04-01-06

De visitatie van Kortrijk

Kortrijk heeft op relatief korte tijd een grote achterstand ingehaald. Er is veel aan het veranderen. Er heerst een aanstekelijk enthousiasme onder de bestuurders en de ambtenaren. Maar het is de vraag of er niet te veel hooi op de vork wordt genomen. Dat alles staat te lezen in het rapport van de visitatiecommissie die Kortrijk bezocht om te zien hoe de stad omspringt met de toegeschoven middelen uit het Stedenfonds. De titel van het rapport is: “Kortrijk en het Stedenfonds. Tussen ‘drive’ en ‘overdrive’”. De Engelse woorden verzachten de ondertitel. In het rapport zelf staat onomwonden dat het stadsbestuur in Kortrijk ‘gedreven’ te werk gaat, maar dat men moet oppassen om niet te ‘overdrijven’.

 

Visitatie

 

Een visitatie, wat is dat? Het woord komt uit het evangelie van Lucas. Het is een plechtig woord voor het bezoek van Maria aan haar oudere nicht Elisabeth. Ze waren beiden zwanger. Maria van Jezus en Elisabeth van Johannes de Doper. Bij de begroeting zegt Elisabeth tegen Maria: “Gezegend zij de vrucht van uw schoot”. Die zeer christelijke anekdote wordt Maria’s Visitatie genoemd (afbeelding: een schilderij van Jacopo Pontormo, 1528). In dezelfde sfeer wordt het jaarlijkse bezoek van kerkelijke bestuurders aan de parochies ook de visitatie genoemd.

 

En daarvan is dan in Nederland het woord geleend om een naam te geven aan bijzondere inspectiebezoeken aan scholen. Het gaat om het bezoek van een commissie samengesteld uit directeurs van andere scholen (of rectoren van andere universiteiten), versterkt met enkele deskundige ambtenaren. De bedoeling is dat collega’s elkaars instituten beoordelen en van elkaar leren. Dat wordt ervaren als een meer volwassen en positiever manier van controle dan een ambtelijke inspectie. Niettemin houdt de minister van Onderwijs rekening met het rapport van de visitatiecommissie bij de verdeling van de subsidies.

 

Bij de Vlaamse overheid is de methode van de visitatie nieuw. Het blijkt de goede aanpak te zijn om de effecten van het Stedenfonds op de steden te evalueren. Ook hier gaat het om een collegiaal bezoek (stadsbestuurders en –ambtenaren), niet alleen afgestemd op beoordeling maar tevens op wederzijds leren en adviseren. De visitatiecommissie die op 8 juni 2005 in Kortrijk neerstreek, bestond uit: Herman Reynders, burgemeester van Hasselt (sp.a), Monica De Coninck, voorzitter OCMW Antwerpen (sp.a), voorzitter Pieter Tops, hoogleraar bestuurskunde Universiteit Tilburg, Joris Demoor, ambtenaar dienst Stedenbeleid Gent, Stefan Nieuwinckel, coördinator wijkontwikkeling Antwerpen, Linda Boudry, projectleider Stedenbeleid Vlaamse Gemeenschap, en Stefaan Tubex, Hogeschool Gent, secretaris.

 

Stedenfonds

 

‘Stedenfonds’ klinkt indrukwekkender dan ‘Gemeentefonds’, maar in realiteit is het Stedenfonds slechts het veel kleinere en jongere broertje van het Gemeentefonds uit 1860. Het Stedenfonds is een verre uitloper van het in 1989 gestarte Vlaamse armoedebeleid, dat naderhand uitgroeide tot een specifiek beleid voor de centrumsteden, de plaatsen waar armoede en achterstelling geconcentreerd zijn.

 

In 1989 kreeg de Vlaamse regering een financiële meevaller, de zogenaamde ‘Sint- Katharina-bonus’ (het is wel een heel katholiek stukje vandaag…). Vlaanderen kreeg een compensatie omdat de Belgische regering de hoge schulden van enkele Waalse steden overgenomen had. De Vlaamse regering besliste dat geld in twee fondsen te stoppen, de fondsen Lenssens (cd&v) en Vandenbossche (sr., sp.a), ter financiering van projecten om de armoede te bestrijden. Daaruit groeide het Vlaams Fonds voor de Integratie van Kansarmen (VFIK, van toenmalig Vlaams minister Leona Detiège, sp.a), en nog later het Sociaal Impulsfonds (SIF, van toenmalig Vlaams minister Leo Peeters, sp.a). Bij iedere nieuwe stap werden de middelen meer toegespitst op de 13 centrumsteden en werd meer en meer afgestapt van de financiering van concrete projecten. Ten slotte is het Stedenfonds opgericht, dat aan de centrumsteden een meer continue financiering bezorgt en dat aan de steden meer vrijheid geeft om die middelen aan te wenden. De klemtoon is in die evolutie verschoven van welzijnsbeleid naar stedenbeleid.

 

Kortrijk is voor de ganse periode 2003-2007 een niet te versmaden bedrag beloofd van 10.023.635 euro. Voor 2006 komt er 2.366.754 en voor 2007 2.183.434 euro.

 

Bevindingen van de visitatiecommissie

 

Ik ga hier geen samenvatting geven van het rapport, maar wat commentaar op de zaken die mij hebben getroffen.

 

Vooreerst straalt het rapport een zekere bewondering uit. Ambities zijn onmisbaar voor een stad en Kortrijk heeft voelbaar ambities, aldus het rapport. De commissie geeft blijk van enige historische zin als zij vaststelt dat er op korte tijd een grote achterstand is ingehaald. Wij hadden het als socialistische fractie indertijd dan toch bij het rechte eind als wij vanuit de oppositie vaststelden dat Kortrijk ter plaatse trappelde. Gelukkig krijgt de meerderheid die het nu voor het zeggen heeft, en waartoe de sp.a behoort, betere punten.

 

“Geactiveerd door een gedreven politiek leiderschap zijn de rollen en verhoudingen volop in beweging, zowel binnen het stadsbestuur als tussen het stadsbestuur en zijn omgeving. Er is een sterke drive om de dingen anders en beter te gaan doen” concludeert de visitatiecommissie, die tegelijk waarschuwt voor ‘overdrive’. Het rapport vraagt daarom: “Is er voldoende overzicht en inzicht in wat er allemaal in beweging is gezet? Is er wel voldoende aandacht voor goede uitvoering en opvolging? Is er voldoende capaciteit aanwezig om dit allemaal tot een goed einde te brengen?”. Vragen die de nodige aandacht vergen.

 

Ik denk dat de burgemeester van Hasselt bij wijlen zijn ogen niet geloofde toen hij zag welke wijkwerking nieuwe stijl de stad heeft uitgestippeld voor de buurt van de Sint-Denijsestraat. “De visitatiecommissie is behoorlijk onder de indruk van de kwaliteit en de inventiviteit van dit project”, aldus het project. Zoals men weet, investeert de stad aanzienlijke financiële middelen in die buurt (nu we toch in gezegende sferen verkeren: de parochie Sint-Elisabeth). Niet alleen worden op grootschalige wijze straten, pleinen en voetpaden heraangelegd, nieuwe ontmoetingsplaatsen gecreëerd (gronden Vandendriessche), maar is er ook een bekwame projectmanager aangesteld (Davy Callewaert) die de bewoners nauw betrekt bij alle beslissingen. “De selectie van de projectmanager is een schot in de roos geweest; zijn enthousiasme en verbindend vermogen zetten heel wat dingen in gang”, zegt de commissie. Kan een ambtenaar zich een betere evaluatie voorstellen?

 

Maar commissie maakt hierbij toch enkele kanttekeningen (die ik onderschrijf). Vooreerst vraagt zij zich af of de stad voldoende bij machte is om een dergelijk loodzwaar project ook voor andere wijken uit te werken. In de oorspronkelijke beleidsovereenkomst tussen Kortrijk en de Vlaamse Gemeenschap was sprake van twee wijken die in de periode 2003-2007 zouden worden aangepakt. De stad heeft inmiddels ingezien dat de afwerking van het experiment Sint-Denijsestraat al genoeg van haar krachten vergt. De commissie maakt zich overigens wat zorgen om de ‘behoorlijke achterstand in de realisering’ van de grotere investeringen. Als de realisaties te lang uitblijven, kan dat funest zijn voor de geestdrift van de betrokken buurtbewoners en voor de geloofwaardigheid van de stad en de projectleider.

 

Intussen zijn in andere delen van de stad, in de aandachtswijken Langemunte, Venning, Overleie en Veemarkt, al enkele jaren buurt- en opbouwwerkers actief die niet kunnen rekenen op die massieve ambtelijke ruggesteun en stedelijke investeringen zoals het project Sint-Denijsestraat. Over de vraag waarom precies de Sint-Elisabethswijk is ‘uitverkoren’ voor een experiment met doorgedreven stadsvernieuwingsinspanningen, gaat de commissie niet in. De visitatoren stellen terloops wel vast dat het gaat om een wijk zonder al te veel overlastproblemen en met een gemengde bevolkingssamenstelling (wat een pro is, want in de andere aandachtswijken is er een overpopulatie van kansarmen).

 

De commissie vreest dat in de andere aandachtswijken de expertise van de buurt- en opbouwwerkers wat onbenut wordt gelaten: “Er dreigt een gevoel te ontstaan van ‘zie eens wat daar allemaal mogelijk is: waarom geldt dat niet voor ons? Waarom blijven wij tegen tekortschietende capaciteit en gebrekkige afstemming van diensten oplopen? Jalousie de métier”.

 

Ik kan die indruk bevestigen. Meer dan 10 jaar geleden zijn in de wat verkommerde wijken rond de Vaart (Venning-Sint-Jan) zich een aantal buren gaan samenzetten om meer aandacht te vragen van het stadsbestuur (comité Vaart). De stad maakte een buurtwerker vrij; wat dankbaar werd aangenomen en die heel wat goed werk verzet. Maar al te vaak kregen actieve bewoners en de elkaar opvolgende buurtwerkers de indruk dat er in het stadhuis niet genoeg naar hen geluisterd werd. Hoewel de betrokken buurten snakken naar investeringen en anderzijds ook wel de nodige potenties hebben om op te leven, zijn de reële inspanningen slechts een fractie van wat de buurt Sint-Denijsestraat heeft gekregen. Hier is een generatie actieve burgers versleten.

 

Ten slotte schaar ik mij ook achter een andere waarschuwing van de visitatiecommissie. Zij stelt vast dat de stad echt inspanningen doet om de participatie van burgers in de hand te werken. Maar dat mag niet uitlopen op ‘pampering van burgers’, zegt de commissie, die eraan toevoegt: “Afhankelijkheidsrelaties – of dat nu uitgaat van burgers of van het bestuur – dienen te worden vermeden”. Burgerparticipatie dient gericht te zijn op het scheppen van de omstandigheden waarin actief burgerschap – burgers als zelfbewuste tegenhangers en bondgenoten van het stadsbestuur - kan groeien. Ik ben er mij van bewust dat dit geen eenvoudige opdracht is.

 

Bij bepaalde gesprekspartners stelde de visitatiecommissie vast dat men meer duidelijkheid wilde over wat de stad zich nu wel dan niet moet aantrekken. Sommigen vroegen een ‘kerntakendebat’. De visitatoren vinden dat niet direct een goed idee, omdat ‘een dergelijk debat vaak een beperkende financiële invalshoek heeft’ en meestal intern gevoerd wordt. Zij opteren voor een openlijk stadsdebat. Het liefst zou de visitatiecommissie dat debat georganiseerd zien in volle verkiezingstijd, want “het gaat per slot van rekening om een pure politieke discussie en dan kunnen de partijen laten zien waarvoor ze staan”. Wel, dat is nu eens een goed voorstel. Zeker de sp.a is niet bang om daarvan een van de items van de stembusslag te maken.

 

Bespreking van het visitatierapport: op de gemeenteraad van 9 januari 2006.

 

Zie ook: http://www.thuisindestad.be/html/visitatie/kortrijk.htm



Commentaren

visite Schoon.
De schoonste leugen uit de geschiedenis van de mensheid.
We blijven ermee leven.

Gepost door: Frans Lavaert | 04-01-06

Gezegend zij... Het zinnetje is gesampled in het Weesgegroet.

Gepost door: marc | 04-01-06

zwanger Nu al zwanger van gedachten.
EN NOG BEGERIG.

Gepost door: frans lavaert | 04-01-06

Katharina-bonus En zeggen dat ik in datzelfde jaar als ongehuwde moeder het leven gaf aan mijn "Eva-Katharina"!De kerk zal er in elk gevalniet zo gelukkig mee zijn geweest want ik kon geen onbevlekte ontvangenis als excuus geven...

Gepost door: katrien | 04-01-06

De commentaren zijn gesloten.