14-11-05

Kortrijk geeft 500 frank per knotwilg

Knotwilgen verdienen zeker de titel van ‘klein waardevol landschapselement’. Kortrijk subsidieert hun behoud. Die subsidie wordt fors opgetrokken.

 

Typisch voor het Zuid-West-Vlaamse landschap zijn de rijen knotwilgen tussen velden en weiden. De wilgen worden aangeplant om de bodem wat droger te houden. De bomen leverden vroeger ‘geriefhout’ aan de boeren die ze knotten. Regelmatige knotting brengt op de duur knoestige bomen voort met holten waarvan bepaalde dieren dankbaar gebruik maken.

 

Die typische bomen dreigden uit ons landschap te verdwijnen toen ze hun economische functie verloren. Met het knothout kan de hedendaagse landbouw niet veel meer beginnen. Om natuur- en landschapsverschraling tegen te gaan, is in Kortrijk in 1997 een subsidie ingevoerd. Die subsidie maakt deel uit van een ruimer reglement waarin ook toelagen ter beschikking worden gesteld voor de aankoop van uitgekiende plantpaketten (o.m. hoogstammige fruitbomen!), de aanleg en het onderhoud van veepoelen en kleine landschapselementen zoals hagen en houtkanten.

 

Actie 57 van het Milieubeleidsplan 2002-2006 van schepen Philippe De Coene belooft die subsidie te promoten. In het kader van die actie wordt de subsidie voor het knotten van wilgen thans fors opgetrokken. Schepen De Coene: “Onderhoud van natuurelementen zoals knotwilgen draagt bij aan de leefbaarheid van ons platteland, dat steeds meer onder druk komt te staan van de verstedelijking. We houden daarmee ons mooie landschap in stand. Dat is goed voor de stedelingen, die zich in het landschap kunnen ontspannen, zeg maar wandelen, fietsen, natuur en landbouw ontdekken. En het is ook goed voor de ontwikkeling van het platteland. Naast de landbouw kunnen ook toerisme en zachte recreatie zorgen voor enige economische bedrijvigheid.”

 

Tot nu bedroeg de premie 7,5 euro. Als de gemeenteraad het voorstel goedkeurt, wordt het 12,5 euro, met minimaal 5 bomen per aanvraag, om de vijf jaar aan te vragen. Dat is zowat hetgeen elders in de streek wordt betaald. Harelbeke betaalt iets minder: 12,39 euro per boom. Zwevegem betaalt het meest, 20 euro, maar alleen in agrarisch en landschappelijk waardevol gebied. Anzegem betaalt 15 euro maar slechts om de zeven jaar.

 

500 frank per knotwilg levert de landbouwers dan toch al een niet te versmaden inkomen op in de stille perioden.




De commentaren zijn gesloten.