17-05-12

Stad Kortrijk lanceert monstercontract ICT

internetkiosk bib.JPG

Het gaat hier om een raamcontract van niet minder dan 25 à 30 miljoen euro bestellingen van informatica-toestellen! Het is voor de derde keer dat Stad Kortrijk een dergelijke oproep tot de sector lanceert. De geselecteerde bedrijven verbinden er zich toe 'op afroep' en tegen vastgelegde prijzen ICT-materiaal en dienstverlening te leveren in de komende vijf jaar. Het pionierswerk dat de stad verrichtte met die vernieuwende aanpak heeft een grote weerklank in de sector en bij de lokale besturen. Daarop inspelend heeft men van het raamcontract een samenaankoop gemaakt. Bij het derde ICT-raamcontract sluiten zich liefst 33 steden en gemeenten, 5 politiezones, 20 OCMW's, 5 intercommunales, 1 ziekenhuis en 7 autonome gemeentebedrijven aan!

Beheersbaar

Een vergelijking met het vorige ICT-raamcontract, afgesloten eind 2007, is veelzeggend. Toen bedroeg het al 11 miljoen euro. Onder de vleugels van de dynamische Kortrijkse ICT-administratie schaarden zich die keer 15 andere lokale instanties. Toen was het de firma Dolmen die de vetste vissen ving, voor alles bijeen zowat 5 miljoen euro.

Bij de bespreking van dat contract in de gemeenteraadscommissie liet ICT-schepen Jean de Bethune zich ontvallen dat het eclatante succes misschien wel es moeilijk beheersbaar zou worden, zeker als in de toekomst zich nog meer partners zouden aandienen. Officieel gaat het nu om 20 à 25 miljoen euro maar volgens de schepen zal het veeleer 25 à 30 miljoen euro zijn. Vergelijk dat met de gebruikelijke jaarlijkse totale investeringen door Stad Kortrijk van niet meer dan 30 miljoen euro (met uitzondering van 2010: 38 miljoen euro maar dat kwam door een kapitaalsverhoging bij Gaselwest). Het is dus ontegensprekelijk de duurste beslissing van jaren ver.

Voor de Kortrijkse administratie vergt het contract intussen een bijna bovenmenselijke inspanning.  Zo moeten er, bovenop alle andere rompslomp, correspondentie en contacten, meer dan 120 intensieve onderhandelingsvergaderingen worden georganiseerd. Daarom vraagt Kortrijk voor het eerst een vergoeding van de deelnemende instanties: van 0,7% van de geplaatste aankopen (inclusief btw). Dat zou de stad 175.000 euro kunnen opbrengen maar de stad zelf, goed voor 4,5 miljoen euro bestellingen, hoeft uiteraard geen vergoeding te betalen. En besturen die geen enkele bestelling plaatsen, hoeven niets te betalen. Bovendien krijgen besturen die zelf een deel van de administratie en het denkwerk op zich nemen, korting.

Stad Kortrijk treedt op als aanbestedende overheid; voor bepaalde loten wordt beroep gedaan op de expertise van de intercommunale Leiedal (zelf partner). De letterlijke tekst van de samenwerkingsovereenkomst vind je op deze pagina.

Opdrachtencentrale

De contractperiode loopt van 2013 tot en met 2017. Het contract is een globale overheidsopdracht, die gezien de hoge raming Europees bekend moet worden gemaakt aan mogelijke leveranciers. Het contract wordt evenwel opgedeeld in 27 loten.

Voorts biedt het contract vooral veel rechten voor de deelnemende openbare besturen en plichten voor de leveranciers die er brood in zien zich te verbinden. De bestellingen gebeuren immers op afroep (met andere woorden: ze liggen niet van meet af aan vast maar hangen af van de totaal vrije beslissing van de deelnemende instanties). De leveranciers moeten voor de meeste producten minstens drie courante merken aanbieden. De winst die ze nemen, moet bekend zijn. Voor de uiteenlopende dienstverlening (technische ondersteuning, verhuisprojecten, ophangen van beamers, installatie camera's enzovoort) liggen de aan te rekenen uurlonen vast. Maar de deelnemende lokale besturen mogen ook nog buiten het contract aankopen en zijn niet gebonden aan afname-minima.

Voor die vorm van samenaankoop onder leiding van Kortrijk gebruikt men de term 'opdrachtencentrale'. Het project wordt geleid door een stuurgroep met vertegenwoordigers van de deelnemende besturen. Dat comité komt zeker om de vier maanden, op uitnodiging van Stad Kortrijk, bijeen. Kortrijk is de woordvoerder van de groep. In het samenwerkingscontract wordt nogal sterk de nadruk gelegd op discretie, maar uiteraard speelt de openbaarheid van bestuur ook nog een rol - het gaat immers om grote bedragen gemeenschapsgelden.

Deelnemende besturen

De deelnemende besturen zijn van alle hoeken van West-Vlaanderen plus de Oost-Vlaamse stad Oudenaarde: Alveringem, Anzegem, Avelgem (gemeente en OCMW), AZ Groeninge, De Panne, Deerlijk, Diksmuide (stad en OCMW), Eurometropool, Fluvia (brandweerzone), Harelbeke (stad en OCMW), Heuvelland, Ieper (stad, OCMW, stedelijke vzw's en de autonome gemeentebedrijven Vauban en SPIE), IMOG, Ingelmunster (gemeente en OCMW), Intercommunale Leiedal, Izegem (stad en OCMW), Koekelare, Koksijde (gemeente en OCMW), Kortemark, Kortrijk (stad, OCMW, Stadsontwikkelingsbedrijf SOK en Parko), Kuurne (gemeente en OCMW), Langemark-Poelkapelle (gemeente en OCMW), Ledegem (gemeente en OCMW), Lo-Reninge, Menen (stad en OCMW), Mesen (gemeente en OCMW), Nieuwpoort, Oudenaarde, Politiezones ARRO (Ieper), Gavers, MIRA, VLAS en RIHO (Roeselare), Poperinge (stad en OCMW), Psillon (crematorium Uitzicht), Roeselare (stad, OCMW, autonoom gemeentebedrijf, en intern verzelfstandigde agenschappen), Veurne (stad en OCMW),Vleteren, Wervik (stad en OCMW), West-Vlaamse Intercommunale (WVI), Wevelgem (gemeente en OCMW), Wingene (gemeente, OCMW en autonoom gemeentebedrijf), Zonnebeke en Zwevegem (gemeente, OCMW en autonoom gemeentebedrijf).

Loten

Het ICT-raamcontract zoekt leveranciers voor 27 loten:
- basishard- en software - raming btw incl. 14.520.000 euro)
- 5 loten assistentie door junior-techniekers (voor verschillende geografische zones) - 471.900 €
- assitentie voor netwerk en beveiliging - 1.936.000 €
- 5 loten knowhowassistentie programmatie - 659.200

- installatie databekabeling binnen en buiten - 2.783.000
- 2 loten ICT-vorming - 302.500
- schermen hoge resolutie binnen - 484.000
- schermen hoge resolutie buiten - 242.000
- schermen lage resolutie (ledwalls enzovoort) buiten - 242.000
- beamers, projectoren en multimediamateriaal - 145.200
- Apple-producten - 217.800
- draadloze dataverbindingen - 726.000
- camerabewakingssystemen - 732.050
- telefoons, gsm's en smartphones - 121.000
- fototoestellen en videocamera's - 84.700
- toners - 84.700
- kopieermachines - 242.000
- hosting- 60.500 €

Het lot camera's zal nog dit jaar worden toegewezen aan een leverancier/installateur. Stad Kortrijk wil daar 100.000 euro aan besteden in samenwerking met de politiezone VLAS. Andere deelnemers willen ook nog dit jaar gsm's en smartphones aankopen en databekabeling bestellen. De meeste loten zullen evenwel volgend jaar worden toegewezen.

Voor inlichtingen kan men terecht bij ir Luk Van Beneden, directeur ICT of projectverantwoordelijke Ann Desauw.

13:25 Gepost in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ict |  Facebook |

22-01-12

Zondags Kortrijk (ansicht 14)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

designtoilet not.JPG

Oeps, het staat er nog maar pas en ze nemen het al weer mee, dacht ik bij een passage op het heraangelegde Sint-Rochusplein: het designtoilet van 170.000 euro. Maar ik was verkeerd. Op de camion stond slechts een bouwwerfweeceetje (tweedehands te koop tegen minder dan 270 euro, plaatsing niet inbegrepen).

Het meer dan tien jaar geleden al aangekondigde openbare toilet (zie mijn eerder stukje) hebben ze uiteindelijk niet op het Sint-Rochusplein gebouwd maar op het voorplein van de kwestigieuze kerk, Doorniksewijk, pal op de plaats waar eertijds mannen hun blaas konden legen tegen de muur van het klooster.

designtoilet 1.JPG

Snoeck

Het perceeltje (13,45 m²), met zowaar een eigen huisnummer (Doorniksewijk 87), is eigendom van de kerkfabriek van Sint-Rochus. De stad heeft het in 2010 voor vijftig jaar in erfpacht gekregen, tegen de symbolische pacht van 1 euro per jaar. Onder het sanitaire bouwsel zit nog een oude regenwaterput, die niet wordt gebruikt.

Het project kende een wat warrige voorgeschiedenis. Het maakte al deel uit van de studieopdracht die de gemeenteraad in 2006 gunde aan het Studiebureau NV Snoeck en Partners (zowat de externe huisingenieurs van het stadsbestuur). Toen kregen Snoeck & Co de opdracht (tegen de prijs van 89.200 euro) een studie te maken voor een opfrisbeurt van de lelijke parking achter de Sint-Rochuskerk. Ze moesten ook eens kijken naar mogelijke oplossingen voor de pissijn en de elektriciteitscabine vooraan de kerk. Niettemin vond het stadsbestuur het in 2009 nodig Snoeck & Partners daarvoor een extra opdracht toe te schuiven (9500 euro plus 1500 euro voor de veiligheidscoördinatie), in de vorm van een 'uitbreiding van de basisopdracht'.

Snoeck heeft zich daarbij niet laten opjagen. Pas een jaar en negen maanden later kon een aannemer aan het werk worden gezet voor de bouw het openbare toilet met inbegrip van een elektriciteitscabine. De 'algemene offerteaanvraag' waarmee die aannemer werd gezocht, is eigenlijk mislukt. Normaliter speelt de concurrentie onder verschillende kandidaten en dat garandeert veelal een gunstige prijs. Hier daagde maar één kandidaat op, de firma Verhofsté van Zele. Zijn prijs, 129,145 euro zonder BTW, lag aanzienlijk hoger dan de raming van 110.000 euro die in de gemeenteraad van 14 juni 2010 werd goedgekeurd.

170.000 euro

Ook die 110.000 euro was al een ferm bedrag voor een toilet, maar het stadsbestuur stelde het voor als een prototype dat nadien ook elders in de stad kon worden vermenigvuldigd tegen lagere prijzen. Bovendien waren meerderheid en oppositie het bijna unaniem eens dat de realisatie van dat eerste openbare toilet van de nieuwe generatie al lang genoeg op zich had laten wachten. De beslissing werd goedgekeurd zonder een enkele tegenstem; alleen Vlaams Belang onthield zich. Voor de uiteindelijke prijs, die nog eens 17% boven de raming lag, is evenwel alleen het stadsbestuur verantwoordelijk (beslissing schepencollege van 24 november 2010).

designtoilet 2.JPG

In de pers is sprake van een kostprijs van 170.000 euro. Dat bedrag klopt als men de bouwprijs samentelt met de studiekosten en de BTW. De hoge prijs zou ook een gevolg zijn van het onderbrengen van een elektriciteitscabine onder hetzelfde designdak. Dan is het wel heel jammer dat het stadsbestuur van Gaselwest slechts een eenmalige vergoeding van 5000 euro heeft bedongen voor het innemen van de helft van het gebouwtje.

De hoge kostprijs - voor die 170.000 euro kan men al een sociale woning bekostigen met twee WC's, zei iemand - wordt ook gemotiveerd met het designontwerp van het toilet. Of een glazen doos in zijn eenvoudigste meetkundige vorm een ontwerp is waar schoonheidszoekers van heinde en verre gaan komen naar kijken, is nog maar de vraag. Hoeft een openbaar toilet overigens dienst te doen als monument? En is het geen kwaliteit van goed design dat het met goedkope materialen iets een leuke vorm kan geven?

Malmö

"En te bedenken dat er voor veel minder geld veel betere openbare toiletten te vinden zijn", zegt Klaartje De Landsheere van de organisatie WCOK in Het Nieuwsblad. WCOK vindt het bouwsel ook niet erg mooi noch erg gebruiksvriendelijk (beoordeling). Zelfs de toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers wordt gerelativeerd door de WC-specialisten.

Het sanitaire deel van de doos in veiligheidsglas bestaat uit twee onderscheiden delen. Er is het vrij toegankelijke urinoir voor staande plassers, en er is het zittoilet met tal van accomodaties achter een afsluitbare deur. Het urinoir is gratis, het kamertje is daarentegen slechts toegankelijk voor wie 50 cent betaalt. Ervan uitgaand dat weinig vrouwen de pisbak zonder privacy zullen gebruiken, is dat hier toch weer een geval van discriminatie op grond van geslacht. Ik geef het stadsbestuur weinig winkansen als iemand daarvoor naar het Grondwettelijk Hof zou stappen!

De - toegegeven mooie - inoxvorm van het urinoir gelijkt erg op een pissijn die ik tegenkwam aan de waterkant in Malmö, Zweden. Daar wordt ook aan de staande plassers enige privacy geschonken: de bak hangt in een afsluitbaar hokje (Zweeds design!). Toen ik na mijn beurt het hokje verliet, stapte na mij zonder schroom ... een vrouw binnen. Geen Zweed die ervan opkeek.

designtoilet 3.JPG

15-01-12

Zondags Kortrijk (ansicht 13)

Elke zondag een bijzonder prentje, een ansicht van Kortrijk.

Bellegem MIG1.JPG

Dit keer een onheilspellend prentje, herinnerend aan die zomerdag van bijna een kwarteeuw geleden, toen de Kortrijkse deelgemeente Bellegem door een ramp in het vizier van de wereldpers kwam. Bijna vergeten en toch weer actueel. Wat trok de aandacht van de hele wereld op 4 juli 1989 op de Doornikserijksweg?

Ravage

Het verhaal is er een uit de nadagen van de koude oorlog. Aan die oorlogsspanning tussen NAVO en Warschaupact kwam een officieel einde op 26 december 1991 met het opheffen van de Sovjetunie. En koud is het intussen ook al bijna niet meer, zelfs niet in de winter. Het is de Vlaamse schrijver Tom Lanoye die de tragische gebeurtenis als onderwerp heeft gekozen voor zijn nieuwe boek 'Heldere hemel'. Binnen enkele weken wordt het massaal verspreid als het Boekenweekgeschenk van 2012. In heel het Nederlandse taalgebied wordt Bellegem nog een begrip.

Op voormelde zomerdag in 1989, de nationale feestdag van de USA godbetert, crashte om 10.45 uur een Russisch gevechtsvliegtuig van het type MIG-23 op een alleenstaand huis, Doornikserijksweg 273 in Bellegem op de grens met Kooigem. In de woning lag de negentienjarige Wim Delaere, student informatica, te slapen. Hij maakte geen kans. Het jachtvliegtuig voerde munitie mee en die ontplofte. Even werd getwijfeld of Wim wel in huis was, maar wat later werd hij verkoold teruggevonden onder de wrakstukken en het puin van het vernielde huis. Tien jaar later schreef Patrick Ghyselen in Het Nieuwsblad (3 juli 1999) dat "de staart boven het huis van het gezin Delaere uitstak; de vlammen waren metershoog met een enorme rookontwikkeling. Buren-getuigen hoorden enkel maar een gierend geluid vooraleer de MIG insloeg".

De volgende foto's tonen de ravage aangericht door de neergestorte 'vijandelijke' straaljager. De foto's zijn te zien op de zeer interessante blog 'Rijkswacht-Gendarmerie-District Kortrijk', een ware goudmijn van historisch (beeld-)materiaal over het federale politiekorps.   

MIG Bellegem 1.jpg

MIG Bellegem 2.jpg

Afwachtend

De MIG-23 (Mikojan-Goerevitsch-23, door de NAVO 'Flogger' genoemd - het was het eerste Russische toestel met verstelbare vleugels) was opgestegen in Polen met als piloot de Rus Nikolaj Skoeridin. Boven Oost-Duitsland (DDR) was hij in technische moeilijkheden geraakt en hij was uit zijn toestel gesprongen in de veronderstelling dat het daar zou neerstorten. Maar de motor schoot weer in gang en de Flogger bleef in de lucht. Grote paniek toen het toestel het IJzeren Gordijn overvloog en het luchtruim van de NAVO binnendrong.

Vanop een Nederlandse basis werden twee Amerikaanse F15's erop af gestuurd om het te onderscheppen. Toen ze constateerden dat er geen piloot meer aan boord was, wist men niet goed meer wat te doen. Neerschieten was niet direct een optie omdat de brokstukken dan over een grote oppervlakte schade zouden veroorzaken. Uiteindelijk werd beslist de MIG zijn brandstof te laten opvliegen. Als het toestel zou dreigen neer te komen in een dichtbevolkte agglomeratie, zou met het alsnog uit de lucht schieten.

Het stevende effectief af op de metropool Rijsel. Daar werden de nodige maatregelen genomen. Eigenaardig genoeg nam men in België veeleer een afwachtende houding aan. De rijkswacht werd pas een kwartier voor de crash verwittigd door het leger. Had men niet beter eerder de bevolking van de streken die risico liepen gewaarschuwd? Wellicht vond de militaire top dat zij redenen hadden om dat niet te doen.

Internationale druk

Procureur Jean-Marie Coppens, toen als substituut inspringend in de gerechtelijke vakantie, haalde bij zijn oppensioenstelling in 2006 nog herinneringen boven aan die raadselachtige gebeurtenis (Het Nieuwsblad, editie Brugge-Oostkust, 28 oktober 2006). Hij moest onmiddellijk een cirkel van verscheidene kilometers laten ontruimen. De vrees bestond dat er kernwapens aan boord van de MIG waren. De procureur trotseerde manmoedig de wereldmachten door eveneens beslag te leggen op het wrak. Noch den Amerikaan noch de Rus mochten erbij zolang er geen financiële regeling was getroffen voor al wie schade had geleden.

"Het parket stond toen onder enorme internationale druk" vertelt hij; het ware pas eigenaardig geweest als dat niet het geval was geweest. Coppens: "Op een vergadering op Buitenlandse Zaken, met aan de ene kant van de lange tafel de Belgische delegatie waartoe ik behoorde en aan de andere kant de Russische generaals met hun grote kepies, kregen wij de formele belofte van een schadevergoeding".

Niet minder dan dertig miljoen Belgische frank (745.000 euro ongeveer, let wel: 23 jaar geleden) haalde Coppens naar Bellegem. De familie van Wim Delaere kreeg haar deel. Maar ook de lokale winkeliers en andere zelfstandigen, die een tijdlang hun zaak hadden moeten sluiten, werden vergoed. Hoge rekeningen werden ingediend door enkele bordelen langs de Doornikserijksweg, maar daar heeft men toch een stuk moeten van afdoen.

Bernagie

Op de historische plek herinnert niets meer aan de ramp. De geruïneerde woning Doornikserijksweg 273 is tot in haar fundamenten gesloopt en vervangen door een moderne woonst. Thans woont daar de broer van Wim met zijn gezin. Of de omgeving gevolgen ondervindt van mogelijke stoffen die zijn vrijgekomen bij de explosie van de munitie van de MIG, is onwaarschijnlijk. Maar toch: in de gracht naast de oude heirweg naar Doornik vond ik gisteren, in het putje van de winter, een uitbundig bloeiend exemplaar van een bernagieplant (komkommerkruid). Normaal sterft de eenjarige bernagie na de zomer volledig af en beginnen de zaadjes pas te ontkiemen in april-mei.

Bellegem MIG2.JPG

Boekenweekgeschenk

De Boekenweek, een organisatie van de Nederlandse Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, loopt van 14 tot 24 maart 2012. In die week krijg je het nieuwe boek 'Heldere Hemel' van Tom Lanoye gratis bij aankoop van een zeker bedrag aan Nederlandstalige lectuur. Bij de voorstelling van het boek zei Lanoye: "Ik kan mij geen blinder noodlot voorstellen: een vliegtuig dat letterlijk als een deus ex machine uit de lucht komt vallen. Rond dat feit heb ik een internationale en familiale geschiedenis geschreven". We zijn benieuwd! Is er wel nog een boekhandel in Bellegem?

13-09-11

Kortrijks stadsbestuur weigert grondig debat over dure gas- en stroomprijzen

Nedervijver kabine.JPG

Na twee chaotische stemrondes liet het Kortrijkse stadbestuur gisteren in de gemeenteraad mijn voorstel tegen de dure gas- en elektriciteitsprijzen voor de Kortrijkse gezinnen afkeuren door de meerderheid. Niet alle meerderheidsraadsleden volgden dat bevel. Mijn voorstel was erop gericht de zware gemeentelijke winstdeelnames in Gaselwest te verminderen. Maar om improvisatie te vermijden vroeg ik het stadsbestuur  door bekwame ambtenaren - onafhankelijk van Gaselwest! - een beredeneerd standpunt te laten uitwerken. Aan dat standpunt kon dan in een volgende gemeenteraad een voldragen debat worden gewijd. En na eventuele bijsturing en goedkeuring kon het dan door onze vertegenwoordigers worden verdedigd in de bestuursorganen van Gaselwest.

In plaats onafhankelijk van Gaselwest een eigen standpunt uit te werken liet het stadsbestuur (CD&V-OpenVLD) schepen Guy Leleu (samen met Carl Decaluwe zetelend in de hoogste bestuursorganen van Gaselwest) een tekst voorlezen die duidelijk was opgesteld door de bollebozen van Gaselwest. Het was een verdedigingspleidooi, waarin nogmaals alle uitvluchten op een rijtje werden gezet. De titel van dat slordige opstel was "Kortrijk wil goedkopere tarieven elektriciteit voor zijn gezinnen". Maar om dat te bereiken willen stadsbestuur en Gaselwest zelf geen verantwoordelijkheden opnemen. De inspanning moet van de hogere overheid komen. Met andere woorden: aan de hoge winstdeelnames van Kortrijk in Gaselwest, een van de oorzaken van de dure energieprijzen voor de Kortrijkse gezinnen, mag niet worden geraakt.

Leleu en Decaluwe verdedigen Gaselwest 

In de gemeenteraad van 12 september 2011 kwam het tot een hoogoplopende discussie over de gas- en elektriciteitsfacturen van de Kortrijkse gezinnen. Ik had namelijk een voorstel van resolutie ingediend om die facturen te verminderen door de grote winstdeelnames van de stad te matigen. Merkwaardig genoeg kwam er geen reactie op mijn inleidende opmerking. Ik wees erop dat Kortrijk op het gebied van stedelijke taksen een dure stad is voor zijn bewoners. De stad heeft een van de hoogste aanvullende personenbelastingen en een hoge onroerende voorheffing. Op de waterfactuur van de gezinnen neemt de stad bovendien het maximum dat een stad mag opleggen. Voor de rest baseerde ik mij op de intussen alomgekende studie van Test-Aankoop over 'energiemarkt en consument'. Het waren die vaststellingen uit een objectief onderzoek die de heren Guy Leleu en Carl Decaluwe (CD&V), allebei vertegenwoordiger van Kortrijk in zowel de raad van bestuur als het directiecomité van Gaselwest, de kast opjoegen.

Beide heren voelden zich verplicht rücksichtslos Gaselwest te verdedigen. Mijn voorstel was evenwel absoluut geen aanval op hen maar een voorstel om eens wat afstand te nemen van Gaselwest en eens op een onafhankelijke manier te onderzoeken of er niet kan worden afgestapt van scheefgegroeide gewoonten. Het zijn de steden en gemeenten die baas moeten zijn over Gaselwest en niet omgekeerd. Maar Leleu en Decaluwe diepten de argumenten op die iedere keer weer worden naar voren gebracht om de dure elektriciteits- en gasfacturen van de gezinnen in onze streek goed te praten. De slimme koppen die Gaselwest en Eandis, de gezamenlijke werkmaatschappij van Gaselwest en de andere gemengde intercommunales, bevolken, beschikken blijkbaar over een argumentarium waar ze steeds mee uitpakken. Het zou mij niet verwonderen als een van die slimme koppen de tekst die schepen Guy Leleu voorlas, had voorgekouwd. 

Ik werk systematisch de weer opgediste argumenten van Gaselwest - uitvluchten - af.

Reële kosten?

Guy Leleu verklaart vooreerst dat de tarieven van Gaselwest zijn gebaseerd 'op de reële kosten' van de distributienetbeheerder. Ik mag hopen dat dit klopt. Maar dat betekent nog niet dat die tarieven enkel en alleen die 'reële kosten' bedragen. Neen, ze houden ook 'een billijke winstmarge in ter vergoeding van het kapitaal geïnvesteerd in het net' (art. 12, §2 van de Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt - 11 mei 1999).

Leleu stelt het voor alsof Gaselwest kreunt onder de kosten voor de bouw en het onderhoud van de leidingen, de ecologische verplichtingen en de sociale dienstverlening. Ik stel alleen maar vast dat ondanks die zogenaamd ondragelijke last Gaselwest nog altijd perfect in staat is om 15% van zijn omzet uit te delen aan zijn aandeelhouders als deelname in de winst. Als een normaal bedrijf dreigt te bezwijken onder de lasten, dan is het eerste wat men doet het verminderen van de verdeelbare winst. Het moet zijn dat Gaselwest niet in die situatie verkeert gezien de hoge winstdeelnames die jaar na jaar worden uitgekeerd. In De Morgen van 13 september 2011 (p. 22) noemt Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom van het Itinera Institute, de elektriciteitsdistributie 'de melkkoe van de gemeenten'.

Verplichtingen

Leleu wijt het hoge aandeel van Gaselwest in de elektriciteitsfactuur van de Kortrijkse gezinnen aan de 'openbaredienstverplichtingen'. Hij somt op: maatregelen voor rationeel energieverbruik, verplichte aankoop van groenestroomcertificaten, gratis elektriciteit, oplaadpunten en levering aan klanten die niet meer terechtkunnen bij een commerciële leverancier. Dat laatste is alleszins een drogreden. Gaselwest levert aan die klanten immers tegen commerciële prijs, met winst - dat is zeker geen 'sociaal tarief'.

Die groenestroomcertificaten betreffen de zonnepanelen. Wat de oplopende kosten voor de vergoedingen inzake zonnepanelen betreft: de ramingen daarvoor zijn volgens een artikel in Knack (7 september 2011) zwaar overschat. Het is nochtans onder meer op die ramingen dat de hoge distributieprijzen zijn berekend. En nogmaals, ondanks die stijgende kosten, blijven de winstdeelnames van de steden en gemeenten en de private partner Electrabel heel hoog.

Processen tegen de CREG

Leleu ontkent voor Gaselwest alle verantwoordelijkheid voor de hoge distributieprijzen. Het zou de CREG (Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas) zijn die de prijzen vastlegt. Ook Gaselwest-voorzitter Luc Dehaene, burgemeester van Ieper, verstopt zich daarachter in zijn voorwoord bij het laatste jaarverslag van Gaselwest. Dat klopt niet! De wet van 11 mei 1999 zegt in artikel 12§1 duidelijk dat het de 'netbeheerder' (in casu Gaselwest dus) is die elk jaar de tarieven voor het gebruik van het net en de ondersteunende diensten opstelt. Die tarieven worden dan ter goedkeuring voorgelegd aan de CREG. De CREG gaat na of die tarieven kloppen met de wettelijke bepalingen.

Gaselwest en de andere gemengde intercommunales hebben jarenlang een massa processen gevoerd tegen de CREG omdat die commissie niet akkoord ging met boekhoudkundige ingrepen die de tarieven opdreven. Dat ging dan bijvoorbeeld over de afschrijving van de elektriciteitscabines over 50 jaar (stelling CREG) of over 30 jaar (stelling Gaselwest en co). De meeste cabines in Kortrijk zijn heel wat ouder dan 50 jaar! Als men de kost van die cabines spreidt over een langere periode, is de kost per jaar uiteraard heel wat minder en zouden de tarieven ook minder zijn. Maar de CREG heeft bij de hoogste rechtbanken (Raad van State, Hof van Cassatie) het onderspit moeten delven. De hoge tarieven kunnen dus alleszins niet toegeschreven worden aan de CREG, wel integendeel!

't Is de schuld van de Vlaamse Ardennen

Die oplopende kosten verklaren nog altijd niet het grote verschil tussen de tarieven van Gaselwest en die van alle andere intercommunales, die goedkoper zijn hoewel ze door dezelfde kostenstijgingen worden getroffen. De verklaring van Gaselwest, verwoord door Leleu, is dat het grondgebied van Gaselwest meer landelijke streken omvat (Westhoek en Vlaamse Ardennen) dan dat van de andere maatschappijen. Dat is een wat al te doorzichtige smoes. Het zal wel enigszins meespelen, hoewel Gaselwestland ook het zeer verstedelijkte gebied van de brede Leievallei omvat. Maar tot in den treure herhaal ik dat de kosten van het meer verspreide werkingsgebied dan vooreerst tot uiting zouden moeten komen in een vermindering van de winstdeelnames en niet in de tarieven.

Afschuiven van verantwoordelijkheid

Nadat hij had proberen te bewijzen dat Gaselwest geen schuld trof voor het hanteren van haar hoge tarieven, pakte Leleu uit met een reeks voorstellen om die tarieven "te bevriezen en zelfs te verlagen". Opvallend was dat zijn voorstellen alle de verantwoordelijkheid van de steden en gemeenten te boven gingen en gericht waren op de hogere overheid (en dus een eventuele verlaging van de tarieven op de lange baan schuiven).

Een simplistisch voorstel

en eerste voorstel bestaat erin de doorgevoerde 'liberalisering' terug te schroeven. Zowel Leleu al Decaluwe noemen die liberalisering 'mislukt'. Voor zover het de bedoeling was de energieprijzen voor de consumenten naar beneden te halen, is die liberalisering inderdaad niet gelukt. Maar zoals het was tot juni 2006 (tijdstip waarop in het Vlaamse Gewest het monopolie van Electrabel is opengebroken) kon het toch ook niet blijven duren.

Thans zijn het de verschillende leveranciers (Electrabel, Nuon, Essent, Lampiris, Ecopower enzovoort) die de leidingen van Gaselwest huren tegen een bepaald tarief. Vroeger was het Gaselwest die, uitsluitend bij zijn partner Electrabel, elektriciteit kocht, uiteraard tegen de hoge prijs die de monopoliehouder kon vragen en die dan doorverkocht aan de gezinnen. Dat was niets anders dan geïnstitutionaliseerde belangenvermenging. Hetzelfde Electrabel was namelijk hoofdaandeelhouder van Gaselwest en andere gemengde intercommunales - nogal vanzelfsprekend dat Gaselwest niet erg aandrong om lagere prijzen te bekomen van zijn hoofdaandeelhouder. Om de steden en gemeenten te paaien, waren die ook nog eens op hun beurt aandeelhouders in Electrabel. De steden en gemeenten hadden er dus alle profijt bij dat hun partner zo veel mogelijk winst maakte en hadden dus geen baat bij bijvoorbeeld energiebesparende maatregelen.

De tarieven voor de gezinnen waren toen inderdaad nog goedkoper omdat de overheid maximumtarieven bepaalde - zoals nu nog altijd in Frankrijk gebeurt. Maar niemand kan aantonen dat die tarieven niet erg zouden gestegen zijn in de jaren sinds 2006. Bovendien was de liberalisering een Europese verplichting. Die verplichting ging weliswaar slechts in vanaf juli 2007 maar het zal niet aan dat ene jaar dat Vlaanderen de beste leerling van de klas wou zijn, gelegen hebben dat de liberalisering is 'mislukt'. De redenen van mislukking zijn vooral tweeërlei. De gezinnen veranderen veel minder vlug van leverancier dan gehoopt, ook al omdat Electrabel bijvoorbeeld fikse boetes hanteert als men overstapt voordat het contract ten einde is. De tweede reden zijn de hoge distributietarieven die Gaselwest en co hanteren, om hun aandeelhouders, steden en gemeenten en private partner Electrabel, verder hoge dividenden te kunnen uitkeren.

Het voorstel om de liberalisering terug te schroeven - van beide heren die dachten mij te moeten beschuldigen van simplisme - is gewoonweg niet ernstig. Het druist in tegen de Europese regels en het zou niet ten goede komen van de gemeenschap en de consumenten.

Solidariteit

ndere voorstellen van Leleu kunnen meer door de beugel. Zo schaart hij zich achter een voorstel dat opgang maakt in het Vlaams Parlement om tussen de verschillende distributiemaatschappijen (Gaselwest en co) een soort solidariteit in te stellen. Zo zou het niet meer kunnen dat in een maatschappij de grotere spreiding van het leidingennet of de grotere aanwezigheid van zonnepanelen doorwegen op de tarieven. Prima voorstel. Meteen verliest Gaselwest zijn belangrijkste uitvlucht om hogere tarieven dan elders te hanteren! Maar het is niet het Kortrijkse stadsbestuur of zijn collega's in de andere Gaselwestgemeenten die die maatregel kan doorvoeren.

Een ander voorstel is een herindeling van de werkingsgebieden van de verschillende intercommunales zodat men meer gelijkaardige gebieden krijgt. Mee eens, maar dan op de manier die Test-Aankoop vraagt: een concentratie van al die intercommunales in enkele grote met voldoende managementscapaciteiten aan boord. Ook die oplossing ligt niet in de macht van de lokale besturen.

Vergelijking met Leuven

Over mijn voorstel - het verminderen van de hoge winstdeelnames van steden en gemeenten en private partner Electrabel - deed Leleu alsof hij het niet begrepen had. Decaluwe kantte er zich openlijk tegen. Decaluwe dacht slim te zijn met de uitval: "Zeg eens aan de burgemeester van Leuven, uw partijgenoot Louis Tobback, dat hij zijn inkomsten uit de energiedistributie moet verminderen. Ge zult wat moeten horen!"

Welnu, stad Leuven is aangesloten bij de gemengde intercommunale Iverlek. Leuven haalde in 2010 per inwoner 36 euro dividend van Iverlek binnen; Kortrijk 55,5 euro per inwoner van Gaselwest. Als men rekening houdt met de aanwezige studenten op kot, die toch ook het grootste deel van het jaar de stad bevolken, is het verschil nog flagranter. Met inbegrip van de inwonende studenten haalde Leuven vorig jaar 26,5 euro per inwoner binnen op de gas- en elektriciteitsfacturen van zijn gezinnen. In Kortrijk was dat meer dan het dubbele: 54,3 euro! Waarmee nogmaals is bewezen dat de winsten die Gaselwest verdeelt op kosten van de gezinnen veel hoger zijn.

Slechte belasting

'Jamaar' zeiden Leleu en Decaluwe: 'het stadsbestuur zal de wegvallende energie-inkomsten toch moeten compenseren met een andere belasting'. Daarop herhaal ik dat die winstdeelnames bij Gaselwest een ronduit slèchte belasting zijn. Eigenlijk zijn die winstdeelnames een stedelijke belasting op het verbruik van gas en elektriciteit. Maar het is wel een laffe belasting; ze wordt geheven zonder dat de Kortrijkse gezinnen er zich van bewust zijn. Het is ook een dure belasting. Tegenover elke euro die deze verborgen belasting in de stadskas brengt, staat bijna een halve euro (0,41 euro) die naar de private partner Electrabel gaat. Een belasting met een inningskost van 41% is een heel dure en inefficiënte belasting!

En tenslotte is het ook een erg onrechtvaardige belasting. Aangezien elk gezin, arm of rijk, zich moet verwarmen, moet koken, wassen enzovoort, gaat het om een belasting op een baisbehoefte. Die belasting is voor de armere gezinnen een veel zwaardere vaste kost dan voor de meer begoede gezinnen.

Veelzeggende stemming

Omdat ik erop stond mijn voorstel van resolutie ter stemming te leggen van de gemeenteraad, probeerde Leleu die stemming te voorkomen door te beloven op het eerstkomende directiecomité van Gaselwest aan te dringen op lagere tarieven. Niets op tegen natuurlijk. Maar het standpunt dat hij heeft verdedigd in de gemeenteraad, toont aan dat hij helemaal niet van plan is aan te dringen op lagere winstdeelnames van de steden en gemeenten (en private partner Electrabel).

Ik heb dus aangedrongen om toch de stemming te houden. Die verliep erg chaotisch omdat men in de meerderheid, CD&V en OpenVLD, eerst niet goed wist welk standpunt in te nemen. Een eerste stemming gaf als uitslag: 13 voor en 2 tegen (van de 41); de meerderheid was niet tot stemmen gekomen. Onreglementair hield voorzitter Lieven Lybeer een tweede stemming: 15 voor en 21 tegen. Van de meerderheid stemden Patrick Jolie en Antoon Sansen, CD&V, mee met mijn voorstel. De verdeeldheid in de meerderheid is veelbetekend. Het voorval bewijst bovendien dat we aan de kwestie wel eens een specifiek en gedocumenteerd debat zouden moeten wijden. Dat was precies mijn voorstel.

23-08-10

Sp.a Kortrijk pleit voor geïntegreerd woonplan

 

Bouwblokrenovatie3.JPG

Jonge gezinnen kunnen moeilijk een betaalbare woning vinden in het centrum van Kortrijk. Dat blijkt uit een onderzoek van sp.a-Kortrijk. Zie vorig stuk. De sp.a pakt daarom zelf uit met acht voorstellen, een 'octopusplan' als het ware, voor het stadsbestuur. Dat stadsbestuur, CD&V-OpenVLD, reageert inmiddels gepikeerd: "We zijn er zelf al mee bezig!". Voortvarend kan men de meerderheid op het stadhuis niet noemen. Zij hebben immers twee derden van hun bestuursperiode achter de rug. Er rest hun nog twee jaartjes. Wat hebben zij in godsnaam de vorige vier jaar uitgevreten?

Woonplan

Vooreerst moet er, volgens de sp.a, op het Kortrijkse stadhuis een geïntegreerd woonplan worden uitgewerkt. Dat moet niet gebeuren door een of ander geïsoleerd studiebureau of ambtenarencenakel, maar alle stedelijke en regionale betrokken instanties moeten ingeschakeld worden. De klemtoon moet liggen op betaalbaar wonen en aantrekkelijk wonen voor jonge gezinnen. Van een dergelijke planmatige aanpak is momenteel geen sprake. Op diverse beleidsniveaus is iedereen met zijn eigen projecten en projectjes bezig, vaak zonder rekening te houden met elkaar en soms zelfs in concurrentie of tegen elkaar. De spanningen tussen - en zelfs intern in - de meerderheidspartijen CD&V en OpenVLD daarover zijn legio. Het getouwtrek om de centen voor huisvesting en stadsontwikkeling is bij iedere begrotingswijziging opvallend.

In een vlugge reactie op de regionale TV-zender WTV verklaarden de Kortrijkse meerderheidspartijen bezig te zijn aan een dergelijk woonbeleidsplan en dat hun plan binnenkort zou afgerond worden. Waarnemend burgemeester Filip Santy: "Betaalbaar wonen is een prioriteit, ook voor de Kortrijkse meerderheidscoalitie van CD&V en Open VLD. De woon- en huurprijzen zijn de voorbije jaren fors gestegen, en daar zal in het geïntegreerd woonplan, dat momenteel wordt opmaakt, zeker aandacht voor zijn". Intussen heeft die bestuursmeerderheid er wel al vier jaar van haar bestuursperiode opzitten. In 2012 zijn er al opnieuw gemeenteraadsverkiezingen. Veel tijd rest de meerderheid niet meer. Ze kunnen moeilijk zeggen dat zij in de voorbije vier jaar een prioriteit hebben gemaakt van het woonbeleid!

Sociale woningen

Uiteraard hebben de Kortrijkse socialisten bijzondere aandacht voor de sociale huisvesting. Zonder voldoende sociale huurwoningen kan er simpelweg geen sprake zijn van betaalbaar wonen in Kortrijk voor een groot deel van de bevolking. Dat blijkt alleen al uit de hoge huurprijzen die worden gehanteerd op de private markt en uit de lange wachtlijsten bij de sociale huisvestingsmaatschappijen. Daarom eist de sp.a dat de stad zich eindelijk eens zou opwerpen als de regisseur van het lokale sociale huisvestingsbeleid. Die opdracht hebben de steden en gemeenten trouwens gekregen in de Vlaamse Wooncode, maar in Kortrijk is daarvan nog niet veel te zien.Philippe De Coene: "Er moet een eenheid van beleid komen tussen de stad, het stadsontwikkelingsbedrijf SOK, de sociale huisvestingsmaatschappijen en het OCMW".

Stadsbestuur en -administratie moeten zelf actief op zoek gaan naar bouwmogelijkhedenvoor de sociale huisvestingsmaatschappijen. Ze moeten de - nog schaarse! - bouwprojecten van die maatschappijen actief begeleiden. Vandaag de dag worden die projecten door de stadsdiensten nog te veel behandeld als doodgewone bouwaanvragen. Dat leidt tot weigeringen van vergunningen en aanzienlijk veel uitstel en vertraging.

De stad zou al veel meer greep krijgen op de sociale huisvesting op haar grondgebied als de verschillende sociale huisvestingsmaatschappijen zouden bijeengebracht worden in één krachtige organisatie. Thans is er een versnippering van visie, middelen en beleid. Er is amper één maatschappij die bestuurd wordt vanuit Kortrijk zelf: Goedkope Woning, beperkt tot het grondgebied van de oude kernstad. De andere maatschappijen hebben hun zetel in buurgemeenten: Eigen Haard is Goud Waard, werkzaam in Aalbeke, Rollegem en Marke, wordt bestuurd vanuit Lauwe (Menen); Eigen Haard, werkzaam in Bellegem, wordt bestuurd vanuit Zwevegem; De Leie, werkzaam in Kooigem, wordt zelfs bestuurd vanuit het verre Wervik; en de Zuid-West-Vlaamse Huisvestingsmaatschappij is een regionale instelling. Daarnaast zijn er nog het sociale verhuurkantoor De Poort en het OCMW zelf die aan sociale huur doen volgens hun eigen inzichten. Zie ook mijn eerder stuk.

Onomwonden eist de sp.a de daadwerkelijke realisatie van 850 extra duurzame sociale huurwoningen tegen 2020. De socialisten wijzen erop dat een ruime beschikbaarheid van betaalbare huurwoningen ook startende gezinnen kan aantrekken. In de jaren dat zij een goedkope huurwoning betrekken, kunnen zij een kapitaaltje bijeensparen waarmee ze later zelf een huis kunnen kopen en al dan niet renoveren. Sociale huurwoningen worden veel te vaak kortzichtig beschouwd als aantrekkingspolen voor probleemgezinnen.

Woonregie

Het stadsontwikkelingsbedrijf SOK moet met meer personeel en meer middelen worden uitgebouwd tot een volwaardige woonregie. Er is een tijd geweest dat Kortrijk een 'grondregie' had, nog opgericht door de legendarische burgemeester Ivo Joris Lambrecht. Zie mijn reportage van enkele jaren geleden. Honderden hectaren grond aan de zuidrand van de stad (Blauwe Poort, Sint-Elisabeth, Morinnegoed, Langemunte enzovoort) werden verkaveld door die regie en tegen uiterst betaalbare prijzen ter beschikking gesteld van jonge gezinnen om er hun droomhuis te bouwen. Sindsdien is het besef gegroeid dat dat stad intussen al genoeg open ruimte heeft ingenomen en dat de inspanningen veeleer in de bestaande bebouwde kom zelf moeten worden geleverd.

Als men nu eens het SOK daarvoor zou inzetten? Als woonregie zou het SOK stelselmatig op zoek kunnen gaan naar interessante bouw- en verbouwmogelijkheden in de binnenstad (de aan de Kortrijkse kern grenzende delen van Bissegem en Heule inbegrepen). Die panden en gronden zouden dan op grote schaal en tegen goedkopere prijzen kunnen ter beschikking worden gesteld van de Kortrijkzanen, met nadruk bijvoorbeeld op de bouw van rijwoningen in plaats van appartementen.

Er loopt momenteel een interessant project: de bouwblokrenovatie in de Pluimstraat. Met actieve steun en begeleiding worden eigenaars en kopers van bescheiden woningen geholpen om hun huis daar te voorzien van hedendaags comfort en woonkwaliteit. Het gaat om een ongezien intense vorm van samenwerking tussen stadsdiensten, SOK, De Poort en OCMW. Maar dat project is veel te bescheiden. Als het daarbij blijft, doet het alleen dienst als een soort van alibi om het gebrek aan een echt doorgedreven woonbeleid in Kortrijk te verstoppen. Het project moet worden veralgemeend over het hele gebied van de oude wijken.

Premies

Voor alle (ver-)bouwlustige gezinnen is de eis van de sp.a om opnieuw een ambitieus premiestelsel voor renovatie en comfort in te voeren in Kortrijk. Enkele jaren geleden was er zo een premiestelsel - uitgewerkt onder impuls van toenmalig eerste schepen Frans Destoop, CD&V (ACW) -, maar de nieuwe meerderheid, waarin de CD&V de sp.a had vervangen door OpenVLD, schafte de premie in 2008 af en verving hem door een ingewikkeld stelsel van premies waarvoor amper de helft van de middelen van Destoops premie werd uitgetrokken. Daarover berichtte Kortrijklinksbekeken toentertijd uitvoerig: 19 december 2007, 20 december 2007, 21 december 2007, 16 februari 2008.

De sp.a eist zonder meer dat er voor die nieuwe algemene verbouwpremie twee miljoen euro per jaar zou worden vrijgemaakt. Dat zou neerkomen op de vernieuwing van een duizendtal woningen met gemiddeld 2000 euro premie elk.

Belastingsvermindering

Bovenop dat woonbeleidsplan vraagt de sp.a ook aandacht voor andere factoren die belangrijk zijn voor jonge gezinnen. Zo moet de publieke ruimte (straten, pleinen en parken) beter worden onderhouden en moet het stadsbestuur de leefbaarheid van de wijken nauwgezet in het oog houden. Dat betekent onder meer dat er weer meer moet worden geïnvesteerd in nieuwe groenzones, in onderhoud en netheid. Ook moet er meer worden ingezet op verkeersleefbaarheid (voetpaden, fietspaden, trager rijden enzovoort).

En ten slotte kan de stad zijn aantrekkingskracht fors verhogen door de stedelijke belastingen te verlagen. Jongeren die uitwijken naar Gent - en er zijn er zoveel dat men van een trend kan spreken - constateren daar met plezier dat de belastingen er veel lager zijn dan in Kortrijk. In Kortrijk zijn zowel de aanvullende personenbelasting, de onroerende voorheffing als stadstaks op de waterfactuur torenhoog. Die drie belangrijkste belastingen treffen vooral de werkende gezinnen. In 2003 beliep dat trio nog 1470 euro per gezin; in 2009 spreken we al van 1760 euro per jaar (je moet vooral liberalen in het bestuur halen als je de belastingen wil verhogen).

Voor dat alles heeft de sp.a berekend dat het aan de stad zowat 5 miljoen euro per jaar zou kosten of 30 miljoen euro tussen 2013 en 2018 (na de volgende gemeenteraadsverkiezingen). Daarin is een forse vermindering van de personenbelasting en de waterfactuur inbegrepen. Dat bedrag is perfect haalbaar want de reële overschotten die jaar na jaar worden geboekt op kosten van de Kortrijkse gezinnen, zijn hoger. Bovendien zijn er terugverdieneffecten. Nieuwe gezinnen, betere woningen en een toenemend aantal inwoners zullen de stad veel extra inkomsten bezorgen. De sp.a durft te rekenen op zowat 10 miljoen euro extra per jaar - met een verminderde fiscale druk!

Op initiatief van sp.a-militant Axel Weydts is er inmiddels een facebookgroep 'Wij willen betaalbaar wonen in Kortrijk' opgericht: link.

05-08-10

De jurisprudentie van de parkeersancties in Kortrijk (8): het stadsbestuur erkent uitzonderlijke omstandigheden en overmacht

 

VT2.JPG

Eens te meer deed het stadsbestuur van Kortrijk als bezwaarinstantie uitspraak over een aantal parkeerbonnen uitgeschreven door het autonoom gemeentebedrijf Parko. Sinds oktober vorig jaar publiceert Kortrijklinksbekeken een commentaar op die uitspraken. Zo kunnen parkeerders zich een idee vormen van de beleidslijnen die het stadsbestuur aanhoudt. Onder meer bij ongemotiveerde afwijkingen van die beleidslijnen heeft men kans in beroep gelijk te halen bij de rechtbank. Algemene regels die uit de nieuwe oogst uitspraken kunnen worden gehaald zijn de volgende. Het stadsbestuur blijkt – voor het eerst! - bereid te zijn om in 'uitzonderlijke omstandigheden' naheffingen kwijt te schelden. Ook bij 'overmacht' toont het stadsbestuur zich inschikkelijk. En Parko blijkt zich te houden aan een ongeschreven regel dat parkeerbonnen kunnen worden geannuleerd voor de dag waarin men opgenomen wordt in een Kortrijks ziekenhuis.

 

Uitzonderlijke omstandigheden

Een automobilist bood zich op 2 maart 2010 aan bij de cardioloog van de kliniek in de Loofstraat. Geen dag te vroeg, zo bleek: de dokter stelde een hartslag vast van 180, liet de man stante pede elektroshocks toedienen en hospitaliseerde hem in de afdeling hartbewaking. Pas op 5 maart liet hij hem gaan. Intussen stond de wagen van de patiënt geparkeerd in de Boerderijstraat. Daar geldt 'betalend dagparkeren': tegen 1 euro kan men er zijn voertuig een dag achterlaten. Parkeerwachters van Parko staken op 4 maart een 'naheffing' van 15 euro onder de ruitenwisser. “Ik kon toch moeilijk in pyama en met een baxter aan mijn arm iedere ochtend een euro komen bijsteken” verklaart de man in zijn bezwaar.

In zijn advies is Parko onvermurwbaar: er is vastgesteld dat er geen geldig parkeerticket lag en dus moet de parkeerbon worden betaald. Wel stelt Parko uitdrukkelijk – en dat is nieuw! - dat men voortaan bereid is de eerste dag van een spoedopname een naheffing te annuleren. Maar in dit geval is sprake van vier dagen waarvan slechts 1 door een geldig ticket was gedekt. De bezwaarschrijver mag zelfs nog van geluk spreken dat hij geen 6 bonnen aangesmeerd heeft gekregen; er mag immers een parkeerboete worden uitgeschreven per halve dag.

Het stadsbestuur volgt zijn parkeerbedrijf niet in zoveel harteloosheid. Het scheldt de naheffing kwijt gezien de 'uitzonderlijke omstandigheden'. Voorwaar een belangrijk precedent.

Overmacht

De bestuurder van een bedrijfswagen viel in panne – startmotor en alternator kapot – op het Stationsplein in Kortrijk,op het moment dat hij naar Parijs moest voor een beurs. Hij plaatste een gevarendriehoek aan de voorruit en nam de trein in plaats van de wagen. Parko schreef twee bonnen uit, waartegen de man protesteert met voorlegging van de sleep- en garagefactuur van die dag. Eigenaardig genoeg maakt Parko aan dit geval niet veel woorden vuil: de factuur bewijst overmacht en dat volstaat om het stadsbestuur te adviseren de bonnen kwijt te schelden.

Het stadsbestuur volgt zonder verpinken het advies op. Ook hieruit kan een belangrijke beleidslijn worden gedistilleerd: bij bewezen overmacht worden parkeerbonnen ingetrokken.

Annulatie wegens ziekenhuisopname

In een tweede geval van ziekenhuisopname bevestigt en preciseert Parko zijn gedragsregel om parkeerbonnen voor de dag van de opname te annuleren: “Parko voorziet in een annulatie op de dag van de opname omdat men er tijdens die omstandigheden niet aan denkt een parkeerticket aan te kopen” - zo staat het letterlijk in een advies aan het stadsbestuur.

Een vader moest zijn zoontje van vijf maanden laten opnemen in het ziekenhuis op de Houtmarkt. Hij kon zijn spruit onmogelijk even alleen laten om geld te gaan bijstoppen. De dag van de opname was 16 december 2009. Parko schreef de wagen op wegens ontbreken van een parkeerticket. Maar zoals gezegd, wordt die bon ingetrokken.

Op 18 december noteerden parkeerwachters evenwel een tweede keer dat de wagen zonder geldig ticket was geparkeerd op de Houmarkt. Er lag wel een ticket, maar slechts eentje van 0,9 euro in plaats van de vereiste 2,5 euro voor de maximale twee uur dat men er mag staan. Bovendien, zegt Parko, kon de man gemakkelijk zijn wagen een hele dag kwijt in de nabijgelegen stedelijke parkeerkelder op de Veemarkt (een hele dag tegen 5 euro). Het stadsbestuur gaat ermee akkoord dat de vader die tweede bon van 15 euro dan toch moet betalen.

Het noteren waard is de opmerking van Parko dat men nu niet meer moet afkomen met de smoes dat men geen kleingeld bij zich had om in de parkeerautomaat te stoppen: “Sinds de invoering van het sms-parkeren kan men nu te allen tijde zijn parkeertijd verlengen of starten”.

Toleranter?

Vorig jaar liet Parko weten voortaan toleranter te zullen optreden en bijvoorbeeld geen bonnen meer te zullen uitschrijven voor korte boodschappen van minder dan een kwartier. In de praktijk blijkt de meegaandheid van Parko echter heel wat gerelativeerd te moeten worden.

Een kersverse vader verliet even het moederhuis in de Loofstraat om rap een pakje frieten te gaan verorberen in frituur Cindy op het Volksplein. Na welgeteld zeven minuten kwam hij met zijn puntzak buiten bij Cindy en hij vond al een naheffing van 15 euro onder zijn ruitenwisser. Parko vindt dat te recht. Op het Volksplein kan men een hele dag parkeren tegen 1 euro. Het eerste uur is zelfs gratis maar men moet wel een ticket gaan nemen aan een automaat. Waar kosteloos kan geparkeerd worden met een gratis ticket, kan volgens Parko van geen tolerantie sprake zijn. Het stadsbestuur volgt zijn bedrijf daarin.

In dergelijke zones mag men zelfs geen enkele minuut te laat zijn! Dat overkwam een mevrouw op het Conservatoriumplein. Zij had een gratis ticket tot 15.30 uur. Maar precies op dat moment passeerde er een stortvlaag en zij ging even schuilen onder de luifel van het conservatorium. Toen zij om 15.31 uur dan toch aan haar wagen kwam, had een druipende parkeerwachter haar al opgeschreven. Geen tolerantie, zeggen zowel Parko als het stadsbestuur.

Tevergeefse argumenten

Een paar bekeurde parkeerders vinden het overdreven dat parkeerwachters bonnen uitschrijven op momenten waarop er in de betrokken straten absoluut geen vrije parkeerplaatsen te kort zijn. Dat beroep op het gezond verstand vinden Parko en stadsbestuur tevergeefs; reglement is reglement!

Eens te meer is er een geval van een parkeerder die niet wist dat er in de wijk achter het station een blauwe zone geldt. Het blijft een parkeerdersval omdat niet in elke straat ondubbelzinnig wordt duidelijk gemaakt dat men er zijn blauwe kaart moet plaatsen.

Het argument van een verontwaardigde Waregemnaar dat hij geen blauwe kaart meehad, is eveneens tevergeefs. Een Spierenaar probeerde aan zijn bon te ontsnappen door te stellen dat het zijn wagen niet was die was opgeschreven. Zijn leugentje pakte niet want er waren foto's genomen.

Betalend zondagparkeren

Interessanter is het bezwaar van een Heulenaar die met de wagen naar een ... fietsbeurs (Velofollies) in Xpo ging. Hij werd er opgeschreven op een zondag. Voor parkeren geldt in Kortrijk als algemene regel dat het op zondag gratis is, zo stelt hij, niet helemaal ten onrechte. Maar in de omgeving van de beurshallen van Xpo (Doorniksesteenweg, Kennedylaan) moet er om de parkeerdruk bij beurzen beheersbaar te maken, toch ook op zondag een ticket worden genomen.

De man beweert dat die uitzondering op de algemene regel niet voldoende onder de aandacht van het publiek wordt gebracht. Dat wordt ten stelligste ontkent door Parko, daarin gevolgd door het stadsbestuur. Aan de hoofdingang van Xpo hangt trouwens een bericht waarin wordt benadrukt dat parkeren op de terreinen van Xpo goedkoper is dan parkeren op straat.

VT1.JPG
De vorige becommentarieerde parkeerbonuitspraken van het stadsbestuur vind je met volgende links:

Jurisprudentie parkeersancties 1

Jurisprudentie parkeersancties 2

Jurisprudentie parkeersancties 3

Jurisprudentie parkeersancties 4

Jurisprudentie parkeersancties 5

Jurisprudentie parkeersancties 6

Jurisprudentie parkeersancties 7

03-08-10

Kortrijk claimt de titel wwwstad.be op het internet

 

Zwevegemsestraat 23.JPG

Naast 'kortrijk.be' wil het Kortrijkse stadsbestuur ineens nog een 35-tal andere domeinnamen laten registreren op het internet. Er zijn eerder al tal van domeinnamen op eigen houtje vastgelegd door diverse stedelijke instellingen en directies. Het is de bedoeling ook die op de duur in één overzichtelijk pakket samen te brengen. Op aangeven van de intercommunale Leiedal doet de stad daarvoor een beroep op de firma Hostbasket, Lochristi. Daartoe verdubbelt men het te besteden bedrag voor het lopende jaar van 500 tot 1000 euro. In het lijstje gewenste domeinnamen zitten er toch wel enkele die de wenkbrauwen doen fronsen. Zo claimt de stad allerminst bescheiden de titel 'wwwstad.be'.

 

Kortrijk.be

Op het internet vormen de laatste twee onderdeeltjes ('naam.be' of 'naam.com' of 'naam.eu' enzovoort) van een adres van een website (URL ofte Uniform Resource Locator) of van een e-mail (alles na het krulletje) de 'domeinnaam'. Dat is als het ware een familienaam die verwijst naar de vader of de moeder van de informatie. Zo weet je dank zij de domeinnaam 'marclemaitre.be' dat 'www.marclemaitre.be' een website is van dezelfde auteur als een e-mail van 'kortrijk@marclemaitre.be'. Die domeinnamen op het internet moet je laten registreren; anders zou het een koud kunstje zijn om misbruik te maken van bepaalde namen of om je op het internet voor te doen als een andere instantie.

Al geruime tijd hanteert Stad Kortrijk de domeinnaam 'kortrijk.be'. Www.kortrijk.be is het adres van de officiële website van de stad en ook de officiële mailadressen van stadsdiensten, stadspersoneel, gemeenteraadsleden, schepenen en burgemeester eindigen op 'kortrijk.be'. Als gemeenteraadslid heb ik dus ook een mailadres 'marc.lemaitre@kortrijk.be'.

Maar die ene domeinnaam volstaat niet voor de ruime werking van het stedelijke beleid. Zo heeft wel elk ontmoetingscentrum zijn eigen site alsook de musea, de toeristische dienst, verschillende stadsdiensten enzovoort. Ook voor tijdelijke projecten is het handig dat de burgers er iets op het internet kunnen over lezen; denk aan www.kortrijkbereikbaar.be. Dat betekende wel iedere keer weer een aparte registratie, tijdverlies, vermijdbare kosten en een afnemend overzicht over welke domeinnamen de stad nu eigenlijk wel beschikte.

Hostbasket

Eind 2008 besliste het stadsbestuur dan ook in te gaan op een voorstel van de streekintercommunale Leiedal om gezamenlijk met buurgemeenten zoveel mogelijk gemeentelijke domeinnamen centraal en overzichtelijk te laten beheren door een gespecialiseerde firma, een 'provider', tegen een voordeliger tarief. De opdracht ging naar een van de talrijke internetbedrijven die zich genesteld hebben tussen de dahliavelden in Lochristi: Hostbasket. Hostbasket nam voortaan ook voor stad Kortrijk de taak op zich voor de registratie van domeinnamen, mail en webhosting.

De prijs zou afhankelijk zijn van het aantal te registreren domeinnamen en werd voor 2009 geraamd op 500 euro. De directie ICT, die het beheer van de domeinnamen in de Kortrijkse administratie voor zijn rekening neemt, is inmiddels tot de constatatie gekomen dat er zeker een 35-tal domeinnamen aan de goede zorgen van Hostbasket moeten worden toevertrouwd. Dat betekent een verdubbeling van de kostprijs. Het stadsbestuur gaat daar mee akkoord.

Marke.be

Eigenaardig genoeg zit 'kortrijk.be' niet onder de aan Hostbasket gegeven domeinnamen. De namen van de deelgemeenten wel ('rollegem.be' enzovoort) behalve dan 'marke.be'. In het op zijn eigenheid staande Marke beheert het ontmoetingscentrum apart de dorpswebsite www.marke.be. Die site voert een wat dissidente beleidslijn ten opzichte van de door het stadsbestuur gepatroneerde deelgemeentensites. Er is veel meer ongecensureerde interactie mogelijk door de Markenaren. Zo kan het actiecomité Torkonjestraat de website vrij als tribune gebruiken. En er loopt een uitgebreide opiniepeiling Marke 2010-2030, waaruit verschillende werkgroepen een doordacht beleidsadvies zullen formuleren voor het stadsbestuur.

Enkele domeinnamen getuigen van creativiteit bij de bedenkers maar tonen niet onmiddellijk wat erachter zit. Zo hanteert de Erfgoedcel Kortrijk de domeinnaam 'geheugenvankortrijk.be'. Bij de naam 'ckodekoepel.be' hoort het centrum voor kinderopvang De Koepel. Nog voor kapers op de kust alle namen van feestdagen konden laten registreren in – verkoopbare – domeinnamen, liet Kortrijk 'sinksen.be' vastleggen. Je vindt er alle informatie over de Sinksenfeesten in Kortrijk, tot spijt van de organisatoren van de nog veel grotere Sinksenfoor in Antwerpen.

wwwstad.be

Blijk gevend van een wereldwijde digitale ambitie is de domeinnaam 'wwwstad.be'. Alsof Kortrijk de hele Siliconvalley naar de kroon wil stoten. Wat het stadsbestuur met die internetnaam van plan is, mag Joost – of is het Hans? - weten. Als je www.wwwstad.be aanklikt, kom je op een subsite van Hostbasket terecht die je waarschuwt dat de naam niet meer vrij is want geregistreerd. Wie of wat achter de registratie zit, wil de firma niet laten weten: “Hostbasket weerhoudt zich van "Domain Name Brokering" voor deze domeinen en zal geen enkele informatie prijsgeven die niet reeds publiek beschikbaar is”. Dezelfde geheimzinnige mededeling krijg je als je www.mijnkortrijk.be aanklikt. Nog raadselachtiger is het bericht dat je krijgt als je eens www.courtrai.be gebruikt. Ook die naam heeft stad Kortrijk laten vastleggen, maar je komt alleen te weten dat de naam al is geregistreerd.

Andere domeinnamen komen een beetje raar over. Zo bezit de stad niet alleen 'vlasmuseum.be' maar ook 'museedulin.be', 'flaschmuseum.be' en 'flaxmuseum.be'. Als je daar als anderstalige www. voor zet, word je simpelweg afgeleid naar de puur Nederlandstalige website van het vlasmuseum. Waarom de naam 'kortrijkidee.be' nog twee jaar moet meegaan, is ook niet duidelijk. Kortrijkidee was de naam van een reeks blogs van gebiedswerkers, een interessant initiatief, dat het stadsbestuur evenwel in 2009 een stille dood heeft laten sterven.

Slimme jongens en meisjes

Voor verschillende met Kortrijk geassocieerde domeinnamen vist het stadsbestuur achter het net. Slimme jongens en meisjes hebben die namen al eerder voor hun eigen portefeuille laten registreren. Surf eens naar www.kortrijk.com. Dan kom je op een klungelige site terecht die verklaart 'soon online' te zullen worden maar toch al volop steun verleent aan ... Claudio en Gaëlle, intussen al eeuwen uit elkaar en opgezadeld met een faillissement van hun gelauwerd VTM-restaurant. Www.stadkortrijk.be is van een piraat die hengelt naar reclame-inkomsten van lokale handelszaken. Www.kortrijkstad.be doet wat meer inspanningen; het is een gesponsorde site met persfoto's en letterlijk overgenomen persberichten. Het internetadres www.kortrijk.org geeft ook enkele namen van commerciële activiteiten in de stad maar verklaart in het Engels: "The domain kortrijk.org is for sale. To purchase, call BuyDomains.com".

Www.overleie.be is evenmin nog beschikbaar; maar meer dan de boodschap “under reconstruction” krijg je niet te zien. Wel blijkt de stad de domeinnaam 'kortrijk.eu' binnengehaald te hebben. Die URL leidt je automatisch om naar 'kortrijk.be'.

De lijst

De lijst van de bij Hostbasket geregistreerde domeinnamen is de volgende:

rollegem.be
bissegem.be
bellegem.be
aalbeke.be
kooigem.be
heule.be
geheugenvankortrijk.be
devonke.be
museedulin.be
flaschmuseum.be
flaxmuseum.be
innovationfestival-kortrijk.be
innovationfestival.be
ckodekoepel.be
academiekortrijk.be
kortrijkidee.be
uitinkortrijk.be
sinksen.be
sinksenfeesten.be
vlasmuseum.be
dekortrijkseschouwburg.be
kortrijkloopt.be
courtrai.be
1777.be
kortrijkbereikbaar.be
eilandvanlicht.be
kortrijk1302.be
tourismkortrijk.be
kortrijktourismus.be
tourismecourtrai.be
toerismekortrijk.com
toerismekortrijk.be
mijnkortrijk.be
wwwstad.be
broelmuseum.be

00:00 Gepost in Actualiteit | Permalink | Commentaren (1) | Tags: domeinnamen |  Facebook |

02-08-10

De Congoreis van Arthur Clays (3): de Union Minière du Haut-Katanga

De Kortrijkse rode senator J. Arthur Clays bezocht Belgisch Congo in september-oktober 1955, als lid van een delegatie van de commissie voor Landsverdediging van de Senaat. Behalve een inspectie van twee in opbouw zijnde legerbasissen – die de Kortrijkzaan maar matig konden interesseren – werd het gezelschap ook een propagandistische rondreis in de Belgische kolonie aangeboden. Zo bezocht men onder meer de grootschalige koperwinning in de provincie Katanga. Arthur Clays liet zich als socialist geen rad voor de ogen draaien. In zijn reisindrukken geeft hij naar aanleiding van dat bezoek ongezouten commentaar op de arbeidsverhoudingen in de kolonie. De documentatie die hij verzamelde om zijn reisindrukken te stofferen, onderstrepen zijn kritiek.

accongo3 1.jpg

Labeur

Heeft men aan de neger wel een dienst bewezen door hem weg te halen uit de brousse? Dat vraagt senator Arthur Clays zich af na een bezoek op 3 oktober 1955 aan de mijnen van Kipushi en de fabrieken van Union Minière du Haut-Katanga (UMHK) in Elisabethstad (Lubumbashi). In zijn reisindrukken noemt hij de mijnen van Kipushi de rijkste van de wereld. Er wordt vooral koper maar ook zink als bijproduct uit de ertsen gehaald. De senator daalt samen met enkele andere moedigen af in een schacht tot 500 meter onder de grond.

accongo3 5.jpg
Daarna gaat men een kijkje nemen in een van de UMHK-fabrieken. De senator, die zelf als elfjarige in de textiel moest gaan werken, ergert zich vreselijk aan de arbeidsomstandigheden van de Afrikaanse arbeiders. Clays: “Het werk is er zwaar en lastig en het is er verschrikkelijk warm. Het gloeiende koper loopt als water zonder onderbreking”. In die tijd was er nog volop een rassenscheiding in de arbeidsorganisatie: de zwarten waren arbeiders, de Europeanen bediende. Men geneerde zich niet om daarvoor zelfs medische redenen aan te halen: “Bezuiden de evenaar kan de Belg nauwelijks ander werk uitoefenen dan dat van leidinggeven. Het continue fysieke labeur, elke vorm van handenarbeid, wat op zichzelf al lastig genoeg is, is er hem min of meer verboden”. Dat schreef in 1923 de gewezen katholieke premier Henri Carton de Wiart (Mes vacances au Congo).

Slaaf

De leden van de senaatscommissie krijgen er een cadeautje. Arthur Clays is er niet mee gediend. Hij noemt het “een blijvend aandenken van de slavenarbeid der negers, een bewijs van de kapitalistische roof van de Congolese bodemschatten”. In de voordrachten met 'lichtbeelden' waarmee de senator nadien de lokale afdelingen afschuimde, gaf de autodidact volgende beschrijving van het personeelsbeleid van Union Minière: “Zeker, men doet veel voor de neger-arbeiders. Men geeft ze 'een brokke van een huis'. Ze worden geneeskundig verzorgd. Men spant zich in om ze zo lang en zo goed mogelijk aan het werk te houden. Men spoort ze zelfs aan tot het verwekken van kinderen, om deze morgen eveneens te kunnen gebruiken. De negers zijn weggehaald van hun stam en dorp. Men heeft ze volledig afgezonderd om te beletten dat ze naar hun oude stam terug zouden keren. Zo kan men ze het langst mogelijk als slaaf gebruiken”.

accongo3 22.JPG

De Kortrijkse socialist zag trouwens nog andere tekenen van slavernij in Belgisch Congo. Hij stoorde zich mateloos aan het gebruik van 'boys', jonge mannen als huis- tuin- en keukenhulpje van de vrouwen van de blanke kolonialen. De advertentie aan het begin van dit stuk illustreert de verhoudingen toen. Zij verscheen in het tweewekelijks blad Nsango Ya Bisu, het orgaan van de Force Publique, dat gepubliceerd werd in het Lingala.

Uitzonderlijk hoog

Wat het roven betreft, had de rode senator het zeker bij het rechte eind. De UMHK haalde in die tijd recordomzetten en -winsten. 225.000 ton koper werd in 1954 uit de Afrikaanse grond gehaald, goed voor een omzet van bijna 11 miljard frank, waarvan niet minder dan 10% werd verdeeld onder de – vooral Belgische – aandeelhouders. De omzet van de UMHK was in die jaren merkelijk groter dan de hele staatsbegroting van 'Belgisch-Congo', die in 1954 uitkwam op 9 miljard frank inkomsten tegenover 7,5 miljard frank uitgaven.

In de documentatie die Arthur Clays verzamelde, zit een rede van gouverneur-generaal Léon Pétillon, toen het hoogste gezag in de kolonie. De man – naar wie een metrostation in Brussel is genoemd – heeft het over “de prachtige en aanhoudende voorspoed van Congo” die blijkt “uit het onderzoek van de tegenwoordige opbrengst van het kapitaal in dit land. Deze opbrengst – in sommige gevallen uiterst hoog – maakt niet alleen een milde bezoldiging der aandeelhouders mogelijk, maar ook voordelige afschrijvingen, voortdurende zelffinanciering en vorming van zeer belangrijke reserves van allerlei aard”. De senaatscommissie werd persoonlijk door de gouverneur-generaal verwelkomd bij aankomst op 23 september en met een lunch de dag nadien.

accongo3 6.jpg

Kampementen

Ook de bitse beschrijving die Arthur Clays geeft van de personeelswerving van de Union Minière snijdt hout. “Katanga barstte van de ertsen, maar er was geen mens om ze op te graven” schrijft David Van Reybrouck in zijn recente standaardwerk 'Congo. Een geschiedenis' (p. 136). In de savanne leefden amper mensen en de bewoners van de schaarse dorpen in de omgeving waren nauwelijks bereid zich in de helse mijnen en fabrieken te gaan afbeulen. In de beginfase liet UMHK 'private contractors' jonge mannen ronselen uit heel Congo en uit de buurlanden, met vaak betwistbare praktijken zoals het omkopen van dorpshoofden en geweld. Naderhand lokte de koperreus zijn werkvolk met iets hogere lonen en met enkele sociale voorzieningen. Dat paternalistische beleid had zoals senator Clays het zo plastisch weergeeft, als bijkomend voordeel dat men langer kon wachten eer men de geoefende arbeiders moest vervangen door nieuwkomers waar kosten aan waren.

UMHK bracht zijn arbeiders bijeen in afgesloten dorpen, die waren losgesneden van de traditionele dorpsstructuren. In tegenstelling daarmee lieten andere koloniale ondernemingen hun werkvolk bij de fabrieken installeren volgens hun etnische gewoonten. In de arbeiderskampen van de Union Minière stond er telkens een blanke kampchef aan het hoofd, die van elke arbeider en zijn familie een fiche bijhield en tuchtmaatregelen kon nemen. Tot 1923 waren vrouwen verboden in de kampementen. Nadien mochten de arbeiders hun vrouw laten overkomen, maar tot aan de onafhankelijkheid moesten die vrouwen aan de kampchef toestemming vragen om even naar hun dorp op bezoek te gaan. En ook de kweekpolitiek die Arthur Clays aanklaagt, is niet uit de lucht gegrepen. Van Reybrouck: “Haar kinderen [van de arbeidersvrouw] moesten al vanaf hun tiende jaar lessen handarbeid krijgen, kwestie van hen voor te bereiden op het latere werk” (p. 186).

accongo3 4.jpg

Sociale vrede

In zijn voordrachten liet de rode senator zich ontvallen: “Eigenlijk zijn de toestanden in de Congolese industrie zoals bij ons vijftig jaar geleden [n.v.d.r. rond 1900 dus]. Met het socialisme en de arbeidersstrijd zijn wij erin geslaagd ons uit die ellende te bevrijden. In Congo moet het ook zo verlopen”. Met die mening stond hij diametraal tegenover het officiële standpunt zoals verwoord door gouverneur-generaal Pétillon in zijn voormelde rede: “De sociale strijd hebben wij in Congo vermeden, omdat de wijsheid van de werkgevers hem nutteloos heeft gemaakt. En ook omdat de openbare machten, doordrongen van het belang van hun verheven rol van voogd over de inboorlingen en van bewaker van de sociale vrede, voortdurend en tijdig de passende maatregelen hebben getroffen”. In 1941 werd een staking van het inlands personeel van de Union Minière in Lubumbashi bloedig neergeslagen met een fusillade waarbij minstens zestig doden en meer dan honderd gewonden vielen...

Lange tijd, tot 1946, was het in Congo voor de 'inlanders' verboden aan te sluiten bij een vakbond. De Belgische vakbonden, ACV en ABVV, waren er wel actief maar aanvankelijk uitsluitend onder de Europeanen. In 1955 waren er in Congo zowat 12 miljoen zwarten en 100.000 blanken. Van de bijna 1,2 miljoen loontrekkenden in dat jaar waren er amper 6160 zwarten gesyndiceerd. Volgens Van Reybrouck was de tegenwerking van het koloniale bestuur de oorzaak van de lage syndicalisatiegraad.

Julien Decock

Dat belette Arthur Clays niet om de eerste dagen van zijn bezoek enkele keren zijn mede-senatoren in de steek te laten om op eigen houtje een bezoek te brengen aan een ... rood Kortrijks gezelschap in Kinshasa (Leopoldstad toen). Het waren de Kortrijkse ABVV'ers Julien Decock – na zijn terugkeer nog een tijdlang socialistisch gemeenteraadslid in Kortrijk – en 'vader en zoon' Mulleman - eerder socialistische pioniers van aan de Gentpoort. Achter de rug van de gouverneur-generaal stonden die kameraden hun stadsgenoot al op te wachten toen het hoge gezelschap landde op Congolese bodem. Terwijl de andere senatoren bleven hangen op de receptie van de commandant van de Force Publique, generaal-majoor Emile Janssens, troonde Arthur Clays de andere socialistische senatoren (Knops, Brassart en Missiaen) mee naar zijn vriend Julien Decock (zie volgende foto).

accongo3 3.jpg

's Anderendaags (24 september) liet Clays een receptie op de Japanse ambassade schieten voor een heuse vergadering van de socialistische vriendenkring van Leo, in het huis van het ABVV. In zijn reisindrukken noemt de rode senator de vergadering “buitengewoon”: “Er waren niet minder dan zeventig kameraden en gezellinnen aanwezig, waaronder een tiental negers. Een neger ontpopte zich als een flink redenaar”. Ik heb niet kunnen achterhalen wie die redenaar was. Bij de onafhankelijkheidsplechtigheid van Congo op 30 juni 1960 zei premier Patrice Lumumba, ook een begenadigd spreker, onder meer: “Wij hebben dwangarbeid gekend in ruil voor lonen die veel te laag waren voor voldoende voeding, degelijke kledij, menselijke huisvesting en decente opvoeding van onze kinderen”. Dat was Arthur Clays vijf jaar eerder niet ontgaan.

Dit stuk maakt deel uit van een feuilleton naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van de onafhankelijkheid van Congo op 30 juni 2010. Er komen nog meer afleveringen, met originele, nooit eerder gepubliceerde foto's. De inleidende aflevering verscheen op 1 juni, de eerste aflevering op 7 juni 2010 de tweede aflevering op 26 juni 2010.