08-04-12

Paaszondags Kortrijk (ansicht 25)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Docquir 5.JPG

In mijnen tijd vertelden ze aan de kindjes - om ze braaf te houden - dat de paaseieren werden uitgestrooid bij het krieken van de Paasdag door de klokken na hun terugkeer uit Rome. Die klokken waren halverwege de mis op Witte Donderdag naar Rome gevlogen om die eieren van bij de paus te gaan ophalen. En waarempel op Goede Vrijdag en Stille Zaterdag was noch op de toren van Sint-Maarten, noch op die van Onze-Lieve-Vrouwe of van Sint-Elooi of Sint-Rochus en zelfs niet van Sint-Eutropius of Sint-Audomarus enig gebeier te horen! Dat was het katholieke sprookje.

In de protestantse gebieden (Duitsland, Nederland) was het de paashaas die de eieren kwam leggen. Thans zijn al die vertellingskes overal te horen. Nog een geluk dat Coca-Cola het chocoladeneierengesnoep niet heeft aan de haak geslagen.

Docquir 3.JPG

In Kortrijk is het traditie dat de winkeliers hun paasbeste beentje voorzetten om op Witte Donderdag uit te pakken met zo mooi mogelijke etalages. Ik heb er eentje uitgekozen. Wie de andere wil zien - zeer de moeite waard! - moet maar zelf gaan kijken. 

Bij Gyselinckdesign, Wijngaardstraat 26-28, is er overigens tot eind mei een opmerkelijke tentoonstelling: 'Kortrijkse commerçanten'. Winkeliers worden er met familie en al in beeld gebracht in hun etalage. Het is een project van de Kortrijkse zelfstandige fotografe Sabine Deknudt (Jan Palfijnstraat 8). 

Bij bloemist Vincent Docquir in de Leiestraat zijn de klokken op zijn gevel geland. Ze trekken niet alleen kleurrijk de aandacht naar zijn boetiek maar naar heel de straat, een van de hoofdstraten van de stad.

Docquir 2.JPG

Vincent Docquir startte in maart 2007 een zaak van 'florale vormgeving' in de Leiestraat 38 in Kortrijk. Hij maakt boeketten en bloemstukken volgens de wensen van zijn klanten voor begrafenissen, huwelijken en andere bijzondere gelegenheden. Het zijn telkens originele creaties. Zijn werk is te zien op zijn website.

Docquir 4.JPG

01-04-12

Zondags Kortrijk (ansicht 24)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

kasteelbrug A1.JPG

Vandaag brengt het zondagse plaatje ons tot op de Acropolis. Maar beide voetjes op de grond - of is het in het Leieslib? - : het gaat over dat onnozele brugje genaamd 'Kasteelbrug'. Het was de eerste compensatie voor stad Kortrijk voor de vreselijke Leiewerken. Het is ontworpen - maar niet het meest geslaagde project - van een wereldberoemd stedenbouwkundige. Het ligt in de weg voor de ontwikkeling van de jachthaven die Kortrijk al zo lang begeert. En dat kasteel, waar slaat dat op?

Het stadsbestuur maakte een paar weken geleden bekend dat Waterwegen & Zeekanaal, het Vlaamse overheidsagentschap voor de waterwegen, toch nog altijd van plan was om de Kasteelbrug, over de Oude Leie tussen de Kasteelkaai en de Reepkaai, te verhogen. Daarmee zou ook die Leiearm, in het hartje van de stad, weer bevaarbaar worden, althans voor plezierboten. Momenteel verspert die brug de stroomafwaartse toegang tot de jachthaven die de stad graag zou ontwikkelen om en rond de Broeltorens. Ook de stroomopwaartse toegang tot de Oude Leie is moeilijk want de nieuwe Kalkovenbrug (Damkaai) over de samenvloeiing van oude en nieuwe Leie is, hoewel wat hoger, eveneens veel te laag voor jachten en toervaartboten van enige omvang.

kasteelbrug 4.JPG

De Kasteelbrug is de eerste compensatie van hogerhand geweest voor de Leieverbredingswerken die de doortocht van van de rivier door Kortrijk onvermijdelijk ooit moesten teisteren. Het was nog kortstondig burgemeester Jozef De Jaegere, die in 1983 - bijna 30 jaar geleden! - Kortrijk de bittere pil liet slikken onder twee voorwaarden. De stad moest vooreerst beter uit de grootschalige werken in zijn volle centrum komen. En bovendien mochten de werken niet al te lang aanslepen. Ik hoor het hem nog zeggen: "Het zou een drama zijn voor het leven in ons stadscentrum als die werken ons tien jaar of langer zouden gijzelen". Welnu, het ziet er niet naar uit dat het laatste grote deelproject, de bouw van een nieuwe Budabrug, een ophaalbrug, zal voltooid worden voor 2014.

Om er voor Kortrijk het beste van te maken liet het Kortrijkse stadsbestuur zich begeleiden door een 'deskundig' team. De Jaegere deed daarvoor een beroep op zijn vriend, de wereldberoemde professor Raymond M. Lemaire, van de Université de Louvain-la-Neuve. Dat was meteen heel hoog gegrepen, want de hoogleraar Kunstgeschiedenis (hoewel hij jurist was van vorming) was eerder betrokken bij de restauratie van wereldwonderen zoals de Acropolis in Athene, de tempels van  Borobodur in Indonesië en de Kasba van Algiers!

Het contract werd afgesloten tegen een prijsje van een dikke 3 miljoen frank (78.111 euro, gemeenteraad 13 april 1984). Veel begeleiding heeft de vedette aan zijn Kortrijkse cliënt niet kunnen verstrekken. Na jaren getalm is het dossier pas in 1996 op gang gekomen onder socialistisch minister van Openbare Werken Eddy Baldewijns. Lemaire, ondertussen baron geworden, was toen al 75 jaar (hij overleed trouwens het jaar nadien). Zijn begeleidingswerk werd grotendeels overgenomen door de logische instantie voor die job: de intercommunale Leiedal.

kasteelbrug 5.JPG

Maar het folietje van Jozef De Jaegere, de schoonvader van Stefaan De Clerck, heeft toch 1 spoor nagelaten in het stadsweefsel: de Kasteelbrug. De oorspronkelijk door de Vlaamse diensten ontworpen extra oeververbinding over de oude Leiearm voldeed niet in de ogen van de restaurator van de Acropolis. Hij vond het ontwerp vooral niet mooi en niet monumentaal genoeg. Hij liet dan maar zijn studenten een nieuw plan tekenen en het is naar dat plan (hieronder een schets uit 1992) dat het bruggetje is uitgevoerd.

 

kasteelbrug schets 1992.JPG

Het is een geval geworden waarbij op geen ton arduin is gekeken - zelfs het beton ziet eruit als rotssteen. Het moest een licht kunstwerk worden maar het is een logge constructie geworden. En die logheid is bovendien nep. De brupijlers zijn aangekleed met arduinen platen maar die reiken niet tot in het rivierwater op momenten dat de Leie laag staat. In Kortrijk zeggen ze van iemand die een pantalon aan heeft met te korte pijpen dat het heeft gebrand in zijn kleerkast. Waaraan de onderkant van een brugje allemaal niet doet denken!

Zelfs voor dat brugje heeft Kortrijk nog veel geduld moeten hebben. De bouw is pas op 2 november 1994 kunnen starten, door aannemer Jan De Nul, Aalst (19.378.700 frank of zowat 480.000 euro). 

kasteelbrug 2.JPG

Het ergste van die Kasteelbrug uit 1994 is dat zij de stroomafwaartse toegang van schepen tot de oude Leiearm simpelweg barrikadeert. Na verloop van tijd heeft men die toegang ook verboden met een verkeersteken 'verbod door te varen' (twee rode liggende balken met een witte ertussen) op de reling van de brug. Alsof enige bootbestuurder dat zou aandurven. Aan de stroomopwaartse kant van de brug is er nu een gezellige drukte van plezierbootjes, die moeten drummen voor een plaatsje. Aan de stadskant van de brug ligt een lege steiger, waaraan een half ondergelopen verroeste reddingssloep nog niet weet dat aan het zinken is. Waar is de tijd dat het Mosselschip aan de Dolfijnkaai lag? Het zou er nu niet meer naartoe kunnen varen.

kasteelbrug 3.JPG

De aankondiging dat de Kasteelbrug binnen afzienbare tijd (binnen 10 jaar?) zal worden opgehoogd is daarom goed nieuws. Maar die belofte komt er niet voor het eerst. In 2006 vatte het toenmalige stadsbestuur, CVP-SP, het plan op om de boorden van de oude Leie grondig te verbouwen. Het succesvolle Gentse project Portus Ganda achterna. Zo zouden ondermeer de Broelkaai en de Verzetskaai gradinsgewijs verlaagd worden tot bijna op rivierniveau. Zo zou een aantrekkelijk en groot amfitheater worden gevormd, met de Broeltorens als monumentaal decor, waarop volop terrassen aan de waterkant kunnen gedijen, met zicht op aanmerende bootjes. Toen al, in 2006, pakte men uit met het plan de miskleun van de Kasteelbrug te verhogen. Maar de nieuwe coalitie, CD&V-OpenVLD, stelde het project Leieboorden sine die uit.

Maar waar verwijst de naam Kasteelbrug (en Kasteelkaai) naartoe? Daar is in de verste geen kasteel te bespeuren. Dat was ooit anders. Precies ter hoogte van de Kasteelbrug stond tussen 1394 en 1684 het zogenaamde Bourgondische Kasteel. Het werd gebouwd door de Bourgondische hertog Filips de Stoute, die ook graaf van Vlaanderen was. Hij trok het op als versterking tegen enigerlei bedreiging door zijn grote rivaal, de Franse koning. Maar het was ook wel bedoeld om de roerige stad die Kortrijk was in bedwang te houden.

Bourgondisch_kasteel1.jpg

Het kasteel werd in 1684 opgeblazen door de Franse koning Louis XIV. In de Frans-Spaanse Oorlog had hij weliswaar Kortrijk veroverd maar door de Vrede van Regensburg moest hij de stad weer afstaan aan de Habsburgers die toen de lage landen in hun bezit hadden. En voor hij Kortrijk ontruimde, moest hij eerst nog de versterkingen met kasteel en al ontmantelen. De ruïnes zijn er blijven liggen tot het stadsbestuur in 1781 besloot er een kaai te bouwen, de Kasteelkaai dus. 

kasteelbrug 6.JPG


25-03-12

Zondags Kortrijk (ansicht 23)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

frituur1.JPG

Ze verdwijnen een voor een uit het straatbeeld: de vrijstaande frietkoten. Eind 2012 zou zelfs de legendarische frituur op de Grote Kring - 105 jaar oud! - eraan moeten geloven. Ze zou in de weg staan voor bepaalde stadsvernieuwingsplannen. Die frietkoten op de openbare weg vallen onder het stedelijke reglement voor ambulante en kermisactiviteiten. Meer bepaald wordt hun activiteit beschouwd als 'kermisgastronomie'. Een van de bepalingen van het reglement is dat de frietbakkers jaarlijks een standgeld moeten betalen. Overigens lijkt achter dat reglement de bijbedoeling dat culinair erfgoed zoveel mogelijk te beperken.

Maar het frietkot dat vandaag mijn aandacht trekt, is een speciaal geval, De Smullhoek in de Oude Ieperseweg in Heule. Het staat zo vrij als het kot van Nero's boezemvriend Jan Spier (in de Fraterstraat in Merelbeke bij Gent). Toch ontsnapt De Smulhoek aan voormeld reglement want het staat op de eigen grond van de uitbater. Wat niet wil zeggen dat zijn frieten het predicaat 'gastronomie' niet verdienen. In elk geval is het er druk, met vaste klanten uit de buurt en veel scholieren uit scholen in de omgeving. Met die vaste cliëntèle kan de baas het zich zelfs permitteren de zaterdag heel de dag te sluiten. En aangezien de Oude Ieperseweg dagelijks veel - te veel - verkeer verwerkt, stoppen er ook heel wat passanten. De zaak is dan ook uitgerust met een ruime, private parking.

frituur2.JPG

De naam van het patatkraam is een beetje speciaal: 'De Smullhoek' met twee l'en. De L van likkebaarden waarschijnlijk.

Wegens gezondheidsredenen staat de zaak al enige tijd te koop. De prijs is een opmerkelijk laag, 99.000 euro, via makelaar Maribrik. Die investering levert je niet alleen een volledig uitgeruste, startklare en drukbeklante frituur op, met inbegrip van handelsfonds en inboedel, maar bovendien 214 m² grond. Het is nog geen bouwgrond, maar dat kan het vlug worden. Het is 'woonuitbreidingsgebied'. Het volstaat dat het stadsbestuur een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) goedkeurt om er bouwgrond van te maken.

Nergens in groot-Kortrijk is er meer verkaveld in de jongste jaren dan in Heule. Vroeg of laat komt ook het binnengebied achter de Kortrijksestraat, de Oude Ieperseweg en de Moorseelsestraat aan bod. Naast het terrein van de frituur ligt trouwens een discreet, onverhard maar openbaar weggetje naar enkele oude woningen aan de afgeschafte overweg Leiaarde (achterkant KTA Heule).

frituur3.JPG

De Smulhoek is op zichzelf erfgoed. Vrijstaande frietkoten behoren tot onze eigenheid! Maar wie kan denken dat het kraam bijna rug aan rug staat tegen een op de lijst van waardevol erfgoed opgenomen pand? Samen met de twee werkmanshuizen vormt De Smulhoek echt een hoek, de hoek van de Oude Ieperseweg en de Kortrijksestraat. Het echte hoekhuis, Oude Ieperseweg nr. 1, trok de aandacht van de deskundigen van het Vlaamse agentschap Onroerend Erfgoed, die steeds op zoek zijn naar gebouwen die het conserveren waard zijn. Het wordt omschreven als: "Arbeidershuisje van ca. 1900 met verankerde bakstenen lijstgevel. Aflijnende overhoekse muizentandfries. Muurkapel".

OI1.JPG

18-03-12

Zondags Kortrijk (ansicht 22)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Bouvekerke.JPG

Moeilijk om thuis te blijven vandaag. Er is de Woningwandeling. Maar er is ook de Dag van de Zorg waaraan in Kortrijk een dozijn initiatieven deelnemen (tot 17 uur):

de Hond in het Kegelspel 8500 Kortrijk
De Korf vzw 8500 Kortrijk
Den Achtkanter 8500 Kortrijk
het Andere Geschenk 8500 Kortrijk
Rode Kruis Bloeddonorcentrum 8500 Kortrijk
Sint Vincentius vzw 8500 Kortrijk
Solidariteit voor het Gezin 8500 Kortrijk
Wit Gele Kruis West-Vlaanderen 8500 Kortrijk
Zorggroep H.Hart 8500 Kortrijk
'de branding' 8501 Heule
De Kindervriend 8510 Rollegem

De Dag van de Zorg wordt dit jaar voor het eerst georganiseerd.Meer dan 200 zorg- en welzijnsorganisaties verwelkomen u over heel het Vlaamse Gewest op hun opendeurdag: ziekenhuizen, ouderenzorg, gehandicaptenvoorzieningen, thuiszorg en thuisverpleegkunde, psychiatrische ziekenhuizen, centra algemeen welzijn enzovoort. Eigenlijk is dat wel een teken van hoge beschaving, al die initiatieven voor zorg en welzijn. Nu maar hopen dat de opeenvolgende besparingsrondes die beschaving niet ondergraven. 

Achtkanter1.JPG

Ik bezocht Den Achtkanter, gevestigd in de historische hoeve Goed te Bouvekerke, Sint-Denijseweg 71 in Kortrijk. Den Achtkanter verricht bewonderenwaardig werk voor en met volwassenen met verstandelijke beperkingen en volwassenen met een niet-aangeboren hersenletsel. De gewezen boerderij zit stampvol ateliers en verblijfsruimten waarin beide doelgroepen - ieder volgens zijn of haar persoonlijke interesses en noden - aangename dagen kunnen doorbrengen. De al dan niet therapeutische activiteiten zijn erop gericht met een persoonlijke aanpak elkeens mogelijkheden te ontplooien.

Den Achtkanter wordt professioneel gerund. Toch zijn vrijwilligers meer dan welkom.

Bouvekerke4.JPG

Goed te Bo(u)vekerke

Goed te Bouvekerke is onder de Kortrijkse hoeven er een waarvan men tot het verst in de geschiedenis het wedervaren heeft kunnen terugvinden. Het is dan ook een beetje raar dat ze niet is opgenomen op de officiële lijst van waardevol bouwkundig erfgoed. Heel vroeg, in de jaren 1300 en ervoor was de hoeveuitbating een soort van betaling in natura van de 'broodmeester' (panetier) van de graaf van Vlaanderen in hoogsteigen persoon. De oudste benaming is Goed te Bovekerke.

Het 'broodmeesterschap' was een erfelijke functie aan het hof van de graaf van Vlaanderen. De panetier was verantwoordelijk voor al wat betrekking had op het kopen van koren en bakken van brood voor het uitgebreide grafelijke hof. Dat evolueerde tot een meer boekhoudkundige en inkopersfunctie.

Ter vergoeding van dat hoge ambt kreeg de broodmeester de opbrengsten van Goed te Bovekerke (met bijna 35 ha landbouwgrond) en nog wat andere lucratieve rechten. Zo mocht hij ook rechtertje spelen op het domein dat hij in leen had, boeten opleggen en voor zichzelf houden, tol heffen, vondsten opeisen enzovoort. De bezitter van het goed werd dan ook de heer van Bovekerke genoemd. In 1365 was dat Lodewijk van der Woestine. Nadien kwam de functie en het goed in handen van de kapitein van het kasteel van Kortrijk, Lotin de Coninglant en zijn echtgenote Maria de Clary(s). In 1470 was Jacob de Gilleschamps, residerend in Amiens, de heer van Bovekerke.

In 1502 splitste de Bourgondische hertog Filips de Schone, ook graaf van Vlaanderen, Goed te Bouvekerke af van het pan(n)etierschap. Panetier werd Olivier Roose. Paschier van den Bogaerde werd heer van de landbouwuitbating. Soms duiken ook religieuze ambtenbekleders op als bezitter van Goed te Bouvekerke. Zo was dat halverwege de jaren 1500 Jan Mosschroen, kanunnik in Ronse. Rond 1700 inden de Kortrijkse Jezuieten de opbrengsten van het goed.

1882.JPG

Na de Franse Revolutie geraakte Goed te Bouvekerke in handen van de Kortrijkse textielpatriciërs van de clans Goethals en Vercruysse die zich uiteindelijk door huwelijk verenigden. De eerste Belgische burgemeester van Kortrijk was trouwens een Goethals, Antoine. Ook de (de) Bethunes zijn verwant. De familie Goethals renoveerde de hoevegebouwen grondig in 1882, te zien op een jaarsteen. In de jaren 1950 erfde Boudewijn Goethals het goed van Thérèse Goethals, de kasteelvrouw van 't Hoge in Kortrijk. In de jaren 60 heeft Stad Kortrijk hoeve en gronden opgekocht, onder meer voor de bouw van de Kulak en voor stadsverkavelingen door de stedelijke Grondregie. De laatste exploitante was Lea Samyn, tot 1967.

Bouvekerke5.JPG

Van die verkavelingsgronden is er nog altijd eentje niet gerealiseerd: de enkele hectaren tussen de Ambassadeur Baertlaan, het crematorium, de Sint-Denijseweg en ... Den Achtkanter. Het stadsontwikkelingsbedrijf SOK is momenteel die verkaveling aan het realiseren, na onnoemelijk veel hindernissen te hebben overwonnen.

Bouvekerke6.JPG

Van de gebouwen van 1882 zijn woonhuis, schuur en stallingen, wagenberg, berging en zelfs het hondenkot, verplaatst naar het erf, bewaard gebleven. De oude gebouwen zijn geschikt gemaakt en uitgebreid voor de werking van het dagcentrum. De gedempte vroegere gracht is weer uitgegraven en rondomrond is er een uitgestrekte (moes- en sier-) tuin met ecologisch verantwoorde aanleg.

Bouvekerke3.JPG

Is er nog iets dat herinnert aan de grafelijke broodmeester? Neen. Maar op Goed te Bouvekerke werd, zoals in bijna alle boerderijen, toch brood gebakken voor eigen gebruik. Dat gebeurde in het 'ovenbuur'. Bij de verbouwing van 1882 werd een nieuw overbuur gebouwd links van het woonhuis, onder hetzelfde dak met de berging, maar los van het woonhuis en de schuren wegens het brandgevaar. Na de Tweede Wereldoorlog werd met dat bakken gestopt. Waar het overbuur was, kun je nog zien aan de schouw op het dak, aan de aparte deur en het venster. Achteraan het overbuur, met een zijdeur met luchtgaatjes, is nog het toilet van 1882 te vinden: een plank met een gat erin. Het wordt niet meer gebruikt.

 

ovenbuur.JPG

11-03-12

Zondags Kortrijk (ansicht 21)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

site Callens 1.JPG

Persoonlijk had ik liever een woonwijk gehad achter de Moorseelsestraat en de Vlasbloemstraat. Maar het nieuwe gebouw dat er nu staat, waarin bijna alle technische diensten van de stad zijn bijeengebracht, is wel een van de mooiste realisaties van de stad in de voorbije tien jaar. Een prentje waard!

Ooit werden in de Moorseelsestraat 102, op de grens tussen de Kortrijkse laagstad Overleie en de Heulse wijk Haantjeshoek, ameublementstoffen geweven. Eerst door de firma Weyers (1923), later na overname in 1927 door Callens Textielfabriek NV. Toch eigenaardig dat een dorp zoals Moorsele met een straatnaam is bedacht in Kortrijk. Wel, dat heeft een reden: eeuwen geleden lieten de Kortrijkse vlasverwerkers bijna al hun linnen kleuren in Moorsele! Het is dus al langer een druk bereden weg.

callens4.JPG

Callens wierp tientallen jaren hoge ogen op de internationale textielmarkten, ook door zijn vroeg gebruik van nieuwsoortige garens. De stoffen, waarmee vooral matrassen en zetels werden bekleed, werden ter plekke ontworpen. Maar na de gouden jaren zestig ging het langzaam bergaf, ook al omdat men in de Moorseelsestraat bleef zweren bij de ingeburgerde dessins met ambachtelijke toets (medaillon- en gobelinweefsels). Eind december 2002 werden de boeken ingediend. Daarbij verloren toch nog 33 mensen hun job.

Sindsdien stond het fabriekspand, een site van 1,5 hectare voor twee derden bebouwd, te verkommeren. De fabriek had van die typische zaagtanddaken (sheddak) met belichting uit het noorden (altijd dezelfde lichtsterkte). Erbovenuit torende een hoge fabrieksschouw, een echt 'belfort van de arbeid' - jammer dat men die schouw niet heeft laten staan als aandenken aan de plek waar zoveel mensen in de textielnijverheid hun zweet hebben gelaten. Aan de Moorseelsestraat zelf stond een karaktervol bureaugebouw, met daarin stalen ramen van de even Overleise smederij Halsberghe Gebroeders. Van die typische textielfabriek schiet niet veel meer over. Wel heeft men ter afscheiding van de achtertuinen van de huizenrij in de Moorseelsestraat de fabrieksmuren laten staan, met steunberen en al. Dat geeft dan toch nog een zekere herinnering aan de grote fabriek die er ooit zoveel mensen uit de buurt werk verschafte.

site Callens 2.JPG

De curatoren van Callens organiseerden in 2005 een openbare verkoop van de fabriek. Na puik prospectiewerk van het Stadsontwikkelingsbedrijf SOK en een vluchtig onderzoek naar de mogelijkheden door de intercommunale Leiedal deed de stad een bod. De stad won de openbare verkoop en kocht het bedrijfspand tegen 502.200 euro. Hoewel ik diverse keren in de gemeenteraad erop aandrong om op de verworven 1,5 ha bouwgrond een nieuwe woonwijk te laten ontwikkelen, verkoos het stadsbestuur daar zijn technische diensten te centraliseren. Na enig buurtprotest, waarin Axel Weydts, toen nog politiek niet actief maar intussen lokaal sp.a-voorzitter, mee aan de koord trok, werd er toch ook aandacht besteed aan de opwaardering van de wat verkommerde buurt.

Een architectuurwedstrijd (drie deelnemers, elk 8300 euro) leverde het Kortrijkse bureau Architecten en Ingenieurs D'Hondt (Beneluxpark) op als laureaat. In samenwerking met architect Carl Claeys ontwierp het bureau een elegant gebouw in prefabbetonplaten "afgewerkt met verfijnde geïsoleerde sandwichpanelen". D'Hondt hanteert als leuze: "Venustas firmitas utilitas" (schoonheid, stevigheid en bruikbaarheid). Dat is een adagio van Vitruvius (Romeins militair architect, 85-20 voor Christus, schrijver van het klassieke standaardwerk 'De architectura'). In de site Callens zijn die vrome voornemens zichtbaar toegepast.

site Callens 3.JPG

Op het dak van het gebouw staan genoeg zonnepanelen om niet alleen zichzelf van voldoende stroom te voorzien maar ook het nabijgelegen Sportcentrum Wembley. Het regenwater van de uitgestrekte daken wordt gebruikt voor de besproeiing van het openbaar groen in de stad.

Het gebouw heeft zowat 5,5 miljoen euro gekost. De bouw ging van start in februari 2011 en is onlangs voltooid. De hoofdaannemer was Desiré Stadsbader-Flamand. Studiebureau Boydens, Brugge, tekende voor de technieken. De veiligheidscoördinatie was in handen van W&B, Roeselare. Six bvba deed de loodgieterij, Electrolyse bvba de elektrische installatie, Schindler nv de goederenlift en Vandenabeele nv de garage-inrichting.

Tot voor kort sprak men altijd over de 'Site Callens'. Maar het gebouw is in alle stilte herdoopt tot 'Depot 102'. Het pand biedt inderdaad onderdak aan niet minder dan zes eerdere stadsdepots (stapelplaatsen). 102 is het nummer dat Callens Textielfabriek had in de Moorseelsestraat. In Overleie spreken de oudere generaties evenwel nog altijd over 'Te Kaljes' als zij het over die site hebben. Was dat geen mooiere naam geweest? 'Depot 102' is trouwens de naam van een al eerder bestaande internethandel van tuinmeubelen in Izegem. Als daar maar geen proces van komt!

En wat heel raar is, ook in Izegem heeft het stadsbestuur een 'Site Callens' ontwikkeld, de gronden van een gewezen houthandelaar. Daar heeft men wel een op wonen gericht inbreidingsproject gerealiseerd. De woonwijk kreeg de naam 'De nieuwe wereld'.

Depot 102.JPG

04-03-12

Zondags Kortrijk (ansicht 20)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Wit Kasteel3.JPG

Het is niet zeker dat fabrikant Emiel Florin in 1910 een dergelijke bestemming voor ogen had toen hij in de Doorniksesteenweg in Kortrijk de beroemde architect Jan Robert Vanhoenacker zijn witte villa liet bouwen. Maar eigenlijk: hij wou een lusthof, welnu 't Wit Kasteel wòrdt een lusthof (in een letterlijke betekenis van het woord)!

Het Wit Kasteel dook in de voorbije weken geregeld op in de lokale dagbladpagina's. In de doening met toren, Doorniksesteenweg 210 komt een 'parenclub'. Toch wel een eigenaardig samengesteld woord, een combinatie van een werkwoord met een zelfstandig naamwoord, of ben ik mis?

Grote opschudding op 17 februari 2012 toen Barbara Gandolfi, niemand minder dan de actuele vriendin van Jean-Paul Belmondo, Bebel pour ses amis, er een inval deed met een gespierd groepje. Zijzelf heeft, naast uiteenlopende andere drukke bezigheden, een concurrerende club in Ronse. Achter het project in Kortrijk zou haar 'stiefvader' zitten en hij zou niet alleen 200.000 euro schulden bij haar hebben, zij verdenkt hem bovendien van diefstal in Ronse. De raid liep uit op een sisser.

De oudere Kortrijkzanen kennen 't Wit Kasteel van de wat chiquere communie- en trouwfeesten waarbij de traiteursfamilie Darras in de potten roerde en over het protocol waakte. Later passeerde er een pleiade van 'feestarchitecten', zaalverhuurders, fuiforganisatoren, lounge-uitbaters enzovoort, waarbij de naam 't Wit Kasteel soms niet en soms wel werd vervangen door exotischer uithangborden (zoals Villa Alba en Ksanadoe). De parenclub wordt - als 't toch nog lukt - 'Amatus' gedoopt. Vergeten we zeker niet die heugelijke zomerdag in 2008 toen er een lokale afdeling van Lijst Dedecker (LDD) boven de doopvont werd gehouden. Voorzitter - heel kortstondig - werd Eric Flo, ex-VlaamsBelanger, die zich onlangs in de gemeenteraad nog voorstelde met de woorden: "Ik ben een genie!".

Van de oorspronkelijke binneninrichting zal na die onophoudelijke stroom uitbaters met elk hun eigen ideeën wel niet veel meer overschieten. De buitenkant van de monumentale villa is wel nog goed bewaard gebleven. Het pand is terecht opgenomen op de lijst van waardevol bouwkundig erfgoed. De officiële inventaris wordt de villa 'eclectisch' genoemd. Dat is een stijl die gebruik maakt van diverse elementen uit andere, historische stijlen.

In 1910 koos architect Jan Robert Vanhoenacker voor een bakstenen gevel waarbij de overwegend witte vlakken horizontale strepen kregen in grijze stenen. Uit de voorgevel springen twee stukken naar voren - in architectuurjargon noemt men zo een uitsprong een 'risaliet'. Het risaltiet van de voordeur is uitgebouwd tot een vijf verdiepingen hoge toren, als je de met leien bedekte bedaking met lantaarn onder een peerenspits meerekent. Het vensterrisaltiet zit onder een puntgevel met een ronde erker.

Dat Wit Kasteel moet nogal opschudding hebben verwekt onder de Kortrijkse beau monde. Het opvallende project was het startsein voor een hele reeks opdrachten in de Groeningestad tot aan de Eerste Wereldoorlog. In 1909 had Vanhoenacker al het 'hôtel' van graanmarchand Charles Vande Venne-Meeuws, Doorniksewijk 66, ontworpen. Tijdens de bezetting logeerde daar de Duitse legerstaf en er wordt verteld dat de Duitse kaiser er ooit over de drempel schreed. In 1911 tekende Vanhoenacker het spectaculaire Brouwershuis van Omer Vander Ghinste - ja, die van de Bockorbrouwerij in Bellegem, Doorniksewijk 49. In 1912 niets minder dan de Kortrijkse stadsschouwburg! In 1913 de villa van dokter Peel in de Bloemistenstraat (kantoor van de Belastingen), een nieuwe gevel voor café De Middenstand in de Lange Steenstraat en het Van Ackershof op Hoog Mosscher. Enzovoort.

Jan Robert Vanhoenacker is dus zeker een van de bouwmeesters die zijn stempel heeft gedrukt op het uitzicht van Kortrijk. Hij was wat in de vergetelheid geraakt maar Filip Canfijn, directeur van de stadsdienst Stadsplanning en Ontwikkeling heeft er, ter promotie van het wonen in de stad, een zeer interessante brochure over geschreven.

Jan Robert Vanhoenacker (1875-1958) is in Kortrijk geboren. Hij volgde eerst de opleiding houtsnede en schrijnwerkerij (!) aan de Kortrijkse Academie. Nadien (1895-1898) ging hij bouwkunde studeren aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen. Als beginnend architect liep hij stage bij de bekende architect Ernest Dieltiens (de ontwerper van onder meer het Zuiderpershuis in Antwerpen, 1882). Vanhoenacker is in Antwerpen blijven hangen, maar tot aan de Eerste Wereldoorlog wist hij vooral in het Kortrijkse opdrachten op de kop te tikken. Na de oorlog werd hij rijk, in associatie met zijn confraters Jos Smolderen en John Van Beurden, in de grootschalige wederopbouw van de 'verwoeste gewesten' aan de IJzer.

Zijn huzarenstuk blijft evenwel de Antwerpse Boerentoren, de eerste wolkenkrabber van Europa in 1928-1931. Maar dat is uiteraard geen Kortrijks ansicht.

Wit Kasteel4.JPG

26-02-12

Zondags Kortrijk (ansicht 19)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Oud Cortryck1.JPG

De mirakels zijn de wereld nog niet uit!

Na jaren leegstand - en gebakkelei met de Vlaamse erfgoedadministratie - heeft een van de oudste herbergen van Kortrijk uitzicht op restauratie: café Oud Kortrijk in de Wijngaardstraat. Het pand met trapgevel, waarin tientallen duiven een onderkomen hebben gevonden, staat op invallen. Als er nu nog Vlaamse restauratiesubsidies kunnen bekomen worden, kan het tegen 2014 in zijn volle glorie hersteld worden (zie Het Laatste Nieuws van 2 februari jl.).

Het vervallen café is wellicht toch niet het oudste van Kortrijk. Waarschijnlijk is dat café Amsterdam, Overleiestraat 78, ook met trapgevel. Zie mijn eerder stukje over het historische pand en het beluikje erachter. Maar dat telt niet want het is al lang geen café meer en het is in 1923 (al te?) drastisch gerestaureerd. Uit dezelfde periode van Oud Cortryck is café 't Fonteintje op de hoek van de Handboogstraat en de Konventstraat. 1661 zeggen de muurankers op de trapgevel. Het is genoemd naar de bron die in zijn kelder opborrelde. Ook het vroegere café Vagant, Voorstraat 32, eveneens met trapgevel, stamt uit die zeventiende eeuw.

Van Oud Cortryck is niet geweten in welk jaar het precies is gebouwd, ergens in de jaren 1600. op het einde van de jaren 1800 droeg de herberg de naam In den biervoerder. Het bier werd er aan gevoerd door de brouwerij van Pieter Tack, die het ver schopte in de politiek, uit de Handboogstraat. Niet te verwarren met de brouwerij van Auguste Tack op Buda (die van de Tacktoren!). Volgens Egied Van Hoonacker (in zijn standaardwerk Het herbergleven in Kortrijk) werd het café in de jaren 1960 'Oud Cortryck', nadien de Koperen Ketel, The Copper Kettle Inn, 'De ton' en vanaf 1991 opnieuw Oud Cortryck.

Oud Cortryck2.JPG

In 2003 werd het 'diephuis' officieel beschermd als monument. De 'trap' van het opvallend geveltje heeft aan beide kanten zeven treden en een topstuk. De ingangsdeur en het raam op de eerste verdieping zijn segmentbogig overspannen. In de top zit nog een klein steekbogig venstertje. De kelder dateert uit 1800 en heeft troggewelven. Het rechthoekige caféraam is er pas in 1933 gekomen in de plaats van de oorspronkelijke twee 'getoogde' (d.w.z. onder een platte boog) vensters.

Oud Cortryck4.JPG

De huidige eigenaar is een dochterfirma van brouwerij Verhaeghe, Vichte (Vera Pils). Ze kochten het van nazaten van Pieter Tack. Het Kortrijkse stadsbestuur gaf al in maart 2009 een bouwvergunning. Maar omdat het om een beschermd pand gaat, moest architect Alex Demeyere over elk detail gaan onderhandelen met het Vlaamse agentschap Onroerend Erfgoed. Pas onlangs werd een algemeen akkoord bereikt. Zo mag men nu toch opnieuw de twee getoogde vensters aanbrengen in de gevel in plaats van dat ene grote raam.

Oud Cortryck3.JPG Oud Cortryck zal omzeggens herbouwd moeten worden. Het dak moet vernieuwd worden, de muren opnieuw gemetst. Er komt een nieuwe vloer met recuperatiematerialen. De twee oude schouwen worden in ere gehouden. In 2009 dacht men nog de herberg in 2011 te kunnen heropenen. Het zal wellicht 2014 worden, als tenminste de Vlaamse restauratiepremies niet op zich laten wachten.

Wijngaardstraat1.JPG

 Ondertussen wordt aan de overkant van de voetgangersstraat die de Wijngaardstraat is, een ander interessant pand gerenoveerd. Het gaat om een winkel uit het rijtje bekleed met witte en groene geglazuurde tegels. Ik hoop dat die tegelbekleding behouden blijft. Ze is bovendien gesigneerd. Op een bijzondere tegel staat de naam van de producent: "Vve Gustave Piepers Carreaux en Faïence Courtrai".

Wijngaardstraat3.JPG

 


22-01-12

Zondags Kortrijk (ansicht 14)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

designtoilet not.JPG

Oeps, het staat er nog maar pas en ze nemen het al weer mee, dacht ik bij een passage op het heraangelegde Sint-Rochusplein: het designtoilet van 170.000 euro. Maar ik was verkeerd. Op de camion stond slechts een bouwwerfweeceetje (tweedehands te koop tegen minder dan 270 euro, plaatsing niet inbegrepen).

Het meer dan tien jaar geleden al aangekondigde openbare toilet (zie mijn eerder stukje) hebben ze uiteindelijk niet op het Sint-Rochusplein gebouwd maar op het voorplein van de kwestigieuze kerk, Doorniksewijk, pal op de plaats waar eertijds mannen hun blaas konden legen tegen de muur van het klooster.

designtoilet 1.JPG

Snoeck

Het perceeltje (13,45 m²), met zowaar een eigen huisnummer (Doorniksewijk 87), is eigendom van de kerkfabriek van Sint-Rochus. De stad heeft het in 2010 voor vijftig jaar in erfpacht gekregen, tegen de symbolische pacht van 1 euro per jaar. Onder het sanitaire bouwsel zit nog een oude regenwaterput, die niet wordt gebruikt.

Het project kende een wat warrige voorgeschiedenis. Het maakte al deel uit van de studieopdracht die de gemeenteraad in 2006 gunde aan het Studiebureau NV Snoeck en Partners (zowat de externe huisingenieurs van het stadsbestuur). Toen kregen Snoeck & Co de opdracht (tegen de prijs van 89.200 euro) een studie te maken voor een opfrisbeurt van de lelijke parking achter de Sint-Rochuskerk. Ze moesten ook eens kijken naar mogelijke oplossingen voor de pissijn en de elektriciteitscabine vooraan de kerk. Niettemin vond het stadsbestuur het in 2009 nodig Snoeck & Partners daarvoor een extra opdracht toe te schuiven (9500 euro plus 1500 euro voor de veiligheidscoördinatie), in de vorm van een 'uitbreiding van de basisopdracht'.

Snoeck heeft zich daarbij niet laten opjagen. Pas een jaar en negen maanden later kon een aannemer aan het werk worden gezet voor de bouw het openbare toilet met inbegrip van een elektriciteitscabine. De 'algemene offerteaanvraag' waarmee die aannemer werd gezocht, is eigenlijk mislukt. Normaliter speelt de concurrentie onder verschillende kandidaten en dat garandeert veelal een gunstige prijs. Hier daagde maar één kandidaat op, de firma Verhofsté van Zele. Zijn prijs, 129,145 euro zonder BTW, lag aanzienlijk hoger dan de raming van 110.000 euro die in de gemeenteraad van 14 juni 2010 werd goedgekeurd.

170.000 euro

Ook die 110.000 euro was al een ferm bedrag voor een toilet, maar het stadsbestuur stelde het voor als een prototype dat nadien ook elders in de stad kon worden vermenigvuldigd tegen lagere prijzen. Bovendien waren meerderheid en oppositie het bijna unaniem eens dat de realisatie van dat eerste openbare toilet van de nieuwe generatie al lang genoeg op zich had laten wachten. De beslissing werd goedgekeurd zonder een enkele tegenstem; alleen Vlaams Belang onthield zich. Voor de uiteindelijke prijs, die nog eens 17% boven de raming lag, is evenwel alleen het stadsbestuur verantwoordelijk (beslissing schepencollege van 24 november 2010).

designtoilet 2.JPG

In de pers is sprake van een kostprijs van 170.000 euro. Dat bedrag klopt als men de bouwprijs samentelt met de studiekosten en de BTW. De hoge prijs zou ook een gevolg zijn van het onderbrengen van een elektriciteitscabine onder hetzelfde designdak. Dan is het wel heel jammer dat het stadsbestuur van Gaselwest slechts een eenmalige vergoeding van 5000 euro heeft bedongen voor het innemen van de helft van het gebouwtje.

De hoge kostprijs - voor die 170.000 euro kan men al een sociale woning bekostigen met twee WC's, zei iemand - wordt ook gemotiveerd met het designontwerp van het toilet. Of een glazen doos in zijn eenvoudigste meetkundige vorm een ontwerp is waar schoonheidszoekers van heinde en verre gaan komen naar kijken, is nog maar de vraag. Hoeft een openbaar toilet overigens dienst te doen als monument? En is het geen kwaliteit van goed design dat het met goedkope materialen iets een leuke vorm kan geven?

Malmö

"En te bedenken dat er voor veel minder geld veel betere openbare toiletten te vinden zijn", zegt Klaartje De Landsheere van de organisatie WCOK in Het Nieuwsblad. WCOK vindt het bouwsel ook niet erg mooi noch erg gebruiksvriendelijk (beoordeling). Zelfs de toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers wordt gerelativeerd door de WC-specialisten.

Het sanitaire deel van de doos in veiligheidsglas bestaat uit twee onderscheiden delen. Er is het vrij toegankelijke urinoir voor staande plassers, en er is het zittoilet met tal van accomodaties achter een afsluitbare deur. Het urinoir is gratis, het kamertje is daarentegen slechts toegankelijk voor wie 50 cent betaalt. Ervan uitgaand dat weinig vrouwen de pisbak zonder privacy zullen gebruiken, is dat hier toch weer een geval van discriminatie op grond van geslacht. Ik geef het stadsbestuur weinig winkansen als iemand daarvoor naar het Grondwettelijk Hof zou stappen!

De - toegegeven mooie - inoxvorm van het urinoir gelijkt erg op een pissijn die ik tegenkwam aan de waterkant in Malmö, Zweden. Daar wordt ook aan de staande plassers enige privacy geschonken: de bak hangt in een afsluitbaar hokje (Zweeds design!). Toen ik na mijn beurt het hokje verliet, stapte na mij zonder schroom ... een vrouw binnen. Geen Zweed die ervan opkeek.

designtoilet 3.JPG

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende