13-05-06

Stad Kortrijk doorgelicht als bedrijf

Financieel doorgelicht zoals een bedrijf blijkt Kortrijk in heel goede doen. De knipperlichten staan zonder verpinken op groen. Zakenpartners kunnen zich geen betrouwbaarder relatie voorstellen. Ook in vergelijking met de andere centrumsteden behoort Kortrijk tot de voorbeeldigste leerlingen van de klas wat financiën betreft.

Tot 2001 trok de stadsontvanger elk jaar aan de alarmbel: Kortrijk kampte met ernstige liquiditeitsproblemen en kon, vooral in het begin van het jaar, zijn facturen niet tijdig betalen. Als je de zopas vastgestelde jaarrekening 2005 wat nader bekijkt, merk je dat de onweerswolken hebben plaatsgemaakt voor een staalblauwe hemel. De financiële barometer van onze stad staat op 'beau fixe'. Als volslagen leek in boekhouding haal mijn wijsheid uit de goed gedocumenteerde 'Jaarrekening Dienstjaar 2005', zoals opgesteld door de dienst onder leiding van stadsontvanger Johan Vanhoutte.

Cash flow

Financiële analysten kijken bij een bedrijf altijd eerst naar de 'cash flow', het verschil tussen inkomende en uitgaande financiële stromen. Het gaat om wat er over of tekort is na aftrek van de betalingen en de schulden op korte termijn van de de inkomsten en de nog te verwachten binnenkomende betalingen. Die 'cash flow' stijgt. Van 16,883 miljoen euro op de stadsrekening 2004 groeit de cash flow naar 16.997 miljoen euro in 2005. Daarmee boert Kortrijk beter dan de andere centrumsteden. Die lieten een gemiddelde cash flow noteren van 16,478 miljoen euro (in 2004).

Werkkapitaal

Kortrijk heeft lang problemen gehad met zijn liquiditeit. Daarmee wordt bedoeld dat de stad op bepaalde momenten niet genoeg geld beschikbaar had om dringende facturen te betalen. "Wie ligt daarvan wakker?" hoor ik jou denken: "Je laat die facturen toch gewoon slepen tot er wel voldoende cash in de stadskas zit?". Maar zo gaat dat niet.

Een zwakke liquiditeit heeft zo zijn gevolgen. Ofwel moet de stad dan leningen (kaskredieten) aangaan om de putjes te vullen. En dat kost een pak vermijdbare intresten. Ofwel moet men op zoek gaan naar gemakkelijk te innen belastingen die de stadskas kunnen spekken in de moeilijke periode. De meeste inkomsten van de stad (gemeentefonds, personenbelasting, onroerende voorheffing, ...) komen binnen na de zomer.

Ooit is ondermeer daarvoor de riooltaks ingevoerd. Volgens ons, sp.a, een zeer onrechtvaardige belasting omdat ze iedereen, arm en rijk, grote en kleine waterverbruikers, over dezelfde kam schoor. Maar die riooltaks bracht -als hij ten minste tijdig werd geïnd; ook dat was soms een probleem - net voldoende in de stadskas om de magere maanden te overbruggen. Die fiscale nevenfunctie is nu gedeeltelijk overgenomen door de taks op de verspreiding van reclamefolders (waarvan, zoals iedereen weet, de Kortrijkse handelaars grotendeels zijn vrijgesteld). Liquiditeit is dus wel degelijk van belang voor de stad en de belastingbetalers.

Om het jaar door tijdig de facturen te kunnen betalen, moet de stad over een voldoende groot werkkapitaal beschikken. Analysten berekenen dat werkkapitaal door van de vlottende activa op de balans de passiva op korte termijn af te trekken. Dat boekhouderslatijn betekent het volgende. 'Vlottende activa' zijn de tegoeden op korte termijn zoals: allerhande vorderingen, nog te ontvangen subsidies en leningen, terugvorderingen en geld op de bank. 'Passiva op korte termijn' zijn: schulden die binnen het jaar vervallen en overlopende rekeningen.

Zo berekend had Kortrijk in 2005 een werkkapitaal van 49 miljoen euro ter beschikking; in 2001, bij het aantreden van de ploeg De Clerck-De Coene, was dat amper 15,7 miljoen euro. Geef toe: een indrukwekkende verbetering. De andere Vlaamse centrumsteden scoorden in 2004 slechts een werkkapitaal van 31 miljoen euro.

Liquiditeit

Om de liquiditeitssterkte van een bedrijf te berekenen, becijfert men 'ratio's'. Zo kan men het geld op de bank en de binnen het jaar te verwachten inkomsten (samen de 'vlottende activa') vergelijken met het 'vreemd vermogen op korte termijn' (zijnde de binnenkort te betalen schulden). Om een voldoende veiligheidsmarge te hebben, moet de deling van het ene door het andere meer dan 2 zijn; men noemt dat de 'current ratio'. Voor Kortrijk bedroeg die current ratio in 2005 niet minder dan 2,521. In 2001 was dat slechts 1,728! De gemiddelde current ratio van de centrumsteden is 2,055.

Je kan ook de liquiditeit op een wat strengere manier berekenen. Je schapt dan de voorraden en bestellingen in uitvoering en de overlopende rekeningen uit de berekening. Die vuistregel wordt de 'acis test ratio' genoemd door financiële analysten. Hierin doet Kortrijk het nog beter: 3,148 in 2005 ten opzichte van een povere 1,676 in 2001 en 2,081 voor de andere centrumsteden.

De liquiditeit is in Kortrijk zodanig verbeterd dat er geen dure kaskredieten meer opgenomen moeten worden in de eerste helft van het jaar. Dat is een serieuze besparing.

Solvabiliteit

Je kunt de kredietwaardigheid van een bedrijf ook nog eens op een andere manier bekijken. Je kunt nagaan wat het risico is op faillissement. Failliet ga je als je niet genoeg vermogen hebt om alle schuldeisers te voldoen (zowel op korte termijn - facturen -, als op lange termijn - leningen -). Men noemt dat de solvabiliteit. Daarmee heeft Kortrijk nog nooit problemen gehad. En dat is logisch. Een stad heeft zodanig veel bezittingen in gebouwen, gronden en vorderingen, dat, als het erop aan komt, genoeg daarvan kan te gelde worden gemaakt om de schulden te delgen.

Men berekent de solvabiliteit door het vreemd vermogen (alle schulden bijeen) te delen door het totaal vermogen (schulden en bezittingen). Die solvabiliteitsratio bedroeg in 2005: 0,376. Dat betekent dat 62% van het vermogen van de stad bestaat uit eigen vermogen. In 2001 bedroeg de solvabiliteitsratio 0,343; wat nog lichtjes beter was.

Commentaren

Saludos desde Venezuela Gracias por su visita a mi weblog. Un abrazo

Gepost door: Belkys | 13-05-06

De commentaren zijn gesloten.