20-04-06

Vetex-stadsvernieuwing blijft zorgenkind

Het moest het vlaggenschip worden van de Kortrijkse stadsvernieuwing, zeker wat wonen betreft. Maar het schip is jammer genoeg vastgelopen in de zure modder. Opeenvolgende stadsbesturen koesterden plannen om op de vrijgemaakte gronden van een vestiging van textielfabrikant Vetex een hoogwaardige nieuwe stadswijk annex park te bouwen in volle stadscentrum. De gronden aan de Veldstraat en zelfs het grondwater blijken echter erg aangetast door industriële vervuiling. Binnenkort is er een nieuwe poging tot sanering. Intussen zijn ook de architecturale ambities aanzienlijk bijgesteld.

Toen de textielfabriek Vetex zijn vestiging in de Kortrijkse Veldstraat sloot, was er uit de sector van de sociale huisvesting grote belangstelling voor de 23,293 hectare mogelijke bouwgrond in het midden van de stad. Goedkope Woning Kortrijk (huursector) en de Zuid-West-Vlaamse Huisvestingsmaatschappij (koopsector) wilden er een gemengd project realiseren. Het project is hen in twee fasen uit handen genomen. Eerst werd de aankoop van het fabriekspand in 1998 toevertrouwd aan de streekontwikkelingsintercommunale Leiedal, want slechts op die manier kon men aan slopingssubsidies geraken. En vervolgens vonden de beleidsmakers dat de inbreng van sociale woningen niet wenselijk was in een al wat verpauperde buurt.

Architectuurwedstrijd

Het stadsbestuur gaf het Stadsontwikkelingsbedrijf (SOK), toen nog Woonregie, de opdracht de herbestemming van de site te coördineren. Voortvarend schreef het SOK een ambitieuze architectuurwedstrijd uit, waaraan niet minder dan 44 bureaus deelnamen.

De wedstrijd, 2001, werd gewonnen door het Parijse bureau UapS, waarin Anne Mie Depuydt van Wevelgem en Erik Van Daele van Mechelen het ontwerp tekenden. Het gaat om Vlaamse toparchitecten, die werkten bij internationale ontwerpers als Dominique Perault, Parijs en Rem Koolhaas, Rotterdam. Anne Mie Depuydt ontwierp o.m. het Hof van de Rechten van de Mens in Straatsburg; Erik Van Daele tekende het HST-station Euralille in Rijsel. De laureaten moesten de hoofdprijs (750.000 frank) evenwel delen met de bijna even goede ontwerpers van de architectengroep Viérin-Fonteyne-Van den Berg uit Brugge.

De winnaars van de architectuurwedstrijd presenteerden een zeer groen ontwerp. Rond een stadspark gingen 24 goed uitgekiende, geriefelijke gezinswoningen komen, met privétuintjes en collectieve bijtuinen, loggia's genoemd. Het duo kreeg de belofte dat zij hun ontwerpen bouwklaar mochten maken en de realisatie mochten begeleiden.

Promotoren

Dat plan ging uiteindelijk niet door, door twee vreselijke tegenslagen. Het SOK vond geen private investeerders die in deze privaat-publieke samenwerking (PPS) wilden stappen. En de vervuiling van de gronden bleek veel omvangrijker dan eerst verondersteld. Nochtans was het optimisme bij aanvang zeer groot. In 2001 had de stad met het Vetexproject nog meegedongen naar de Thuis-in-de-Stadprijs. De totale kost van het project werd toen geraamd op 285 miljoen euro. En er werd gezegd dat het project door vier partners (stad, SOK, Leiedal en een private promotor die nog moest geselecteerd worden) ging voltooid worden tegen 2003.

Het SOK deed eind 2002 een openbare oproep tot kandidaatstelling voor het PPS-project Vetex. Geen enkele promotor hapte toe. Ook een samenwerking met de Confederatie van Immobiliëngroepen van België (CIB) liep op niets uit. Het Laatste Nieuws schreef op een bepaald moment: "Blijkbaar ontbreekt het bij de Woonregie aan commercieel talent" (3 oktober 2002). Maar het probleem lag volgens mij elders: promotoren en hoogwaardige, zeg maar wat duurdere architectuur gaan niet samen. Het project viel tussen twee stoelen. De schitterende plannen van UapS waren slechts haalbaar met een stedelijke inbreng in het risico. En in het begin van de ploeg De Clerck was de stad niet voldoende bij kas om veel geld te riskeren.

Dan maar 'plan B' toegepast. De promotorengroep Matexi-Thiers bleek bereid in het PPS-project te stappen als ze zich niet moesten houden aan de plannen van voormelde toparchitecten. Na onderhandelingen kwam er een compromis uit de bus waarbij van het winnende ontwerp van UapS  alleen nog de algemene principes werden bewaard.

Zure grond

Maar dan kon er nog niet gebouwd worden door de erge verontreiniging van de grond. Het opruimen van de sporen van lekkende olietanks was niet zo moeilijk. Vervelender zijn de solventen, die niet alleen in de grond maar ook in het grondwater zijn doorgedrongen. Die chemische stoffen (onder andere NaOH) werden indertijd aangewend in de textielbewerking. Een eerste poging met de techniek van spoeling van de grond leverde niet de gewenste resultaten op. De operatie werd dan ook in 2003 stopgezet.

Nu wil men het op een andere manier proberen. Het streefdoel is de te hoge zuurtegraad van de bodem te neutraliseren. De nieuwe techniek bestaat erin dat men CO² in de bodem spuit en de te zure stukken grond uitgraaft en behandelt met gips/citroenzuur. Duur van de behandeling: nog eens 18 maanden.

Gelukkig is het SOK ondertussen te weten gekomen dat niet het hele terrein even vervuild is. Er zijn delen die proper zijn en zouden kunnen bebouwd worden. De Vlaamse administratie OVAM gaat ermee akkoord de Vetexsite te splitsten in percelen. Op de propere percelen mag gebouwd worden. Wellicht schieten Matexi en Thiers in het najaar in gang aan de straatkant van de Veldstraat.

Poortgebouw

Op de site staat ook nog een centrale betonstructuur, een herbruikbaar restant van de fabriek. Het was aanvankelijk de bedoeling daar een publieke functie in onder te brengen, een school bijvoorbeeld. Op die manier kon voorkomen worden dat de hele site te geïsoleerd zou komen te liggen van de buurt, die wel wat opwaardering kan gebruiken. Eerst had HITEK (avondleergangen) interesse, maar de school kan niet de nodige middelen mobiliseren. Nu denkt men eraan om dat centrale gebouw toch ook maar een woonfunctie te geven. Er zouden lofts van gemaakt worden.

Intussen heeft het SOK daar toch al een en ander gerealiseerd. In de Veldstraat werden 5 aanpalende woningen aangekocht en gesloopt. Zo kan men het Vetexwoonpark beter laten aansluiten met de residentiële wijk rond het Groeningemonument. De drie directeurswoningen in de Veldstraat, ook aanpalend, werden verkocht aan een investeerder die er kwalitatieve woongelegenheden wil van maken. Het bestaande binnenpark met vijver en het poortgebouw in art-decostijl in de Pieter De Conincklaan werden verkocht aan de stad. Met Europese subsidies wordt dat poortgebouw omgevormd tot wijkcentrum met inbegrip van lokalen voor de Chiro Sint-Jan.

Commentaren

Vetex interessant artikel - mijn vraag : hebt u ook foto's van de ondertussen gesloopte arbeiderswoningen in de Veldstraat (waar men nu herbouwt) en van de verop staande directeurswoningen - bemerk dat men nu in de Vaartstraat een voorlopige parking aanlegt - met welk nut ?
mvg
Achiel Maes

Gepost door: Achiel Maes | 11-01-10

De commentaren zijn gesloten.