03-01-06

Leiedal recycleert bedrijventerreinen

Tegenwoordig wordt zowat alles gerecycleerd. Nu ook zelfs ruimte! De intercommunale Leiedal onderzoekt hoe oude bedrijfslocaties in het Kortrijkse een nieuwe bestemming kunnen krijgen. Op die manier kan meer open ruimte in onze sterk verstedelijkte streek worden behouden. Wat ook kan helpen, is de kwaliteit van de bestaande bedrijventerreinen te verbeteren. Ook dat wil Leiedal nastreven.

 

De intercommunale Leiedal, die zich thans ‘de dienstverlenende vereniging van de twaalf steden en gemeenten van het arrondissement Kortrijk’ noemt, heeft sinds haar oprichting in 1960 al zowat 900 hectare industriegrond ontwikkeld. Na jaren geworstel met het Gewestplan Kortrijk heeft de intercommunale uitzicht op de realisatie van nog eens 333 hectare tegen 2020 (foto Leiedal zone Beneluxlaan). Algemeen directeur ir. Karel Debaere heeft uitgerekend dat daarmee 1 veertigste van het arrondissement bestemd is voor de bedrijven. Hij noemt dat ‘relatief gezien weinig’. Maar hij beseft ook wel dat ruimte per definitie begrensd is en dat het behoud van open ruimte belangrijk is voor de leefbaarheid van de streek.

 

Het zou een beetje moeilijk liggen voor Leiedal om nieuwe gronden aan te snijden voor bedrijven, als de publieke opinie geconfronteerd worden met veel leegstaande fabrieken. Beter laat dan nooit is de intercommunale tot het besef gekomen dat het de moeite loont verlaten bedrijfslocaties te hergebruiken.

 

Vaart

 

Een economisch knekelveld vind je in Kortrijk aan de vaart Kortrijk-Bossuit. Dat was een van de vroegste industriële buurten van stad en streek. Veel van die verouderde fabrieken staan er nu leeg of worden onderbenut. Leiedal heeft daar een proefproject opgezet, waarvoor de intercommunale trouwens een subsidie van 192.823 euro ontvangt van de Vlaamse regering voor studie- en coördinatiekosten. Ik sta er persoonlijk volkomen achter dat dit gebied met al zijn leegstaande of afgebroken fabrieken wordt aangepakt. Het bewonerscomité Vaart dat in de buurt actief is (was), heeft die industriële leegstand altijd aangewezen als een van de hoofdoorzaken van de verloedering van de omgeving van de vaart.

 

In Kortrijk zelf zijn in het project betrokken: de Vetex (niet in de Pieter De Conincklaan maar in de Ruitersweg aan de Vaart), Kerkhof-Grijspeerdt (de gebouwen van de vroegere detailhandelsketen Centra, thans ingenomen door onder meer Flanders Indoor Carting en Autoglas West), de gebouwen van de gewezen Kortrijkse Textielmaatschappij/Kortrijkse Textielspinnerij (waarin ondermeer het sociale bedrijvencentrum Kanaal 127 een vestiging heeft), en zelfs Stoops Fabriek (een monumentale gewezen spinnerij waarvoor een loftsbouwer plannen klaar heeft). Het verwondert mij een beetje dat het allemaal sites zijn die momenteel in gebruik zijn of waarvoor al concrete plannen bestaan, vooral omdat echt leegstaande fabrieken of gronden, bijvoorbeeld de gewezen meubelfabrieken van Deceuninck in de Stasegemsesteenweg, niet in het lijstje voorkomen. Maar laat ons afwachten.

 

Voor genoemde plekken heeft Leiedal een conceptstudie en een plan van aanpak uitgewerkt. In oktober organiseerde de intercommunale een ‘urban design workshop’ onder leiding van KUL-professor dr. Bruno De Meulder. Jonge ontwerpers van internationale origine bestudeerden ‘de stedelijke kaaien’ in hun bredere context. Leiedal koestert het vaste voornemen om enkele sites uit het proefproject zelf uit te voeren of de uitvoering ervan te coördineren.

 

Duurzaamheid

 

Elders in het Kortrijkse wil Leiedal het oude bedrijventerrein Heule-Kuurne ‘verduurzamen’. Dat kadert in  een project waarvoor eveneens Europese subsidies zijn toegezegd, nu uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. Er komt een soort algemeen management voor de bedrijvenzone. Ook is het de bedoeling concrete ingrepen te doen in de infrastructuur op het terrein om meer kwaliteit en duurzaamheid te bekomen.

 

Het ‘parkmanagement’ moet de samenwerking tussen de gevestigde bedrijven stimuleren. Zo kan het voor iedereen voordelig zijn om samen elektriciteit en gas aan te kopen, om een collectieve bewaking uit te werken, om samen te zoeken naar afzetmogelijkheden van afvalstoffen, om het watergebruik te rationaliseren, enzovoort.

 


De commentaren zijn gesloten.