard. De ineengeplooide kloeke bronzen vrouw is de zus van Dikke Mathilde ('De zee') op het Wapenplein in Oostende. Georges Grard liet het zeer krachtige beeld twee keer gieten. Het ene exemplaar werd in 1976 op het gazon voor de Kortrijkse Hallen geplaatst. Het andere beeld verkocht hij aan Paul Delvaux, die zoals hij in Sint-Idesbald was gaan wonen. Als het geregend heeft, loopt het water af naar de plaats waar het hoofd van de vrouw ligt; het is alsof ze baadt in tranen. Toch is het zeker geen droevig beeld.

De website van Kortrijk Xpo: http://www.kortrijkxpo.be

Meer foto's op: http://kortrijkonvermoedehoekjes.skynetblogs.be

Commentaren

Keizer Boudewijn Toen ik, vele jaren geleden, een bezoek bracht aan Istamboel (vroeger Constantinopel genoemd en, vroeger nog, Byzantium) heb ik daar in de plaatselijke geschiedenis vruchteloos gezocht naar een keizer Boudewijn IV, die onder de naam Boudewijn IX graaf van Vlaanderen was en als Boudewijn VI graaf van Henegouwen.

Volgens de westerse geschiedenis nam die Boudewijn deel aan de vierde kruistocht naar (het toen Islamistische) Jeruzalem maar is hij in het (toen christelijke) Oostromeinse rijk blijven plakken.

Voor de periode van die vierde kruistocht (1202-1204) vond ik in Istamboel wel de melding van een bende westerse "barbaren" die het land plunderend en verkrachtend waren binnengevallen en Istamboel veroverden waardoor de wettige keizer in ballingschap moest vluchten. Met hulp van de Bulgaren kon die laatste zijn hoofdstad in 1205 heroveren. Onze Vlaamse en Henegouwse graaf werd gevangen genomen en zou in onduidelijke omstandigheden in gevangenschap gestorven zijn. Wel meldde zich in 1224 in onze streken een avonturier aan die beweerde de overlevende Boudewijn te zijn maar hij werd als bedrieger ontmaskerd en opgehangen.

Gepost door: Luc Debels | 21-05-06

DE HALLEN of XPO? Bij de oprichting van een nieuw tentoonstelling- en vergadercomplex aan de Doorniksesteenweg schreef het Kortrijks stadsbestuur toen een wedstrijd uit voor een naam van het nieuwe complex. Er werd gekozen voor "De Hallen" o.m. omdat het complex voor een deel gefinancierd werd met de oorlogsschade voor de vernielde hallen aan de Doorniksestraat. Onder die naam was het complex decennialang bekend.

Enkele jaren geleden werd beslist de naam te wijzigen in "Xpo" en als reden werd de internationale uitstraling opgegeven omdat buitenlanders zogegezegd niet zouden weten wat "Hallen" zijn.

Dat was duidelijk een drogreden. In de meeste talen heeft "hallen" nog steeds de betekenis van een grote overdekte ruimte. Denk aan "Les Halles de Paris" waar vroeger een belangrijke groenten- en fruitmarkt gevestigd was. Die markt verhuisde indertijd, om verkeerstechnische redenen, naar de rand van Parijs maar op die plaats is nog steeds een winkelcentrum gevestigd dat de naam "Halles" bleef behouden. In Londen kent men o.m. de "Royal Albert Hall" (een concertcomplex) terwijl "Halle" in het Duits en "hall" in het Spaans een gelijkaardige betekenis heeft.

Wie heeft die kunstmatig aandoende en nogal belachelijke naam "Xpo" uitgevonden? Waarschijnlijk is het een initiatief van de vennootschap die het complex van de stad in gebruik heeft. En heeft het Kortrijks stadsbestuur daarmee ooit ingestemd?

Gepost door: Luc Debels | 21-05-06

marketing Als ik mij goed herinner werd de naam gewijzigd omwille van een samenwerkingsakkoord tussen verschillende beurshallen om in groep aan marketing te doen onder dezelfde naam. De naam werd dus wellicht niet in Kortrijk uitgevonden. De wereld is een dorp. Ik ben daar wel niet zeker van, je moet het maar eens vragen aan de mensen van Xpo zelf.

Gepost door: Bart | 25-05-06

De commentaren zijn gesloten.