08-04-06

Hoogmolen Aalbeke wordt opgefrist

Tot voor kort was de Hoogmolen in de Luignestraat 38 het enige beschermde monument van Aalbeke (foto van Jan Verschelden, geleend van Molenecho's). De maalvaardig gerestaureerde molen krijgt een opfrissing. Daartoe neemt de gemeenteraad volgende maandag een wellicht unanieme beslissing.  Het Vlaamse Gewest subsidieert omdat het een 'zen-monument' is. 'Zen' ???

Ooit had de Kortrijkse deelgemeente Aalbeke drie molens. Alleen de Hoogmolen of 'Messiaenmolen' staat er nog, Luignestraat 38. Volgens sommigen zou het de oudste molen van West-Vlaanderen zijn, maar niet iedereen onderschrijft die bewering. Toch is het een stuk erfgoed met een eerbiedwaardig verleden. Volgens een inscriptie op de steenlijst dateert de huidige molen van 1717; eigenaar Jan Maes bouwde hem in vervanging van een eerdere molen die in 1714 in de fik ging. Op een oude kaart van 1694 is op die plaats al een molen getekend. De familie Maes behield de molen tot in de jaren 1800; nadien werden de Messiaens eigenaar.

De molen werd in 1967 buiten bedrijf gesteld en takelde langzaam af. Srad Kortrijk kocht het erfgoed in 1980. De windmachine was al bij besluit van de Regent op 4 april 1944 geklasseerd als beschermd monument. In 1990 werd de bescherming uitgebreid tot de inwendige machinerie. Met Vlaamse subsidies werd de molen in 194-1995 opnieuw maalvaardig gemaakt. Vrijwillige molenaars zetten de wieken geregeld in gang. In de warme maanden is de molen te bezichtigen op elke 2e zondag van de maand. Info: erfgoedcel@kortrijk.be.

De molen is van het type staakmolen met gesloten voet en werd (wordt) gebruikt om koren te malen. Het 'gevluchte' (de wieken) is 24 meter breed. Het gevaarte is uitgerust met twee steenkoppels en een haverpletter. Bij een staak- of standaardmolen rust de houten molenkast op een spil of standaard, en de molen wordt in zijn geheel naar de wind gedraaid.

Voorkeuveleinde

De directie Facility van eigenaar stad Kortrijk heeft een opfrissingsdossier uitgewerkt. Alle houtwerk (molenromp, staart, balken, kruisstoel, loopschoren, hekwerk wieken en afsluiting) wordt gebeitst met zonnebestendige beits. Bovendien worden houten onderdelen zoals de deur, de luiken, de daklijst, de windplanken, de 'hondjes', de balkkoppen, het 'borststuk', het 'voorkeuveleinde', de kruisstoel, de leuningen, de kruippalen en de wiggen ook nog eens geschilderd - ik plagieer met enige wellust de 'molinologische' termen. Al wat ijzer is wordt in een PU-tweecomponentenverf gezet: de roeden, de askop, het poortje en de stormringen.

Aan een kwetsbaar mechanisme dat aan weer en wind wordt blootgesteld zoals een molen moeten voortdurend onderdelen hersteld of vernieuwd worden. Nu ook weer: de windplanken, enkele rotte klossen op de wieken en een paar kapotte traptreden.

Het is een dossier van 29.984,28 euro. Aangezien de molen een beschermd monument is, komt er financiële steun van het Vlaamse Gewest. Het gevaarte wordt beschouwd als een 'ZEN-monument'. Alle gevluchte ten spijt, staat 'zen' hier niet voor zweverige new age-toestanden. De Vlaamse overheid beschouwt 'molenrompen' als monumenten 'Zonder Economisch Nut'. Daarvoor heeft Vlaanderen onderhoudspremies van 80% beschikbaar. In dit geval is dat 23.987,43 euro. Allee gemeenteraadsleden: voor hoop en al 6000 euro netto gaan jullie je toch niet laten kennen zeker?

Zie ook: http://www.vvia.be/vviasites/8500_001.htm en http://www.molenechos.org/molen.php?AdvSearch=815

 

 

De commentaren zijn gesloten.