05-03-06

ZONDAG 5 MAART 2006: de arcadenstad die Kortrijk niet is geworden

Een arcadenstad is Kortrijk dan toch niet geworden. Dat was nochtans de bedoeling van het stadsbestuur in de prille jaren zeventig met de stadsvernieuwingsoperatie Kortrijk Centrum-Oost. Het is er niet van gekomen en daardoor zijn enkele historische gebouwen op de valreep gered. Andere waren al voor de bijl gegaan. Het Overbekeplein moest de aanzet worden van een omvangrijke stadsontwikkeling. Maar na realisatie van het pleintje werden de verdere plannen opgeborgen. Veel winkels staan er leeg, maar als je er onbevangen gaat kijken, blijkt het toch een zeer gezellige pleisterplek te zijn onder het gouden uurwerk van de Sint-Maartenstoren.

Ik vrees dat sommigen zullen gechoqueerd bij mijn keuze van onvermoed hoekje van vandaag. Het Overbekeplein is het hellegat van commercieel Kortrijk. Alom wordt het gedoodverfd als voorbeeld van mislukte stadsvernieuwing. Er is veel winkelleegstand. Volgens de enen is dat omdat de winkelruimten te klein zijn. Anderen wijzen erop dat het winkelpleintje niet in een circuit van winkelstraten ligt. En dat klopt, want het was de bedoeling dat het plein de ingang zou worden van een veel groter commercieel centrum.

In de gemeenteraad is al enkele keren het idee geopperd om de winkelstraten op een of andere manier te overdekken. Op die manier zou Kortrijk zijn shoppende bezoekers ook op gure dagen droog en redelijk warm kunnen ontvangen. Een vreselijk idee als je het mij vraag: de stad als één grote winkelgalerij. Nochtans was dat een van de uitgangspunten van Kortrijk Centrum-Oost. Men wou dat het publiek de vitrines kon afdweilen zonder paraplus. Het zou een aaneenschakeling van overdekte trottoirs, arcaden en galerijen geworden zijn. Bologna achterna. En dat is te zien in de twee deelfasen die zijn gerealiseerd.

Herwaarderingsgebied

Onder het burgemeesterschap van Ivo Joris Lambrecht en met schepen Jozef De Jaegere (schoonvader van burgemeester Stefaan De Clerck) als verantwoordelijke voor stedenbouw, bakende het stadsbestuur in 1972 een gebied af van 30.000 m² in het historische hart van de stad tussen de Sint-Maartenskerk, het Begijnhof, de Grote Kring, de Langebrugstraat, de Groeningestraat en de Houtmarkt.

Voor de ontwikkeling van dat 'herwaarderingsgebied' werd een ideeënwedstrijd uitgeschreven waaraan niet minder dan 20 bureaus deelnamen. Laureaat werd een groep van zes professoren en zes studenten van het Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw, Antwerpen. Zij tekenden een indrukwekkend masterplan waarin plaats was voor nieuwe winkelstraten en -galerijen, een waaier van appartementen en kantoren op de verdiepingen, en zelfs een zwembad (!) en een 'gebouw van openbaar nut' (nieuw stadhuis? bibliotheek?).

Vernieuwend voor het Kortrijk van dertig jaar geleden waren de ondergrondse garages. In een poging om afstotingsverschijnselen met het bestaande stadsweefsel te voorkomen werden urbanistische voorschriften opgelegd zoals het gebruik van neo-stijlen en traditionele bouwmaterialen als baksteen, evenwel in afwisseling met moderne architectuur.

Kaalslag

Begin 1974 wees het stadsbestuur de realisatie toe aan een tijdelijke vereniging Kortrijk Centrum-Oost, opgebouwd rond de Sobifac-groep (Damkaai 4 - de groep realiseerde later o.m. het project Leieboorden van bOb Van Reeth - nv Kortrijk Centrum Oost bestaat nog altijd als vennootschap en is bijv. actief aan de kust). Uiteindelijk kon pas in 1979 het startschot gegeven worden voor de eerste fase: het Overbekeplein.

De operatie had een heel onaangename kant: zij vergde de sloping van heel wat historische gebouwen. Een niet-volledige opsomming: de Oude Dekenij, de tuinen van het Begijnhof, het huis van de Broeders Van Dale op de Grote Kring, hele stukken van het klooster van de Arme Klaren (eerder en nu weer Groeningeabdij) en zeker niet te vergeten het Patershuis (1766, de woning van de biechtvader van de abdis van Groeninge, door sommigen ook in verband gebracht met de Tempeliers) op de hoek van de Houtmarkt en de Groeningestraat.

De kaalslag heeft zich niet volledig voordaan. Felle tegenstand van erfgoedminnende Kortrijkzanen en een algemene economische crisis en een specifieke crisis in de Kortrijkse winkelsector hadden tot gevolg dat de hele 'herwaardering' beperkt bleef tot het Overbekeplein en een flatgebouw aan de Houtmarkt en de Groeningestraat. Om het Overbekeplein een toegang te geven vanuit de winkelstraten werd de Grote Kring grondig verminkt. Zo viel onder meer het huis van de Broeders Van Dale (1663) ten prooi aan de slopershamer.

Groeningeabdij

Een jarenlange rel brak uit met betrekking tot voormeld Paterhuis aan het andere uiteinde van het 'herwaarderingsgebied'. In de jaren 70 had Kortrijk slechts drie (3!) officieel beschermde gebouwen -zelfs de Broeltorens waren niet 'geklasseerd'. Het Paterhuis was een van die drie. De eigenaar had het bewust laten verkrotten om de waarde van de goedgelegen grond te gelde te kunnen maken. Ook burgemeester Lambrecht liep niet hoog op met het monument. In zijn memoires "50 jaar sociaal en politiek engagement" noemt hij het 'een afzichtelijk gebouw' dat in de weg stond voor de modernisering van de Kortrijkse binnenstad.

Uiteindelijk haalde Monumenten & Landschappen het gebouw in 1983 van de lijst van beschermde gebouwen omdat het op invallen stond. Wie nu gaat kijken naar die bewuste hoek van de Houtmarkt en de Groeningestraat, vindt een onpersoonlijk gebouw van vijf bouwlagen waarin Partena kantoor houdt en dat op straatniveau waarempel is voorzien van niet al te geslaagde arcaden. Ondanks zijn bescheiden stijl stoort de wedergeboorte van het Patershuis het historisch ensemble van de ernaast gelegen Groeningeabdij.

Die Groeningeabdij verdient een apart verhaal in het Centrum-Oostavontuur. Tot 1978 was het complex het klooster van de Arme Klaren. De zusters hadden er in 1842 hun intrek genomen in de leegstaande gebouwen waarin de Groeningeabdij (1583-1797) was ten onder gegaan tijdens de Franse Revolutie. In het Kortrijkse bewustzijn hadden de Arme Klaren de abdij volledig verdrongen. Zo wisten de Kortrijkzanen dat zij eieren naar de Arme Klaren moesten brengen om zeker te zijn van mooi weer. Bij het vertrek (uitsterven?) van de Arme Klaren in 1978 heeft de stad het complex met uitgebreide tuinen opgekocht.

Arme Klaren

Het was de bedoeling al die gronden volop in te schakelen in het nieuwe stadscentrum dat men voor ogen had. De gebouwen waren simpelweg niet beschermd. Het is alleen dank zij het vastlopen van Centrum-Oost dat bijvoorbeeld het Dormitorium (1598), dat nu in volle glorie staat te pronken in het Begijnhofpark, niet is gesloopt.

Het klooster van de Arme Klaren, die nochtans 136 jaar hun stempel hadden gedrukt op het stadsleven, werd toch stevig onder handen genomen. Met weinig respect voor de eveneens antieke verbouwingen en toevoegingen, heeft men gepoogd de oorspronkelijke abdij, die al lang vergeten was, te reconstrueren. De abdij wordt thans omgebouwd tot stedelijk bezoekerscentrum en het geheel, met inbegrip van een moderne vleugel, is m.i. zeer geslaagd. Maar arme Arme Klaren... Moeten wij niet op een of andere manier de herinnering aan de mooi-weerbrengsters in stand houden? Kunnen wij hun tuinen, die het grootste deel van het park uitmaken dat in de plaats gekomen is van het winkelcentrum en het zwembad, niet omdopen tot Arme-Klarenpark i.p.v. Begijnhofpark?

Meer terrassen

Van heel de operatie Centrum-Oost zijn alleen de ingang, het Overbekeplein, en de uitgang, het Partenagebouw in de Groeningestraat, gerealiseerd en daar zal het ook bij blijven. Er was in de plannen ook wel groen opgenomen, maar het Begijnhofpark laat veel meer ruimte onbebouwd dan voorzien. De pleintjes aan beide zijden van de Sint-Maartenskerk zijn ontsnapt aan kaalslag. Het Begijnhof is onaangeroerd gebleven - en door het OCMW zelfs duurzaam gerestaureerd- , zij het dat van de tuinen een stuk is afgenomen voor een, bovengrondse, parking.

De ondergrondse parking onder het Overbekeplein, de eerste in Kortrijk, is jarenlang het voorwerp geweest van een geschil tussen de stad en de projectontwikkelaar omwille van waterinsijpeling. Bij de opening van het nieuwe winkelcentrum in 1981 waren alle winkels ingenomen maar had men veel moeite om de appartementen te slijten. Na al die jaren is het omgekeerd: verscheidene winkels staan leeg. De flats zijn schitterend gelegen en alhoewel ze misschien niet in de opmerkelijkste stijl zijn gebouwd, lijken ze mij met hun ruime terassen super-aangenaam.

Succesvol zijn eveneens de horecazaken op het te rustige pleintje. Op mooie dagen zitten de terrassen vol. Het is er zeer gezellig nu de nieuwigheid er wat van af is en je hebt er een prachtig uitzicht op de Sint-Maartenskerk en haar toren. Misschien is dat wel een toekomst voor het plein: meer terrassen, cafés en restaurants. Er is ook een winkelgalerij, maar doordat het project niet is afgewerkt, moet je even zoeken om ze te vinden en als je ze gevonden hebt, ontdek je dat ze naar nergens leidt. Het grootste deel van de galerij is bezet door de Kortrijkse vestiging van de kunstenaarsbevoorrader Schleiper.

Arcaden

Het plein is omringd met arcaden. Als idee vind ik dat wel te overwegen: hou de wandelaars droog. En van buitenaf gezien, geven die arcaden het plein een zuiderse tint. Maar erg geslaagd kan men die overwelfde trottoirs niet noemen. Ze zijn om te beginnen te smal. Ze gelijken meer op voorportalen dan op een knusse wandelstrook. Ook zijn ze te donker. In het zuiden, in de hoofdstad van de arcaden Bologna bijvoorbeeld, hebben die overwelvingen een andere functie: zij moeten schaduw geven. Hier hebben wij echt geen overschot aan zonlicht, zeker niet buiten de zomer. De arcaden zouden er al een stuk aantrekkelijker uitzien als er een permanente verlichting in aangebracht zou worden.

Maar het Overbekeplein zelf, is eigenlijk wel een bezoekje waard. Je drinkt er iets en dan kun je in de omgeving op zoek gaan naar de sporen van de voortijdig afgeblazen stadsvernieuwingsoperatie Kortrijk Centrum-Oost.

Bordeelstraetken

Het zal je daarbij opvallen dat er nogal in intrigerende namen gebruikt worden voor de straten en pleinen van dit stuk van Kortrijk-centrum. Het zijn allemaal namen die verwijzen naar het feit dat dit stuk centrum ooit ... buiten de stad lag.

De middeleeuwse omwalling bakende de stad af tot de achterkant van de stadskerk, Sint-Maarten, die met haar kerkhof aan de rand van het stadje lag. Achter de omwalling lag een brede maar ondiepe en erg vervuilde gracht, soms beek soms vijver genoemd. In de tuin van de Oude Dekenij zie je nog een diepte, vroeger het vijvertje van de deken, nadien zandbak en uiteindelijk kattebak. Vandaar: Overbekeplein en Nedervijver, de verbinding tussen het Overbekeplein en het Vandaleplein. Maar dat zijn nieuwerwetse namen voor plaatsen geschapen door Centrum-Oost.

Authentieker zijn namen zoals de Grote Kring en de Langebrugstraat. De Grote Kring was een onderdeel van de omwalling en bestond uit een stadspoort en een ringvormige watering daarrond. De Langebrugstraat herinnert aan de lange brug naar die stadspoort.

En als uitsmijter: het straatje tussen de Houtmarkt en de Groeningestraat, waar nu het Partenagebouw staat met de lelijkste arcaden ter wereld, heette in de tijd van de bouw van Groeningeabdij: het Bordeelstraetken. De biechtvader (een Tempelier?) van de Groeningeabdij wist waar hij zijn huis moest bouwen!

Meer foto's op: http://kortrijkonvermoedehoekjes.skynetblogs.be

Commentaren

ARME KLAREN 1° De Arme Klaren (correcte benaming: Zusters Arme Klaren Coletienen) van de Groeningestraat waren in 1978 niet uitgestorven al bleven er toen niet veel meer over. Ze verhuisden dat jaar naar het klooster van de Arme Klaren in Roeselare. Bij mijn weten overleefden er daar een vijftal jaar geleden nog een tweetal uit Kortrijk.

2° "Begijnhofpark" is inderdaad een weinig gelukkige naam. Het park grenst weliswaar bijna aan enkele achtertuinen van begijnhofhuisjes maar heeft noch geografisch noch historisch iets met het begijnhof te maken. "Arme-Klarenpark" ware een veel betere naam.

Gepost door: Luc DEBELS | 05-03-06

HELLEGAT OVERBEKE "Succesvol zijn eveneens de horecazaken op het te rustige pleintje. Op mooie dagen zitten de terrassen vol. "

Marc is zéér optimistisch als hij spreekt over de 'succesvolle' horecazaken in het hellegat van Overbeke. SCHIJN BEDRIEGT.
Het is niet omdat "op mooie dagen" de terrassen een keer vol zitten dat de zaak rendabel is...
Een horecazaak rendabel houden is nog wat anders dan er een trappist drinken.

Méér horecazaken op het plein ?! Maar wie zal daar nog willen investeren ?

De waarheid is dat voorlopig NIEMAND te Kortrijk een oplossing heeft voor Overbeke, misrekening uit de zeventiger jaren.
De bewindvoerders durven er niet over spreken.

Een petanqueplein ?


Gepost door: walter maes | 06-03-06

NEDERVIJVER Nog een opmerking nopens Overbeke:

Op het commercieel stadsplan dat jaarlijks in de brievenbussen komt staat Nedervijver inderdaad vermeld als de verbinding tussen het Jozef Vandaleplein en het Overbekeplein maar dat is verkeerd.

De panden die daar een toegang hebben dragen een huisnummer in de Grijze-Zustersstraat (nummers 1/4 tot 1/7).

De straatnaam "Nedervijver" werd vastgesteld bij gemeenteraadsbesluit van 13 november 1981 (toen ook de naam "Overbekeplein" gegeven werd). Die naam is toen gekozen voor het geplande plein achter het begijnhof, dat verbinding zou vormen met de geplande "seniorie" die voorzien was na verbouwing van het door Marc vernoemde dormitorium. Om redenen, die Marc vermeldt, werden noch die seniorie noch de Nedervijver ooit gerealiseerd.

Gepost door: Luc DEBELS | 06-03-06

Grijze zusters Zeer verhelderende toelichting!

Gepost door: Jefke | 06-03-06

De commentaren zijn gesloten.