02-02-06

De grenzen van de Kortrijkse agglomeratie zijn getrokken

De Vlaamse Regering heeft op 20 januari jl. eindelijk de afbakening van het stedelijk gebied Kortrijk definitief vastgesteld. Daarmee komt een einde aan een lijdensweg die begon in 1998. Het onderscheid stedelijk gebied/buitengebied is belangrijk voor de leefbaarheid van de stad en voor de bescherming van onze resterende open ruimte. De weg is nu vrijgemaakt voor de uitwerking van een Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan. Wat de uitbreiding van de transportzone LAR betreft, heeft de regering het wijselijk geacht om de knoop niet door te hakken. Daarmee volgt de regering het advies van de Vlacoro (Vlaamse Commissie voor Ruimtelijke Ordening).
 

Wat de Vlaamse Regering heeft vastgelegd, heet officieel ‘het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening Stedelijk Gebied Kortrijk’. Met ruimtelijke structuurplannen (RUP) geeft de overheid uitvoering aan wat voor heel Vlaanderen in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen is beslist. Zo is daarin de keuze gemaakt om de stedelijke gebieden te versterken en de open ruimte zoveel mogelijk te behouden. De Kortrijkse agglomeratie wordt door de Vlaamse overheid beschouwd als een ‘regionaalstedelijk gebied’.

 

De grenzen van dat gebied zijn nu getrokken. In één moeite heeft de Vlaamse Regering in dat RUP ook 28 stedelijke projecten van wonen, werken, open ruimte en verkeer goedgekeurd. Voor de rest van het afgebakende gebied blijft het Gewestplan Kortrijk (1977) gelden. Het Gewestplan blijft van kracht tot een lokale regeling daar verandering in brengt. Het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan Kortrijk is zo een lokale regeling. Diverse instanties zijn er al een tijd mee bezig, maar pas nu – na de afbakening van het stedelijk gebied – kan het afgewerkt worden.

 

Het afgebakende gebied omvat niet het hele Kortrijkse grondgebied. In het noorden eindigt het stedelijk gebied aan de Ring en aan het industriepark Heule-Kuurne. Een groot deel van landelijk Heule is buitengebied. In het zuiden is de grens van de verstedelijking een kronkelige lijn waarbinnen ’t Hoge, de luxeverkaveling Ten Houtte en de nieuwe stedelijke begraafplaats wel vallen en de Marionettenberg bijvoorbeeld niet. In elk geval liggen de zuidelijke deelgemeenten Aalbeke, Bellegem, Rollegem en Kooigem volledig in het buitengebied. Ook delen van Wevelgem, Menen, Harelbeke, Kuurne, Zwevegem en Deerlijk liggen in het stedelijk gebied.

 

In dat stedelijk gebied wordt van alles mogelijk gemaakt. Zo komen er voor 78,5 hectare extra regionale bedrijventerreinen. In Kortrijk gaat het om de uitbreiding van het industriepark Heule-Kuurne, en de vestiging van een wetenschapspark en andere stedelijke activiteiten bij Kapel ter Bede (Koramic-gronden). Zowel het shoppinggebied aan de Ring in Heule en Kuurne als het koopcentrum Pottelberg mogen een beetje uitbreiden.

 

De deur wordt geopend voor de realisatie op korte termijn van bijna 8.000 nieuwe woningen. In Kortrijk gaat het om het aanzienlijke gebied in Heule en Bissegem rond de N328 (Haantjeshoek) en een uitbreiding van het woongebied Langemunte in het zuiden van de stad (Langwater). Dat laatste gebied is niet omstreden; het is de resterende open wig tussen Kortrijk en Zwevegem en het gaat niet om woonuitbreidings- maar om onversneden landbouwgebied.

 

LAR-Zuid

 

Regionale instanties wilden samen met de afbakening van het stedelijk gebied ook een uitbreiding goedgekeurd krijgen van het transportcentrum LAR (Lauwe-Aalbeke-Rekkem) in het landschappelijk waardevol landbouwgebied aan de overkant van de E17. Daartegen is massaal protest gekomen.

 

Zo begreep men niet goed dat de stad in 1999 nog een vergunning gaf voor het bebossen van een perceel dat men thans wou inpalmen voor een transportcentrum. Het gebied werd in het GNOP (gemeentelijk natuurontwikkelingsplan) nog beschreven als waardevol voor de natuur wegens de aanwezigheid van talrijke kleine landschapselementen en twee meanderende beken (Rekkembeek en Bourbonbeek). Er is een vijver gegraven als biotoop voor een kolonie kamsalamanders die men heeft moeten redden bij de aanleg van een bedrijventerrein.

 

De Vlaamse Commissie voor Ruimtelijke Ordening (Vlacoro), een officieel adviesorgaan, steunde het protest. In haar advies stelt de Vlacoro vast dat er een ‘grote maatschappelijke tegenstand’ is tegen de aansnijding van LAR-Zuid, gezien de vele ingediende bezwaren. “Vlacoro is voorstander van inspraak en overleg met de bevolking. Dit kan bevorderend werken voor de maatschappelijke consensusvorming. […] de Vlaamse regering dient voldoende oog te hebben voor de maatschappelijke tegenstand.” schrijft de Vlacoro letterlijk.

 

Als actievoerder heb je soms de indruk tegen de bierkaai te vechten, maar hier wordt bewezen dat protest toch wel iets kan uithalen. De Vlacoro noemt de keuze voor LAR-Zuid niet voldoende gemotiveerd. De Vlaamse regering is min of meer gezwicht voor die tegenstand. Zij vraagt een nieuw onderzoek naar de definitieve locatie voor de uitbreiding van de LAR. Er is een alternatief in Wevelgem.

 

Zie ook http://www.envirodesk.com/site/news.asp?module=NEWS&l...

 

http://www2.vlaanderen.be/ned/sites/ruimtelijk/Nrup/00001/00005_00001

De commentaren zijn gesloten.