11-11-05

De Groote Oorlog in Kortrijk

De Groote Oorlog, waarvan wij vandaag het einde herdenken, is in Kortrijk niet onopgemerkt voorbijgegaan.
 
Kortrijk lag wel niet aan het IJzerfront met zijn totaal verwoeste gewesten, maar speelde een niet onbelangrijke rol als ziekenhuisstad en rustplaats voor de troepen. Ook lag stad op een knooppunt van wegen en spoorwegen in het 'Etappengebied' van het IVde Duitse leger.
 
De bezetting duurde vier jaar min twee dagen (18 oktober 1914 - 16 oktober 1918). De onzinnige slachtpartij kostte het leven aan 562 Kortrijkzanen: 211 gesneuvelde soldaten, 254 burgers (dus meer civiele slachtoffers dan militaire!), 91 dwangarbeiders (weggevoerden om slavenarbeid te gaan verrichten in Sédan bijvoorbeeld) en 6 gefusilleerde verzetslieden.
 
Wie leest over de tragedie van de eerste wereldoorlog kan enkel pacifist worden. Om het absurde van de oorlog te illustreren heb ik enkele anekdoten opgezocht.
 
Lopersmaandag

De oorlog begon in Kortrijk als een cowboyfilm. Op 22 augustus 1914 maakt de bevolking voor het eerst kennis met de oprukkende Duitse legers. Hier en daar duiken Duitse kurassiers op, ruiters met wapperende mantel, geweer op de rug en een lans van 3 meter. Het zijn verkenners die vanuit Geraardsbergen opereren en ook sabotages moeten uitvoeren. Zij worden uiteengejaagd door Franse troepen. Op hun vlucht worden zij door de bevolking, die de gebeurtenissen aanschouwt als een wielerkoers, uitgelachen. Zo wordt een gewonde Duitse ruiter in Deerlijk gevolgd door een peloton spottende fietsers.
 
De stemming slaat compleet om op 'lopersmaandag', 24 augustus 1914. Vluchtelingen uit Doornik, dat toen al was veroverd door de Duitse invaller, komen Kortrijk binnen gelopen en roepen op om te vluchten "omdat de Duitsers alle weerbare mannen uitroeien". De paniek slaat over en bijna alle mannen slaan op de vlucht. Er zijn verhalen bekend van Kortrijkzanen die in een trek naar Tiegembos liepen om zich te verstoppen. De dag nadien keerde iedereen terug maar de schrik zat er goed in.
 
Op zondag 18 oktober 1914 begint de bezetting officieel met een parade van de Duitse veroveraars van Kortrijk op de Grote Markt. Gegijzeld door de invallers is burgemeester Auguste Reynaert verplicht op het perron van het stadhuis te troepen te groeten naast bevelhebber majoor von Lützow. Eindeloze rijen soldaten en wapens trekken door de stad, tussen een enorme massa nieuwsgierigen die op afstand wordt gehouden door de Kortrijkse politie in gala-uniform. Een operette-oorlog schijnbaar, maar niemand besefte toen dat er in het slijk van het IJzerfront niet te ontsnappen viel aan de wreedheid en de ontmenselijking.
 
Kussentjes

Voor de Kortrijkzanen kwamen er vier jaar aan van ontberingen, honger, opeisingen van alles wat dienstig kon zijn voor het leger van de bezetter, beschietingen en wegvoeringen van werkbare mannen. Zo moesten de vele brouwerijen die Kortrijk telde hun brouwketels inleveren. Alleen Vander Ghinste (nu Bockor) moest dat niet doen omdat in de brouwketels ook de uniformen van de Duitse soldaten werden gewassen (!).
 
Veel bewoners moesten zich de inkwartiering van Duitse soldaten laten welgevallen. Een overblijfsel van die bezetting zijn de huisnummers. De mensen werden voor het eerst verplicht hun huizen te nummeren opdat de Duitse logés hun verblijfsplaats gemakkelijker zouden terugvinden. Een verblijfsplaats voor de generaals was het herenhuis van Karel Vandevenne, Doorniksewijk 66. 
 
Karel Vandevenne was eigenaar van de Kortrijkse Bloemmolens in de Kapucijnenstraat. Zijn monumentale woning bestaat nog. Tot voor enige jaren huisde er de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening. Thans is het advocatenbureau Monard & D'Hulst er gevestigd (zie foto). Er wordt gezegd dat zelfs de Duitse keizer Wilhelm II er ooit de nacht doorbracht. Maar dat kan niet bevestigd worden omdat de verblijfsplaats van de keizer altijd met zeer veel geheimzinnigheid werd omringd. Zo constateerden de Kortrijkzanen op een herfstnacht in 1916 dat alle gaslantaarns brandden in de straten. Bleek 's anderendaags dat de keizer met zijn gevolg was gepasseerd.

De Duitse bezetter gedroeg zich overigens als lichtgeraakte overheerser. Op de verjaardag van de keizer moesten de klokken van Sint-Maarten worden geluid. Op 27 januari 1918 liep het mis (of was het bedoeld?): het was de doodsklok die werd geluid. De klokkenluiders vlogen voor drie dagen in de gevangenis. Ook in de gevangenis vloog een man die het slachtoffer werd van zijn eigen naïviteit, zeven dagen. Toen de Duitse krijgskansen aan het keren waren, gooiden Engelse vliegtuigjes, om de Duitse soldaten te ontmoedigen, kussentjes uit over de Grote Markt. In de vulling van die kussentjes waren stukjes koper verwerkt. De boodschap die er op stond was: "Gelieve onmiddellijk in de Kommandantur af te geven". Er was toch wel een man die dat deed, zeker!
 
Deze anekdoten komen alle uit het opmerkelijk gedocumenteerde standaardwerk Kortrijk 14-18, een stad tijdens de eerste wereldoorlog van dr. Egied Van Hoonacker (1994).

Commentaren

Beste Marc,
Zijn er nog van dergelijke weetjes en anekdotes?
Ik ben een roman aan het schrijven over mijn familie tijdens de Kortrijkse bezetting. Vooral het dagelijkse leven en de Duitse regelgeving interesseren me.
Is het boek van dhr Van Hoonacker nog te verkrijgen? Te lezen? Te ontlenen?
Hartelijk dank,
Luc Vandromme

Gepost door: luc vandromme | 08-11-13

Beste Marc,
In de De Iseghemnaar 20 januari 1923 http://www.tenmandere.be/kranten/De%20Iseghemnaar/1923/1923-01-20.pdf vind ik
"Dienst der Militaire Grafsteden

Burgerlijke Stand der overleden Militairen

Parmentier Arthur-Gerard, korporaal 2 Linieregiment, geboren te Kortrijk den 13 April 1897, wonende te Kortrijk, vermoedelijk
overleden te Kathelijne-Waver (Sint-Katelijne-Waver) Nieuwendyck, den 29 September 1914"

Kent iemand de ouders van deze jonge Korporaal 2 Linieregiment?

Gepost door: Fr. Heymans | 12-02-14

Beste Marc,
In de De Iseghemnaar 20 januari 1923 http://www.tenmandere.be/kranten/De%20Iseghemnaar/1923/1923-01-20.pdf vind ik "Dienst der Militaire Grafsteden Burgerlijke Stand der overleden Militairen Parmentier Arthur-Gerard, korporaal 2 Linieregiment, geboren te Kortrijk den 13 April 1897, wonende te Kortrijk, vermoedelijk overleden te Kathelijne-Waver (Sint-Katelijne-Waver) Nieuwendyck, den 29 September 1914"Kent iemand de ouders van deze jonge Korporaal 2 Linieregiment?

Gepost door: Fr. Heymans | 12-02-14

De commentaren zijn gesloten.